Alle berichten van Hendrik

Het verbond van de liefde – G.K. Holderer

Laten we het meteen maar benoemen: we spreken over het verbond dat God met de mensen heeft gesloten. Wat is dat voor een verbond en wat houdt het in? In elk geval is dit bijzonder belangrijk, omdat het verbond het leven van de mens op aarde en later in het geestelijke rijk beïnvloedt.

Alle mensen zijn afkomstig van God. Alle mensen zijn geestelijk geschapen, omdat God zelf geest is. God is almachtig en is door zijn zeven eigenschappen innerlijk helemaal in balans. Zijn wezen van de liefde is het uitgangspunt van de schepping van ons mensen. Wel zijn wijsheid en orde hierbij ook van groot belang, maar wij willen ons nu tot de liefde bepalen. Gods liefde heeft ons mensen geschapen en dat geeft aan dat wij in ons innerlijk, in onze geest, ook liefde zijn. Dat betekent dat wij niet alleen liefde bezitten, maar zelf ook echte liefde zijn! God is de schepper van de mensen, met andere woorden – hij is onze Vader. Is het dan niet logisch dat wij zijn kinderen zijn? Het verbond tussen de hemelse Vader en zijn kinderen is de liefde.

Nu komt de vraag naar voren waarom wij, als zijn kinderen, dan zo anders zijn dan onze Vader in de hemel. Zijn wij echt anders dan de Vader? Zoals gezegd is God geest en wij zijn het ook, in elk geval in het geestelijke rijk dat op het aardse leven volgt.

Het leven op aarde in deze materiële toestand is een tussenfase voor de mens, die noodzakelijk is om onze verkeerde inzichten te kunnen corrigeren en dat op een relatief snelle wijze. Bijna alle mensen zijn afkomstig van de samen met Lucifer gevallen engelen. Door diens hoogmoed en eigenliefde werden de goede goddelijke eigenschappen ook in Lucifers nakomelingen en in zijn aanhang in negatieve zin veranderd. Zonder ingrijpen van de hemelse Vader zouden Lucifer en zijn aanhang door deze afscheiding van het verbond van liefde met de schepper ten dode zijn opgeschreven. Maar God wil en kan geen van zijn schepselen laten vervallen tot de eeuwige dood. Daarom heeft hij de materiële wereld geschapen om alle afvalligen in staat te stellen om de ware en goede eigenschappen aan te nemen die noodzakelijk zijn om in de hemel te komen. De redding voor deze afvalligen is daarom het leven in de materiële wereld. Hier krijgt iedereen de kans om zich bewust te worden van zijn verkeerde inzichten en deze aan de liefde van de hemelse Vader aan te passen.

Wij zijn ook liefde, maar waar is deze liefde? De liefde is zo kostbaar dat onze innerlijke geest, die deze liefde is, wordt afgeschermd van de onreine gedachten en wensen van de mens. Wij hebben alle mogelijkheden onszelf door belevenissen of door het lezen van goddelijke mededelingen te leren kennen en vervolgens aan te passen aan goede eigenschappen zoals liefde, geduld en barmhartigheid. Dat is de terugkeer naar het verbond met de hemelse Vader, het verbond van liefde. De aanpassing aan de goddelijke liefde maakt de uit voorzorg afgesloten geest vrij zodat hij mee kan werken aan het groeiproces van de liefde.

In de Huishouding, deel 2, dat door Jakob Lorber is geschreven, staat in hoofdstuk 85 het volgende: “Voor degene die in het verbond zal blijven, zal ik een Vader zijn en hij zal voor Mij een kind zijn; en wie ook maar tot dit verbond zal toetreden, aan hem zal ook het ware kindschap ten deel vallen. Maar wie zich van het verbond losmaakt, zal zich ook van Mij afzonderen en gedurende de tijd dat hij afgescheiden zal blijven van dit heilige verbond, zal hij het kindschap verliezen.”

Hier lezen wij dat God als onze hemelse Vader er alles aan doet om alle mensen het kindschap te verlenen. Maar dat kan Hij niet doen met zijn almacht. Dat had Hij vanaf het begin van de schepping wel kunnen doen. In dat geval zouden wij robots zijn die alles uitvoeren wat Hij wil. Maar dat is niet wat God wil. Wij, zijn schepselen, moeten tot het inzicht komen dat wij vrijwillig de beslissing kunnen nemen om God als onze Vader te erkennen en daarnaar te handelen. De wilskracht bij de mensen is meestal zwak, maar als wij de hemelse Vader vragen ons met zijn sterke wilskracht te helpen, dan gebeurt dat ook. Wel is het nodig dat wij ons compleet met zijn liefde verbinden, wat niet alleen de godsliefde maar ook de naastenliefde insluit.

Wanneer wij ons losmaken van zijn verbond, dan kan dat al hier in het leven op aarde gebeuren en de negatieve toestand van de ziel die daardoor ontstaat, zal meegenomen worden naar het geestelijke leven na het afleggen van ons materieel lichaam. Zoals de levenswijze van de mens op aarde was, zo zal het in het begin ook daar zijn. Dat wil zeggen dat God niemand hoeft te veroordelen omdat iedereen volgens zijn liefde naar dàt gebied toe wil gaan, dat in overeenstemming is met zijn liefde. Als dat een liefde is voor negatieve dingen zoals machtsstreven, eigenliefde, lichamelijke wellust of iets dergelijks, dan is dat het verlaten van het goddelijke verbond, en deze mens verkiest dan voor zichzelf de hel.

Als later een beter inzicht rijpt, ontvangt men hulp van engelen die de weg wijzen die terugleidt naar het goddelijke verbond van de liefde. Je mag aannemen dat God ook in de hel één en al liefde is. Iedereen, die dat wil, wordt door de hemelse Vader als een verloren zoon erkend en weer aangenomen.

Mensen die al op aarde tot het inzicht komen dat liefde het belangrijkste in het leven is en daarnaar leven, worden door hun beschermengelen gesterkt. Na hun aankomst in het geestelijke rijk begint de weg naar de hemel, die afhankelijk van de mens wat langer of korter kan zijn. Wel zijn deze mensen van het begin af aan gelukkig en hun liefde zal voortdurend toenemen. Liefde is het leven zelf! Hoe meer liefde een mens bezit, des te sterker en gelukzaliger voelt zo iemand zich. In het tegenovergestelde geval, d.w.z. als er te weinig of helemaal geen goddelijke liefde aanwezig is, bevindt de mens zich in het duister en is hij dicht bij de eeuwige dood.

God, dat is onze zichtbare Vader Jezus, is de puurste liefde die niemand zal veroordelen, maar iedereen zalig wil maken. Maar de mens moet dat ook willen en Gods liefde navolgen. God dwingt niemand in zijn leven op aarde en nog minder in de geestelijke wereld. Daarom ontvangt ieder mens datgene waar hij voor kiest.

 

=============================