De veranderde omgeving bij de berg Nebo

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 10)

«« 201 / 244 »»
[1] De opperstadsrechter stond op en richtte zijn blikken naar alle kanten op de omgeving en herkende die niet meer; want hij zag een groot aantal zeer weelderige, volledig rijpe graanvelden, verder met dicht gras begroeide weiden, die zich bijna onafzienbaar ver uitstrekten, en rond de stad grote tuinen, die vol stonden met de edelste fruitbomen. Ook de berg Nebo, waar wij ons op bevonden, was helemaal groen geworden en rondom begroeid met de prachtigste vijgenbomen en wijnstokken. Ook zag hij iets beneden de stad een behoorlijk grote vijver, van waaruit verscheidene beekjes in verschillende richtingen stroomden.
[2] Toen de opperstadsrechter en ook de anderen dat allemaal zagen, sloeg hij -evenals de waard, de drie Apollopriesters en ook de Farizee├źn en de Joden -zijn handen van verbazing boven zijn hoofd en zei: '0 Heer, dat is haast oneindig veel te veel, en het gaat werkelijk al mijn voorstellingen te boven! Wat zullen de mensen, die in deze stad en in het tamelijk uitgestrekte gebied er omheen wonen, van dit verschijnsel zeggen? Er kan onmogelijk een andere gedachte bij hen opkomen dan dat een of andere barmhartig geworden god dat allemaal heeft gedaan door de bede van een van zijn priesters; maar ik zal het volk er heel gauw van op de hoogte brengen hoe en waardoor dit allemaal zo is geworden.
[3] Maar nu vraag ik U, o Heer, om noch voor mij noch voor deze hele streek een tweede teken te doen; want dit teken heeft mij, behalve mijn verbazing, tegelijk ook buitengewoon in verlegenheid gebracht, en er zullen daarover waarschijnlijk vandaag nog en morgen van alle kanten zoveel vragen komen, dat we daar niet voldoende passende antwoorden op kunnen geven!'
[4] Ik zei: 'Dat zal natuurlijk wel zo zijn; maar Ik zal er ook voor zorgen dat het jullie niet zal ontbreken aan de juiste antwoorden, en de hele bevolking van deze uitgestrekte streek zal blij en dankbaar naar huis gaan en vergaren wat er op ieders stuk grond is gegroeid. Maar je kunt het met de hulp van je vele ondergeschikten wel tot een wet voor jezelf maken dat je het volk ernstig op het hart drukt hier geen ruchtbaarheid aan te geven, omdat het zich daardoor uit veel verder gelegen streken vele hebzuchtige en afgunstige lieden op zijn hals zou halen en uiteindelijk naar de wapenen zou moeten grijpen om de afgunstige vijanden weg te houden van de gezegende grenzen van deze landstreek.
[5] En ook jullie, Mijn leerlingen en jullie Joden, moeten er onder de Joden daar in het Beloofde Land geen ophef over maken; want velen zouden jullie niet geloven, maar jullie alleen maar uitlachen en vervolgen. En veel andere, zwakke Joden zouden jullie wel geloven, en door jullie ook in Mij geloven; maar dat geloof zou voor hen geen stevige basis hebben, omdat ze het ten eerste door hun eigen toevoegingen maar al te gauw groter zouden maken zoals ze met al hun bijgeloofdoen, en ten tweede zou zo'n manier van verder verbreiden te zeer naar het oude bijgeloof rieken en zodoende slechts een zeer twijfelachtig geloof bewerkstelligen; want als men later in deze streek zou komen om zich van het wonder te overtuigen, zou men zeggen dat ook echte vlijt en ijver van de mensen dit tot stand had kunnen brengen.
[6] Maar later kunnen jullie het wel op verstandige wijze vermelden bij die mensen, die Mijn leer al volkomen aangenomen hebben en daardoor Mijn rijk zijn binnengegaan. Die zullen jullie geloven, maar ook zeggen: 'Ja, wat zou er voor de Almachtige onmogelijk kunnen zijn? Als wij Hem hebben, hebben wij door Hem alles!'
[7] Blijf dus in eerste instantie alleen bij de leer, en naderhand kunnen jullie pas overgaan tot Mijn tekenen, die evenwel in de loop van de tijd toch weinig geloof zullen vinden, hoe waar ze ook zijn; want het verstand van de mensen zal pas ophouden die dingen te bekritiseren, als het ingewijd kan worden in de fundamentele oorzaak van het ontstaan ervan, en die inwijding zal bij zeer velen niet hier op aarde, maar pas aan gene zijde plaats kunnen vinden.
[8] Volg deze raad van Mij op, dan zullen jullie daardoor zonder problemen vorderingen maken; in het andere geval zouden jullie wel eens met veel stenen des aanstoots te maken kunnen krijgen! Goed is dus goed, maar beter is ook eeuwig beter, en het beste is datgene wat Ik jullie zeg.'
[9] Hierop gaven allen Mij hun woord dat ze deze raad zeer getrouw zouden opvolgen, en de opperstadsrechter vroeg Mij of hij de keizer er ook van op de hoogte moest stellen.
[10] Ik zei tegen hem: 'Laat de keizer er voorlopig buiten, maar over een jaar kun je Mijn vriend Agricola in Rome ervan in kennis stellen, en hij zal het te zijner tijd tot jouw voordeel ook wel aan de keizer overbrengen! Voor dit moment is het echter voldoende om alleen jouw gebied te onderrichten; en als er een buurman uit de noordelijk van hier gelegen steden naar je toe zou komen, zal die jou zelf zeggen wie daarvoor gezorgd heeft. De commandant Pellagius kun je ervan op de hoogte brengen; want hij is in militair opzicht ook over deze stad aangesteld en kent Mij!'
«« 201 / 244 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.