Toespraak van de jonge Romein. (24.11.1851 )

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 1)

«« 117 / 242 »»
[1] En de jonge man. die even tevoren zo goed had gesproken. zei .door het zolderluik: 'Zou de hogepriester In Jeruzalem dat soms ook met duizend ossen, tienduizend ezels en honderdduizend schapen tot stand kunnen brengen?
[2] Deze komische vraag was aanleiding tot veel gelach. zelfs bij de Farizeeën. Maar toch reageerde er een van de schriftgeleerden; hij zei tegen de jolige spreker boven In het zolderluik: Mijn beste, waag met te veel! Want de armen van de hogepriester omspannen de gehele aarde. en wie daaronder terecht komt, wordt vermorzeld! De hogepriester hóeft helemaal geen doden op te wekken en jichtlijders gezond te maken; want dat heeft alleen maar met het vlees te maken en niet met de geest van de mensen, en dat is een zaak voor doktoren en niet voor priesters. Begrijp je dat?
[3] De spreker zei: 'Vriend, als ze zoiets konden doen, dan was het óók een zaak voor priesters; maar omdat ze juist dat voor alle schatten der aarde niet tot stand kunnen brengen. zijn ze wel verplicht dat met een trots gezicht toe te geven en te zeggen: 'Het ligt niet op de weg van de priesters, die alleen maar voor de geest van de..mens moeten zorgen! Ik vind het echter toch ook een geweldig geestelijke verzorging als een dokter aan een dood meisje de geest en de ziel teruggeeft. .Vooral als zij volkomen dood is en voor onze ogen aan een kwade koorts is gestorven - dus aan iets kwaads waaraan nog nooit iemand half gestorven is!
[4] Toen God Adam uit leem schiep, was deze schepping slechts iets stoffelijks, en buiten God Zelf was daarbij niets geestelijks. .
[5] Toen God daarna in de dode vorm een levende ziel en daarin een denkende geest inademde, was dat geen stoffelijk, maar een zuiver geestelijk werk van God in en aan de vorm van de eerste mens van de aarde. En toen deze wonderdokter Jezus uit Nazareth, hier waar wij allemaal bij waren, datzelfde deed bij het dochtertje van de overste, was dat n.aar ik aan mag nemen toch ook wel een zuiver geestelijk werk en een geestelijke verzorging?!'
[6] De schriftgeleerde zegt: 'Dat is een onderwerp waar jij geen verstand van hebt. houd dus maar liever je mond!.'
[7] De jonge man zegt: 'Als ik nog Jood zou zijn, dan zou Ik mijn mond wel houden, maar sinds ik niet meer een Jood, maar een Griek ben, en aanhanger van de heerlijke leer van Socrates, zie ik niet in waarom ik voor de Jodenpriesters mijn mond zou houden; ik ken hun hedendaagse. ontzettend domme leer jammer genoeg maar al te goed. .
[8] De schriftgeleerde zegt: 'En wat vind jij als heiden dan zo dom aan de oude. goddelijke leer van de Joden? Zijn Mozes en de profeten voor jou soms allemaal te weinig verheven en vind je hun leer dom?!'
[9] De jonge man zegt: 'Nee. Mozes en al de profeten, die van jullie hetzelfde zeiden wat ik nu van jullie zeg, zijn voor mij zeer verheven en goddelijk wijs! Maar jullie voorschriften, waarvan Mozes net als iedere andere profeet nooit ook maar zelfs gedroomd heeft, die vind ik buitengewoon dom!'
[10] Hoe dienen jullie God?! Mest, vuil en viezigheid verbranden jullie op het aan God gewijde altaar, en de vette ossen, kalveren en rammen eet je zelf op, en je offert ze aan jullie buiken die nooit gevuld raken. Het zuiver goddelijke van je leer heb je verworpen, en wie van jullie het nu. waagt om het zuivere te Ieren, die behandel je zoals je tot nog toe al je profeten behandeld hebt!
[11] Hoe lang is het geleden dat jullie Zacharias in de tempel vermoord hebben?
[12] Zijn zoon Johannes predikte te Bethabara de waarheid en riep jullie gewetenloze misdadigers in het heiligdom van God op tot boetedoening en tot terugkeer naar Mozes en diens zuivere leer; en wat deed je met hem?! Waar kwam hij terecht?! Hij verdween; -zover ik weet is hij 's nachts door boosaardige beulsknechten opgepakt!
[13] En nu is hier in Nazareth, Jezus als profeet door God geroepen en doet dingen die alleen aan de almachtige goden mogelijk zijn, en jullie beloeren hem met argusogen! Wee hem, als hij het zou wagen om net als ik, zich ook maar één woord te laten ontvallen tegen jullie en die door jullie zelf en niet door Mozes gemaakte smerige leer! Jullie zouden hem meteen van de ergste misdaad, namelijk godslastering, beschuldigen en hem uit dankbaarheid dat hij jullie doden opwekte en jullie kreupelen recht maakte, stenigen of zelfs aan het kruis binden!
[14] Want jullie bezigheid bestaat uit heersen, en tegelijkertijd zo plezierig mogelijk leven en je buik vet mesten! Wie je daarin beperken wil en je terug wil brengen tot Mozes, die is je vijand, en je hebt middelen genoeg om hem uit de weg te ruimen!
[15] Ik veracht jullie allemaal als een bedorven stinkend kreng, omdat jullie wezenlijk de grootste vijanden van God en al Zijn mensen zijn en steeds zullen blijven! Ik ben een heiden -en zelfs ik herken hier in de man Jezus de zuivere kracht van God, en wel in zo'n hoge mate als de hele aarde tot nu toe nog nooit beleefd heeft!
[16] Niet zijn lichaam doet zulke nooit gehoorde daden, maar zijn almachtige, zuiver goddelijke geest, die hem volledig vervult!
[17] Kijk, dat besef ik, die door jullie een blinde heiden genoemd wordt! Wat denken jullie dan van Jezus, die slechts door één woord, zonder welke medicijn dan ook, jullie doden opwekt en onze kreupelen Iaat huppelen als jonge herten?!
[18] Ik vraag jullie, zo blind als je bent: Wie moet degene dan wel zijn, die slechts één simpel woord behoeft te zeggen, en storm en wind gaan liggen, de doden staan op en de lammen beginnen te springen als herten?!'
[19] Door deze rake en moedige toespraak waren de Farizeeën en schriftgeleerden allemaal zo kwaad geworden, dat ze de jonge man van woede en razernij verscheurd zouden hebben, als ze hem op een gemakkelijke manier te pakken hadden kunnen krijgen. Maar dat was in het bijzijn van het vele volk niet mogelijk en ook niet aan te raden; want iedereen juichte voor deze Jonge man, die de moed had om nu eindelijk eens de hoogdravende Farizeeën en schriftgeleerden goed grof in hun gezicht de volle waarheid te zeggen!
«« 117 / 242 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.