Jozef maant om te gaan slapen. Maar het Kind je beveelt te waken vanwege een op komst zijnde storm. Jozef twijfelt, maar de orkaan barst toch los. Aankomst van Cyrenius, die met zijn gevolg vluchtte

Jakob Lorber - De jeugd van Jezus

«« 65 / 302 »»
[1] Toen Jozefs zonen de wieg niet meer wilden verlaten, doordat de liefde tot hun goddelijk Broertje hen volledig in Zijn greep hield,
[2] zei Jozef tegen hen, toen het al Iaat was geworden:
[3] 'Jullie hebt nu wel voldoen­de getoond dat jullie van het Kindje houden!
[4] Het is al Iaat nu en morgen zal het weer vroeg dag zijn; gaat dus in de naam des Heren ter rus­te!
[5] Het Kindje slaapt al. Zetten jullie de wieg voorzichtig naast het bed van Zijn moeder en gaat dan naar jullie slaapkamer.
[6] Maar nauwelijks was Jozef uitgesproken, of het Kindje sloeg Zijn ogen op en zei:
[7] 'Blijven jullie vannacht alle­maal hier en houdt jullie slaapka­mer vrij voor vreemden die van­daag nog hierheen zullen komen.
[8] Straks zal er een verschrik­kelijke storm opsteken, zoals er in deze streken nog niet eerder is ge­weest.
[9] Maar niemand van jullie hoeft bang te zijn; er zal niemand een haar worden gekrenkt.
[10] Sluit dus ook de deuren niet af, zodat vluchtelingen zich in dit huis in veiligheid kunnen stel­len.'
[11] Van deze voorspelling van het Kindje schrok Jozef nogal; vlug ging ie naar buiten om te zien vanwaar het onweer zou komen.
[12] Toen hij buiten was, kon hij echter nergens ook maar een wolkje gewaar worden. De hemel was helder en het was windstil.
[13] Alom heerste er doodse stilte, en van storm op komst kon geen sprake zijn!
[14] Jozef kwam dus direct weer terug, loofde God en zei:
[15] 'Het Kindje zal wel ge­droomd hebben, van storm op komst kan geen sprake zijn!
[16] De hemel is totaal onbe­wolkt en er is geen zuchtje wind; waar zou die storm dan zo plotse­ling vandaan moeten komen?'
[17] Maar nog had Jozef deze woorden niet gezegd, of daar klonk een slag als van duizend donderslagen tegelijk! Zo gewel­dig beefde de aarde daarvan, dat in de stad meerdere huizen en ook tempels instortten.
[18] En onmiddellijk daarop­volgend was er een orkaan zo he­vig, dat de nabij gelegen zee er meters hoog door werd opgejaagd en tot in de stad stroomde. Het volk, door de enorme schok ge­wekt, rende de stad uit naar hoger gelegen plaatsen.
[19] Ook Cyrenius en Maronius kwamen met heel hun gevolg naar Jozefs villa geijld, inderhaast ver­tellend welke huiveringwekkende tonelen de aardbeving en de storm veroorzaakten.
[20] Jozef kon hen in zoverre geruststellen, dat hij hun vertelde wat het Kindje van tevoren ge­zegd had. Cyrenius, hierdoor over zijn grootste schrik heen, was nu niet langer bang voor de storm en voelde zich weer volkomen veilig!
«« 65 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.