De wonderbaarlijke spijziging van het volk. Horadals woorden van dank en liefde. Liefhebben betekent leven in de geest

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 2)

«« 104 / 280 »»
[1] Hierna stond Horadal op, dankte de Heer nog eens voor Zijn grote genade en erbarmen en richtte zich tenslotte tot zijn volk en zei:
[2] 'Broeders, neem met een dankbaar hart vol vreugde de spijs en de drank en eet en drink, nadat jullie alles naar behoren en rechtvaardig onder elkaar verdeeld hebben!
[3] Wanneer jullie allen voldoende verzadigd zijn, zal ik zelf pas toetasten en nemen van wat er over is gebleven.
[4] Geef dus met grote dankbaarheid in jullie harten gehoor aan de heilige wil van de grote enig ware God, die nu zichtbaar voor ons aller ogen deze spijzen voor ons gezegend heeft! Amen.'
[5] Na deze opdracht en nadat het volk in rijen op de grond was gaan zitten en wel in precies tien rijen, namen de tien hogere aanvoerders de manden op en deelden de spijzen zo uit, dat ieder met zijn korf een rij voorzag. Tegelijk ook overhandigden zij aan de eerste in de rij het vat met de drank en een vat gevuld met de allerzuiverste honing; als de eerste naar behoefte daarvan genomen had, moest hij het geven aan degene die naast hem zat en zo voort tot aan het einde van de rij.
[6] Pas nadat allen naar behoren van spijs en drank voorzien waren, bekeken de tien verdelers hun korven; wat waren ie verbaasd toen zij zagen, dat de manden niet eens voor de helft leeg waren!
[7] Daarom wilden zij nog eens de rijen langs gaan, maar nu van achteren naar voren; maar toen zij merkten dat iedereen nog volop van alles voorzien was, dankten zij met ontroerd hart de Heer en droegen de nog goed gevulde korven weer terug naar Horadal, die intussen iedere verdeler met zijn ogen gevolgd had om te zien of ieder zijn taak wel goed uitvoerde.
[8] Toen de korven weer hier stonden en Horadal zag dat zij nog voor meer dan de helft gevuld waren, vroeg hij tamelijk streng aan de verdelers:
[9] 'Hoe hebben jullie eigenlijk uitgedeeld?! De korven zijn weliswaar heel groot, maar het volk telt meer dan tienduizend hoofden.
[10] Hoeveel hebben jullie aan ieder gegeven? Kan hij daar volgens de wil van de allerhoogste Heer wel mee verzadigd worden?'
[11] Maar een van de tien antwoordde eerbiedig: 'Als jij het wonder aller wonderen wilt zien, kijk dan hoe iedere rij volop van alles voorzien is, dan zul je zeker met ons uitroepen: `Zulke dingen zijn alleen bij God mogelijk; alleen Hem zij daarom eeuwig alle eer, alle lof, alle prijs, alle aanbidding, alle dank en alle liefde! Amen.''
[12] Daarop liet Horadal zijn ogen langs alle rijen gaan en omdat hij zag dat werkelijk niemand iets te kort kwam, wendde hij zich tot de fleer en zei: 'O Gij, Wiens naam mijn tong nimmer waardig is uit te spreken, hoe moet ik U danken, hoe U prijzen, hoe U loven z├│ dat het U behaagt?!
[13] O Heer, eindeloos Heilige, zie, het dierbaarste wat ik heb is mijn leven ofschoon dat in Uw ogen zonder enige waarde is! Ik heb evenwel niets anders waarmee ik bewust iets ben en kan doen; mocht het U echter welgevallig zijn, dan wil ik het U ten offer brengen als dank voor dit arme volk!'
[14] Na deze woorden viel hij weer vol dankbaarheid wenend voor Abedam neer.
[15] Bij deze woorden van Horadal hield Abedam een hand voor Zijn ogen en verborg Zijn tranen van groot erbarmen. Pas na enige tijd boog Hij Zich voorover, raakte de nog wenende Horadal aan en zei tegen hem: 'Horadal, sta op; want nu heb Ik je van alle schuld bevrijd!'
[16] En Horadal stond op en was van pure ontroering lange tijd niet bij machte ook maar een woord over zijn lippen te brengen.
[17] Maar na een tijdje kwam hij weer tot zichzelf; hij haalde diep adem en vroeg tenslotte aan de Heer:
[18] 'Heer, kijk mij, arme zondaar genadig aan en word niet boos op mij als ik mijn overvolle hart een weinig lucht verschaf door een vraag, die ik weliswaar niet in het minst waardig ben!'
[19] En Abedam zei tegen hem: 'Open je hart maar voor Mij!'
[20] Nu legde Horadal zijn handen op zijn borst en zei: 'O Heer, Allerheiligste! Mogen ook ik, arme zondaar, en mijn arme volk U liefhebben met alle krachten van ons leven?!
[21] Vergeef mij deze voor mij te heilige vraag! Mijn verstand zegt me evenwel: alleen zuivere harten kunnen en mogen God liefhebben; maar mijn hart verzet zich nu geweldig tegen deze verstandelijke tegenwerping.
[22] O zeg me of ik kan en mag doen waarnaar mijn hart nu zo machtig verlangt!'
[23] En Abedam gaf hem daarop ten antwoord: 'Horadal, je doet toch immers al waarnaar je vraagt; je ontvangt daarom Mijn zegen!
[24] Ik geef je daartoe de drie beloofde woorden en deze luiden:
[25] Liefde, liefde, liefde, aldus zul je eeuwig leven in de geest, maar voor de wereld sterven! Nu ben je voor de wereld reeds gestorven; bemin, bemin, bemin daarom Mij, je heilige Vader voor eeuwig! Amen.'
«« 104 / 280 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.