Cyrenius vraagt het Kindje om Diens zegen. Het Kindje vergt van Cyrenius afstand te doen van Eudokia omwille van Tullia. Cyrenius in tweestrijd. Het Kindje is onverzettelijk. Eudokia wordt erbij gehaald

Jakob Lorber - De jeugd van Jezus

«« 104 / 302 »»
[1] Deze verheven woorden van Tullia vervulden Cyrenius met geestdrift. Hij ging naar Tullia, die het Kindje nog op de arm had, toe en volontroering zei hij tot het Kind je :
[2] 'O, mijn Leven, Gij ware God van mijn hart, nu Ge me toch al met dit meisje in de echt ver­bonden hebt, nu bid ik­ als arme zondaar­ ook om Uw zegen, want die wil ik mij dan mijn leven lang herinneren!'
[3] Het Kindje richtte Zich nu vlug op en zei: ' Ja, beste Cyrenius, jou en je vrouw Tullia zegen Ik van harte,
[4] maar de vrouw, die tot dus­verre je geliefde was, die moet je dan nu aan Mij afstaan!
[5] Als je dat namelijk niet zou doen, dan zou je tegenover Mij toch, wegens echtbreuk in staat van zonde zijn; want ook van haar heb je gehouden, en je houdt nog steeds van haar!
[6] Als je haar nu aan Mij af­staat, en je daarvan dan een echt zoenoffer voor Mi j maakt, dan heb Ik daardoor ook je zonden van je overgenomen!
[7] Daartoe ben ik namelijk in de wereld gekomen, om alle zon­den van alle mensen van deze we­reld op Mij te nemen, en die door Mijn Liefde voor eeuwig te delgen voor Uw goddelijk Aangezicht! En zo moet het geschieden!'
[8] Door deze eis was Cyrenius aanvankelijk wel wat van zijn stuk gebracht en wist niet onmiddellijk wat te antwoorden. Zijn geliefde was namelijk een buitengewoon mooie Griekse slavin, die hij voor veel geld had gekocht!
[9] Alhoewel hij van haar geen kinderen had, hield hij zeer veel van haar, doordat ze zo uitzonder­lijk mooi was.
[10] Deze Griekse was welis­waar al dertig jaar, maar zij was desondanks zo'n schoonheid, dat eenvoudige heidenen haar als wa­re zij Venus zelf aanbaden.
[11] En zo was deze eis voor de goede Cyrenius wel zeer ver­gaand: het ware hem heel wat aan­genamer geweest als die achter­wege had kunnen blijven!
[12] Maar het Kindje liet Zich daardoor niet van de wijs brengen en Het hield aan Zijn vordering vast!
[13] Inziende dat het Kindje niet toe zou geven, zei Cyrenius nu aarzelend:
[14] 'Maar, mijn Leven toch, mijn mooie Eudokia ligt mij zo na aan het hart, dat ik haar nauwe­lijks zal kunnen missen!
[15] Werkelijk, als het redelij­kerwijs zou kunnen, dan zou ik nog liever Tullia afstaan, dan de schoonheid van Eudokia prijsge­ven.'
[16] Nu glimlachte het Kindje tegen Cyrenius en zei: .Je houdt Mi j toch niet voor een sjacheraar?
[17] Nu dat ben Ik bepaald niet! Of denk je soms dat Ik iemand ben die met zich Iaat onderhande­len over een eenmaal gedane uit­spraak?
[18] Neen Cyrenius, Ik zou nog eerder je zin doen als je Mij zou vragen Hemel en Aarde te doen vergaan, dan dat Ik Mijn eenmaal gedane uitspraak zou terug ne­men!
[19] Onthoud dit: Zon, maan sterren en deze wereld, ze zullen vergaan: Als een kleed zullen ze verouderen en verteren, maar Mijn woorden zullen nooit ver­gaan!
[20] Je moet Eudokia dan ook eerst en terstond hierheen laten brengen; en pas daarna zal de door mi j gezegende Tullia effec­tief de jouwe zijn!
[21] En als je blijft tegenstribbelen, dan zal Ik Eudokia doen sterven en je Tullia bovendien nooit meer afstaan.
[22] Want wat je doet dat moet je vrijwillig doen; wat je gedwon­gen doet, dat heeft voor Mij geen enkele waarde.
[23] En als Eudokia sterft, dan ben jij al veroordeeld met haar dood, en dan kun je ook niet meer de man van Tullia worden !
[24] Maar offer je Eudokia aan Mij, dan ben je pas echt vrij, dan pas kan Tullia echt je wederhelft worden!
[25] In den beginne werd er maar een man en een vrouw ge­schapen, daarom kun je -althans binnen Mijn Orde -geen twee vrouwen hebben!
[26] Als je geen oordeel over je­zelf wilt afroepen, dan moet je dus doen hetgeen Ik je gezegd heb!'
[27] Deze woorden van het Kind je waren voor Cyrenius aan­leiding om Eudokia uit de stad te laten halen.'
[28] Hij had haar namelijk wel meegenomen uit Tyrus, maar hij wilde niet dat iemand haar zou zien, om door haar aantrekkelijk­heid niet bekoord te worden.
[29] Ook nu nog vertrouwde hij haar aan niemand anders toe dan aan de oudste zoon van Jozef en aan Maronius Pilla.
[30] Deze beiden gingen nu, onder geleide van Cyrenius' lijf­wacht naar diens residentie, en brachten de mooie Eudokia al gauw Jozefs woning binnen; Eudokia was hogelijk verwon­derd; ze begreep er niets van dat Cyrenius haar voor het eerst door vreemde mannen liet halen!
«« 104 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.