Adam richt wijze woorden tot Seth

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 1)

«« 84 / 187 »»
[1] Toen nu Seth en alle anderen deze woorden van Henoch hadden vernomen, stond Seth weer op en begon als volgt te spreken:
[2] "O het is waar, ja, maar al te waar, wat de Heer door jou, lieve Henoch, vooral aan mij heeft laten verkondigen, want een dergelijke vermaning heb ik hard nodig!
[3] O vader Adam, o kinderen, dank de Heer in mijn plaats; want ik ben het niet waard en ik ben te slecht, dat ik het zou durven wagen met mijn tong, die nog maar kort geleden het heilige woord van de Heer lasterde, de Heer van alle leven en alle liefde een onzuivere lof op te dragen!
[4] Laat Asmahaël tot me prediken; want ik ben het niet meer waard Henochs woord te vernemen!
[5] Ja zelfs Asmahaëls woord is te heilig voor een dode! Laat het dier tot me prediken, opdat ik door zijn huiveringwekkende stem uit de dood tot leven gewekt moge worden!
[6] O vader Adam, noem me nooit je zoon; want jij bent uit God, ik echter uit een overvloed van alle weerspannigheid! Zie, ik wil slechts je knecht zijn, ja jullie aller knecht wil ik zijn, jullie dienen als een slaaf uit de diepte en stom zijn als een steen om daardoor de Heer genoegdoening te geven, omdat ik me in duisternis gedompeld heb, terwijl de Heer in woord en daad zoveel licht over mij uitgestort heeft!
[7] Jullie waardigen, dank God van mij, de arme, zwakke en dode Seth! Amen."
[8] Nu stond Adam op en sprak een kort, wijs woord tot Seth en dit woord genas de zieke zodanig dat hij weer vol liefde en vertrouwen ten opzichte van Mij werd en keer op keer Mijn naam prees.
[9] De woorden van Adam luidden als volgt: "Seth, Seth, je neemt teveel op je waar de Heer je niet toe verplicht heeft! Let op, als de Heer je beproeft en je dan nog zwakker wordt dan je nu al bent en je in je zwakheid ten val komt, - zeg me, wie zal je dan overeind helpen?
[10] God misschien, die je dwaas genoeg genoegdoening wilde geven, terwijl Hij toch oneindig en veel te heilig is en jij slechts een eindig stofje van de aarde voor Hem bent?!
[11] Wie is in staat God genoegdoening te geven?! Wie kan rein en volmaakt tot Hem bidden en zonder zonde Hem danken, Hem loven en prijzen en tot Hem met een smetteloze ziel bidden als een kind tot zijn vader?!
[12] Wat hebben we dan wat wij niet voorheen van Hem gekregen hebben?! Wat kunnen wij Hem geven dat Hij ons tevoren niet gegeven heeft en wat kunnen wij doen wat Hij in het verleden niet allang voor ons gedaan heeft?!
[13] Maak daarom voor jezelf geen onnodig gebod, maar let slechts op dat ene, dat je Hem in alle deemoed van je hart hoe langer hoe meer liefhebt en al je broeders en mij tien keer meer dan jezelf! Laat al het andere maar aan de Heer over; Hij weet het allerbeste welke last je in staat bent te dragen!
[14] Maar als het al te zwaar voor je is om dat ene gebod in de daad om te zetten, hoe wil je het dan met zo vele klaarspelen?!
[15] Weet je dan niet, dat aan iedere wet de vloek, de zonde, het gericht en de dood kleeft?!
[16] Zoek daarom niet het gebod, indien je wilt leven! Het is gemakkelijker wetten te geven, dan ze te gehoorzamen.
[17] Wat is meer: vrij te zijn in de liefde door de liefde, of onder het harde juk van de gehoorzaamheid te smachten naar de vrijheid van de liefde, die moeilijk te verwerven is en eeuwig zal zijn, terwijl het tevergeefs reikhalzende hart lang zal moeten bloeden onder de harde slagen van de verzoeking?
[18] Zie, hoe de kinderen van de avond slechts door een licht gebod te gronde gericht zijn; hoe zwaar zal het zijn hen te helpen, omdat hun hart door de te langdurende last misschien verhard is!
[19] Wij zullen de Heer altijd danken en Zijn naam loven, omdat Hij ons een vrij hart voor een vrije liefde gaf en wij zullen Hem ook altijd vragen ons voor ieder gebod te bewaren, opdat wij alleen als vrije kinderen in Zijn eeuwige liefde mogen leven.
[20] O Seth, er zullen eens tijden komen, dat onze verre nazaten onder bergen van wetten zullen leven en zij zullen als een gloeiende steen diep in de aarde tevergeefs naar vrijheid smachten! En jullie broeders zullen diegenen die slecht luisteren in stenen holen stoppen en hen van alle vrijheid beroven. Dan zullen er zoveel zonden zijn als het zand in de zee en het gras op aarde!
[21] Zie daarom van je dwaasheid af en doe wat je kunt en wat de Heer welgevallig is; laat al het andere aan de Heer over, dan zul je leven! Amen.
[22] Ontvang mijn zegen en wandel weer vrij en rechtvaardig voor God, voor mij en voor al onze kinderen! Amen."
«« 84 / 187 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.