Trinitatis (Drievuldigheidsdag) – Jakob Lorber

Trinitatis (Drievuldigheidsdag)

Uit “Festgarten” van Jakob Lorber – 16.06.1878

Mijn lieve kinderen! Mijn wezen bestaat uit “Vader”, “Zoon” en “Geest” binnen één persoon. Vader ben ik als schepper van alles wat bestaat, en zoals een Vader van zijn kinderen houdt, zo is ook mijn liefde onbegrensd voor alles wat bestaat, vooral voor de mensen die ik precies zo gevormd heb als ik zelf ben. Mijn liefde voorzag de mensen van alle talenten en daardoor kunnen zij gelijkwaardig worden aan wie Ik ben. Daarom moest ik hen ook een vrije wil geven. Nadat zij daarvan waren voorzien, vroeg ik hen om Mij te volgen.

Maar omdat zij hun vrije wil verkeerd gebruikten, moest ik als Zoon verschijnen en vlees aannemen, om hen door mijn leer en mijn woord, dat de Geest is, opnieuw met Mij te verbinden en hen de samenstelling van hun wezen begrijpelijk te maken, opdat zij tot het inzicht zouden komen hoe nodig het is hun wil aan de mijne te onderwerpen om later in het hiernamaals mee te kunnen regeren.

De mens kan zich niet van zijn drieëenheid scheiden, omdat hij anders geen mens meer is. Want de geest is het eigenlijke ‘ik’, dat van Mij uitgaat. De ziel is het middel of werktuig, dat hem verbindt met het lichaam om zich steeds meer te ontwikkelen. Zo zijn de drie samen één geheel;  daardoor kunnen zij werkzaam zijn en voor anderen begrijpelijk. Dat geldt ook voor Mij: door de omhulling van mijn Ik (de Zoon) en door de bekendmaking in het woord (de Geest) werd ik een zichtbare God. Nu hebben voor degenen, die Mij in mijn ware wezen leren kennen, de namen God, Vader, Zoon en Geest een gelijke betekenis. De drie namen samengevat zijn de benaming, die mijn gehele wezen moet omschrijven, zoals het ook bij de meeste Christenen gebeurt. In je hart mag je echter slechts één beeld bezitten, zij het onder verschillende namen, afhankelijk van de situatie. Soms eren jullie meer de Schepper in mij, wanneer jullie onder de indruk zijn van de mooie natuur en haar verscheidenheid: dan weer als Zoon en bemiddelaar, wanneer jullie je bewust worden van jullie onvolmaaktheid in het gevecht tegen de zonde. Soms nemen jullie je toevlucht tot de barmhartigheid en de verzoening, waarbij mijn wijsheid het mogelijk maakt dat jullie de Geest of Trooster ontvangen, die jullie in alle waarheid leidt, opdat jullie de Geest erkennen en zeggen: “Vader, geef mij de Heilige Geest!” In dat geval ben ik er als de werkzame kracht, die niet opgesplitst of gescheiden kan worden van de Vader en de Zoon.

Wie in mij de drievoudige Vader eert, zoals ik het nu aan jullie uitleg, die heeft in alle situaties van het innerlijke leven een ware God. Hij heeft Hem soms als Schepper nodig, soms als bemiddelaar of trooster, en zal Mij daarom nooit kunnen missen, maar hij wordt aangespoord zich door middel van zijn gevoelens, woorden en daden op dezelfde manier tegenover zijn medeschepsels te gedragen. Zo maakt hij duidelijk een kind van Mij te zijn.

Zo kan ook een aardse vader vaak op drie manieren worden aangeduid: met een naam, een titel en ook met het woord ‘vader’, terwijl het kind alleen ‘vader’ zal zeggen. Op precies dezelfde manier moeten jullie naast alle namen, die de mensheid Mij geeft, aan het woord “Vader” vasthouden, want die herinnert jullie eraan dat een kind meer plichten heeft tegenover zijn vader dan een willekeurig iemand, die bij hem in loondienst is. Die genoemde plicht heet: “liefde!” Liefde moet jullie grondslag zijn. Alleen uit liefde moeten jullie mij aanroepen, want andere vormen van verering zijn waardeloos. Alle drie wezensdelen die van mij getuigen, namelijk als Schepper en Gever van alles wat goed is, als Zoon en Bemiddelaar, en als Geest en Trooster, zijn zodanig dat zij wederliefde oproepen. Liefde en wijsheid zijn mijn wezen! Amen.

Christelijke eenheid – G.K. Holderer

Christelijke eenheid
– G.K. Holderer –

Verschillende landen in Europa hebben tegenwoordig veel moeite met een ongelooflijk grote stroom vluchtelingen die in hun landen willen wonen. Zij komen vooral uit Azië en Afrika, maar ook uit verschillende landen van de Balkan. Het zijn Christenen en Moslims, die in de christelijke cultuur van Europa geïntegreerd moeten worden, als wij onze geloofsovertuiging tenminste niet willen verliezen.

Hier te lande spreken veel politici over de mogelijkheid om onder de noemer van “multiculti” samen te leven. Maar wat is dat? Iedereen zal volgens deze politieke leiders aan zijn geloof vasthouden en in het dagelijks leven op vreedzame wijze met elkaar samenleven. Volgens mij is dat heel erg oppervlakkig gedacht en zal het alleen leiden tot een verwaterd geloofsleven voor iedereen. Het zijn niet alleen de verschillen in opvoedingsmethoden die een positief samenleven van zo veel culturen in de weg staan en het moeilijk maken elkaar te begrijpen, maar het is vooral het verschil in geloof dat daartoe bijdraagt. Het is wel zo dat Moslims en Christenen in één God geloven, maar door de uiteenlopende regels die de religieuze leiders gegeven hebben, wordt de enige God in het dagelijkse leven uit onzekerheid nauwelijks gerespecteerd. Voor een Christen is het vreemd dat een moslim zo veel waarde aan uiterlijke dingen hecht, zoals bijvoorbeeld aan kleding. Het omgekeerde zal vermoedelijk ook het geval zijn.

Alle mensen, die op de aarde leven, hebben dezelfde God als Vader. Hij beschermt iedereen en leidt hen naar het geestelijke rijk. Dat is zeker een heel moeilijke opgave, omdat ieder mens een vrije wil heeft en zo beslissen kan wat in zijn voordeel is. En dat voordeel is meestal materieel en niet geestelijk.

Sinds de Middeleeuwen maakte de mensheid een grote ontwikkeling door in techniek, economie en gezondheidszorg. De mensen werden daardoor trots op zichzelf en dachten dat zij God niet echt nodig hadden. In die situatie leven wij vandaag nog steeds. Geloof wordt nauwelijks door de ouders aan hun kinderen doorgegeven. Zo kwam het dat een multiculti-cultuur is ontstaan met weinig geloof in God, of zelfs helemaal geen geloof meer. Er bestaan vele geloofsrichtingen, ook in het Christendom, en maar weinigen weten welke de goede leer van God is.

Dat is ook de reden waarom hier in Nederland zo veel richtingen in het christelijke geloof bestaan. Vanwege een persoonlijke mening beweert iemand dat je zó en niet anders moet geloven, en hij vormt daarom een eigen kerk. Diegene vergeet dan helemaal dat een mens de geloofsrichting niet kan bepalen, omdat hij maar een klein verstand heeft en geloof vanuit de geest komt, die verbonden is met de goddelijke heilige geest. Je kunt gerust bij een gemeenschap blijven en kleine verschillen met anderen in de benadering van God accepteren in plaats van je nog verder op te splitsen. Sterker nog: door een niet-eigenzinnige, maar deemoedige houding leer je van je medemensen en begin je God iets beter te begrijpen, namelijk dat Hij alles in alles is. Hij heeft het niet nodig om door een fanatiek mens in een klein hokje gestopt te worden.

In het Nieuwe Testament staat dat het uiteindelijk tot één kudde onder één Herder zal komen. Dat betekent dat niet alleen de christenen zich moeten en zullen verenigen, maar ook dat alle mensen tot het inzicht zullen komen dat we één en dezelfde God hebben in wie wij allen geloven en van wie wij allemaal houden. Dan heb je toch geen mensen meer nodig die alles beter willen weten?

Laten wij ook denken aan de woorden van Jezus: Hij vergelijkt ons mensen met wijn. Voordat de wijn rein en zuiver is, moet die bruisen en gisten. Dat gebeurt nu. Laat ons Christenen daarom begrip voor elkaar opbrengen en de woorden van Christus serieus nemen toen Hij zei “Heb je naaste lief als jezelf.” Dan worden wij samen sterk en de wijn – wij mensen – wordt zuiver.

G.K. Holderer

 

Wat de heilige Geest als universeel licht voor ons kan betekenen… – Roelof Tichelaar

Wat de heilige Geest als universeel licht voor ons kan betekenen…

– Roelof Tichelaar –

Je leeft nu niet voor het eerst, maar bent ooit ontstaan uit de geestelijke Oerbron van alle licht en leven: het Al, het hoogste Zijn. Alles leeft in Hem. Hij kent geen begin en geen einde. God is de naam die gegeven wordt aan deze allerhoogste Bron uit Wie alles is geschapen. God bracht het licht van Zichzelf naar buiten toe; het licht dat Hij heeft gebaard, wordt wel ‘de heilige Geest’ genoemd. Dit Ene licht uit God kreeg ook vorm in een wezen dat aan Gods schoonheid gelijk was: Hij is Degene die in het christendom ‘Christus’ wordt genoemd: ‘de Gezalfde’. Christus was en is het licht uit God geboren, de eerste en enige directe manifestatie uit het hoogste licht.

De kracht van de heilige Geest is even universeel als het licht van de zon. Het grote verschil is dat de zon ons slechts van buitenaf kan beschijnen en dat de heilige Geest – dankzij het offer van Jezus – als innerlijk licht in ons kan zijn. Het licht wordt in onszelf geboren. De uitwerking van dit licht is echter even divers als de kleuren die uit het licht tevoorschijn komen, zoals de zonnestralen in de regendruppels gebroken worden en de kleuren van de regenboog vormen.

Een bron van moed
De heilige Geest moedigt je aan jezelf te zijn, authentiek te zijn. De moed om het masker – waarachter je ware zelf misschien schuil gaat – af te leggen en weer echt te zijn. De moed om jezelf weer open te stellen voor andere mensen, ook als je misschien al zo vaak in hen teleurgesteld bent. De moed om oude gewoontes af te leggen en negatieve banden te verbreken. De moed om door te gaan…

Een bron van troost
Troost, omdat je misschien een dierbare bent verloren en je alleen verder moet. De heilige Geest kan geen vervanger zijn en ontneemt je niet je verdriet, maar helpt je – met vallen en opstaan – dit verlies in een ander licht te zien. Láát je ook troosten, wees aanraakbaar voor Zijn stille troost in je hart. Zolang je je verhardt, kan zelfs Hij niet bij je komen… Doe jezelf niet groter en sterker voor dan je bent, maar wees kwetsbaar in de goede zin van het woord.

Een bron van geloof, hoop en vertrouwen
Een geloof dat je laat zien dat je aardse bestaan geen doel op zich is, maar dat je op doorreis bent. Dat geldt ook voor degenen die jou in de dood zijn voorgegaan. Hoop dat de dood niet het einde is, maar een nieuw begin. Vertrouwen dat jullie elkaar ooit weer zullen ontmoeten. Geloof, hoop en vertrouwen dat het leven zin heeft en dat we samen onderweg zijn naar hetzelfde doel.

Een bron van vergeving
Vergeving, die je helpt die oude last van woede, teleurstelling en pijn af te leggen. Want zodra jij die ander, die jou iets heeft aangedaan, werkelijk kunt vergeven, wordt niet alleen die ander, maar ook jijzelf bevrijd van een zware last.

Een bron van kracht
Kracht om daadkrachtig voorwaarts te gaan en in beweging te komen. Misschien zit je gevangen in een neergaande spiraal van depressie en passiviteit. Zoals Jezus de verlamde oproept zijn bed onder zijn arm te nemen om verder te gaan, zo moet jij misschien je slachtofferschap oppakken en de verantwoordelijkheid voor je leven weer op je nemen. Daarvoor heb je de juiste discipline nodig. Discipline vergroot je kracht.
Kracht heb je ook nodig om zowel je grenzen te stellen, als die te verleggen zodra het leven dit van je vraagt.

Een bron van bevrijding
Bevrijd van je tomeloze prestatiedrang en het perfectionisme waarmee je de lat telkens te hoog legt voor jezelf. Eenmaal hiervan bevrijd, kun je ook weer mildheid voor jezelf voelen. Bevrijd van angst, die verlammend werkt en die je levensenergie ineen doet krimpen. Bevrijd van negatieve banden die je belemmeren in je vrijheid. Weet dat één van de vruchten van de heilige Geest vrijheid is.

Een bron van genezing
Genezing van innerlijke wonden, die je zelf misschien nog niet eens onder ogen hebt gezien. Laat het licht van de Geest in je schijnen, zodat alles wat verdrongen is, ook werkelijk zichtbaar en voelbaar voor je wordt. Durf naar je pijn te kijken en laat die aanraken door de heilige Geest. Geloof in de genezing die Hij je wil brengen, ook al heeft dit tijd nodig. Neem de tijd om te helen.

Een bron van wijsheid
Laat je innerlijk leiden door de heilige Geest, door het innerlijk Woord dat Hij in stilte in je wil uitspreken. Hij wil je de weg wijzen, is het innerlijk kompas dat jij in je meedraagt. Hij schenkt je de inzichten die je nodig hebt op je levenspad. Hij gaat met je mee en is de enige ware autoriteit in jezelf. Zoek daarom de wijsheid niet alleen buiten je, maar ook in jezelf.

Een bron van licht
Het licht van de Geest helpt je jezelf eerlijk onder ogen te zien. Niet alleen je lichte, maar ook je donkere kanten. De Geest maakt dingen zichtbaar, brengt ze letterlijk aan het licht. Dit licht maakt ook jou zichtbaar zoals je bent. Laat jezelf zien aan de wereld en verberg je licht niet. Laat je licht niet doven door valse bescheidenheid door jezelf kleiner te maken dan je bent. Verspreid het licht dat je in je meedraagt, deel het met je naasten.

Een bron van vrede
Vrede met jezelf en met God. Vrede met je naasten. De heilige Geest brengt vrede, verzoent ons met onszelf, God en de naasten. Vrede is harmonie. Alles mag er zijn, maar je kent de juiste maat van alle dingen. Dan heb je vrede.

Een bron van liefde
Liefde voor God, je naasten en jezelf. Er is geloof, hoop en liefde, maar de grootste van deze is de liefde. De liefde is de verbindende kracht die alles samensmeedt tot eenheid. Door liefde te geven, zul je ontvangen…

Roelof Tichelaar
Website: www.roeloftichelaar.nl

Verlossing door Jezus schenkt ons Pinksteren – G.K. Holderer

De verlossing die Jezus voor ons mensen heeft volbracht, zal voor velen van ons vast en zeker vragen oproepen. En hoe komt het dat er een directe samenhang bestaat tussen verlossing en Pinksteren? Dat willen wij ook bepreken. Maar eerst willen wij het hebben over de verlossing.

God noemt ons zijn zeven wezenskenmerken of eigenschappen, en die zijn achtereenvolgens: liefde – wijsheid – wilskracht = orde = ernst – geduld – barmhartigheid. De middelste eigenschap is de orde. Alles, wat door God gebeurt, is op haar gefundeerd. Zij staat bewust in het centrum. De drie links van de orde staande eigenschappen horen bij de scheppende activiteiten, waar de leiding bij de liefde ligt. De drie rechts van de orde staande eigenschappen werken als bewarende en opbouwende krachten voor alles, wat de scheppende krachten zijn begonnen. Daarover waakt de heiligheid van God. Zij staat boven alles.

Toen de eerste engelen door God. en wel op initiatief van de liefde, geschapen werden, bestond er nog geen materie. Alles was geest – beter gezegd: geestelijke lichamen – zoals God ook geest is. Satana, ook wel Lucifer genoemd, was een grote engel die onder leiding van God ook schepselen tot leven mocht wekken. Maar hier naderen wij de eerste oerzonde, die door Lucifer begaan werd. Hij scheidde zich van God af om een aparte Godheid te zijn, zonder te bedenken dat alle levenskracht alleen uit de ene God afkomstig is. Zonder zijn stromende levensenergie moest Lucifer op de lange duur sterven. Van begin aan wist God dat de aan de schepselen gegeven vrijheid van denken en doen deze afval kan en zal bevorderen. Daarom had God erbarmen met allen die met Lucifer afvielen. Hij schiep de materie om allen de gelegenheid te geven door een proefleven in de materie hun verkeerde opvattingen te erkennen en liefde voor God op te vatten. Bij die door God geschapen materie horen alle zonnen en planeten. Wij, op onze kleine planeet aarde, hebben hierbij een bijzondere voorrang op alle andere zonnen en planeten.

Na een lange tijd van opbouw van de materiële aarde konden tenslotte mensen op haar geplaatst worden. Zonder nu op dieren en ‘voormensen’ in te gaan, waren Adam en Eva degenen die de weg van de terugkeer van de met Lucifer gevallenen in een aards leven begonnen. Zij kregen het paradijs als levensbasis, wat zo veel betekent als een bijzonder sterke innerlijke verbinding te hebben met de liefde uit God. Zij – de liefde – had het ‘buiten God’ bestaande leven geschapen en was verantwoordelijk voor een goede afloop. Geen enkel door God geschapen levend wezen mocht sterven. De liefde zette zich van toen af aan als Vader voor de mensen in. Daarom werden de mensen nu kinderen van de goddelijke liefde, van de heilige God!

Adam en Eva hadden een opdracht gekregen, namelijk gehoorzaam te zijn volgens de goddelijke orde. Pas als de orde in hen gegrondvest was, wilde en kon God beide zegenen opdat zij voor eeuwig geen zonde meer konden begaan. Maar Adam en Eva werden wel ongehoorzaam vòòr de tijd dat zij gezegend konden worden. Dat was de tweede oerzonde. De gevolgen waren, dat alle nakomelingen van hen deze ongehoorzaamheid erfden. Uit ongehoorzaamheid ontstonden allerlei varianten van slechte eigenschappen, zoals hoogmoed, egoïsme en machtswellust, met alle gevolgen van dien. Wij zien dagelijks om ons heen wat die ogenschijnlijk kleine ongehoorzaamheid van de eerste mensen voor gevolgen had en nog heeft.

De liefde in God was zich ervan bewust dat deze mensen zó niet in de hemel van het goddelijke rijk terug konden keren, omdat zij nog steeds onrein waren en bleven. De liefde in God kende de juiste oplossing: zijzelf moest naar de aarde om te bewijzen dat een zuiver leven in de materie wel kon plaatsvinden. En dat deed de liefde ook. In de mens Jezus begon zij haar leven op aarde om als eerste aan Lucifer te bewijzen dat hij een verloren strijd tegen God leverde.

Het lichaam en de ziel van Jezus waren gelijk aan dat van alle andere mensen, terwijl in hem de goddelijke geest leefde. Die was echter ingesloten, zodat de mens (mensenzoon) Jezus net als wij een harde strijd moest leveren om niet aan de verlangens van ziel en lichaam toe te geven. Door zich streng aan de goddelijke orde en liefde te houden, bereikte hij op dertigjarige leeftijd de wedergeboorte van zijn ziel in de geest. Dat betekent dat zijn ziel volkomen één was geworden met de goddelijke geest in Hem. Jezus begon de mensen te leren dat God niet alleen Schepper en Heer was, maar in zijn liefde en barmhartigheid ook een Vader is.

Maar daarmee was zijn opgave nog niet ten einde gekomen. Het was niet genoeg dat zijn ziel zich met de geest verenigde, omdat ook het lichaam aan de geest onderdanig moest worden. Zolang een mens op aarde leeft, wordt de mens gestoord door de uiterlijke invloeden van het aardse leven en de lichamelijke hartstochten, en die werken zijn geestelijke overtuiging steeds tegen. Jezus wist dat hij alleen door een totale verdeemoediging van het lichaam hierover baas kon worden.

Hij nam de smartelijke dood aan het kruis op zich om ook deze opgave uit liefde voor God te volbrengen. In Gethsemané, kort voor zijn gevangenneming, scheidde de goddelijke geest zich van de mens Jezus, opdat deze alleen de verlossing moest volbrengen. De wedergeboren ziel van Jezus werd in het gebed gesterkt en hij nam de marteling op zich. Direct na zijn overlijden keerde de goddelijke Geest in Jezus terug. Jezus had de opgave van de goddelijke liefde en wijsheid volbracht: ziel en lichaam waren vergeestelijkt. Zo kon hij zich als opgestane al na twee dagen weer in zijn geestelijk lichaam laten zien. De Heiligheid van God verbond zich weer met haar liefde en wijsheid, die deze opgave in de mens Jezus op zich genomen hadden om te bewijzen dat al het geschapen leven kan en zal voortbestaan. De verlossing was een feit.

Door zijn volmaakt leven opende Jezus de poorten van de hemel en bouwde de brug daar naartoe. Hoewel de in het begin genoemde oerzonden opgelost en vergeven waren, lijden wij nog steeds aan de erfenis daarvan. Onze dagelijkse en individuele zonden worden wel vergeven, maar wij moeten er eerst voor zorgen dat wij onze fouten inzien en niet meer willen herhalen. Dan neemt de barmhartigheid van de hemelse Vader onze zonden op zich en wij zijn daarvan bevrijd.

Om een beter inzicht te hebben en de juiste weg naar de hemel te gaan, heeft Jezus ons de woorden gegeven die wij in de praktijk moeten brengen: heb God boven alles lief en je naaste als jezelf! Blijft daarentegen de liefde van de mens op materiele dingen en lichamelijke hartstochten gericht, dan komt hij na zijn dood in een soortgelijke omgeving terecht als zijn verkeerde liefde. Dat is de toestand die wij de hel noemen. Het zal heel lang duren om van daaruit terug te keren en de weg naar de hemel te vinden.

Hier op aarde leven wij in een situatie van goed én kwaad. Terwijl tot aan Jezus toe alle mensen faalden en niet in de hemel konden komen, heeft Jezus de hele levenssituatie op aarde veranderd en verbeterd. Dat wil niet zeggen, dat wij van het kwaad zijn bevrijd: integendeel, Lucifer vecht met alle middelen tegen de open staande hemel.

Jezus heeft vòòr zijn dood aan de discipelen een Trooster toegezegd die na zijn zichtbare afwezigheid hulp zal bieden. Deze Trooster kwam dan ook met Pinksteren in de vorm van de Heilige Geest. Hij doorstroomde de discipelen en vrienden van Jezus, en zij waren daardoor wedergeboren in de geest en zij konden de leer van Jezus, die de goddelijke leer is, aan de mensen in alle zuiverheid doorgeven. Sinds die tijd ontvangt ieder mens, die geboren wordt, een aandeel van deze verlossende Pinkstergeest. Dat geeft ons kracht en maakt ons klaar voor de strijd tegen alle negatieve verlangens en wensen. Het kwaad moet uitgedreven worden en dat gebeurt echt niet op vreedzame wijze. Het is vergelijkbaar met een nieuwe wijn, die gisten en bruisen moet voordat hij zuiver is (Jezus door Gottfried Mayerhofer). Maar hoe anders kunnen wij zelfstandige kinderen van de hemelse Vader worden, die de eeuwige heilige God is?

Eerst moet de mens begrijpen waarom hij op aarde leeft; dan moet hij het woord van God lezen en daarnaar handelen. Daardoor verlangt zijn ziel naar de geest die met vreugde bij alle beslissingen te hulp schiet. Voor de beslissingen zelf blijft het bij de vrije mogelijkheid van de mens de rechter of de linker weg te kiezen.

Zoals de discipelen innerlijk de kennis ontvingen om hun medemensen te leren, zo is dat ook nog in onze tijd. Jezus zei dat velen geroepen zijn, maar weinigen zijn uitverkoren. Deze uitverkorenen hebben door middel van hun geest in hun hart een vaste verbinding met de hemelse Vader. Hij geeft hen troost en rechtstreekse diepzinnige lessen om aan de medemensen door te geven. Dit zijn de nieuwe middelen om het gistproces te versnellen. Eerst moet de ‘wijn’ gerijpt zijn: dan kan Jezus weer naar de aarde terugkeren.

Erlösung durch Jesus bringt Pfingsten – G.K. Holderer

Erlösung durch Jesus bringt Pfingsten
– G.K. Holderer –

Die Erlösung von den Sünden, die Jesus für uns Menschen vollbracht hat, führt sicherlich für viele von uns zu Fragen. Diese wollen wir betrachten. Hier soll auch direkt darauf hingewiesen werden, dass ein Zusammenhang besteht zwischen der Erlösung und Pfingsten. Aber zuerst zur Erlösung.
Gott hat uns seine sieben Wesensarten oder Eigenschaften genannt und diese sind: Liebe – Weisheit – Wille = Ordnung = Ernst- Geduld – Barmherzigkeit.
Ordnung steht in der Mitte der Eigenschaften. Auf ihr ist alles, was durch Gott geschaffen wird, aufgebaut. Sie steht daher bewusst im Zentrum. Die drei Eigenschaften, die links von der Ordnung stehen, gehören den schöpferischen Tätigkeiten an, wobei die Liebe die Leitung hat. Die drei rechts von der Ordnung stehenden Eigenschaften bewaren die erschaffenen Lebewesen durch ihre aufbauenden Kräfte. Über den sieben Wesensarten wacht die Heiligkeit Gottes. Sie steht über allem.
Als die ersten Engel durch Gott und da unter der Initiative der Liebe erschaffen wurden, gab es noch keine Materie. Alles war Geist – oder deutlicher gesagt Geistkörper – genau wie Gott auch Geist ist. Satana, auch Luzifer genannt, war ein Großengel, der unter der Leitung Gottes ebenfalls Geschöpfe ins Leben rufen durfte. Aber hier nähern wir uns der ersten Ursünde, die durch Luzifer begangen wurde. Er trennte sich von Gott, um eine selbstständige Gottheit zu sein ohne dabei zu bedenken, dass alle Lebenskraft von Gott ausgeht. Ohne Seine Lebensenergie musste Luzifer auf Sicht gesehen sterben. Aber Gott hatte Erbarmen mit ihm und allen, die mit ihm abtrünnig wurden. Er schuf die Materie um allen die Gelegenheit zu geben in dieser Materie durch ein zeitlich begrenztes Probeleben ihre verkehrten Auffassungen zu erkennen, Liebe zu Gott zu finden und diese anzunehmen. Zu der von Gott geschaffenen Materie gehören alle Sonnen und Planeten. Wir, auf unserem kleinen Planeten Erde, haben einen besonderen Vorzug vor allen anderen Sonnen.
Nach einer langen Zeit des Aufbaus der materiellen Erde konnten schliesslich auf ihr Menschen ihr Leben beginnen. Ohne jetzt auf Tiere und ‘Vormenschen’ einzugehen, waren Adam und Eva diejenigen, die den Weg der Rückkehr der durch Luzifer Gefallenen in einem Leben auf Erden begonnen. Sie erhielten das Paradies als Lebensbasis. Dies bedeutet, dass sie eine besonders enge und starke innere Verbindung mit der Liebe Gottes hatten. Denn diese – die Liebe – hatte alles ‘ausserhalb’ Gottes befindliche Leben erschaffen und war daher auch verantwortlich für einen guten Ablauf. Kein durch Gott erschaffenes Leben durfte zu Tode kommen. Die Liebe setzte sich ab jetzt als Vater von den Menschen ein. Darum sind bzw. werden die Menschen Kinder der göttlichen Liebe, vom heiligen Gott!
Adam und Eva hatten eine Aufgabe erhalten, nämlich gehorsam zu sein entsprechend der göttlichen Ordnung. Erst nach ihrer Festigkeit in der Ordnung wollte und konnte Gott sie segnen auf dass sie dann auf ewig keine Sünde mehr begehen konnten. Aber Adam und Eva wurden vor der Zeit ungehorsam; sie konnten nicht gesegnet werden. Das war die zweite Ursünde. Die Folgen davon waren, dass alle Nachkommen diese Ungehorsamkeit erbten! Aus dieser Ungehorsamkeit entstanden alle Varianten der schlechten Eigenschaften wie Hochmut, Egoismus, Machtverlangen und vieles mehr. Wir sehen dies täglich in unserer Umgebung, was die offensichtlich ‘kleine’ Ungehorsamkeit für Folgen hatte.
Die Liebe in Gott war sich bewusst, dass diese Menschen so nicht in den Himmel des göttlichen Reiches zurückkehren konnten, weil sie noch immer unrein waren. Dazu kam, dass die Heiligkeit Gottes ihrer Liebe den Auftrag gab, entweder alles Leben zu retten – wir erinnern uns der vielen Milliarden die mit Luzifer zusammen abtrünnig wurden – oder alles zu vernichten und zurück zu kehren in den Schoß der Gottheit, so dass der Urzustand in der Gottheit zurückkäme.
Die Gottesliebe wusste die richtige Lösung: sie selbst musste auf die Erde um zu beweisen, dass ein sauberes Leben in der Materie stattfinden konnte. Und das tat dann auch die Liebe! Sie begonn im Menschen Jesus ihr Leben auf unserer Erde um als erste Luzifer zu beweisen dass er einen verlorenen Kampf gegen Gott stritt.
Körper und Seele von Jesus waren gleich wie bei allen Menschen, während in ihm der göttliche Geist lebte. Aber dieser war eingeschlossen, so dass der Mensch Jesus (der Menschensohn) genau wie wir hart kämpfen musste, um nicht den Verlangen von Körper und Seele zu unterliegen. Durch sich streng an die göttliche Ordnung und die Liebe zu halten, erreichte er im Alter von 30 Jahren die Wiedergeburt der Seele im Geist. Das bedeutete, dass seine Seele vollkomen eins war mit dem göttlichen Geist in ihm. Nun begonn Jesus die Menschen zu lehren, dass Gott nicht nur Schöpfer und Herr sondern in seiner Liebe und Barmherzigkeit auch Vater sei.
Aber damit war seine Aufgabe noch nicht zu Ende. Es war nicht genug, dass seine Seele sich für immer mit dem Gottesgeist verbündete, denn auch der Körper musste dem Geist untergeordnet sein. Solange ein Mensch auf Erden lebt, wird er durch die äusseren Einflüsse des Erdenlebens und der körperlichen Verlangen gestört und diese arbeiten gegen seine geistige Überzeugung. Jesus wusste, dass er nur durch eine komplette Demütigung seines Körpers hierüber Herr werden konnte.
Er nahm den qualvollen Tod am Kreuz auf sich um auch diesen Teil der Aufgabe in seiner Liebe zu Gott zu vollbringen. Im Garten Gethsemane, kurz vor seiner Gefangennahme, trennte sich der Gottesgeist vom Menschen Jesus, damit dieser allein den Tod am Kreuz und damit die Erlösung der Menschen vollbringen konnte. Die wiedergeborene Seele von Jesus wurde im Gebet gestärkt und nahm die Marter an. Direkt nach seinem Dahinscheiden kehrte der Gottesgeist in ihn zurück. Jesus hatte die Aufgabe der göttlichen Liebe und Weisheit vollbracht, Seele und Körper waren vergeistigt und so konnte er sich schon nach zwei Tagen als der Auferstandene in seinem Geistkörper sehen lassen. Die Heiligkeit Gottes war besänftigt und verband sich wieder mit ihrer Liebe und Weisheit, die diese Aufgabe im Menschen Jesus auf sich genommen hatten um zu beweisen, dass alles erschaffene Leben weiter fortbestehen wird.
Durch sein vollkommenes Lebens öffnete Jesus die Pforten des Himmels und baute die Brücke dorthin. Während die zu Beginn genannten Ursünden besiegt und vergeben wurden, leiden wir selbst noch immer an ihrem Erbe. Unsere täglich begangene Sünden werden wohl auch vergeben, aber wir müssen zuerst dafür sorgen, dass wir unsere Fehler einsehen und nicht wieder ausführen wollen. Dann ergreift die Barmherzigkeit des himmlichen Vaters unsere Sünden und wir sind davon befreit.
Um uns eine bessere Erkenntnis zu geben um den richtigen Weg zum Himmel einzuschlagen, hat Jesus uns die folgenden Worte gegeben, die wir anwenden sollen: “liebe Gott über alles und deinen Nächsten so wie dich selbst!” Bleibt aber die Liebe des Menschen auf materielle und körperliche Leidenschaften gerichtet, dann geht er nach seinem Tod in eine artgleiche Umgebung seiner verkehrten Liebe. Das ist der Zustand, den wir Hölle nennen. Um von dort zurück zu kehren und den Weg zum Himmel zu finden, wird sehr, sehr lange dauern.
Hier auf der Erde leben wir in einer Situation von gut und böse. Während in der Zeit bis Jesus alle Menschen fehlerhaft lebten und nicht in den Himmel aufgenommen werden konnten, hat Jesus den möglichen Lebenserfolg für den Menschen auf der Erde nicht nur verbessert sondern sogar vervollkommnet. Das sagt nun nicht, dass wir von allem Bösen befreit sind, im Gegenteil, Luzifer kämpft mit allen Mitteln gegen die offene Himmelstür.
Jesus hatte vor seinem Tod den Jüngern einen Tröster zugesagt, der nach seiner sichtbaren Abwesenheit Hilfe geben würde. Dieser Tröster kam dann auch an Pfingsten in Form des heiligen Geistes. Er durchströmte die Jünger und Freunde Jesu. Sie waren dadurch wiedergeboren im Geist und sie konnten die Lehre Jesu, welche die göttliche Lehre ist, in aller Reinheit weitergeben. Seit dieser Zeit empfängt jeder Neugeborene einen Anteil des erlösenden Pfingstgeistes. Das gibt uns Kraft und macht uns bereit für den Kampf mit allen negativen Verlangen und Wünschen. Das Böse muss rausgworfen werden und das geschieht keinesfalls auf friedliche Weise. Dies ist vergleichbar mit einem neuen Wein, der gären und brausen muss, bevor er sauber und rein ist. Aber wie sollten wir sonst selbstständige Kinder des himmlichen Vaters werden, der doch der ewige, heilige Gott ist!
Erst muss der Mensch begreifen, warum er auf der Erde lebt, dann wird er das Gotteswort lesen und danach handeln. Dardurch verlangt sein ich, die Seele, nach dem Geist, der mit Freude bei allen zukünftigen Entscheidungen mithelfen wird. Die Entscheidungen selbst bleiben im Ermessen der Freiheit des Einzelnen den rechten oder den linken Weg einzuschlagen.
So wie die Jünger innerlich die Kenntnisse empfingen um ihre Mitmenschen zu lehren, so ist das auch heute noch. Jesus sagte, dass viele berufen sind, aber nur wenige sind auserkoren. Diese Auserkorenen haben in ihrem Herzen eine feste Verbindung mittels ihres Geistes zum himmlichen Vater. Er gibt ihnen Trost und tiefe Lehren um sie an die Mitmenschen weiter zu geben. Dies sind die aktuellen Mittel um den Gärungsprozess zu beschleunigen. Zuerst muss der ‘Wein’ reif sein, dann erst kann Jesus sichtbar zur Erde zurückkommen.

De grondslag van het bestaande – Wim van der Wenden

De grondslag van het bestaande
– Wim van der Wenden –

Het inwendige van de materie bevat nog heel veel wat een scheikundige nooit zal ontdekken, maar de eigenlijke elementen waaruit een stof bestaat kan hij wel herkennen. De aard der elementen zal hij echter nooit ontdekken, omdat zij met het geestelijke zijn verbonden, en alleen door een zuivere geest geheel en al waargenomen kunnen worden. Alleen met de ogen van de geest kunnen wij Gods werken op de juiste wijze leren kennen. Want in de elementen ligt oneindig veel verborgen. De zuivere gedachten van God zijn de stof waaruit alles wat de oneindigheid bevat, is ontstaan. Oorspronkelijk ontstonden wij zelf enkel en alleen door de wil van de allerhoogste en almachtige geest van God. Daarna ontstonden echter al deze dingen en wezens door ons. Want wij waren en zijn namelijk de allerbeste vaten om deuit God komende gedachten en ideeën op te nemen. En van nu af aan zullen wij dat voor eeuwig in verhoogde en steeds meer vervolmaakte wijze ook blijven. Evolutie vereist zowel materie als bewustzijn. De materie is blind zonder het spiegelend vermogen van het bewustzijn. Maar bewustzijn is ook blind in zijn evolutionaire ontwikkeling zonder het aardend vermogen waarin de materie voorziet.

Het verdient daarom opmerkzaamheid om te zien wat leven is en wat leven inhoudt om een stap voorwaarts te doen in deze kennis. Het gaat om het ontdekken hoe dit leven zichtbaar of onzichtbaar alleen Gods eigen geestelijke “ik” voorstelt.  En hoe dit leven zowel met heel verschillende middelen als langs verscheidene wegen alles weer naar God terug moet voeren. Want het geestelijk leven is nu eenmaal de grondslag van alles wat bestaat, en het materiële leven is het zichtbare element daarvan. Wie die twee dingen verwisselt of het eerste zelfs ontkent, zal uiteindelijk toch ontdekken dat de zaak met die ontkenning niet is afgedaan. Want het geestelijk oog wordt daardoor geheel verblind en de ziel wordt doof voor alle stemmen van de haar omgevende natuur. Te veel mensen denken nog steeds: “Komt tijd, komt raad”. Dat geduld of deze luiheid mag voor wereldse zaken en de onderlinge menselijke verhoudingen wellicht van toepassing zijn. Maar deze berekenende overweging is hier niet op zijn plaats. Want verloren tijd geeft niets meer terug van deze gemiste kennis van geestelijke zaken en de nieuwe tijd brengt voortdurend iets nieuws wat niet overeenkomt met wat voorbij is. Benut de tijd daarom zo, dat je geen spijt of berouw zult hebben over de verspilde tijd als dat het resultaat zal zijn van jouw toekomstige inzicht. En laat God vooral niet voor dovemansoren spreken. Want met een geestelijk oog zouden we kunnen zien met wat voor ongekende gedachtesnelheid het ontwikkelingsproces van de mensheid plaatsvindt. Zonder geestelijk oog hebben we er echter geen idee van wat één seconde tijd tot stand brengt met betrekking tot dit snelle ontwikkelingsproces van loutering en verfijning. En we kijken voorts nog steeds niet op deze wijze naar de wereldpolitieke activiteiten op deze kleine aardbol. De gedachte is niet alleen het sturende idee, maar deze staat ook hoger dan al het materiële. Het geestelijke is immers de grondslag van al het bestaande. De mens draagt de hele schepping in zich. Als keerpunt tussen twee werelden, verbindt hij de materiële wereld met de geestelijke. Nergens ontbreekt het geestelijke principe, dat alles classificeert, ordent en zo in de richting van een hoopvolle ontwikkeling leidt.

Onze verwarring ontstaat door de tegenstrijdigheid tussen enerzijds in wezen altijd aanwezige essentiële verbinding met onze goddelijke bron en anderzijds onze overtuiging dat je niet in staat zou zijn om de goddelijkheid in onszelf en in de wereld te herkennen. Deze verwarring stimuleert ons om hiervoor een oplossing met onszelf en met de buitenwereld te vinden, hoewel we weten dat de resultaten van tegenstrijdige overtuigingen zich onmogelijk laten verenigen.

De negentiende eeuw was een tijdperk van explosieve groei van alle wetenschappelijke disciplines. Daardoor waande de wetenschap zich onoverwinnelijk. De ene uitvinding volgde op de andere, waardoor het verstand en daarmee het materialisme triomfen vierden. Het daaruit ontstane gebrek aan geestelijke belangstelling wordt in onze dagen steeds beter begrepen. Daarom mogen we er blij mee zijn dat de Heer ons via Gottfried Mayerhofer (1807-1877) op zeer indringende wijze de geestelijke dimensies van al het levende in steeds weer nieuwe aspecten heeft onthuld. In zijn boek “Levensgeheimen” wordt duidelijk hoe betrekkelijk het materiële is, waarin de mens zich, met minachting voor de goddelijke bedoeling, heeft ingegraven, of zelfs in geestelijke zin, heeft begraven. Onze lichamen zijn net als de aarde geoordeeld en zullen eens moeten sterven en vergaan. Als je daarentegen vlijtig je hart onderzoekt zul je daar zonder meer vinden wat je zoekt. Want in ieder mensenhart is het levende zaad gezaaid waaruit het eeuwige ochtendrood van het eeuwige leven zal opbloeien.

Het oneindige kan niet beperkt worden – Wim van der Wenden

Het oneindige kan niet beperkt worden
– Wim van der Wenden –

Onze gedachten en gevoelens bepalen ons geestelijk leven. Maar we kunnen niet denken aan datgene wat we niet weten. En we kunnen evenmin daarvoor genegenheid tonen. En dat is de reden waarom we niet kunnen denken over het Oneindige of ervan houden. Zo kunnen we met God als de Oneindige ook geen relatie hebben als die liefdevolle genegenheid ontbreekt. Hij is immers oneindig en omvat alles. Het hier geschetste probleem is kernachtig samengevat door niemand minder dan Emanuel Swedenborg, die hierover schreef: ’Zonder enige kennis en erkenning van [geestelijke] dingen is het een mens onmogelijk om spiritueel te denken. En als mensen daar geen gedachte over hebben, dan willen zij dat ook niet. Een mens kan niet denken over wat hij niet weet, en waarover hij niet denkt kan hij ook niets willen’. Maar omdat ons geestelijk leven afhankelijk is van de verbondenheid met God is het essentieel dat we überhaupt over hem denken. Er was immers door God aan de mens opdracht gegeven hem lief te hebben. Waar God het bovenstaande probleem van de mens heeft onderkend creëerde hij een zeer verbazingwekkende oplossing. Hij bekleedde zich met een lichaam van vlees en bloed en zo verscheen hij als een mens in de persoon van Jezus Christus in deze wereld om zich aan de mensheid bekend te maken. Jezus wordt daarom nog al eens het gelaat van God genoemd. Daarmee was de klacht van de mens dat hij God niet kon zien ondervangen. Maar er was nog veel meer wat verbazing wekte. Want hoewel God zich bekleedde met een fysiek lichaam beperkte hij daarmee niet zijn goddelijke natuur, die in hem was. Het oneindige kan immers niet beperkt worden. Jezus kon zo het kwaad en de valsheden van deze wereld in zichtbare en hoorbare menselijke termen aantonen, zonder dat hij iedereen met al hun gebreken daarbij in moest zetten. God heeft binnen de structuur van dat natuurlijke lichaam zichzelf toegestaan om alle twijfels en verleidingen te ervaren die elk ander mens moet verduren. Hij werd echter gedreven door een geweldige gepassioneerde ijver van zijn oneindige liefde. Daardoor overwon hij snel elke verzoeking. En geleidelijk aan kreeg hij grip op de besturing van het natuurlijke schip van het leven. Zo perfectioneerde hij dit, totdat het was gezuiverd en daardoor één werd met het goddelijke. Toen de ziel van Jezus zo tot rijpheid was gekomen verdween hij uit het natuurlijke gezicht van de mensen. Lijkt dit alles te fantastisch om waar te zijn? Jezus zei: ‘Je gelooft in God, gelooft ook in mij’. (Joh. 14: 1). Waarom? Omdat hij zelfs in zijn beperkte en eindige uiterlijk als mens op aarde het meest God nabij was om die perfectie van God te kunnen zien en te laten zien. Gezien de wonderbaarlijke aard van zelfs het gewone leven op onze aarde, is er geen goede reden om niet te geloven dat de Heer dit kon doen. Het is een kwestie van kiezen vanuit welke uitgangspunten we beginnen te redeneren om een basis aan ons geestelijk leven te geven. Daarbij staat de redelijkheid hoog genoteerd maar nochtans zal ieders persoonlijke verantwoordelijkheid de doorslag geven. Zowel het goede als het ware komen voort en gaan uit van het goddelijke, van waaruit alle dingen zijn. Er is niets noodzakelijker voor iemand dan te weten wat goed en wat waar is, en hoe die zich ten opzichte van elkaar verhouden en hoe het een is verbonden met het ander. We zouden van het goede en het ware een startpunt kunnen maken op onze zoektocht in deze wereld. De mensen zijn daartoe uitgerust met wil en verstand. Zij hebben de vermogens als liefde en wijsheid ontvangen, die het goede en het ware bevatten. Daarom worden we in de bijbel zo krachtig uitgenodigd en aangespoord om God te zien in zijn eigen zichtbare menselijke vorm. Jezus heeft deze goddelijke mens uitgedrukt in het werk en in de leer van een levend, ademend rolmodel van wat het in de meest perfecte zin betekent. En dat is om te willen wat goed is en te begrijpen wat waar is. Met andere woorden betekent dit: om echt lief te hebben en innerlijk wijs te zijn.

 

 

Volksgeneeskunde – tekst van een nog te houden lezing door Geurt Stoffels

Volksgeneeskunde – Geurt Stoffels

De volksgeneeskunde reikt terug tot in een ver verleden. De natuur heeft de eerste apotheek geopend. De primitieve mensen en dieren waren aangewezen op de beschermende werking van de aanwezige planten en kruiden om ziekten te voorkomen en gezond en sterk te blijven. Omdat mens en dier zich voortdurend verplaatsten, waren er overal filialen van de natuurlijke apotheek te vinden. Waar ter wereld de mens ook ziek werd, altijd vond hij in het veld de middelen om te genezen, de ingrediënten voor een geneeskrachtig kruidenaftreksel of voor een smeersel.

Onze vroegste voorouders hebben de eerste beginselen van de volksgeneeskunde ontdekt, toen zij zagen dat dieren geneeskrachtige planten gingen zoeken zodra ze last hadden van koortsen of wonden. Door nauwkeurig te observeren hoe de dieren zichzelf konden genezen, leerden de mensen hoe ze op een natuurlijke manier gezond konden blijven. Ik heb bewondering voor de dieren die instinctief en gevoelsmatig de natuurlijke wetten volgen om te kunnen genezen. Zij weten feilloos welke kruiden ze bij bepaalde kwalen nodig hebben om beter te worden.

De in het wild levende dieren zoeken allereerst de afzondering op waar ze zich volkomen kunnen ontspannen. Verder vertrouwen ze op de middelen van de natuur: de genezende kracht van planten en zuivere lucht. De beer graaft naar wortels van de varenplanten; een dier dat gebeten is door een gifslang, kauwt vol vertrouwen op slangewortel. Een dier dat koorts heeft, zoekt zo vlug mogelijk een koel, schaduwrijk plekje op bij het water. Daar blijft het rustig liggen, het eet niet en drinkt veel tot het beter is. Een dier dat door reumatiek wordt geplaagd, zoekt een plekje in de volle zon en blijft daar tot zijn kwaal door warmte is verdreven.

Laten we als voorbeeld een dier nemen dat weigert te eten als het ziek is. Door het voedsel te laten staan ontstaat er in zijn lichaam een biochemische toestand die meehelpt zijn herstel te bespoedigen. Als wij ziek zijn, eten we dikwijls alles op wat ons wat ons wordt voorgezet, uit vrees dat men anders zal denken dat wij het niet waarderen! De mens denkt gewoonlijk dat er iets verschrikkelijks zal gebeuren als hij een maaltijd overslaat. Hij vergeet dat het lichaam reserves vormt voor tijden van nood en, zo nodig, gedurende de gehele periode van een ziekte zonder voedsel kan. Als hij 25 jaar is, zijn het beendergestel, het spier- en zenuwstelsel, het hart en het bloedvatenstelsel, de ademhaling’s en de spijsverteringsorganen volledig ontwikkeld. Vanaf deze leeftijd heeft hij dagelijks alleen nog maar voedsel nodig om deze stelsels en organen in stand te houden.
Met 50 jaar is het nodig aan de vernieuwing van het lichaam te beginnen: we moeten dan niet eten omdat we trek hebben, maar voedsel kiezen dat doelmatig is voor de elementaire samenstelling van het lichaam. Wij handelen dus regelrecht in strijd met de biochemische wetten. Als wij de dieren zouden navolgen, zouden wij ook meer lopen (zie hiervoor ook de lezing “Wordt de consument patiënt?”).

In de zogenaamde ‘ontwikkelingslanden’ doen de mensen eenvoudig de dieren in de natuur na om gezond te blijven; niemand probeert daaraan naar willekeur iets te verbeteren. Zij beschikken nog, eenmaal volwassen, over alle instinctieve gewoonten uit hun jeugd. Toen de wereld nog jong en niet verontreinigd was, was de natuur de enige dokter die de mens kende. Haar planten, kruiden, wortels en bladeren waren zowel voedsel als medicijn. De mens werd wel gedwongen daarmee stapje voor stapje te experimenteren, er de goede eigenschappen van te leren kennen en die toe te passen.

Naarmate de eeuwen vergleden, kwamen er dokters om de mens te behandelen. Maar de dokters waarover verslag is gedaan, kenden geen ander medicijn dan die welke zij destilleerden uit natuurlijke bronnen! Er bestonden toen nog geen farmaceutische industrieën en geen chemici – slechts de chemische werking van de natuur om je aan over te geven!

De Codex Alimentarius, die op 22 december 2012 voor het eerst in Nederland werd ingevoerd, veroorzaakte grote onrust t.a.v. de beschikbaarheid van de geneeskrachtige kruiden; de Voedsel- en Warenautoriteit bestond toen nog niet. Met sommige kruiden moet je voorzichtig omgaan. Dat is bekend bij kruidendeskundigen, maar ik vraag mij als garagehouder af hoe scheef de vergelijking is in verhouding met de gebruikelijke chemische geneesmiddelen! Volgens de NPCF (Nederlandse Patiënten- en Consumenten Federatie) moeten al jaren lang 19.000 mensen per jaar naar het ziekenhuis – of ze zijn daar al – door bijwerkingen of door verkeerd gebruik van medicijnen (iatrogene ziekten).

‘Laat eten je medicijn zijn‘, sprak Hippocrates, de vader van de geneeskunst, al 2500 jaar geleden, om de gezondheidsbalans te herstellen. Aan hem die hem navolgden, liet hij een lijst na met 400 kruiden die men in de vierde eeuw voor Christus als medicijn gebruikte. Ik citeer een natuurarts: “In Nederland leer je als arts nauwelijks iets over andere geneeswijzen. Je krijgt vooral te horen hoe slecht en gevaarlijk de alternatieve geneeswijzen zijn, en dat er geen alternatief is voor de reguliere aanpak. Verder krijg je wat basisles over eiwitten, koolhydraten, vetten en energie. Je leert nauwelijks iets over mineralen en vitaminen. Over diëten en voedingsvoorschriften leer je helemaal niets, daarvoor moet je doorgestuurd worden naar een diëtist. En die heeft gestudeerd op voeding en dieet, maar niet op behandeling van ziekten. Gelukkig hebben we natuurartsen. Bij hen kan je wel terecht als je wilt weten welke voeding iets kan doen bij ziekte. Helaas zijn er niet zo veel meer van over. Ze zijn weggepest door de onwil en betutteling van zorgverzekeraars en door de laster van anti-kwakzalverfanaten. Jammer, want natuurlijke geneeskunde is een waardevolle aanvulling op de reguliere geneeskunde. Dat veel reguliere artsen kruidengeneeskunde (fytotherapie), de oudste geneeswijze ter wereld, inzetten voor eigen gebruik en niet beroepsmatig, zegt volgens mij genoeg over de controversiële benadering betreffende de natuurlijke geneesmiddelen uit de apotheek van GOD.

De strijd om de werkzame stoffen van planten te kunnen patenteren wordt steeds feller (zie de vorige lezingen van mij ). Als er door wetenschappers een doorbraak gevonden is met behulp van een natuurlijk middel, en dat is niet te patenteren, hoor je er meestal weinig meer van! (Dit valt volgens mij onder de noemer ‘publieke geheimen’).

Veel positief beoordeelde inzichten en remedies van vroeger worden nu veroordeeld, maar worden in de toekomst volledig gerehabiliteerd met de dan geldende inzichten. Kortom: De geschiedenis herhaalt zich steeds weer !

Soms zie je door de bomen het bos niet meer. Zo zie je dat bij veel onderzoeken een tegenonderzoek de resultaten van het vorige onderzoek onderuit haalt, al of niet vanwege de economische belangen van de chemische industrie, en soms ook vanwege de natuurlijke, niet integere fabrikanten van geneesmiddelen, c.q. aandeelhouders of beleggers.

Zo vond men chocola vroeger slecht. Nu is het zogenaamd gezonder dan een koekje bij de koffie (pure chocolade met minstens 70 % cacao). Dat geldt ook voor het dr. Frank eierendieet voor de lijn; dat is nu niet meer slecht vanwege de cholesterol! Ook is er discussie over de vraag of verbrande hamburgers al of niet kankerverwekkend zijn.

Het begrip productiviteit (met een minimum aan middelen een maximaal resultaat behalen) is volgens mij niet van toepassing op de farmaceutische industrie (zie mijn lezing “Wordt de consument patiënt”). Als iets eenvoudig is, wordt het gewantrouwd. Het moet uitgedacht zijn door specialisten. Als we het zelf kunnen bedenken, vinden we het al gauw onnozel. (Bijvoorbeeld een methode om te kunnen zien zonder bril) Toch vind ik persoonlijk dat elk mens zijn nut heeft in de grote keten van de maatschappij, zeker als die mens zichzelf hanteert en niet gehanteerd wordt! Dat geldt bijvoorbeeld voor de toepassing van probiotica na een antibiotica kuur. Kortgeleden was dat nog controversieel. Nu wordt het steeds meer geaccepteerd in het reguliere allopatische circuit. Zo hebben wetenschappers van de universiteit van Wageningen ontdekt dat bacteriën in probiotica en yoghurt e.d. ziekten tegenhouden door zich met grijparmpjes aan de darmwandslijmlaag vast te klemmen en zo de toegang van ziekteverwekkers te blokkeren. Door antibiotica kunnen deze bacteriën tijdelijk verdwijnen, met alle risico’s vandien, maar door probiotica kan dit snel weer op peil gebracht worden. Wij hebben met zijn allen de grote voordelen van antibiotica nog mogen meemaken, maar dat is niet blijvend.

In mijn lezing van enkele jaren terug heb ik hier meermalen voor gewaarschuwd, met name voor de koppelbestuiving bij kuikens met de nieuwste soorten antibiotica, en voor de ESBL bacterie – en wat is er nu veranderd? Weinig tot niets. Ik noem dat altijd zekerheid op de investering. Op 24 mei 2013 werd de uitkomst van een onderzoek naar de aanwezigheid van de ESBL-bacterie in vlees gepubliceerd. Het gaat om een onderzoek van vlees van supermarkten en slagers in opdracht van het ministerie van Economische zaken, uitgevoerd door de consumentenbond. In 40% van het kalfsvlees en in 13% van de biefstukken en in bijna alle kip was ESBL aanwezig !

In “Gezond Nu” stond een artikel van Prof. dr. Jan Kluytman, hoogleraar microbiologie aan het VU medisch centrum in Amsterdam. Hij werd bekend i.v.m . zijn onderzoeken naar MRSA in varkensvlees en ESBL-bacteriën in kippenvlees, bekend onder de noemer ziekenhuisbacteriën. Vroeger waren deze vrijwel altijd uit buitenlandse ziekenhuizen afkomstig; nu is dat maar ongeveer 5 %. Ze komen nu door de voordeur binnen. In Nederland zijn al 1,5 miljoen gezonde ESBL-dragers met honderden varianten van resistentiemechanismen, en dat arsenaal neemt veel sneller toe dan de ontwikkeling van nieuwe soorten antibiotica. Als je een paar weken of maanden stopt met voedsel waar de E-colibacteriën in zitten, verdwijnen ze uit de darmen. Bij ons is de situatie nog heilig . In ontwikkelingslanden zoals India zijn antibiotica zo’n beetje uitgespeeld. De kindersterfte neemt daar nu verder toe. Artsen in Griekenland geven daar nog een overdaad aan antibiotica bij een totaal gebrek aan hygiëne! Mevrouw Chan, directeur-generaal van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) zei in 2012: “Antibioticaresistentie betekent het einde van de moderne geneeskunde zoals wij die kennen.” Maar de wereld vergaat niet. Tot 1940 hebben we het zonder antibiotica ook behoorlijk goed gedaan. Daar moet ik even iets aan toevoegen en je zou er KIPPIG van worden in verband met het KIP ZONDER KOP BELEID dat volgens mij van de leg is waar het de natuurlijke, weerstand verhogende kruidenmiddelen en andere natuurlijke middelen betreft .

Als je met je boeren- of garagehouderverstand de oorzaak van de grote explosie van darmziekten wilt achterhalen, dan valt het op dat dit vroeger niet zulke proporties aannam als nu. Dan vraag ik mij als garagehouder af: wat en wanneer is er iets veranderd in de leefwijze van de mensen? Het viel mij op dat in het verleden veel minder medicamenten werden geslikt dan nu. Wat zijn de iatrogene effecten en interacties en bijwerkingen van al deze middelen op de darmwand, waar alles doorheen gaat voor het in de w.c. pot wordt gedeponeerd? Weinig farmaceuten houden zich hiermee bezig. Als leek denk ik – maar dan zal ik wel weer tegen heilige huisjes aan schoppen – dat de sterk geconcentreerde afwasmiddelen, die vroeger niet beschikbaar waren, wel eens een kwalijke rol hierin kunnen spelen. Kijk maar eens op de verpakking wat je moet doen bij inwendig gebruik. Slechts één waarschuwing van een onderzoeker kon ik vinden; afwasmiddelen behoren tot de schade veroorzakende stoffen van deze tijd; zij veranderen de oppervlaktespanning in de darm waardoor gemakkelijk opname kan plaatsvinden van niet-wenselijke verbindingen!

Persoonlijk gebruik ik – en dat hoort enigszins controversieel, denk ik – het liefst sterk geconcentreerd afwasmiddel. Dan wordt het lekker snel schoon, maar je moet wel goed afspoelen.

Gezondheid bereiken we volgens mijn inzichten als garagehouder niet door onderdrukking van symptomen of het negeren van signalen, zoals controlelampjes e.d. Het gaat er om dat het lichaam in staat wordt gesteld om de balans op een natuurlijke manier te herstellen. De voorwaarden voor het zelfherstellende vermogen zijn echter niet altijd aanwezig, maar alle kracht hiervoor zit toch in onszelf.

Ik zeg altijd: de geest staat boven de materie! Mijn vorige lezing over spontaan herstel en regressie heeft mij daar wel van overtuigd, na vele interviews met ervaringsdeskundigen over mentale en niet te vergeten geestelijke of gebedsgenezingen.

Één voorbeeld waaruit blijkt dat gedachten krachten zijn, wil ik hier toch even aanhalen. De huisarts die het boek schreef “Hoe overleef ik mijn huisarts”, kreeg recentelijk een vitale heer van ruim tachtig op het spreekuur met een indrukwekkende c.v. wat ziekenhuisopnames betreft. Desondanks is hij gelukkig en staat volop in het leven.
De huisarts vertelt hierover: “Ik vroeg hem of hij ook bang was toen hij in 1988 maagkanker had. Hij kijkt verbaasd. Bang? De chirurg had mij verteld dat ik na de operatie helemaal genezen was en dat het nooit weer terug zou komen, en daar heb ik op vertrouwd, vertelde hij. Toen hij weg was, pakte ik zijn dossier toch even uit de archiefkast, met het operatieverslag. Er staat heel duidelijk: ‘De operatie is alleen bedoeld om de klachten te verlichten, maar hij zal niet meer genezen.’ “

Dit doet mij denken aan iets wat ik ergens opgepikt heb, zullen we maar zeggen:   “Wanneer de geest de omgeving als veilig inschat, groeien de lichaamscellen. In stressvolle situaties nemen de lichaamscellen een afwerende houding aan. De energiebronnen worden aangewend voor de beschermende maatregelen in plaats van voor groeiprocessen.” Groeiprocessen stoppen wanneer het systeem gestresst is. Ons lichaam is opgewassen tegen korte perioden van stress. Aanhoudende stress kan dysfuncties en ziekten veroorzaken.

BRONVERMELDING:

“Leef lang en gezond”, dr. D. C. Jarvis
“Natuurgeneeswijzen”, Helmut Lóffler
“De genezende kracht van natuurlijke middelen”, Lelord Kordel
“Gezond Nu 9/2010”, dr. J. Bolhuis, natuurarts
Huisarts Metta Hofstra, Gezond Nu, 04/2013
NPCF (Ned. Patiënten Consumenten Federatie), 01-02-2011
“Gezond Nu”, 3/2013, Prof. Jan Kluytmans, microbioloog
NOS 24/ 05/ 2013.

Vraag naar het einde van de mensheid – Gottfried Mayerhofer

Vraag naar het einde van de mensheid

Door G. Mayerhofer in 1872

Eerste brief aan de Corinthiërs, hoofdstuk 15, verzen 22-28.

  1. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
  2. maar ieder in zijn eigen rangorde. Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst.
  3. Daarna het einde, wanneer Hij het rijk aan God, de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, elke macht en kracht vernietigd heeft. 25. Want Hij moet heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft.
  4. De laatste vijand die onttroond wordt, is de dood.
  5. Want Hij heeft alles onder zijn voeten gelegd. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die alles aan Hem onderworpen heeft.
  6. Wanneer alles aan Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf zich aan Hem onderwerpen, die alles aan Hem onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.

Mijn beste zoon (J.Busch), verschillende vragen en twijfels, die in jouw hart zijn opgekomen, zijn al door mij verklaard en toegelicht, en dat niet voor jou alleen, maar voor allen, omdat er velen zijn en in de toekomst nog zullen zijn, die mijn woorden bestuderen en erover piekeren om de ware en niet alleen de letterlijke zin te weten te komen. Je hebt net naar aanleiding van je eerdere twijfels een uitvoerig antwoord ontvangen (over de scheppingspiramide); nu brengt een door mij toegelaten toeval je weer sommige plekken van de Bijbel in herinnering, die je wilt laten toelichten, en je denkt met die opheldering jouw laatste vraag van dit leven beantwoord te krijgen.

Maar ik zeg je, dat hiermee niet alleen jouw eigen, maar de laatste vraag van de hele mensheid door dit antwoord zal worden toegelicht, want deze bovengenoemde verzen omvatten de cyclus van eeuwen, die is begonnen met mijn aankomst op jullie aarde, d.w.z. van de geboorte in Bethlehem, en duurt tot Mijn volgende en laatste Wederkomst, die op handen is.

Het eerstgenoemde vers zegt je al in weinig woorden het grote einddoel van Mijn toenmalige verschijning, waar gezegd wordt: “zoals allen in Adam sterven, zo zullen zij in Christus tot leven komen.” – Het sterven in Adam betekent alleen het lichamelijke of materiële vergaan, waarbij de ziel als het ware in het lichaam is overgegaan, doordat zij in plaats van het vergeestelijken van het lichaam, zich zelf belichaamd heeft. Dat is de toestand, waarin de mensheid (zoals nu ook weer) helemaal alleen in materiële behoeften en genot haar hoofddoel ziet en al het geestelijke verloochent en met voeten treedt.

Dat tijdstip, juist toen alle omstandigheden samenvielen, was ook gekozen om niet alleen mijn komst mogelijk te maken maar ook een groter, blijvend succes te verzekeren. Daarom zegt dit vers: zoals alles moet vergaan, zo moet ook alles geestelijk eeuwig leven, wanneer het door mijn leer wordt wedergeboren.

Wat dat vers in die tijden zei en betekende, toen Paulus aan de eerste Christenen schreef, dat geldt ook vandaag nog, en wel in die zin dat bij elk mens de oude Adam – of zijn vleselijk-zinnelijke begeerten – evenals het materiële lichaam moet vergaan om een geestelijke stap voorwaarts mogelijk te maken en een nieuwe geestelijke Adam te kunnen aantrekken. Eens zei ik zelf: Je kunt niet twee heren dienen! En zo is het ook onmogelijk om in mijn rijk een wedergeborene te worden voordat je de wereld en haar macht van je hebt verwijderd. Om dit te bereiken en gemakkelijker te maken, was de zin van mijn aanwezigheid op jullie aarde.

Het volgende vers zegt: “maar iedereen volgens zijn eigen orde”. Dat betekent dat ik als een voorbeeld jullie de weg moest wijzen die jullie moeten betreden als jullie mijn kinderen willen zijn en deel willen hebben aan mijn rijk.

Hetzelfde wordt ook uitgelegd in de voortzetting van dit vers met de woorden: “De eerste is Christus, daarna degenen die aan Christus toebehoren, wanneer Hij komen zal.” Ik ben jullie daadwerkelijk voorgegaan met mijn voorbeeld. Ik liet de hele mensheid de zelfverloochening en de opoffering zien, die vereist zijn om Mij waardig te worden en zo met de grote scheppingsgedachte overeen te stemmen, zoals Mozes dit aangeeft: “En God schiep de mens volgens zijn eigen beeld!”, wat niet alleen ten aanzien van de vorm zo moet zijn, maar ook in overeenstemming moet zijn met zijn geestelijke inhoud, want ik ben een geest, en ik en mijn doel zijn de hoogste volkomenheid.

Daarom moest ik op jullie aarde neerdalen, om die lichamelijk gevormde Adam in een geestelijke te veranderen, opdat hij ooit in mijn geestenrijk zal passen. Verder staat boven: “daarna het einde, wanneer Hij het rijk aan God, de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, elke macht en kracht, zal hebben vernietigd.” Dat wil zeggen: omdat ik als wijsheid (leraar) naar jullie aarde kwam, om daar het werk van de liefde (de schepping van vrije mensenwezens) regelmaat en duurzaamheid te verlenen, daarom moest dit werk – door Mij als God begonnen en als mens volbracht – zijn voortdurende uitstraling onder de mensen hebben, het moest een einddoel nastreven, dat niets anders is, noch zal zijn, dan alle mensen naar Mij terug te leiden, naar die hand vanwaar zij materieel kwamen en waarnaar zij geestelijk of vergeestelijkt moeten terugkeren. Vanwege de wilsvrijheid echter, die ik in de menselijke ziel heb ingeplant, moet deze terugkeer naar Mij natuurlijk tot onbepaalde tijd worden verlengd, omdat de mensen deze terugweg vrijwillig en niet gedwongen moeten afleggen.

Zo vlogen honderden jaren met hun verschillende toelatingen voorbij, om de mensen door vermaningen en beproevingen van allerlei soort waardig te maken voor hun einddoel.

De mens moet – voor mijn volgende wederkomst – een deugdzaam mens zijn geworden, moet zijn rechter in de eigen borst dragen en zich in zijn handelingen niet laten leiden door uiterlijke rechtspraak, overheden en machthebbers. Hij moet geestelijk heer zijn over zijn hartstochten en hij moet het zo ver gebracht hebben dat hij alleen Mijn twee liefdeswetten kent en volgt, omdat hij mij wil behagen en zich mijn kindschap wil verwerven.

Dat is het einde, wanneer ik als wijsheid (zoon) aan de liefde (de Vader) haar – uit liefde geschapen – wezens weer teruggeven heb en wel op dezelfde manier waarop de liefde hen schiep en slechts zoals de liefde hen als haar kinderen, als haar waardige schepsels, kan accepteren. Heerschappij, gericht en geweld heb ik op aarde achtergelaten, zoals ik eens aan de Joden liet zeggen toen zij koningen wilden hebben: “Jullie zullen ze hebben, maar bij wijze van straf”.(1.Samuel 8). Deze machthebbers waren allemaal gesels, die de volken door misbreuk van hun macht net niet helemaal in de modder van het aardse leven lieten wegzakken – zij waren het en zijn het nog, die de gemoederen naar mij toe leiden en juist daardoor het tegenovergestelde bewerkstelligen van wat zij eigenlijk willen bereiken.

Kijk toch eens naar al deze regeringsvormen waardoor de volken nu geregeerd worden: niet één is door een vrijzinnige, edele heerser zelf gegeven, zij werden hen opgedrongen door de volken, zelfs wanneer de heersers hun macht misbruikten. En zo zal het voortduren totdat geen autoriteit meer bestaat dan alleen de macht van het geweten in ieder individu. Daarom staat boven: “Christus zal alle heerschappij, overheid en autoriteit opheffen {onttronen}”, wat zo veel wil zeggen als: de door mij gegeven leer van de liefde zal in de toekomst alle autoritaire maatregelen overbodig en nutteloos maken. Het klassenverschil zal dan plaats moeten maken voor de broeder- en zusterliefde. Dat is het laatste stadium van zedelijke waardigheid en van geestelijke verhevenheid die de mensen moeten hebben bereikt, voordat Ik als persoon jullie aarde opnieuw kan betreden. Want het was anders bij mijn optreden onder de Joden: destijds kwam ik als een zaaier, als Heiland en als een herder en was op zoek naar de verloren schapen; maar nu, nu mijn leer bekend is, waar het geen geheim meer is te weten welke weg naar mij leidt, nu kom ik wederom om te oogsten, nu wil ik gezonde zielen en trouwe volgzame schapen vinden, maar deze kunnen niet door dwang en door geweld worden opgevoed, maar zij moeten zich vrij maken van alles wat werelds is en hun vooruitgang in de weg staat.

In een wereld vol materiële en zelfzuchtige mensen kan ik niet komen, zij moeten eerst geestelijk zuivere zielen, mij toegedane wezens zijn, die mij ook weten te eren, lief te hebben en te begrijpen. Maar omdat de meeste heersers en machthebbers niet nalaten om hun eigen eerzucht na te jagen, steeds naar meer macht en grotere autoriteit streven, zo versnellen zij juist daardoor deze grote verandering, waardoor heerschappij, overheid en autoriteit zullen ophouden te bestaan! Neem als voorbeeld jullie recente gebeurtenissen, dan zul je gemakkelijk inzien hoe de twee heerschappijen, namelijk de geestelijke en de wereldse, hun verval tegemoet gaan, juist door het misbruik ervan. Zij bevorderen op die manier slechts mijn werk dat zij als een bijzaak beschouwen, omdat ze Mijzelf en Mijn leer voor hun doelen willen gebruiken. Zo moet steeds het kwade alleen maar goeds teweeg brengen en zo is ook de triomf van Mijn woorden mogelijk, wanneer de satan zelf deze macht moet erkennen, doordat ook hem de nietigheid van zijn bemoeinissen tegen Mij duidelijk voor ogen staat, omdat ook hij moet inzien dat alles wat hij doet en verzint, niet hem maar Mij tot voordeel strekt. Juist op die weg is zijn terugkeer mogelijk, wanneer hij het ijdele van zijn streven voor ogen heeft.

Zo is ook het volgende vers bedoeld, waar gezegd wordt: “Hij (Christus) moet heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd!” Deze heerschappij van de geestelijke liefdewet, die ik de mensen gegeven heb, zal de gemoederen zo lang bezig houden en de geesten zo lang onrustig maken, totdat Mijn twee wetten alleen heersen, en ook door allen vrijwillig worden nageleefd! Nergens zal de menselijke ziel rust vinden dan alleen in het naleven van Mijn wetten van de liefde, en vervolgens in de werking van Mijn liefdesmacht, tot alles aan mijn voeten ligt.

Om dat te versnellen en te bevorderen, zullen juist, zoals Johannes in de openbaring zegt, alle zeven schalen der gramschap uitgegoten worden om het goede van het slechte te scheiden, de tarwe van het kaf.

Kijk, in jullie menselijke organisme staat de galblaas voor de schaal van de gramschap, doordat ook zij aan ieder deel van de ingenomen spijs iets van zichzelf toevoegt, zodra de spijs door de twaalfvingerige darm (een soort tweede maag) gaat. Dat is dan de prikkel voor de scheiding van de spijzen in de maag, en op die manier draagt het, tijdens het passeren door de darmen, bij aan het opnemen van het bruikbare en het afscheiden van het onbruikbare. Op dezelfde wijze zijn het de ongelukken, de kwellingen en het lijden, die als gal de spijzen – dat betekent mijn aardse kinderen – ook zo ontbinden en zuiveren, opdat zij hen voor mijn grote geestelijke rijk bruikbaar maken, tot uiteindelijk het onbruikbare afgescheiden wordt, om dan net als in het materiële leven, niet zonder verdere levensverrichtingen, maar dan alleen via tijdrovende omwegen, het primitieve reinigingsproces te herhalen.

Dat is geestelijk gesproken de zin van vers 25, opdat jullie ook vers 26 kunnen begrijpen, waarin staat: “De laatste vijand, die wegvalt, is de dood”. Wanneer de mensen zo vergeestelijkt zijn, moreel zo zuiver zijn, dat zij zelfs hun materieel omhulsel hebben vergeestelijkt, dan spreekt het vanzelf dat dan de grote stofwisseling (de dood), niet alleen niet meer nodig is, maar ook niet meer mogelijk is, want een lichaam, dat niets bevat dat vergaan kan, kan niet langer aan deze wetten zijn onderworpen, maar alleen aan die van de langzame transformatie. Het grove materiële heeft dan door de zuiverheid van de ziel opgehouden haar omhulsel te zijn; de ziel is etherischer geworden en haar omhulsel komt met haar toestand overeen.

Zo zal dus ook de dood bij de levenden verdwijnen. Zelfs bij de dieren zal deze veredeling merkbaar zijn, omdat ook zij bij de verandering van de menselijke natuur betrokken zijn. Zelfs zij zullen overeenkomstig hun natuur fijnere dierenlichamen hebben, die het vergaan en afsterven bekorten en de overgang van de ene fase naar de andere gemakkelijker maken. Deze toestand van de laatste materiële en de eerste geestelijke fase zal zelfs zijn weerslag hebben op de aarde, zowel op haar uiterlijke als haar innerlijke gesteldheid.

Waar eenmaal het leven uit de liefde in de praktijk wordt gebracht, daar zal ook deze stugge aarde, die jullie nu “met het zweet op het aangezicht” moeten bewerken, veranderen in een paradijs, zoals zij ooit in de begintijd van Adam was. Destijds was zij als een jonkvrouw in haar bruidsversiering. Dan zal ook zij haar veranderingsproces gemakkelijk kunnen volbrengen, want ook zij bestaat dan uit lichtere stoffen dan nu, omdat de grovere stoffen zich steeds tegen hun verandering verzetten – zoals ook bij de meeste mensen het geval is.

In de verzen 27 en 28 wordt volmaakt en met hemelse uitstraling gezegd wat er gebeurt als deze toestand op de aarde is begonnen: “want hij heeft Hem alles onder zijn voeten gelegd”, namelijk dat de dood heeft opgehouden te bestaan en alleen leven, het leven van de vergeestelijkte ziel, nog bestaat en de wezens op aarde vervult. Maar wanneer Christus, of de goddelijke wijsheid, zegt dat Hem alles onderdanig is, dan is het duidelijk dat diegene uitgezonderd is, die alles aan Hem heeft onderworpen, d.w.z. dat de wijsheid de grenzen heeft bepaalt in hoe verre de liefde met succes kan werken. Het spreekt vanzelf dat al het geschapene aan de grote liefde in God, de vader, onderworpen moet zijn, en slechts deze liefde van God kan aan niemand onderdanig zijn, omdat zij het grondprincipe is van het behoud, het worden en het bestaan van alles. Op die manier kan zij alleen de begeleider van de wijsheid worden en een aanvulling daarop, maar nooit zelf beheerst worden, noch over de wijsheid heersen, maar in harmonie met haar verbonden datgene bewerkstelligen wat zij eigenlijk wil, zal en moet doen. Toen Christus als de wijsheid zei: “Ik heb aan U – de liefde – alles onderworpen”, betekende dat, dat het vergeestelijkte als een liefdewerk de goddelijke liefde kan begrijpen en zich met haar kan verenigen.

Het dichter bij elkaar komen op broederlijke en zusterlijke wijze van de geschapen wezens met de oerbron van alles wat bestaat is wel mogelijk, maar een samensmelten met de Hoogste is ondenkbaar. Alles volgt de liefde. De liefde die gepaard gaat met wijsheid blijft het hoogste maar nooit te bereiken punt, als de grote scheppingsgeest, op eenzame hoogte staan, omdat haar macht en haar karakter zodanig is dat geen geschapen wezen dit kan evenaren.

Daardoor is nu pas vers 28 begrijpelijk, waar staat: “Als echter alles aan Hem zal zijn onderworpen, dan zal ook de zoon zelf onderdanig zijn aan Hem, die alles aan Hem heeft onderworpen, opdat God zij alles in allen”. Dit vers geeft aan, wat ik als Jezus al eens volbracht heb door mijn opstanding en hemelvaart. Toen, nadat ik mijn missie op aarde als kind van de aarde en mens had volbracht, speelde zich in mij af, wat eens met de gehele mensheid zal gebeuren.

Ik overwon de dood, gooide het aardse weg en bekleed met een vergeestelijkt lichaam werkte ik nog de laatste 40 dagen op aarde, zo lang mijn discipelen en aanhangers bemoediging nodig hadden. Zoals eens op aarde de mensen tijdens hun geestelijke ontwikkeling, waarbij ze stap voor stap steeds verder gaan, het aardse zullen afleggen en het geestelijke in zich op zullen nemen.

Nadat op die wijze de laatste daad van mijn verblijf op aarde was verricht en de belangrijke pilaren voor de bouw van het eeuwige liefdesgebouw waren verankerd, keerde ik naar mijn Vader – naar de liefde terug. De wijsheid verenigde zich weer volledig met de liefde, zoals eens de vergeestelijkte mensheid zich zal verenigen met de grote scheppingsliefde, voor zover het eindige wezen zich met het oneindige kan verenigen. Wanneer de mensheid dit opstandingfeest heeft volbracht, zal ook voor haar de hemelvaart dichterbij komen, wanneer zij samen met de aarde en het hele zonnestelsel rijp zal zijn voor een geestelijke en hogere vorming, en zich dan op een ander niveau in mijn rijk en in mijn geestelijke hemel zal bevinden.

Deze laatste scene zul je niet meer in je aardse lichaam meemaken, dat spreekt vanzelf, maar je kunt in elk geval nog een tijdje als opmerkzame waarnemer volgen hoe dit zuiveringsproces verloopt en hoe het een zich uit het andere ontwikkelt en hoe alle tegenwerking juist aan de bevordering van Mijn geestelijk liefdeswerk moet bijdragen. Zo zullen Mijn wil en Mijn idee, ondanks de vrije wil van de mens, uiteindelijk als het hoogste ideaal bestaan op basis waarvan Ik de mens geschapen heb, dat wil zeggen als het evenbeeld van Mijn eigen wezen in vorm en geest.     ==================================================

 

 

 

Drie zwakke pijlers van het atheïsme

DRIE ZWAKKE PIJLERS VAN HET ATHEÏSME
– Hendrik Klaassens –

Creación_de_Adán_(Miguel_Ángel)

DE EVOLUTIELEER
Darwin is de God waarin de biologen lange tijd hebben geloofd. Wat hij had geschreven over de ontwikkeling van de soorten werd in hun kringen beschouwd als vaststaand en absoluut waar. Sprak je hem toch tegen, dan stond je bloot aan ridiculisering en uitsluiting uit de kringen van wetenschappers. Erger nog: je werd dan al snel gerekend tot het kamp van de creationisten. Dat zijn de mensen die geloven dat de wereld door goddelijk ingrijpen is ontstaan. En met dergelijke Neanderthalers willen lieden die zich als ‘echte wetenschappers’ beschouwen natuurlijk niets te maken hebben.

Volgens Darwin zou de evolutie zijn verlopen via allerlei tussenvormen. In de korte periode die verstreek tussen het voorkomen van twee verschillende soorten zou de natuur alvast een aanloopje hebben genomen naar de volgende étappe door een beter aangepast exemplaar te ontwikkelen, dat al snel weer uitsterft als de nieuwe soort zijn definitieve vorm heeft gevonden.
Pijnlijk voor de adepten van deze theorie is dat men vrijwel nooit een dergelijke tussenvorm heeft kunnen vinden. Daarom hebben veel paleontologen en andere wetenschappers het klassieke model voor de ontwikkeling van de soorten losgelaten. De decennialange speurtocht naar deze rare snuiters in de natuur heeft immers niets opgeleverd.

Zo toont de geoloog professor Salomon Kroonenberg in zijn boek “De menselijke maat – de aarde over tienduizend jaar” glashelder aan dat het hele idee van de klassieke evolutie een mythe, een idée fixe is. Volgens hem is er zelden sprake van een geleidelijke ontwikkeling. De natuur gaat veel abrupter te werk: “Nieuwe soorten verschijnen nog steeds plotseling, blijven een tijdje bestaan, om dan weer even plotseling te verdwijnen.” Wat je volgens hem in de praktijk ziet, is dat er in de natuur sprake is van ‘punctuated equilibrium’. Daarmee bedoelt hij dat evolutie zich afspeelt in korte perioden, die worden afgewisseld door lange perioden waarin de soorten niet of nauwelijks veranderen.

Voor het atheïsme, dat uitgaat van de gedachte dat er alleen een materiële wereld bestaat, is dat op zijn zachtst gezegd een heel ongemakkelijke constatering. Als je  namelijk gelooft dat er alleen een fysieke wereld is, kun je je nog met een beetje goede wil voorstellen dat dier- en plantensoorten zich geleidelijk aanpassen aan klimaatveranderingen e.d. Dat zou een soort sluimerend, onbewust proces kunnen zijn. Veel moeilijker wordt het om het atheïstische wereldbeeld staande te houden als je moet erkennen dat nieuwe soorten plotseling – zonder kleine, tussentijdse stapjes – ontstaan. Zulke rigoureuze veranderingen roepen immers de gedachte op dat er sprake is van ingrijpen van buitenaf, vanuit een geestelijke wereld waaraan de materiële wereld ondergeschikt is – nog los van de vraag hoe dat geestelijke niveau eruit ziet.

Van geloofsijver kan Salomon Kroonenberg trouwens niet worden beticht: hij is naar eigen zeggen een overtuigd atheïst. Datzelfde geldt ook voor het merendeel van zijn collega’s. Vreemd genoeg is deze evolutieleer nog steeds één van de belangrijkste pijlers van het atheïsme. Het behoeft nauwelijks betoog dat deze theorie, waarvan de onhoudbaarheid ook om andere redenen is aangetoond, op afstand de zwakste schakel is van het atheïstische gedachtegoed. Er zijn echter wel meer atheïstische aannames die op zijn zachtst gezegd nogal aanvechtbaar zijn.

HET ONTSTAAN VAN DE GODEN
Zo worden goden in atheïstische kringen beschouwd als de denkbeeldige machten die de primitieve mens zichzelf schiep om de wereld en alles wat hij niet begreep te kunnen verklaren. Met andere woorden: hij had goden nodig om de lacunes in zijn kennis op te vullen. Op die manier werd een grillige, onvoorspelbare wereld voor hem begrijpelijk en hanteerbaar. Gaandeweg schiep hij vanuit die behoefte allerlei goden die de zon, de maan, de bliksem, de seizoenen en het hemelgewelf beheersten. Zulke machtige personen kon je beter maar te vriend houden. Vandaar dat er religies ontstonden waarin men deze goden vereerde. Je wist immers maar nooit. Om zich van hun hulp te verzekeren droeg de primitieve mens amuletten, bracht hij rookoffers, murmelde gebeden tegen een heel cohort goden – bang dat hij er eentje zou vergeten – en bouwde tempels voor deze grillige machten uit de bovenwereld.

In onze tijd, zo luidt deze gedachtegang, hebben we de natuur en zijn krachten veel beter in kaart gebracht. Wat de primitieve mens niet begreep en angst inboezemde, is door verbeterde waarneeminstrumenten en natuurkundige formules inzichtelijk geworden. Langzaam maar zeker worden de goden daardoor teruggedrongen tot dàt gedeelte van de werkelijkheid dat we nog niet hebben doorgrond. En uiteindelijk, als we met onze instrumenten nog veel dieper in de werkelijkheid zijn doorgedrongen, zullen ze ook hun laatste bastions moeten prijsgeven. De goden kunnen dan in het pantheon van de geschiedenis worden bijgezet.

Bij deze opvatting kunnen nogal wat kanttekeningen worden geplaatst. Zo worden de goden meestal voorgesteld als manifestaties of personifiëringen van natuurkrachten. In veel gevallen klopt dat echter niet. Voor antieke religies en religies van natuurvolken gaat dat nog wel op, maar voor monotheïstische religies als het jodendom, het christendom en de islam – samen aangehangen door ca. 3,6 miljard mensen – is dat godsbeeld veel te beperkt. Deze religies zijn immers gebaseerd op openbaringen van een God die zich buiten tijd en ruimte bevindt, maar wel in de fysieke wereld kan ingrijpen. De koppeling tussen het goddelijke en de natuurverschijnselen is er dan niet meer, of ze is veel losser geworden.

RELIGIE EN WETENSCHAP SLUITEN ELKAAR NIET UIT
Er is een ander, nog fundamenteler bezwaar dat tegen deze opvatting kan worden ingebracht. Wie God als een soort stoplap voor de leemtes in onze kennis beschouwt, ziet helemaal over het hoofd dat er twee soorten beweringen en verklaringen van de werkelijkheid bestaan: fysische en metafysische. Daarbij zijn fysische beweringen uitspraken die empirisch toetsbaar zijn, bijvoorbeeld dat de omloopbanen van planeten ellipsvormig zijn, terwijl metafysische verklaringen niet empirisch kunnen worden getoetst, zoals de bewering dat God de wereld schiep. Omdat het hier om uitspraken gaat van een heel andere orde, kunnen ze elkaar ook niet uitsluiten. Zo kun je het ontstaan van de wereld gerust beschrijven volgens de Big Bang theorie en tegelijkertijd geloven dat God de wereld op die manier heeft laten ontstaan.

Het idee dat God op den duur door onze voortschrijdende kennis overbodig zal worden, is dan ook het gevolg van een denkfout. Bovendien zullen vragen over ziekte, hiernamaals en zingeving nooit beantwoord kunnen worden door de natuurwetenschappen.  Natuurkundigen beschrijven de werkelijkheid immers alleen maar; zij geven geen antwoord op de existentiële vragen die mensen zich altijd hebben gesteld. Om die reden denk ik dat de mens altijd religie nodig zal hebben, nog afgezien van de vraag hoe die uiteindelijke werkelijkheid, waarnaar godsdiensten verwijzen, eruit ziet.