De Heer en Lucifer

Leopold Engel - Leopold Engel: Het Grote Johannes Evangelie (deel 11)

«« 16 / 77 »»
[1] Toen Ik nu Mijn blik over de schare van Mijn aanhangers liet glijden, die vol aandacht naar Mijn woorden luisterden en eigenlijk niet goed wisten wat ze hiervan moesten denken, voelde Mijn ziel een diep medelijden en overgrote liefde voor hen die Mij zo vol vertrouwen volgden.Tegelijkertijd zag Ik echter hoe het kwaad in hen zich inspande hun zielen van Mij af te leiden en naar de wereld te keren. Toen vergrimde de Godheid in Mij, en de mens Jezus trad terug, zodat alleen de Vader in Mij heerste.
[2] En de Almacht (Ik) sprak: 'Laat ons nog een poging wagen, of het niet lukt al dezen te bevrijden van datgene wat naar beneden streeft, en hen vrij te maken tot kinderen van de hoogte, opdat de verloren zoon terugkeert in het Vaderhuis!'
[3] En zie, allen vielen in een diepe slaap. Maar Ik, als de mens Jezus en toch God van eeuwigheid, stond daar alleen en riep Lucifer bij Mij, de gevallen aartsengel, ter wille van wie dit allemaal was geschapen.
[4] Toen maakten de zielen zich los van de lichamen van de slapenden, en zij schaarden zich om Mij heen en in hen gloeide een helder stralende vonk, die deze nog erg verontreinigde zielen licht en levenswarmte schonk.
[5] Ze knielden voor Mij neer en vroegen Mij (de zielen van de leerlingen) : 'O Heer, wend U niet van ons af! U hebt ons gered en zult ons verder leiden!'
[6] Lucifer stond echter in de gedaante van een schone jongeling, maar zonder glans, voor Mij, met gebogen hoofd en wachtte Mijn woord af
[7] Ik zei tegen hem: 'Je hebt de Godheid niet kunnen zien, maar alleen kunnen gewaarworden, lichtdrager, en toen je uit het middelpunt van Mijn liefde voer om licht en leven te scheppen in alle ruimten van de oneindigheid, geloofde je dat je niet de dráger, maar de bezitter van die kracht was. je veranderde je liefde in hoogmoed en zei: 'Een God die niet te zien is, is geen God. De schepselen die door mijn wil ontstaan, vereren mij als god, aangezien ik het enige zichtbare wezen ben. Ik wil derhalve voor hen God zijn en blijven!'
[8] Toen weerklonk Mijn stem in jou, die sprak: 'De volheid van Mijn geest werkt met jou en in jou, en alle eigenschappen die in Mij rusten, vormen op en neerwaarts een ladder in de oneindigheid. Ik wil je geven een deel van Mijn kracht, zodanig, dat ieder zal heersen vanuit zijn meest innerlijke begrenzing, die een diep van binnen gelegen punt vormt, dat van twee kanten uit de oneindigheid stroomt. Zo kun jij, terwijl je als eindig wezen van Mij bent uitgegaan, toch oneindig samen met Mij werkzaam zijn, als tegenpool die gerechtvaardigd tegenover Mij staat.'
[9] Maar je sloeg geen acht op de waarschuwing; want jouw kracht schiep talloze wezens vanuit jezelf, en zij volgden jou en werden machtig, omdat Ik de nieuw geschapenen, die een deel van jou waren, niet wilde vernietigen. Steeds machtiger groeide die schare aan, en zij maakten jou tot hun god. Toen zondigde je nogmaals en zei: 'Ik ben God; want nergens zie ik de kracht die iets schept! ' - Dwaas, alsof het eindige het Oneindige ooit zou kunnen zien en begrijpen!
[10] Toen sloeg Ik je in boeien, en zie, diezelfde kracht staat hier in persoon voor je en zegt tegen je: Ik ben de God die tot nu toe niet zichtbaar was! Herken je Mij nu? Keer om naar het Vaderhuis, opdat je bevrijd wordt van je boeien en de plaats inneemt die je toekomt! Ziehier de schare van hen die voor Mij knielen, losgemaakt van jou, in zichzelf tot leven gebracht door Mijn adem en voor altijd Mij toegewend! Geef je trots op, laat de warmte van Mijn liefde in je blazen -dan verstuift alle materie tot niets!'
[11] Lucifer sprak: 'Jij bent Jezus van Nazareth, een mens met grote kracht, die ook ik eens heb bezeten. Maar om God, de hoogste kracht, de oneindigheid in het eindige in jou te erkennen -nee, nooit! Wat er met mij is geweest, kan ook met anderen het geval zijn. De mensen zijn sterfelijk, hun lichamen ontbinden -zo zul jij ook vergaan, je lichaam zal uiteenvallen, en van Jezus blijft slechts stof over.
[12] Ik ken mijn schuld en zie mezelf ontdaan van mijn lichtglans, en ik gun je ook die paar van de mijnen, die zich daar tot jou wenden. Maar het zal nooit in de Almacht opkomen om haar schepping te vernietigen, die eigenlijk mijn werk is, die ik haar in feite bezorgd heb en die ik ook liefheb, evenals Zij; want de schepping is uit mij. Laat de strijd verder bestaan; want pas door deze strijd ontstaat het leven. De verschrikking van de dood is mijn werk, en daardoor houd ik mijn schepselen bij mij, en ze blijven bij mij, opdat mijn eigenschappen in hen kunnen leven. Het is dus goed zoals het is! -Wat wil je dus nog van mij?'
[13] Ik sprak: 'Het is hier niet de plaats om te twisten; want je weet heel goed waar het om gaat. Mij als Godmens is alle kracht der hemelen gegeven, en alleen jouw verstoktheid wil Mij niet erkennen, omdat jij nog altijd hoopt de Godheid te overwinnen,je van Haar meester te maken. Haar grote lankmoedigheid leg jij uit als zwakheid, haar liefde als machteloosheid. jouw scharen, voor wier redding Ik Mijzelf nu in het kleed der materie heb gehuld, wil je niet loslaten en je probeert hen op te ruien, hoewel je weet datje aanhang nu al veel zwakker en kleiner is geworden. Het is je gelukt de gemoederen gevangen te nemen en van de waarheid af te keren. Dat het heidendom bestaat is jouw werk. Ondanks dat alles zijn al jouw daden echter zo gekeerd, dat de gevallenen toch tot Mij worden geleid - en dat is allemaal niet voldoende voor je?'
[14] Lucifer zei: 'Degenen die jou zijn toegevallen wachten slechts op mijn roep om terug te keren. Geef mij de gelegenheid om je te bewijzen hoe zwak ze zijn -en als ik verlies, zal ik je erkennen! Geef mij macht over je lichaam, laat mij de innerlijke mens aanschouwen die in jou leeft, dan zullen we zien hoe weinig goddelijks daaraan kleeft! En ook dezen hier keren terug naar mij, aan wie ze toebehoren, wanneer Jezus eenmaal zijn tribuut aan de dood heeft betaald'!
[15] Ik zei: 'Wat Ikzelf in Mijn rijk binnenleid, is voor eeuwig voor jou verloren. Sinds het eerste begin van de wereld weet Ik het best welke wegen naar het heil leiden. Maar neem je in acht -jouw maat is vol! Uit liefde voor de schepselen van Mijn hemelen en aarden ben Ik teruggekomen, en uit liefde voor hen zal Ik het werk voltooien, ondanks jouw hardnekkigheid!
[16] Laat je er niet op voorstaan dat met jouw vernietiging ook de vernietiging bezegeld is van alle wezens die uit jou zijn, en dat daarmee hun tijd afhangt van die van jou. Eens komt de tijd dat je niet alleen ontdaan van je glans, zoals nu, maar ook beroofd van elk wezen uit jou, voor Mij zult staan en dan zal geen schepsel ooit meer door jouw vernietiging getroffen worden. Dan zul je weer moeten beslissen -als je er niet de voorkeur aan geeft tevoren uit vrije wil naar Mij toe te komen. Maar verdwijn nu van hier, want Mijn besluiten staan vast, en Mijn wil geschiede!'
[17] Hierop verdween Lucifer. En Ik zegende de om Mij heen geschaarde zielen, sterkte hen en gebood hun in hun lichamen terug te keren.
«« 16 / 77 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.