Alle berichten van Hendrik

De innerlijke stem – G. Mayerhofer

De innerlijke stem
Uit: “Lebensgarten” van Gottfried Mayerhofer, 3.11.1870.

Jezus zegt tegen G. Mayerhofer:

Je wordt vaak bestormd met vragen en iedereen wil via jou verklaringen, troostwoorden, getallen en nog veel meer van Mij ontvangen. Niemand wil echter naar de stem in zijn eigen hart luisteren die dezelfde is als de stem die hier schrijft.

Het is bij jullie zoals in het menselijk leven: wat jullie thuis hebben, eten of drinken, smaakt niet zo lekker als wat jullie in vreemde huizen of van vreemde mensen ontvangen.

Zo lijkt dat ook het geval te zijn met allen die vragen stellen. Wanneer je hen in goed geordende bewoordingen Mijn wil en Mijn woorden bekend maakt, dan maken ze op iedereen een veel machtiger indruk dan wanneer ze dezelfde stem in hun eigen hart zouden hebben gehoord. Door jou geloven zij dat ze Mij direct horen. Maar waarom, Mijn geliefde kinderen, vertrouwen jullie zo weinig deze stem, die zich toch ook in jullie hart kenbaar maakt? Kijk, mijn schrijver kan niet – en Ik wil niet – antwoord geven op elke kleinigheid. Ik wil niet dat jullie je steeds op Mijn leiding verlaten; jullie moeten leren op eigen benen te staan. In twijfelachtige situaties kunnen jullie naar jezelf luisteren, en evenals in het uiterlijke leven moeten jullie ook in je innerlijk leren vechten tegen invloeden die andere dingen in jullie oor fluisteren die niet uit een zuivere bron afkomstig zijn. Want jullie moeten beseffen dat jullie aan veel geestelijke invloeden worden blootgesteld, en jullie moeten in het innerlijk een fijner zintuig ontwikkelen om ook daar het juiste van het onjuiste, het ware van het valse te leren onderscheiden. 

Het in het oog houden van zichzelf en zijn innerlijke gevoelens sterkt de ziel bijzonder goed; het maakt haar zelfstandig en geeft haar een krachtig bewustzijn, dat alleen degene kent die zijn strijd ten einde toe gevochten heeft en ook goed in staat is de influisterende stemmen te onderscheiden. 

Dat is de oorzaak waarom jullie steeds vragen en altijd alles van Mij willen weten, omdat jullie jezelf niet vertrouwen en – bij wijze van spreken – in het eigen innerlijk niet thuis zijn.  

Ik leid wel al deze vragen en twijfels zo, dat zij allen aan het licht moeten komen. Ik, Vader van het licht, wil geen schaduw in de woningen die Mij eens zullen huisvesten. Zo heb je voor jouw vraagsteller en ook voor de anderen een nieuwe verduidelijking van iets wat zij al lang voelden, maar voor niet zo belangrijk hielden als het in werkelijkheid is. Zij kunnen nog geen begrip hebben van een dergelijke mate van onafhankelijkheid, juist omdat zij deze nog niet hebben bereikt en daarom nog niet haar macht konden voelen. 

=========================

 

Kerstfeest – Theo Midden

KERSTFEEST
Ontvangt de blijde boodschap van de Engel Gabriël.

De geboorte van de Verlosser op deze aarde
jouw wedergeboorte in een nieuwe wereld
een gunst geschonken aan Maria:
de Messias en jou samen te brengen
jij opnieuw geschapen en worden als Hij.

Gods besluiten: zijn Heilige wil
nieuw beginnen met het Licht en zijn Woord
Immanuël verlost jou uit de greep van de sterken.
Zijn uitnodiging: jou opnemen in zijn Zoon
een wereld samen met de Schepper God
je naasten en de armen in “Bethlehem”.

Versta de tekenen over de komst van de Verlosser( Micha5); de ster die stil blijft staan nabij Bethlehem!
Een woestijnachtige omgeving, géén herberg, niets!
Slechts een grot in een rotsachtig gebergte,
een noodstal voor herders met stro en hooi.
In` deze` nieuwe wereld wil Jezus worden geboren.

Jij viert het geboortefeest van de Messias;
vier ook jouw herboren zijn in Christus
bij de kribbe, met de engelen,  de herders en de
sterrenkundigen, en ontvang met hen de zegenrijke
geschenken: Uw Wil, Uw Woord, Uw Liefde;
zing met hen van harte ‘gloria in excelcis Deo’

DRIE STERRENKUNDIGEN

Een bijzondere ster te volgen met een hemels Licht en geroepen door een bijzonder teken van de Heer! Deze ster zal blijven stilstaan op een plaats waar zij de Scepter van het nieuwe Israëlisch volk, de Koning der Koningen zullen vinden!
(Zie Numeri: 24,17 of Micha 5. )

Zij stellen zich voor als Casper, Melchior en Balthazar.  Een Romeinse hoofdman Cornelius die in verband met de volkstelling bij de grot komt en door het Licht van het Kindje zo geraak is, dat hij besluit de familie te beschermen en voor de veiligheid de drie sterrenkundigen te verhoren. Zij vertellen hem over de Ster die door hun God is voorspeld en dat zij op de plaats waar de ster stil blijft staan hun Verlosser en de Koning der Koningen zullen vinden. Door hun God daartoe aangezet wensen zij het Kindje hun hulde te betuigen met hun ´zegenrijke geschenken´.

Wie zijn deze bijzondere mensen en waartoe zijn zij geroepen? Binnen gekomen vallen zij in aanbidding neer, wel een uur lang! Zij richten zich langzaam op, knielend richten zij hun gezichten, nat van tranen, omhoog en hun blikken op de Heer slaand, op de eeuwige Schepper.

Nu wordt duidelijk wat ze zeggen tegen het Kindje, hun Heer. Belangrijk is, wie zij eigenlijk vertegenwoordigen en hun levenswijze. Bijzonder is ook dat zij vertegenwoordigd worden door een Geest!

CASPER wordt door ADAM’s Geest geleid. Casper spreekt: `God zij geëerd, aan Hem zij lof gebracht; Hij zij geprezen, Hosannah, Hosannah voor God, de Drie-enige van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.’
Hij geeft onder veel eerbetoon zijn fijnste wierook aan Maria, zeggende: ‘Moeder, aanvaard dit als een simpele uiterlijke aflossing van wat elk denkend wezen, uit de grond van zijn hart, eeuwig verschuldigd is aan zijn almachtige Schepper!’

MELCHIOR was een Moor en door de Geest van KAÏN geleid. Hij reikt een zak met zuiver goud gevuld aan Maria. Melchior nu, de offerende wijze, zegt: ‘aan U, Heer der eeuwige Heerlijkheid, breng ik een nietig offer, iets wat de Koning der Geesten rechtens toekomt van de mens op aarde! Aanvaard het, o Moeder, Gij die hebt gebaard Degene, wiens Naam in der eeuwigheid geen engelentong in staat zal zijn uit te spreken’.

BALTHAZAR zegt: ‘In mijn gezelschap is ABRAHAMS Geest. Ik heet Balthazar en bied U hierbij aan wat het Kindje der Kinderen toekomt: een buidel met kostbare specerij, goud en myrrhe. Aanvaard het, Moeder van alle genaden. Een beter en waardiger offer is geborgen in mijn hart: het is mijn Liefde, die eeuwig een waarachtig offer aan dit Kindje zal zijn!’

Om de betekenis van deze bijzondere uitnodiging aan deze drie genodigden, na de geboorte van de Verlosser, geleid door de wonderlijke ster en buiten de stad Bethlehem in een afgelegen grot die als een stal diende, een plaats te kunnen geven, is het advies, de levensweg te overwegen van Adam die de last van zijn grote zonde heeft gedragen, van Kaïn die de last van het bloedvergieten van een mens heeft gedragen, van Abraham die door zijn onvoorwaardelijk geloof nu de Heer mag zien!
Maria getuigt: dit zijn drie zegenrijke geschenken van God: Zijn Wil, Zijn Woord en Zijn Liefde! En aanvaardt deze in vreugde. Hiermee is het Paradijs geopend en mag aartsvader Abraham de Heer zien!

De drie gaan met vreugde de nieuwe Weg, een nieuwe Wereld in.

Theo Midden, diaken.

 

Een beeld van het christendom van de toekomst – Hendrik Klaassens

In november 1972 lag ik alleen in een ziekenhuiskamer. Ik voelde me zó ellendig dat ik dacht dat het met me gedaan was. Toen ik langzaam begon weg te zinken en het me zwart voor de ogen werd, gebeurde er echter iets vreemds. Plotseling zag ik een tunnel voor me die onder een hoek van 45 graden omhoog wees; aan het eind daarvan gloorde licht. Het schijnsel was fel, maar toch was het geen gewoon licht: terwijl ik ernaar keek, voelde ik een warme gloed door mij heen trekken – eerst in mijn buik, later vooral in de hartstreek.

In eerste instantie schrok ik hevig, want ik had geen idee wat me overkwam. Van een ‘bijna-doodervaring’ had ik nog nooit gehoord, laat staan dat ik wist wat mensen onder dergelijke omstandigheden meemaken. Het verraste me volkomen. Toen ik echter merkte dat ik nog steeds bij bewustzijn was, ontspande ik me. Kennelijk was ik hypergevoelig geworden, want ik merkte dat er iemand naast me stond, ook al kon ik hem niet zien. Het was iemand die zó enorm veel liefde uitstraalde, dat ik bang was dat ik daaraan zou bezwijken. Geleidelijk drongen zijn gedachten tot me door. En opeens wist ik wie daar naast me stond: het was Jezus.

Mijn besef van tijd viel weg. Het was alsof ik plotseling verbonden was met een andere, diepere laag van de werkelijkheid – een laag waarvan ik het bestaan altijd wel vaag had geweten. En in die eindeloze wereld was ik me alleen nog bewust van Zijn aanwezigheid. Hij sprak met me over het leven dat ik tot dan toe had geleid en over de worsteling om mijn krampachtigheid te overwinnen. Hij sprak ook met me over het heden en troostte me, want ik moest onbedaarlijk huilen. Al die tijd voelde ik een diep, intens verdriet – niet omdat Hij bij me was, want Hij sloot Zijn armen om me heen, maar omdat ik werd aangeraakt door de overweldigende, intense gloed van Zijn liefde; ik voelde me compleet ondergedompeld in een hemelse sfeer waarin het bewustzijn zó puur, zó intens en zó liefdevol is dat je het gerust bovenaards zou mogen noemen.

In de weken daarna knapte ik langzaam op. Afgezien van dat lichamelijk herstel gebeurden er af en toe ook vreemde dingen. Zo kan ik me nog herinneren dat ik achter een elektrische schijfmachine zat en plotseling de bouwtekening voor me zag van degene die het apparaat had ontworpen. Het was alsof ik opeens de gedachten van de ontwerper kon lezen. Ook waren er momenten waarop de sluier tussen de materiële en de geestelijke wereld werd weggenomen, zodat ik aanvoelde welke geesten zich in mijn buurt bevonden en welke invloed en gedachten er van hen uitgingen. Maar over één ding had ik nog steeds geen duidelijkheid: ik wilde te weten komen hoe mijn toekomst er uit zag en wat mijn taak was in dit leven. Ik moest nog vijf jaar wachten voordat ik dat te zien kreeg.

November 1977. Ik zat alleen in de woonkamer van mijn kleine appartement en voelde me verdrietig. Nadat ik ruzie had gekregen met één van mijn beste vrienden had hij me toegebeten dat hij niets meer met me te maken wilde hebben. Dat maakte me zo boos dat ik hem hartgrondig vervloekte. Daarmee bedoel ik geen gewone verwensing, zoals wanneer je in gedachten tegen een deur aanloopt en dan iets lelijks zegt, maar een echte vervloeking met de bedoeling om iemand te schaden. Natuurlijk was dat stom, want ik besefte maar al te goed dat er een spirituele wereld is en dat kwaadaardige gedachten anderen diep kunnen raken. Maar waar ik op dat moment geen erg in had, was dat mijn vloek vooral mezelf had getroffen: het lukte me daarna niet meer om een fatsoenlijk verhaal op papier te krijgen. Op creatief gebied zat ik muurvast.

In de weken erna voelde ik me schuldig. Daarom bad ik om vergeving, want wat ik had gedaan was walgelijk. Toen ik mijn ogen na dat gebed weer opende, zag ik tot mijn verrassing beelden van een grote kerk die tot de nok toe vol was. Duizenden mensen waren er verzameld. Ze stonden en zaten overal; zelfs de gangpaden waren bezet. In tegenstelling tot wat je tegenwoordig meestal ziet, waren er ook veel jonge gezinnen die hun kinderen hadden meegenomen. De sfeer was vrolijk en uitbundig. De zon scheen door hoge, gebrandschilderde ramen naar binnen en verlichtte grote vlakken van de marmeren vloer. Op die vloer stond een klein mannetje in een zwarte toga. Ik schat dat hij ongeveer zeventig jaar oud was. Hij droeg een bril met een goudkleurig montuur en keek ernstig, maar toch ook met een zweem van guitigheid naar zijn gemeenteleden. Aandachtig luisterden ze naar wat hij te zeggen had.

Op de één of andere manier kwam die predikant me bekend voor. Toen ik me afvroeg wie hij toch kon zijn, was het alsof iemand indringend tegen me zei “Kijk nog eens, kijk nog eens goed!” Ik nam de man nog eens aandachtig in me op, totdat de schellen me van de ogen vielen: die man – dat was ik, op een leeftijd van ongeveer 70 jaar! Zag ik dan een beeld van mijzelf zoals ik er over 45 jaar uit zou zien? En was dit een beeld van een krachtige spirituele opleving in de verre toekomst?

Ik weet niet hoe ik de sfeer in die kerk precies moet beschrijven, maar het kwam mij voor dat de scheidswand, die er normaal gesproken is tussen de materiële en de geestelijke wereld, tijdens die dienst was opgeheven. Ik voelde dat er een open en vloeiende verbinding was tussen de engelen en de goede geesten in de hemel en de mensen die waren samengestroomd in de kerk. Het was in feite één gemeente, één kerk, in directe verbinding met de geestelijke wereld. Dat was ook de reden voor de vreugde en het enthousiasme van de kerkgangers. Binnen dat geheel was de predikant niet meer dan een instrument dat door de hemelse wereld werd gebruikt om de gemeente te leiden en te bemoedigen. Je zou ook kunnen zeggen dat het ‘dak’ van de kerk was verdwenen: alle mensen van goede wil werden direct vanuit de hemel geïnspireerd.

Tegelijkertijd voelde ik dat deze mensen de meerderheid van de wereldbevolking van dat moment vertegenwoordigden. Er bestond nog steeds moreel en geestelijk kwaad op aarde, maar de macht ervan nam geleidelijk af. Brede stromen geestelijk licht drongen tot de mensheid door, en overal preekten dominees en priesters het evangelie, waarbij ze rechtstreeks door de hemel werden geïnspireerd. Overal op aarde leefde dit gevoel van verwachting, van blijdschap en genade. Dat viel samen met een ingrijpende vernieuwing binnen de kerken en een machtige spirituele revival zoals de wereld nooit eerder heeft gezien. Niet alleen de oude scheidswand tussen hemel en aarde was weggevallen, ook de muren tussen de kerken brokkelden af. Waar mensen rechtstreeks vanuit de geestelijke wereld worden geleid, hebben ze geen dogma’s, concilies, pausen en kardinalen meer nodig – daar is de letter gedood en het woord levend geworden.

Toen ik deze ervaring had, was ik 24. Ik ben nu 63. Dat betekent dat ik beelden zag van de nabije toekomst, van rond het jaar 2023. Het is altijd moeilijk om zulke toekomstbeelden te interpreteren. Maar omdat ik tijdens mijn BDE en in de nasleep ervan dingen heb gehoord en gezien die ook zijn uitgekomen, geloof ik dat dit heel goed waar zou kunnen zijn – letterlijk of figuurlijk. Ik claim niets en maak er zeker geen aanspraak op dat dit de enige of absolute waarheid zou zijn over de toekomst.

Eén ding weet ik wel zeker: dit is een reële mogelijkheid – een mogelijkheid waarvan ik hoop dat deze in de niet al te verre toekomst werkelijkheid zal worden. Wat ik aanvoelde was, dat deze beelden een geestelijke werkelijkheid vertegenwoordigen en dat het uiteindelijk de bedoeling is dat christenen, net als in de periode van de eerste gemeenten, tijdens hun vieringen weer rechtstreeks in verbinding staan met de geestelijke wereld en met Jezus zelf, met voorbijzien aan de muren die de kerken ook ten opzichte van elkaar hebben opgetrokken. Ik zie deze ervaring dan ook als een belofte, ook al gaat deze belofte tegen alle sombere verwachtingen in.

Voor mijn gevoel zijn het beelden uit de tijd dat de Geest van Christus terugkeert naar de aarde. Het was een ervaring die me doet denken aan het verhaal over de Emmaüsgangers: “Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons opende?” Laten we hopen dat we, net als de Emmaüsgangers, in de toekomst weer rechtstreeks door Jezus worden geïnspireerd, zodat alle muren tussen christenen zullen verdwijnen en niet de letter, maar de Geest opnieuw in de kerk regeert.

Hendrik Klaassens

Gebrandschilderd raam
 

Trinitatis (Drievuldigheidsdag) – Jakob Lorber

Trinitatis (Drievuldigheidsdag)

Uit “Festgarten” van Jakob Lorber – 16.06.1878

Mijn lieve kinderen! Mijn wezen bestaat uit “Vader”, “Zoon” en “Geest” binnen één persoon. Vader ben ik als schepper van alles wat bestaat, en zoals een Vader van zijn kinderen houdt, zo is ook mijn liefde onbegrensd voor alles wat bestaat, vooral voor de mensen die ik precies zo gevormd heb als ik zelf ben. Mijn liefde voorzag de mensen van alle talenten en daardoor kunnen zij gelijkwaardig worden aan wie Ik ben. Daarom moest ik hen ook een vrije wil geven. Nadat zij daarvan waren voorzien, vroeg ik hen om Mij te volgen.

Maar omdat zij hun vrije wil verkeerd gebruikten, moest ik als Zoon verschijnen en vlees aannemen, om hen door mijn leer en mijn woord, dat de Geest is, opnieuw met Mij te verbinden en hen de samenstelling van hun wezen begrijpelijk te maken, opdat zij tot het inzicht zouden komen hoe nodig het is hun wil aan de mijne te onderwerpen om later in het hiernamaals mee te kunnen regeren.

De mens kan zich niet van zijn drieëenheid scheiden, omdat hij anders geen mens meer is. Want de geest is het eigenlijke ‘ik’, dat van Mij uitgaat. De ziel is het middel of werktuig, dat hem verbindt met het lichaam om zich steeds meer te ontwikkelen. Zo zijn de drie samen één geheel;  daardoor kunnen zij werkzaam zijn en voor anderen begrijpelijk. Dat geldt ook voor Mij: door de omhulling van mijn Ik (de Zoon) en door de bekendmaking in het woord (de Geest) werd ik een zichtbare God. Nu hebben voor degenen, die Mij in mijn ware wezen leren kennen, de namen God, Vader, Zoon en Geest een gelijke betekenis. De drie namen samengevat zijn de benaming, die mijn gehele wezen moet omschrijven, zoals het ook bij de meeste Christenen gebeurt. In je hart mag je echter slechts één beeld bezitten, zij het onder verschillende namen, afhankelijk van de situatie. Soms eren jullie meer de Schepper in mij, wanneer jullie onder de indruk zijn van de mooie natuur en haar verscheidenheid: dan weer als Zoon en bemiddelaar, wanneer jullie je bewust worden van jullie onvolmaaktheid in het gevecht tegen de zonde. Soms nemen jullie je toevlucht tot de barmhartigheid en de verzoening, waarbij mijn wijsheid het mogelijk maakt dat jullie de Geest of Trooster ontvangen, die jullie in alle waarheid leidt, opdat jullie de Geest erkennen en zeggen: “Vader, geef mij de Heilige Geest!” In dat geval ben ik er als de werkzame kracht, die niet opgesplitst of gescheiden kan worden van de Vader en de Zoon.

Wie in mij de drievoudige Vader eert, zoals ik het nu aan jullie uitleg, die heeft in alle situaties van het innerlijke leven een ware God. Hij heeft Hem soms als Schepper nodig, soms als bemiddelaar of trooster, en zal Mij daarom nooit kunnen missen, maar hij wordt aangespoord zich door middel van zijn gevoelens, woorden en daden op dezelfde manier tegenover zijn medeschepsels te gedragen. Zo maakt hij duidelijk een kind van Mij te zijn.

Zo kan ook een aardse vader vaak op drie manieren worden aangeduid: met een naam, een titel en ook met het woord ‘vader’, terwijl het kind alleen ‘vader’ zal zeggen. Op precies dezelfde manier moeten jullie naast alle namen, die de mensheid Mij geeft, aan het woord “Vader” vasthouden, want die herinnert jullie eraan dat een kind meer plichten heeft tegenover zijn vader dan een willekeurig iemand, die bij hem in loondienst is. Die genoemde plicht heet: “liefde!” Liefde moet jullie grondslag zijn. Alleen uit liefde moeten jullie mij aanroepen, want andere vormen van verering zijn waardeloos. Alle drie wezensdelen die van mij getuigen, namelijk als Schepper en Gever van alles wat goed is, als Zoon en Bemiddelaar, en als Geest en Trooster, zijn zodanig dat zij wederliefde oproepen. Liefde en wijsheid zijn mijn wezen! Amen.

Christelijke eenheid – G.K. Holderer

Christelijke eenheid
– G.K. Holderer –

Verschillende landen in Europa hebben tegenwoordig veel moeite met een ongelooflijk grote stroom vluchtelingen die in hun landen willen wonen. Zij komen vooral uit Azië en Afrika, maar ook uit verschillende landen van de Balkan. Het zijn Christenen en Moslims, die in de christelijke cultuur van Europa geïntegreerd moeten worden, als wij onze geloofsovertuiging tenminste niet willen verliezen.

Hier te lande spreken veel politici over de mogelijkheid om onder de noemer van “multiculti” samen te leven. Maar wat is dat? Iedereen zal volgens deze politieke leiders aan zijn geloof vasthouden en in het dagelijks leven op vreedzame wijze met elkaar samenleven. Volgens mij is dat heel erg oppervlakkig gedacht en zal het alleen leiden tot een verwaterd geloofsleven voor iedereen. Het zijn niet alleen de verschillen in opvoedingsmethoden die een positief samenleven van zo veel culturen in de weg staan en het moeilijk maken elkaar te begrijpen, maar het is vooral het verschil in geloof dat daartoe bijdraagt. Het is wel zo dat Moslims en Christenen in één God geloven, maar door de uiteenlopende regels die de religieuze leiders gegeven hebben, wordt de enige God in het dagelijkse leven uit onzekerheid nauwelijks gerespecteerd. Voor een Christen is het vreemd dat een moslim zo veel waarde aan uiterlijke dingen hecht, zoals bijvoorbeeld aan kleding. Het omgekeerde zal vermoedelijk ook het geval zijn.

Alle mensen, die op de aarde leven, hebben dezelfde God als Vader. Hij beschermt iedereen en leidt hen naar het geestelijke rijk. Dat is zeker een heel moeilijke opgave, omdat ieder mens een vrije wil heeft en zo beslissen kan wat in zijn voordeel is. En dat voordeel is meestal materieel en niet geestelijk.

Sinds de Middeleeuwen maakte de mensheid een grote ontwikkeling door in techniek, economie en gezondheidszorg. De mensen werden daardoor trots op zichzelf en dachten dat zij God niet echt nodig hadden. In die situatie leven wij vandaag nog steeds. Geloof wordt nauwelijks door de ouders aan hun kinderen doorgegeven. Zo kwam het dat een multiculti-cultuur is ontstaan met weinig geloof in God, of zelfs helemaal geen geloof meer. Er bestaan vele geloofsrichtingen, ook in het Christendom, en maar weinigen weten welke de goede leer van God is.

Dat is ook de reden waarom hier in Nederland zo veel richtingen in het christelijke geloof bestaan. Vanwege een persoonlijke mening beweert iemand dat je zó en niet anders moet geloven, en hij vormt daarom een eigen kerk. Diegene vergeet dan helemaal dat een mens de geloofsrichting niet kan bepalen, omdat hij maar een klein verstand heeft en geloof vanuit de geest komt, die verbonden is met de goddelijke heilige geest. Je kunt gerust bij een gemeenschap blijven en kleine verschillen met anderen in de benadering van God accepteren in plaats van je nog verder op te splitsen. Sterker nog: door een niet-eigenzinnige, maar deemoedige houding leer je van je medemensen en begin je God iets beter te begrijpen, namelijk dat Hij alles in alles is. Hij heeft het niet nodig om door een fanatiek mens in een klein hokje gestopt te worden.

In het Nieuwe Testament staat dat het uiteindelijk tot één kudde onder één Herder zal komen. Dat betekent dat niet alleen de christenen zich moeten en zullen verenigen, maar ook dat alle mensen tot het inzicht zullen komen dat we één en dezelfde God hebben in wie wij allen geloven en van wie wij allemaal houden. Dan heb je toch geen mensen meer nodig die alles beter willen weten?

Laten wij ook denken aan de woorden van Jezus: Hij vergelijkt ons mensen met wijn. Voordat de wijn rein en zuiver is, moet die bruisen en gisten. Dat gebeurt nu. Laat ons Christenen daarom begrip voor elkaar opbrengen en de woorden van Christus serieus nemen toen Hij zei “Heb je naaste lief als jezelf.” Dan worden wij samen sterk en de wijn – wij mensen – wordt zuiver.

G.K. Holderer

 

Wat de heilige Geest als universeel licht voor ons kan betekenen… – Roelof Tichelaar

Wat de heilige Geest als universeel licht voor ons kan betekenen…

– Roelof Tichelaar –

Je leeft nu niet voor het eerst, maar bent ooit ontstaan uit de geestelijke Oerbron van alle licht en leven: het Al, het hoogste Zijn. Alles leeft in Hem. Hij kent geen begin en geen einde. God is de naam die gegeven wordt aan deze allerhoogste Bron uit Wie alles is geschapen. God bracht het licht van Zichzelf naar buiten toe; het licht dat Hij heeft gebaard, wordt wel ‘de heilige Geest’ genoemd. Dit Ene licht uit God kreeg ook vorm in een wezen dat aan Gods schoonheid gelijk was: Hij is Degene die in het christendom ‘Christus’ wordt genoemd: ‘de Gezalfde’. Christus was en is het licht uit God geboren, de eerste en enige directe manifestatie uit het hoogste licht.

De kracht van de heilige Geest is even universeel als het licht van de zon. Het grote verschil is dat de zon ons slechts van buitenaf kan beschijnen en dat de heilige Geest – dankzij het offer van Jezus – als innerlijk licht in ons kan zijn. Het licht wordt in onszelf geboren. De uitwerking van dit licht is echter even divers als de kleuren die uit het licht tevoorschijn komen, zoals de zonnestralen in de regendruppels gebroken worden en de kleuren van de regenboog vormen.

Een bron van moed
De heilige Geest moedigt je aan jezelf te zijn, authentiek te zijn. De moed om het masker – waarachter je ware zelf misschien schuil gaat – af te leggen en weer echt te zijn. De moed om jezelf weer open te stellen voor andere mensen, ook als je misschien al zo vaak in hen teleurgesteld bent. De moed om oude gewoontes af te leggen en negatieve banden te verbreken. De moed om door te gaan…

Een bron van troost
Troost, omdat je misschien een dierbare bent verloren en je alleen verder moet. De heilige Geest kan geen vervanger zijn en ontneemt je niet je verdriet, maar helpt je – met vallen en opstaan – dit verlies in een ander licht te zien. Láát je ook troosten, wees aanraakbaar voor Zijn stille troost in je hart. Zolang je je verhardt, kan zelfs Hij niet bij je komen… Doe jezelf niet groter en sterker voor dan je bent, maar wees kwetsbaar in de goede zin van het woord.

Een bron van geloof, hoop en vertrouwen
Een geloof dat je laat zien dat je aardse bestaan geen doel op zich is, maar dat je op doorreis bent. Dat geldt ook voor degenen die jou in de dood zijn voorgegaan. Hoop dat de dood niet het einde is, maar een nieuw begin. Vertrouwen dat jullie elkaar ooit weer zullen ontmoeten. Geloof, hoop en vertrouwen dat het leven zin heeft en dat we samen onderweg zijn naar hetzelfde doel.

Een bron van vergeving
Vergeving, die je helpt die oude last van woede, teleurstelling en pijn af te leggen. Want zodra jij die ander, die jou iets heeft aangedaan, werkelijk kunt vergeven, wordt niet alleen die ander, maar ook jijzelf bevrijd van een zware last.

Een bron van kracht
Kracht om daadkrachtig voorwaarts te gaan en in beweging te komen. Misschien zit je gevangen in een neergaande spiraal van depressie en passiviteit. Zoals Jezus de verlamde oproept zijn bed onder zijn arm te nemen om verder te gaan, zo moet jij misschien je slachtofferschap oppakken en de verantwoordelijkheid voor je leven weer op je nemen. Daarvoor heb je de juiste discipline nodig. Discipline vergroot je kracht.
Kracht heb je ook nodig om zowel je grenzen te stellen, als die te verleggen zodra het leven dit van je vraagt.

Een bron van bevrijding
Bevrijd van je tomeloze prestatiedrang en het perfectionisme waarmee je de lat telkens te hoog legt voor jezelf. Eenmaal hiervan bevrijd, kun je ook weer mildheid voor jezelf voelen. Bevrijd van angst, die verlammend werkt en die je levensenergie ineen doet krimpen. Bevrijd van negatieve banden die je belemmeren in je vrijheid. Weet dat één van de vruchten van de heilige Geest vrijheid is.

Een bron van genezing
Genezing van innerlijke wonden, die je zelf misschien nog niet eens onder ogen hebt gezien. Laat het licht van de Geest in je schijnen, zodat alles wat verdrongen is, ook werkelijk zichtbaar en voelbaar voor je wordt. Durf naar je pijn te kijken en laat die aanraken door de heilige Geest. Geloof in de genezing die Hij je wil brengen, ook al heeft dit tijd nodig. Neem de tijd om te helen.

Een bron van wijsheid
Laat je innerlijk leiden door de heilige Geest, door het innerlijk Woord dat Hij in stilte in je wil uitspreken. Hij wil je de weg wijzen, is het innerlijk kompas dat jij in je meedraagt. Hij schenkt je de inzichten die je nodig hebt op je levenspad. Hij gaat met je mee en is de enige ware autoriteit in jezelf. Zoek daarom de wijsheid niet alleen buiten je, maar ook in jezelf.

Een bron van licht
Het licht van de Geest helpt je jezelf eerlijk onder ogen te zien. Niet alleen je lichte, maar ook je donkere kanten. De Geest maakt dingen zichtbaar, brengt ze letterlijk aan het licht. Dit licht maakt ook jou zichtbaar zoals je bent. Laat jezelf zien aan de wereld en verberg je licht niet. Laat je licht niet doven door valse bescheidenheid door jezelf kleiner te maken dan je bent. Verspreid het licht dat je in je meedraagt, deel het met je naasten.

Een bron van vrede
Vrede met jezelf en met God. Vrede met je naasten. De heilige Geest brengt vrede, verzoent ons met onszelf, God en de naasten. Vrede is harmonie. Alles mag er zijn, maar je kent de juiste maat van alle dingen. Dan heb je vrede.

Een bron van liefde
Liefde voor God, je naasten en jezelf. Er is geloof, hoop en liefde, maar de grootste van deze is de liefde. De liefde is de verbindende kracht die alles samensmeedt tot eenheid. Door liefde te geven, zul je ontvangen…

Roelof Tichelaar
Website: www.roeloftichelaar.nl

Verlossing door Jezus schenkt ons Pinksteren – G.K. Holderer

De verlossing die Jezus voor ons mensen heeft volbracht, zal voor velen van ons vast en zeker vragen oproepen. En hoe komt het dat er een directe samenhang bestaat tussen verlossing en Pinksteren? Dat willen wij ook bepreken. Maar eerst willen wij het hebben over de verlossing.

God noemt ons zijn zeven wezenskenmerken of eigenschappen, en die zijn achtereenvolgens: liefde – wijsheid – wilskracht = orde = ernst – geduld – barmhartigheid. De middelste eigenschap is de orde. Alles, wat door God gebeurt, is op haar gefundeerd. Zij staat bewust in het centrum. De drie links van de orde staande eigenschappen horen bij de scheppende activiteiten, waar de leiding bij de liefde ligt. De drie rechts van de orde staande eigenschappen werken als bewarende en opbouwende krachten voor alles, wat de scheppende krachten zijn begonnen. Daarover waakt de heiligheid van God. Zij staat boven alles.

Toen de eerste engelen door God. en wel op initiatief van de liefde, geschapen werden, bestond er nog geen materie. Alles was geest – beter gezegd: geestelijke lichamen – zoals God ook geest is. Satana, ook wel Lucifer genoemd, was een grote engel die onder leiding van God ook schepselen tot leven mocht wekken. Maar hier naderen wij de eerste oerzonde, die door Lucifer begaan werd. Hij scheidde zich van God af om een aparte Godheid te zijn, zonder te bedenken dat alle levenskracht alleen uit de ene God afkomstig is. Zonder zijn stromende levensenergie moest Lucifer op de lange duur sterven. Van begin aan wist God dat de aan de schepselen gegeven vrijheid van denken en doen deze afval kan en zal bevorderen. Daarom had God erbarmen met allen die met Lucifer afvielen. Hij schiep de materie om allen de gelegenheid te geven door een proefleven in de materie hun verkeerde opvattingen te erkennen en liefde voor God op te vatten. Bij die door God geschapen materie horen alle zonnen en planeten. Wij, op onze kleine planeet aarde, hebben hierbij een bijzondere voorrang op alle andere zonnen en planeten.

Na een lange tijd van opbouw van de materiële aarde konden tenslotte mensen op haar geplaatst worden. Zonder nu op dieren en ‘voormensen’ in te gaan, waren Adam en Eva degenen die de weg van de terugkeer van de met Lucifer gevallenen in een aards leven begonnen. Zij kregen het paradijs als levensbasis, wat zo veel betekent als een bijzonder sterke innerlijke verbinding te hebben met de liefde uit God. Zij – de liefde – had het ‘buiten God’ bestaande leven geschapen en was verantwoordelijk voor een goede afloop. Geen enkel door God geschapen levend wezen mocht sterven. De liefde zette zich van toen af aan als Vader voor de mensen in. Daarom werden de mensen nu kinderen van de goddelijke liefde, van de heilige God!

Adam en Eva hadden een opdracht gekregen, namelijk gehoorzaam te zijn volgens de goddelijke orde. Pas als de orde in hen gegrondvest was, wilde en kon God beide zegenen opdat zij voor eeuwig geen zonde meer konden begaan. Maar Adam en Eva werden wel ongehoorzaam vòòr de tijd dat zij gezegend konden worden. Dat was de tweede oerzonde. De gevolgen waren, dat alle nakomelingen van hen deze ongehoorzaamheid erfden. Uit ongehoorzaamheid ontstonden allerlei varianten van slechte eigenschappen, zoals hoogmoed, egoïsme en machtswellust, met alle gevolgen van dien. Wij zien dagelijks om ons heen wat die ogenschijnlijk kleine ongehoorzaamheid van de eerste mensen voor gevolgen had en nog heeft.

De liefde in God was zich ervan bewust dat deze mensen zó niet in de hemel van het goddelijke rijk terug konden keren, omdat zij nog steeds onrein waren en bleven. De liefde in God kende de juiste oplossing: zijzelf moest naar de aarde om te bewijzen dat een zuiver leven in de materie wel kon plaatsvinden. En dat deed de liefde ook. In de mens Jezus begon zij haar leven op aarde om als eerste aan Lucifer te bewijzen dat hij een verloren strijd tegen God leverde.

Het lichaam en de ziel van Jezus waren gelijk aan dat van alle andere mensen, terwijl in hem de goddelijke geest leefde. Die was echter ingesloten, zodat de mens (mensenzoon) Jezus net als wij een harde strijd moest leveren om niet aan de verlangens van ziel en lichaam toe te geven. Door zich streng aan de goddelijke orde en liefde te houden, bereikte hij op dertigjarige leeftijd de wedergeboorte van zijn ziel in de geest. Dat betekent dat zijn ziel volkomen één was geworden met de goddelijke geest in Hem. Jezus begon de mensen te leren dat God niet alleen Schepper en Heer was, maar in zijn liefde en barmhartigheid ook een Vader is.

Maar daarmee was zijn opgave nog niet ten einde gekomen. Het was niet genoeg dat zijn ziel zich met de geest verenigde, omdat ook het lichaam aan de geest onderdanig moest worden. Zolang een mens op aarde leeft, wordt de mens gestoord door de uiterlijke invloeden van het aardse leven en de lichamelijke hartstochten, en die werken zijn geestelijke overtuiging steeds tegen. Jezus wist dat hij alleen door een totale verdeemoediging van het lichaam hierover baas kon worden.

Hij nam de smartelijke dood aan het kruis op zich om ook deze opgave uit liefde voor God te volbrengen. In Gethsemané, kort voor zijn gevangenneming, scheidde de goddelijke geest zich van de mens Jezus, opdat deze alleen de verlossing moest volbrengen. De wedergeboren ziel van Jezus werd in het gebed gesterkt en hij nam de marteling op zich. Direct na zijn overlijden keerde de goddelijke Geest in Jezus terug. Jezus had de opgave van de goddelijke liefde en wijsheid volbracht: ziel en lichaam waren vergeestelijkt. Zo kon hij zich als opgestane al na twee dagen weer in zijn geestelijk lichaam laten zien. De Heiligheid van God verbond zich weer met haar liefde en wijsheid, die deze opgave in de mens Jezus op zich genomen hadden om te bewijzen dat al het geschapen leven kan en zal voortbestaan. De verlossing was een feit.

Door zijn volmaakt leven opende Jezus de poorten van de hemel en bouwde de brug daar naartoe. Hoewel de in het begin genoemde oerzonden opgelost en vergeven waren, lijden wij nog steeds aan de erfenis daarvan. Onze dagelijkse en individuele zonden worden wel vergeven, maar wij moeten er eerst voor zorgen dat wij onze fouten inzien en niet meer willen herhalen. Dan neemt de barmhartigheid van de hemelse Vader onze zonden op zich en wij zijn daarvan bevrijd.

Om een beter inzicht te hebben en de juiste weg naar de hemel te gaan, heeft Jezus ons de woorden gegeven die wij in de praktijk moeten brengen: heb God boven alles lief en je naaste als jezelf! Blijft daarentegen de liefde van de mens op materiele dingen en lichamelijke hartstochten gericht, dan komt hij na zijn dood in een soortgelijke omgeving terecht als zijn verkeerde liefde. Dat is de toestand die wij de hel noemen. Het zal heel lang duren om van daaruit terug te keren en de weg naar de hemel te vinden.

Hier op aarde leven wij in een situatie van goed én kwaad. Terwijl tot aan Jezus toe alle mensen faalden en niet in de hemel konden komen, heeft Jezus de hele levenssituatie op aarde veranderd en verbeterd. Dat wil niet zeggen, dat wij van het kwaad zijn bevrijd: integendeel, Lucifer vecht met alle middelen tegen de open staande hemel.

Jezus heeft vòòr zijn dood aan de discipelen een Trooster toegezegd die na zijn zichtbare afwezigheid hulp zal bieden. Deze Trooster kwam dan ook met Pinksteren in de vorm van de Heilige Geest. Hij doorstroomde de discipelen en vrienden van Jezus, en zij waren daardoor wedergeboren in de geest en zij konden de leer van Jezus, die de goddelijke leer is, aan de mensen in alle zuiverheid doorgeven. Sinds die tijd ontvangt ieder mens, die geboren wordt, een aandeel van deze verlossende Pinkstergeest. Dat geeft ons kracht en maakt ons klaar voor de strijd tegen alle negatieve verlangens en wensen. Het kwaad moet uitgedreven worden en dat gebeurt echt niet op vreedzame wijze. Het is vergelijkbaar met een nieuwe wijn, die gisten en bruisen moet voordat hij zuiver is (Jezus door Gottfried Mayerhofer). Maar hoe anders kunnen wij zelfstandige kinderen van de hemelse Vader worden, die de eeuwige heilige God is?

Eerst moet de mens begrijpen waarom hij op aarde leeft; dan moet hij het woord van God lezen en daarnaar handelen. Daardoor verlangt zijn ziel naar de geest die met vreugde bij alle beslissingen te hulp schiet. Voor de beslissingen zelf blijft het bij de vrije mogelijkheid van de mens de rechter of de linker weg te kiezen.

Zoals de discipelen innerlijk de kennis ontvingen om hun medemensen te leren, zo is dat ook nog in onze tijd. Jezus zei dat velen geroepen zijn, maar weinigen zijn uitverkoren. Deze uitverkorenen hebben door middel van hun geest in hun hart een vaste verbinding met de hemelse Vader. Hij geeft hen troost en rechtstreekse diepzinnige lessen om aan de medemensen door te geven. Dit zijn de nieuwe middelen om het gistproces te versnellen. Eerst moet de ‘wijn’ gerijpt zijn: dan kan Jezus weer naar de aarde terugkeren.

Erlösung durch Jesus bringt Pfingsten – G.K. Holderer

Erlösung durch Jesus bringt Pfingsten
– G.K. Holderer –

Die Erlösung von den Sünden, die Jesus für uns Menschen vollbracht hat, führt sicherlich für viele von uns zu Fragen. Diese wollen wir betrachten. Hier soll auch direkt darauf hingewiesen werden, dass ein Zusammenhang besteht zwischen der Erlösung und Pfingsten. Aber zuerst zur Erlösung.
Gott hat uns seine sieben Wesensarten oder Eigenschaften genannt und diese sind: Liebe – Weisheit – Wille = Ordnung = Ernst- Geduld – Barmherzigkeit.
Ordnung steht in der Mitte der Eigenschaften. Auf ihr ist alles, was durch Gott geschaffen wird, aufgebaut. Sie steht daher bewusst im Zentrum. Die drei Eigenschaften, die links von der Ordnung stehen, gehören den schöpferischen Tätigkeiten an, wobei die Liebe die Leitung hat. Die drei rechts von der Ordnung stehenden Eigenschaften bewaren die erschaffenen Lebewesen durch ihre aufbauenden Kräfte. Über den sieben Wesensarten wacht die Heiligkeit Gottes. Sie steht über allem.
Als die ersten Engel durch Gott und da unter der Initiative der Liebe erschaffen wurden, gab es noch keine Materie. Alles war Geist – oder deutlicher gesagt Geistkörper – genau wie Gott auch Geist ist. Satana, auch Luzifer genannt, war ein Großengel, der unter der Leitung Gottes ebenfalls Geschöpfe ins Leben rufen durfte. Aber hier nähern wir uns der ersten Ursünde, die durch Luzifer begangen wurde. Er trennte sich von Gott, um eine selbstständige Gottheit zu sein ohne dabei zu bedenken, dass alle Lebenskraft von Gott ausgeht. Ohne Seine Lebensenergie musste Luzifer auf Sicht gesehen sterben. Aber Gott hatte Erbarmen mit ihm und allen, die mit ihm abtrünnig wurden. Er schuf die Materie um allen die Gelegenheit zu geben in dieser Materie durch ein zeitlich begrenztes Probeleben ihre verkehrten Auffassungen zu erkennen, Liebe zu Gott zu finden und diese anzunehmen. Zu der von Gott geschaffenen Materie gehören alle Sonnen und Planeten. Wir, auf unserem kleinen Planeten Erde, haben einen besonderen Vorzug vor allen anderen Sonnen.
Nach einer langen Zeit des Aufbaus der materiellen Erde konnten schliesslich auf ihr Menschen ihr Leben beginnen. Ohne jetzt auf Tiere und ‘Vormenschen’ einzugehen, waren Adam und Eva diejenigen, die den Weg der Rückkehr der durch Luzifer Gefallenen in einem Leben auf Erden begonnen. Sie erhielten das Paradies als Lebensbasis. Dies bedeutet, dass sie eine besonders enge und starke innere Verbindung mit der Liebe Gottes hatten. Denn diese – die Liebe – hatte alles ‘ausserhalb’ Gottes befindliche Leben erschaffen und war daher auch verantwortlich für einen guten Ablauf. Kein durch Gott erschaffenes Leben durfte zu Tode kommen. Die Liebe setzte sich ab jetzt als Vater von den Menschen ein. Darum sind bzw. werden die Menschen Kinder der göttlichen Liebe, vom heiligen Gott!
Adam und Eva hatten eine Aufgabe erhalten, nämlich gehorsam zu sein entsprechend der göttlichen Ordnung. Erst nach ihrer Festigkeit in der Ordnung wollte und konnte Gott sie segnen auf dass sie dann auf ewig keine Sünde mehr begehen konnten. Aber Adam und Eva wurden vor der Zeit ungehorsam; sie konnten nicht gesegnet werden. Das war die zweite Ursünde. Die Folgen davon waren, dass alle Nachkommen diese Ungehorsamkeit erbten! Aus dieser Ungehorsamkeit entstanden alle Varianten der schlechten Eigenschaften wie Hochmut, Egoismus, Machtverlangen und vieles mehr. Wir sehen dies täglich in unserer Umgebung, was die offensichtlich ‘kleine’ Ungehorsamkeit für Folgen hatte.
Die Liebe in Gott war sich bewusst, dass diese Menschen so nicht in den Himmel des göttlichen Reiches zurückkehren konnten, weil sie noch immer unrein waren. Dazu kam, dass die Heiligkeit Gottes ihrer Liebe den Auftrag gab, entweder alles Leben zu retten – wir erinnern uns der vielen Milliarden die mit Luzifer zusammen abtrünnig wurden – oder alles zu vernichten und zurück zu kehren in den Schoß der Gottheit, so dass der Urzustand in der Gottheit zurückkäme.
Die Gottesliebe wusste die richtige Lösung: sie selbst musste auf die Erde um zu beweisen, dass ein sauberes Leben in der Materie stattfinden konnte. Und das tat dann auch die Liebe! Sie begonn im Menschen Jesus ihr Leben auf unserer Erde um als erste Luzifer zu beweisen dass er einen verlorenen Kampf gegen Gott stritt.
Körper und Seele von Jesus waren gleich wie bei allen Menschen, während in ihm der göttliche Geist lebte. Aber dieser war eingeschlossen, so dass der Mensch Jesus (der Menschensohn) genau wie wir hart kämpfen musste, um nicht den Verlangen von Körper und Seele zu unterliegen. Durch sich streng an die göttliche Ordnung und die Liebe zu halten, erreichte er im Alter von 30 Jahren die Wiedergeburt der Seele im Geist. Das bedeutete, dass seine Seele vollkomen eins war mit dem göttlichen Geist in ihm. Nun begonn Jesus die Menschen zu lehren, dass Gott nicht nur Schöpfer und Herr sondern in seiner Liebe und Barmherzigkeit auch Vater sei.
Aber damit war seine Aufgabe noch nicht zu Ende. Es war nicht genug, dass seine Seele sich für immer mit dem Gottesgeist verbündete, denn auch der Körper musste dem Geist untergeordnet sein. Solange ein Mensch auf Erden lebt, wird er durch die äusseren Einflüsse des Erdenlebens und der körperlichen Verlangen gestört und diese arbeiten gegen seine geistige Überzeugung. Jesus wusste, dass er nur durch eine komplette Demütigung seines Körpers hierüber Herr werden konnte.
Er nahm den qualvollen Tod am Kreuz auf sich um auch diesen Teil der Aufgabe in seiner Liebe zu Gott zu vollbringen. Im Garten Gethsemane, kurz vor seiner Gefangennahme, trennte sich der Gottesgeist vom Menschen Jesus, damit dieser allein den Tod am Kreuz und damit die Erlösung der Menschen vollbringen konnte. Die wiedergeborene Seele von Jesus wurde im Gebet gestärkt und nahm die Marter an. Direkt nach seinem Dahinscheiden kehrte der Gottesgeist in ihn zurück. Jesus hatte die Aufgabe der göttlichen Liebe und Weisheit vollbracht, Seele und Körper waren vergeistigt und so konnte er sich schon nach zwei Tagen als der Auferstandene in seinem Geistkörper sehen lassen. Die Heiligkeit Gottes war besänftigt und verband sich wieder mit ihrer Liebe und Weisheit, die diese Aufgabe im Menschen Jesus auf sich genommen hatten um zu beweisen, dass alles erschaffene Leben weiter fortbestehen wird.
Durch sein vollkommenes Lebens öffnete Jesus die Pforten des Himmels und baute die Brücke dorthin. Während die zu Beginn genannten Ursünden besiegt und vergeben wurden, leiden wir selbst noch immer an ihrem Erbe. Unsere täglich begangene Sünden werden wohl auch vergeben, aber wir müssen zuerst dafür sorgen, dass wir unsere Fehler einsehen und nicht wieder ausführen wollen. Dann ergreift die Barmherzigkeit des himmlichen Vaters unsere Sünden und wir sind davon befreit.
Um uns eine bessere Erkenntnis zu geben um den richtigen Weg zum Himmel einzuschlagen, hat Jesus uns die folgenden Worte gegeben, die wir anwenden sollen: “liebe Gott über alles und deinen Nächsten so wie dich selbst!” Bleibt aber die Liebe des Menschen auf materielle und körperliche Leidenschaften gerichtet, dann geht er nach seinem Tod in eine artgleiche Umgebung seiner verkehrten Liebe. Das ist der Zustand, den wir Hölle nennen. Um von dort zurück zu kehren und den Weg zum Himmel zu finden, wird sehr, sehr lange dauern.
Hier auf der Erde leben wir in einer Situation von gut und böse. Während in der Zeit bis Jesus alle Menschen fehlerhaft lebten und nicht in den Himmel aufgenommen werden konnten, hat Jesus den möglichen Lebenserfolg für den Menschen auf der Erde nicht nur verbessert sondern sogar vervollkommnet. Das sagt nun nicht, dass wir von allem Bösen befreit sind, im Gegenteil, Luzifer kämpft mit allen Mitteln gegen die offene Himmelstür.
Jesus hatte vor seinem Tod den Jüngern einen Tröster zugesagt, der nach seiner sichtbaren Abwesenheit Hilfe geben würde. Dieser Tröster kam dann auch an Pfingsten in Form des heiligen Geistes. Er durchströmte die Jünger und Freunde Jesu. Sie waren dadurch wiedergeboren im Geist und sie konnten die Lehre Jesu, welche die göttliche Lehre ist, in aller Reinheit weitergeben. Seit dieser Zeit empfängt jeder Neugeborene einen Anteil des erlösenden Pfingstgeistes. Das gibt uns Kraft und macht uns bereit für den Kampf mit allen negativen Verlangen und Wünschen. Das Böse muss rausgworfen werden und das geschieht keinesfalls auf friedliche Weise. Dies ist vergleichbar mit einem neuen Wein, der gären und brausen muss, bevor er sauber und rein ist. Aber wie sollten wir sonst selbstständige Kinder des himmlichen Vaters werden, der doch der ewige, heilige Gott ist!
Erst muss der Mensch begreifen, warum er auf der Erde lebt, dann wird er das Gotteswort lesen und danach handeln. Dardurch verlangt sein ich, die Seele, nach dem Geist, der mit Freude bei allen zukünftigen Entscheidungen mithelfen wird. Die Entscheidungen selbst bleiben im Ermessen der Freiheit des Einzelnen den rechten oder den linken Weg einzuschlagen.
So wie die Jünger innerlich die Kenntnisse empfingen um ihre Mitmenschen zu lehren, so ist das auch heute noch. Jesus sagte, dass viele berufen sind, aber nur wenige sind auserkoren. Diese Auserkorenen haben in ihrem Herzen eine feste Verbindung mittels ihres Geistes zum himmlichen Vater. Er gibt ihnen Trost und tiefe Lehren um sie an die Mitmenschen weiter zu geben. Dies sind die aktuellen Mittel um den Gärungsprozess zu beschleunigen. Zuerst muss der ‘Wein’ reif sein, dann erst kann Jesus sichtbar zur Erde zurückkommen.

De grondslag van het bestaande – Wim van der Wenden

De grondslag van het bestaande
– Wim van der Wenden –

Het inwendige van de materie bevat nog heel veel wat een scheikundige nooit zal ontdekken, maar de eigenlijke elementen waaruit een stof bestaat kan hij wel herkennen. De aard der elementen zal hij echter nooit ontdekken, omdat zij met het geestelijke zijn verbonden, en alleen door een zuivere geest geheel en al waargenomen kunnen worden. Alleen met de ogen van de geest kunnen wij Gods werken op de juiste wijze leren kennen. Want in de elementen ligt oneindig veel verborgen. De zuivere gedachten van God zijn de stof waaruit alles wat de oneindigheid bevat, is ontstaan. Oorspronkelijk ontstonden wij zelf enkel en alleen door de wil van de allerhoogste en almachtige geest van God. Daarna ontstonden echter al deze dingen en wezens door ons. Want wij waren en zijn namelijk de allerbeste vaten om deuit God komende gedachten en ideeën op te nemen. En van nu af aan zullen wij dat voor eeuwig in verhoogde en steeds meer vervolmaakte wijze ook blijven. Evolutie vereist zowel materie als bewustzijn. De materie is blind zonder het spiegelend vermogen van het bewustzijn. Maar bewustzijn is ook blind in zijn evolutionaire ontwikkeling zonder het aardend vermogen waarin de materie voorziet.

Het verdient daarom opmerkzaamheid om te zien wat leven is en wat leven inhoudt om een stap voorwaarts te doen in deze kennis. Het gaat om het ontdekken hoe dit leven zichtbaar of onzichtbaar alleen Gods eigen geestelijke “ik” voorstelt.  En hoe dit leven zowel met heel verschillende middelen als langs verscheidene wegen alles weer naar God terug moet voeren. Want het geestelijk leven is nu eenmaal de grondslag van alles wat bestaat, en het materiële leven is het zichtbare element daarvan. Wie die twee dingen verwisselt of het eerste zelfs ontkent, zal uiteindelijk toch ontdekken dat de zaak met die ontkenning niet is afgedaan. Want het geestelijk oog wordt daardoor geheel verblind en de ziel wordt doof voor alle stemmen van de haar omgevende natuur. Te veel mensen denken nog steeds: “Komt tijd, komt raad”. Dat geduld of deze luiheid mag voor wereldse zaken en de onderlinge menselijke verhoudingen wellicht van toepassing zijn. Maar deze berekenende overweging is hier niet op zijn plaats. Want verloren tijd geeft niets meer terug van deze gemiste kennis van geestelijke zaken en de nieuwe tijd brengt voortdurend iets nieuws wat niet overeenkomt met wat voorbij is. Benut de tijd daarom zo, dat je geen spijt of berouw zult hebben over de verspilde tijd als dat het resultaat zal zijn van jouw toekomstige inzicht. En laat God vooral niet voor dovemansoren spreken. Want met een geestelijk oog zouden we kunnen zien met wat voor ongekende gedachtesnelheid het ontwikkelingsproces van de mensheid plaatsvindt. Zonder geestelijk oog hebben we er echter geen idee van wat één seconde tijd tot stand brengt met betrekking tot dit snelle ontwikkelingsproces van loutering en verfijning. En we kijken voorts nog steeds niet op deze wijze naar de wereldpolitieke activiteiten op deze kleine aardbol. De gedachte is niet alleen het sturende idee, maar deze staat ook hoger dan al het materiële. Het geestelijke is immers de grondslag van al het bestaande. De mens draagt de hele schepping in zich. Als keerpunt tussen twee werelden, verbindt hij de materiële wereld met de geestelijke. Nergens ontbreekt het geestelijke principe, dat alles classificeert, ordent en zo in de richting van een hoopvolle ontwikkeling leidt.

Onze verwarring ontstaat door de tegenstrijdigheid tussen enerzijds in wezen altijd aanwezige essentiële verbinding met onze goddelijke bron en anderzijds onze overtuiging dat je niet in staat zou zijn om de goddelijkheid in onszelf en in de wereld te herkennen. Deze verwarring stimuleert ons om hiervoor een oplossing met onszelf en met de buitenwereld te vinden, hoewel we weten dat de resultaten van tegenstrijdige overtuigingen zich onmogelijk laten verenigen.

De negentiende eeuw was een tijdperk van explosieve groei van alle wetenschappelijke disciplines. Daardoor waande de wetenschap zich onoverwinnelijk. De ene uitvinding volgde op de andere, waardoor het verstand en daarmee het materialisme triomfen vierden. Het daaruit ontstane gebrek aan geestelijke belangstelling wordt in onze dagen steeds beter begrepen. Daarom mogen we er blij mee zijn dat de Heer ons via Gottfried Mayerhofer (1807-1877) op zeer indringende wijze de geestelijke dimensies van al het levende in steeds weer nieuwe aspecten heeft onthuld. In zijn boek “Levensgeheimen” wordt duidelijk hoe betrekkelijk het materiële is, waarin de mens zich, met minachting voor de goddelijke bedoeling, heeft ingegraven, of zelfs in geestelijke zin, heeft begraven. Onze lichamen zijn net als de aarde geoordeeld en zullen eens moeten sterven en vergaan. Als je daarentegen vlijtig je hart onderzoekt zul je daar zonder meer vinden wat je zoekt. Want in ieder mensenhart is het levende zaad gezaaid waaruit het eeuwige ochtendrood van het eeuwige leven zal opbloeien.

Het oneindige kan niet beperkt worden – Wim van der Wenden

Het oneindige kan niet beperkt worden
– Wim van der Wenden –

Onze gedachten en gevoelens bepalen ons geestelijk leven. Maar we kunnen niet denken aan datgene wat we niet weten. En we kunnen evenmin daarvoor genegenheid tonen. En dat is de reden waarom we niet kunnen denken over het Oneindige of ervan houden. Zo kunnen we met God als de Oneindige ook geen relatie hebben als die liefdevolle genegenheid ontbreekt. Hij is immers oneindig en omvat alles. Het hier geschetste probleem is kernachtig samengevat door niemand minder dan Emanuel Swedenborg, die hierover schreef: ’Zonder enige kennis en erkenning van [geestelijke] dingen is het een mens onmogelijk om spiritueel te denken. En als mensen daar geen gedachte over hebben, dan willen zij dat ook niet. Een mens kan niet denken over wat hij niet weet, en waarover hij niet denkt kan hij ook niets willen’. Maar omdat ons geestelijk leven afhankelijk is van de verbondenheid met God is het essentieel dat we überhaupt over hem denken. Er was immers door God aan de mens opdracht gegeven hem lief te hebben. Waar God het bovenstaande probleem van de mens heeft onderkend creëerde hij een zeer verbazingwekkende oplossing. Hij bekleedde zich met een lichaam van vlees en bloed en zo verscheen hij als een mens in de persoon van Jezus Christus in deze wereld om zich aan de mensheid bekend te maken. Jezus wordt daarom nog al eens het gelaat van God genoemd. Daarmee was de klacht van de mens dat hij God niet kon zien ondervangen. Maar er was nog veel meer wat verbazing wekte. Want hoewel God zich bekleedde met een fysiek lichaam beperkte hij daarmee niet zijn goddelijke natuur, die in hem was. Het oneindige kan immers niet beperkt worden. Jezus kon zo het kwaad en de valsheden van deze wereld in zichtbare en hoorbare menselijke termen aantonen, zonder dat hij iedereen met al hun gebreken daarbij in moest zetten. God heeft binnen de structuur van dat natuurlijke lichaam zichzelf toegestaan om alle twijfels en verleidingen te ervaren die elk ander mens moet verduren. Hij werd echter gedreven door een geweldige gepassioneerde ijver van zijn oneindige liefde. Daardoor overwon hij snel elke verzoeking. En geleidelijk aan kreeg hij grip op de besturing van het natuurlijke schip van het leven. Zo perfectioneerde hij dit, totdat het was gezuiverd en daardoor één werd met het goddelijke. Toen de ziel van Jezus zo tot rijpheid was gekomen verdween hij uit het natuurlijke gezicht van de mensen. Lijkt dit alles te fantastisch om waar te zijn? Jezus zei: ‘Je gelooft in God, gelooft ook in mij’. (Joh. 14: 1). Waarom? Omdat hij zelfs in zijn beperkte en eindige uiterlijk als mens op aarde het meest God nabij was om die perfectie van God te kunnen zien en te laten zien. Gezien de wonderbaarlijke aard van zelfs het gewone leven op onze aarde, is er geen goede reden om niet te geloven dat de Heer dit kon doen. Het is een kwestie van kiezen vanuit welke uitgangspunten we beginnen te redeneren om een basis aan ons geestelijk leven te geven. Daarbij staat de redelijkheid hoog genoteerd maar nochtans zal ieders persoonlijke verantwoordelijkheid de doorslag geven. Zowel het goede als het ware komen voort en gaan uit van het goddelijke, van waaruit alle dingen zijn. Er is niets noodzakelijker voor iemand dan te weten wat goed en wat waar is, en hoe die zich ten opzichte van elkaar verhouden en hoe het een is verbonden met het ander. We zouden van het goede en het ware een startpunt kunnen maken op onze zoektocht in deze wereld. De mensen zijn daartoe uitgerust met wil en verstand. Zij hebben de vermogens als liefde en wijsheid ontvangen, die het goede en het ware bevatten. Daarom worden we in de bijbel zo krachtig uitgenodigd en aangespoord om God te zien in zijn eigen zichtbare menselijke vorm. Jezus heeft deze goddelijke mens uitgedrukt in het werk en in de leer van een levend, ademend rolmodel van wat het in de meest perfecte zin betekent. En dat is om te willen wat goed is en te begrijpen wat waar is. Met andere woorden betekent dit: om echt lief te hebben en innerlijk wijs te zijn.