Vervolg van de rechtszitting. (20.7.1852)

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 1)

«« 237 / 242 »»
[1] Toen de eerste opwinding over dit voorval wat geluwd was, arriveerde de ons reeds bekende Philopold uit Kana, die meteen naar Mij toekwam en Mij wilde vertellen, hoe hij in Kana alles al helemaal had geregeld.
[2] Maar Ik begroette hem heel vriendelijk en zei tegen hem: 'Ik weet alles al; jij bent Mijn leerling, ga nu naar Mijn andere leerlingen, want die zullen je heel veel te vertellen hebben. Ik heb vannacht nog veel te bemiddelen. Maar morgen al zullen ook wij het nodige met elkander te bespreken krijgen; want jij moet een bekwaam werktuig voor Mij worden.
[3] Philopold gaat nu naar de leerlingen, en bijna op hetzelfde ogenblik melden de opzieners, dat reeds alle uitgenodigden uit Kapérnaum en Chorazin zijn aangekomen, en zij vragen, wat er nu moet gebeuren.
[4] 'Breng ze eerst naar hun kinderen en geef hen te eten en te drinken!', zeg Ik. 'Wij zullen.intussen een buitengewone behandeling van de zaak tegen de twaalf Farizeeën hebben.'
[5] Toen gingen de. opzichters weg en vroeg Faustus Mij, of het niet beter zou zijn, dat Ik de twaalf zou verhoren en dat hij alleen maar voor griffier zou spelen.
[6] Maar Ik zeg: 'Nee, broeder, dat gaat niet; want voor hen geldt alleen maar jouw ambtelijk gezag en daarom draag jij ook de ring van de keizer als teken van jouw macht aan je rechterhand en daarbij nog het zwaard en de staf; je moet ze dus zelf verhoren. Maar Ik zal je wel ingeven, wat je en hoe je ondervragen moet en zij zullen je niet ontsnappen! Laten we daarom maar vlug aan de slag gaan; want de nacht is niet zo jong meer.'
[7] Daarom gingen we nu meteen naar het gerechtshuis, waar de twaalf met hun dertig belangrijkste handlangers wel bewaard door de sterke wacht, met grote vrees en angst op de opperrechter zaten te wachten; want ze hadden nu geen tijd en gelegenheid meer om ergens een dozijn valse getuigen op te snorren, die voor hen gelogen en op de leugens ook nog gezworen zouden hebben; want de tempel beloofde een bijzondere genade aan ieder, die ten gunste van de tempel en al haar dienaars een vals getuigenis aflegde als de omstandigheden dat vereisten! Maar vooraf moest zo iemand natuurlijk wel behoorlijk van informatie voorzien zijn, hetgeen in dit geval absoluut onmogelijk was.
[8] Onder begeleiding van Kisjonah, Baram, Jonaël, Jaïruth en de engel Archiël met de onderrechter en een aantal schrijvers gingen wij nu de gerechtszaal in.
[9] Meteen bij het binnenkomen vraagt de voornaamste Farizeeër heel boos aan Faustus: 'Wat is dat voor een manier, om ons priesters van God, terwijl we ons zonder meer al tot alles wat verlangd werd bereid hebben verklaard, nu nog als gewone boeven gevangen te houden?! Zo waar wij dienaars van God zijn: -als men ons niet direkt de volle vrijheid geeft, dan zal God dat weten te bestraffen!'
[10] Faustus zegt: 'Wees rustig, anders ben ik genoodzaakt jullie tot rust te dwingen; want we hebben nu bijzonder belangrijke zaken met elkaar in het reine te brengen! Luister nu met al uw aandacht naar mij!
[11] Ik heb al eerder tegen u opgemerkt, dat volgens mij uw grote schat uiterst nauwkeurig lijkt op die, waar ik het al eerder met u over had. Op één punt na is me nu alles wel duidelijk over deze aanslag op. de van Pontus en Klein-Azië naar de keizer in Rome verzonden en vermiste belastinggelden en andere schatten; dit ene is het volgende:
[12] De belastinggelden en de andere schatten werden volgens de gegevens door bijna een kwart legioen Romeinse soldaten begeleid; daarom kan het niet zo gemakkelijk geweest zijn om zo'n geweldig escorte te overweldigen ze in de pan te hakken of minstens op de vlucht te doen slaan.
[13] Dat deze gelden en schatten rechtstreeks door uzelf, door list en geweld of door uw nog sluwere collega's van de Romeinse leiders gestolen zijn, is me helemaal duidelijk; daar hebben we ook geen bewijs meer voor nodig omdat we daar intussen meer dan honderd getuigen voor hebben; maar zoals gezegd, er ontbreekt alleen nog maar hoe en op welke manier het gebeurd is en tenslotte nog de juiste som, hoe groot die was, zodat ik in staat ben om tesamen met de gelden en andere schatten het juiste bericht aan de keizer in Rome te sturen.
[14] De voornaamste Farizeeër zegt: 'Heer, die laster is te groot om ooit op ons te laten rusten! Al had u duizend valse getuigen tegen ons, dan zal u dat toch weinig helpen; want wij staan te stevig in onze schoenen, en u zult ons toch met al uw macht geen haar kunnen krenken! Bespaar u daarom maar alle verdere moeite, want hierna zult u geen antwoord meer waardig geacht worden, behalve één tot uw verderf!
[15] Als u de Farizeeën tot op heden nog niet gekend hebt, dan zult u ze nu of ten minste binnenkort leren kennen! Want zo'n ontzettende beschuldiging kunnen wij nooit op ons laten rusten. Vanwege de bosbeschadiging waren we toegeeflijk, hoewel we volgens onze wetten niet toe hadden hoeven te geven; maar voor de lieve vrede hebben wij uw hoogst onrechtvaardige oordeel aanvaard. Maar daar komen wij op terug, en als u zo misdadig zou zijn om ook maar iets van het goud, de panden of de schatten aan te raken, dan zult u dat niet alleen honderdvoudig moeten vergoeden, maar dan is het met al uw glorie ook totaal afgelopen! Want op dit ogenblik al zal men in de tempel weten, wat op zo'n allerbrutaalste manier hier met ons gebeurt'.
[16] 'Zo', zegt Faustus, 'dus op deze manier wilt u zich uit de val bevrijden? Al goed, nu weet ik dan ook heel precies, wat ik met u moet doen! Uw verhoor is nu afgelopen; de misdaad is door honderd getuigen vastgesteld, en uw schuld is duidelijk! Meer zeg ik u niet en ik stel een ultimatum - de gerechtsdienaars staan buiten -
[17] Als uw dertig handlangers bekennen, dan behouden ze het leven; als ze echter ook niet willen praten, dan worden ze net als u nog deze nacht onthoofd! Dan zult u wel beseffen hoeveel angst ik voor u heb!'
[18] Na deze koelbloedige krachtige taal van Faustus komen alle dertig handlangers naar voren en roepen: 'Heer, spaar onze levens; wij willen u haarfijn beschrijven, hoe het gegaan is!'
«« 237 / 242 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.