Antwoord van Jezus

Jakob Lorber - Brieven van Jezus en Abgarus

«« 2 / 15 »»
[1] Beste Abgarus, omdat Ge Mij niet hebt gezien, en toch gelooft, zal zaligheid Uw deel zijn! Want over Mij staat geschreven, dat degenen die Mij hebben gezien Mij niet zullen geloven opdat zij, die Mij niet hebben gezien mogen geloven en in eeuwigheid mogen leven!
[2] Maar met betrekking tot hetgeen Ge Mij schrijft, namelijk dat Ik naar U toe zou moeten komen omdat Ik in het land van de joden word vervolgd, moet Ik U dit zeggen: Het is nódig dat al datgene, waartoe Ik in de wereld ben gekomen hier ter plaatse aan Mij worde vervuld, en dat Ik, nadat dit allemaal aan Mij binnenkort vervuld zal zijn, naar Hem opstijge, van Wien Ik van alle eeuwigheid ben uitgegaan!
[3] Ik moge U derhalve aanraden geduld te betrachten in het geringe lijden dat U moet ondergaan. Zodra Ik in de hemelen zal zijn opgenomen, zal Ik U een van Mijn leerlingen zenden, die Uw ziekte zal genezen, en die U en allen die bij U zijn de ware (geestelijke) gezondheid zal brengen!
[4] Geschreven door Jacobus, een van de leerlingen van Jezus Christus, en vanuit de streek van Genezareth verzonden per Brachus, 's konings koerier.
[5] Kort nadat Abgarus deze hemelse boodschap van de Heer Jezus had ontvangen, gebeurde het dat de oudste zoon, de troonopvolger van deze koning, een doodernstige, hevige koortsen verwekkende ziekte opliep, waarvan alle dokters in Edessa beweerden dat die ongeneeslijk was. De arme Abgarus werd hierdoor bijna wanhopig. In deze allesoverheersende droefheid schreef hij opnieuw aan de goede Heiland:
«« 2 / 15 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.