De genezing van de vorstenzoon. (5/6.10.1851)

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 1)

«« 90 / 242 »»
[1] (En er was een vorstelijke persoon, wiens zoon te Kapérnaum ziek lag. Deze vernam, dat Jezus uit Judéa naar Galiléa kwam en ging naar Hem toe en vroeg Hem, of hij af wilde dalen en zijn zoon helpen; want deze was doodziek. Joh. 4:47) Toen wij op weg wilden gaan, kwam Mij hardlopend en haast buiten adem een man tegemoet, die van koninklijke afkomst was en een naaste bloedverwant van de overste, die een paar dagen te voren naar Kapérnaum ging. Deze man had van de overste gehoord, dat Ik van Judéa weer naar Galiléa terug was gekomen. Hij had een enig zoon, die opeens door een kwade koorts werd overvallen, en toen de dokter in Kapérnaum de zieke zag besefte hij ogenblikkelijk, dat deze niet meer te redden was. De vader van de jongen was ontroostbaar en wist van verdriet niet wat hij doen moest. Toen kwam Cornelius, de overste, naar hem toe en zei: 'Broer, er is nog één mogelijkheid! Van hier naar Kana is voor een goede loper nauwelijks een uur gaans. Daar bevindt zich de beroemde genezer Jezus uit Nazareth! Ik heb Hem Zelf op mijn reis hierheen daar aangetroffen en gesproken! Hij zal daar zeker nog zijn; want Hij heeft mij beloofd, van daaruit rechttoe rechtaan naar mij in Kapérnaum te komen en mij te bezoeken! Wat Hij belooft, dat doet Hij ook zonder enige twijfel! Omdat Hij echter tot nu toe nog niet is gekomen, is Hij beslist nog in Kana! Ga daar zo snel mogelijk persoonlijk heen en vraag Hem, of Hij bij je zoon komen en hem helpen wil! En ik sta er voor in, dat Hij direkt komt en je zoon zal helpen!'
[2] Zodra de vorstelijke persoon dat van zijn broer Cornelius hoort, snelt hij in aller ijl naar Kana en komt dan ook, zoals reeds hierboven vermeld, helemaal buiten adem in Kana aan, op het moment dat Ik de eerste stap voor de verdere reis zette Nauwelijks bij Mij aangekomen, valt hij voor Mij neer en smeekt Mij om toch zo vlug mogelijk met hem naar Kapérnaum te gaan, omdat zijn enige zoon, die zijn alles is, al met de dood worstelt en er in Kapérnaum geen dokter is die hem helpen kan. Als Ik niet zo snel mogelijk met hem mee zou gaan, zou zijn zoon zeker sterven voordat Ik in Kapérnaum zou zijn, als zijn zoon al niet nu reeds gestorven zou zijn!
[3] (En Jezus zei tot hem: 'Als u geen tekenen en wonderen ziet, gelooft u niet!' Joh 4:48) Ik zeg: 'Kijk, Mijn vriend, het is bij jullie een lastige geschiedenis! Want als jullie vooraf al geen tekenen en wonderen zien, dan geloof je niet! Ik help in de eerste plaats alleen diegenen, die geloven ook als ze vooraf geen tekenen en wonderen hebben gezien! Want waar Ik het onvoorwaardelijke geloof tegen kom, daar genees Ik ook wis en zeker!'
[4] (De vorstelijke persoon zei tegen Hem: 'Heer! Daal af, voor mijn zoon sterft!' Joh 4:49) Nu schreeuwt de vorstelijke persoon het uit: 'O Heer, praat hier niet zo lang met mij arme; U ziet toch dat ik geloof, anders was ik niet tot U gekomen! Ik smeek U, o Heer, kom slechts onder het dak van mijn huis, en mijn zoon zal leven! Als U echter treuzelt, dan zal hij gestorven zijn nog voor U er zijn zult! Begrijp me dan toch, ik heb veel knechten in dienst, en als ik tegen de één of tegen een ander zeg: Doe dat, of doe dit, dan zal hij dat doen. Als ik niet volledig in U geloofde, o Heer, dan had ik één van mijn knechten naar U toegestuurd! Maar omdat ik onvoorwaardelijk in U geloof, daarom kwam ik zelf; want mijn hart zei mij: ' Als ik U maar vind en zie, dan wordt mijn zoon gezond!' Heer, ik geef het toe, dat ik helemaal niet waard ben dat U onder mijn dak zou komen, - maar, als U slechts één woord wilde spreken, dan zou mijn zoon gezond en levend worden!'
[5] (Jezus zegt tot hem 'Ga heen, uw zoon leeft" De mens geloofde het woord, wat Jezus tegen hem sprak, en ging heen. Joh. 4.50) Ik zeg: 'Vriend, zo'n geloof ben Ik in heel Israël nog niet tegen gekomen! Ga getroost naar huis; het zal geschieden zoals je gelooft! Je zoon leeft!' - En de vorstelijke persoon ging huilend van vreugde en dankbaarheid naar huis; want hij geloofde rotsvast in Mijn woord. Ik bleef nu deze avond en de volgende dag echter nog in Kana, hetgeen de gastheer erg veel genoegen deed. (En terwijl hij afdaalde, ontmoetten hem zijn knechten. verkondigden hem en spraken: 'Uw kind leeft" Joh. 4.51 )
[6] Toen de vorstelijke persoon, die in Kapérnaum in groot aanzien stond, omdat hij ten eerste net als de overste Cornelius verwant was aan het regerende huis in Rome, en ten tweede daar door Rome in een hoge functie van de staat aangesteld was, de stad naderde, kwamen zijn vele knechten hem al tegemoet en riepen hem al op een afstand toe: 'Heer, uw zoon leeft en is volkomen gezond!'
[7] (Toen vroeg hij aan hen het uur, waarop het beter met hem was gegaan. En zij zeiden tegen hem: 'Gisteren omstreeks het zevende uur verliet hem de koorts. Joh. 4:52) De man viel bijna flauw van blijdschap en vroeg gelijk wanneer hij beter geworden was. En de knechten antwoordden eenstemmig: 'Gisteren op het zevende uur van de dag verliet de kwade koorts hem!'
[8] (Toen merkte de vader, dat het op hetzelfde uur was, toen Jezus tegen hem had gezegd: 'Uw zoon leeft!' En hij geloofde met zijn gehele huis. Joh. 4:53) Toen hij dat van zijn knechten hoorde, rekende hij het na en stelde vast dat het precies op het moment gebeurd moest zijn, waarop Ik tegen hem gezegd had: ' Je zoon leeft'. Rustig liep hij toen verder naar huis. En toen hij daar aankwam, kwam overste Cornelius hem al met de geheel gezonde en opgewekte zoon tegemoet en zei tegen hem: 'Nu broer, heb ik je naar de echte genezer gezonden of niet?!'
[9] De vorstelijke persoon zei echter: 'Broer, ja, door jouw raad heb je mij mijn leven tienvoudig teruggegeven! Maar deze genezer Jezus uit Nazareth is zeer duidelijk méér dan een gewone genezer die nog zo goed is in het genezen van ziekten door middel van heilzame kruiden! -Denk je dat eens in! Hij zei, zonder mijn zoon ook maar ooit gezien te hebben, alleen maar heel simpel: 'Je zoon leeft!' en de jongen werd op datzelfde moment gezond! - Luister goed, dat betekent toch wel iets heel bijzonders! Ik zeg je: Dat kan geen mens, maar is alleen maar bij God mogelijk! En van nu aan geloven ik en ook zeker mijn hele huis, dat deze Jezus zonder enige twijfel een echte God is, en dat Deze nu voor het heil van alle mensen in mensengestalte onder de mensen is en hen geneest en leert. -Als Hij hierheen komt moet Hij hier als een God geëerd worden!'
[10] Cornelius zegt: 'Zo ken ik Hem al en daar blijf ik ook bij, maar Hij wil beslist niet, dat men Hem zo zou ontvangen!'
[11] De vader van de genezen zoon zegt: 'Broer, met zo'n overduidelijk bewijs in handen - vind ik - kan men nooit te veel doen!'
[12] Cornelius zegt:' Ik ben het helemaal met je eens; maar het blijft zoals ik gezegd heb, want hij is een gezworen vijand van openbaar en uiterlijk eerbetoon. Uit Zijn vroegste jeugd weet ik me nog te herinneren, dat Hij alleen waarde hecht aan stil en innerlijk eerbetoon, dat zich uit door de liefde van het hart. Maar alle uiterlijke verering vindt Hij zelfs bijzonder irriterend, en als Hij, zoals Hij beloofd heeft, hierheen komt, dan zou je Hem met een openbare vergoddelijking alleen maar uit deze plaats verjagen! Doe alles wat je wilt dus maar in je hart; en vermijd vooral alle openbare plichtplegingen! Want ik ken Hem al sinds Zijn geboorte daar in Bethlehem, en heb sinds die tijd veel van Hem gehoord en veel ook zelf gezien!'
[13] De vorstelijke persoon zegt: 'Nu goed, gisteren heb ik overdag je raad opgevolgd en daarom wil ik ook nu in de nacht naar je raad luisteren en die opvolgen!'
[14] (Hier moet naar aanleiding van het woord 'gisteren' een kleine verklaring bijgevoegd worden om haarkloverijen te voorkomen. Het was namelijk zo, dat de dag, speciaal in Galiléa, slechts duurde tot de zonsondergang. Na de zonsondergang sprak men over de afgelopen dag al als 'gisteren'. Met zonsondergang begon de eerste nachtwake voor de komende dag; een nachtwake duurde net zo lang als drie uren bij ons, en een uur overdag was in de zomer haast zo lang als twee uren bij ons en in de winter nauwelijks één, want de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang moest altijd twaalf uren duren, of de zon nu lang of kort aan de hemel stond. Als daarom hier gezegd wordt, dat de vorstelijke persoon in één uur van Kapérnaum naar Kana ging, dan zou dat met onze tijdrekening neerkomen op bijna twee volle uren. -Deze korte ingelaste uiteenzetting is hier even noodzakelijk, omdat anders verscheidene voorvallen in dit Evangelie nauwelijks goed te begrijpen zouden zijn, omdat de overeenkomstige tijdsaanduidingen alleen op de toenmalige en niet op de huidige tijdsrekening betrekking hebben.)
«« 90 / 242 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.