De ontevreden, afgunstige mopperaars. Het antwoord van de Heer aan de mopperaars

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 2)

«« 267 / 280 »»
[1] Deze woorden brachten Terhad bijna om het leven; maar de Heer van het leven wist ook het leven van de nieuwe wachter te behouden en bovendien nog zo bijzonder te versterken dat hij nog tweehonderdzestig jaar voortleefde en zijn ambt vol kracht uitoefende.
[2] Maar aangezien ook alle andere gasten in de zaal deze woorden uit de mond van de Heer hadden gehoord, verwonderden sommigen zich en zij spraken dat ook zachtjes onder elkaar uit:
[3] 'Kijk nu eens wat er gebeurt! De hardnekkige, die een keiharde eigenzinnigheid had en nauwelijks te bewegen was om aan deze Godsman te geloven, ontvangt zo'n grote genade; wij echter hebben Hem zonder de minste tegenspraak onmiddellijk in ons hart opgenomen en aan ons wordt niet één woordje gewijd! Nou, dat is toch wel merkwaardig !
[4] Als enige Heer van hemel en aarde kan Hij weliswaar doen wat Hij wil, en niemand kan dan tegen Hem zeggen: `Heer, wat doet U?', maar desondanks blijft deze geschiedenis toch hoogst merkwaardig!
[5] Wanneer wij dit in woorden zouden moeten weergeven, voorwaar, wij zouden niet anders kunnen zeggen dan: genade voor de achterdochtige; doch voor de zachtmoedige, de gewillige, de liefhebbende hoogstens een beetje erbarming, en verder niets!
[6] Hoe je deze zaak ook wendt of keert, toch blijft deze gebeurtenis - nota bene vanuit goddelijke oogpunt bezien - zoals gezegd zeer merkwaardig!'
[7] Hier onderbrak de Heer het volk en zei: 'Ja, waarlijk, het is vreemd dat Ik zoiets doe; maar nog veel vreemder is het dat jullie je hier in Mijn zichtbare aanwezigheid ergeren over het feit dat Ik een arme broeder van jullie een genade bewees, die Ik jullie zwakkelingen niet kon bewijzen!
[8] Als jullie zouden zijn zoals je zou moeten zijn, dan zou je er alleen maar heel blij om zijn dat Ik een zondaar genadig ben; maar omdat jullie instelling nog verkeerd is en jullie nog lang niet zijn zoals je moet zijn, vinden jullie het ergerlijk en merkwaardig als Ik een zondaar genadig ben!
[9] Luister, Ik zal jullie nu zeggen hoe het komt dat jullie je erover ergeren, dat Ik Terhad zo'n genade bewees!
[10] Zie, jullie zijn scherpslijpers en zien het stof in het oog van je broeder; maar als er in jullie ogen hele bergen rondzwemmen, dan zien jullie dat niet! Daarom kunnen jullie hier ook de reden niet zien waarom Ik Terhad zo'n genade bewees!
[11] Ik zeg jullie echter: Ik zag het allemaal reeds lang van tevoren, dat jullie harten vol afgunst zijn; daarom liet Ik jullie ook slechts zoveel genade toekomen, dat jullie konden erkennen dat Ik de Heer van hemel en aarde ben.
[12] Maar afgunstige werkers kan Ik in Mijn grote huishouden volstrekt niet gebruiken.
[13] Reinig jullie harten dus eerst van alle afgunst en bedenk altijd - zelfs als jullie je zo grondig mogelijk hebben gereinigd : `Wij zijn ook de allerminste genade niet waard!'
[14] Dan pas zal Ik jullie op de proef stellen of je werkelijk geheel zuiver bent voor Mij, en Ik zal degene die helemaal zuiver zijn dan ook zeker uitkiezen voor een hoger genadeambt uit Mij; maar laat verder de vrije genade van het leven vanuit Mij toereikend voor jullie allen zijn!
[15] Waardeer de kleine gaven uit Mijn hand, als jullie Mijn kinderen willen zijn; dan zal Ik jullie op het juiste tijdstip zondermeer laten delen in de grotere gaven!
[16] Maar als jullie je kleine kinderen reeds kleine geschenken geven om mee te spelen en jullie er dan zelf een grote vreugde aan beleven, als zij plezier hebben van wat je hebt gegeven, - zeg Me, ben Ik dan minder Vader voor jullie allen, dan jullie dat zijn voor jullie kleine kinderen? Ik meen dat dat toch zeer zeker niet het geval zal zijn!
[17] Verheug je dus als kinderen over hetgeen jullie van Mij ontvangen; maar wanneer jullie sterker worden, dan zal Ik wel zien voor wat voor ambt je geschikt bent!'
[18] Allen werden warm door deze woorden van de Heer, en zij vielen voor Hem neer en vroegen Hem om vergeving voor zo'n zonde.
[19] Maar de Heer gelastte hen allen op te staan, gaf hun goede troost en begaf Zich toen weer naar Zijn gezelschap.
«« 267 / 280 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.