Sethlahem spreekt woorden van dank en prijst de deemoed

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 2)

«« 9 / 280 »»
[1] Na deze aanwijzingen dankten de tien Abedam uit het diepste van hun hart, omdat zij ten eerste Jehova's oneindige barmhartigheid, liefde, geduld, lankmoedigheid en zachtmoedigheid daarin herkenden, en ten tweede, omdat Hij hun zo'n grote genade bewees dat Hij juist hen, die de alleronwaardigsten meenden te zijn, tot werktuigen van Zijn grote erbarmen had uitverkoren.
[2] En Sethlahem opende tenslotte zijn mond en zei tegen al zijn medeuitverkorenen: 'Broeders, nu is mijn profetie in de heerlijkste vervulling gegaan!
[3] Ik heb jullie allen immers herhaaldelijk gezegd, als jullie soms beweerden dat de verheven, heilige, grote Jehova alleen aan verheven, grote en schitterende zaken een welgevallen kon hebben, dat dit zeker niet het geval was, maar dat, als we het op onszelf betrekken, juist het tegendeel blijkt.
[4] Hoe onaanzienlijker iemand is, hoe armer, hoe deemoediger, hoe meer hij Hem vreest, hoe meer hij zich van de wereld terugtrekt, hoe eenvoudiger hij in al zijn spreken en handelen is, hoeveel geringer hij zichzelf acht ten opzichte van al zijn broeders, hoe hulpvaardiger hij is voor allen en hoeveel minder hij zich om zichzelf bekommert, des te welgevalliger zal zo iemand Hem zeker zijn; want ik dacht:
[5] `Als Jehova zijn grootste welbehagen zou vinden in grote en schitterende dingen, dan zou Hij deze zeker ook tongen en een veel grotere volkomenheid in het spreken gegeven hebben dan wij ooit zouden kunnen bevatten; ons echter zou Hij dan stom gelaten hebben.
[6] Maar, wie heeft er ooit een boom horen spreken, wie ooit een berg, wie een rivier, wie de zee, wie ooit de aarde, de zon, de maan en de sterren?!'
[7] En toen jullie mij het gras en de andere kleine dingen voorhielden die niet kunnen spreken, sprak ik verder door de genade van de Heer: `De bescheiden grassen, hoewel ze niet kunnen spreken, zijn zeker duizend maal meer gezegend dan een trotse, hoogmoedige boom; men hoeft slechts hun onschatbare nut te beschouwen.
[8] Die plant geeft ons het brood, voedt onze koeien, schapen en geiten; hoeveel dieren en diertjes, die we helemaal niet kennen, leven van de zegen van deze bescheiden plant, terwijl een trotse hoge ceder zelfs een hongerige beer niets te bieden heeft om zijn honger te stillen!'
[9] En weer sprak ik verder tot jullie: `Kijk naar de bomen! Hoe kleiner zij zijn, des te meer gezegend en des te lieflijker en zoeter is ook hun vrucht en wij genieten die met grote vreugde en dankbaarheid jegens de heilige Gever.
[10] Maar wie wil zijn tanden zetten in de harde, ongenietbare vrucht van de grote en bovenal majestueuze eik en haar zegen met de varkens delen? Of wie heeft behoefte om met de raven een strijd aan te gaan om de loze vrucht van de ceders? En de appels van de hoge sparren, - wiens verhemelte zou deze kost wel behagen?!'
[11] En nog verder sprak ik tot jullie: `Kijk naar de wateren, de rivieren en de beken! Zolang zij bescheiden en onopvallend in hun bedding blijven, zolang blijven zij ook helder tot op de bodem, zodat het een ware lust is om er naar te kijken; beginnen zij echter te groeien en worden zij groter en machtiger, - dan worden zij ook al gauw troebeler! En wat vroeger door het bescheiden zuivere beekje gezegend werd, dat, en nog veel meer, wordt dan vernield en verwoest door de machtig gezwollen beek, rivier en stroom!
[12] De zegenrijke regen valt slechts in kleine druppels; maar als hij is aangezwollen tot grote druppels, dan komt hij met een hevige storm en slaat vernietigend tegen de grond wat hij anders in zijn bescheidenheid had opgericht en levenskracht had gegeven.'
[13] En ik zou jullie nog veel meer hebben willen zeggen over de duurzame armoede en onbeduidendheid; maar er zweefde toen nog een heel andere geest in jullie harten en al jullie begrippen over hetgeen God behaagt prijkten ofwel op de hoogste bergtoppen of soms zelfs hoger dan alle sterren!
[14] Maar wat ik toen zelf met veel moeite voor mij, voor jullie en voor al mijn kinderen in de schepping heb beluisterd, zie, dat wordt mij en ons allen nu overduidelijk getoond door de grote Abedam Jehova Emmanuƫl Zelf. Hij kijkt niet naar het aanzien, de grootte, de luister en de pracht van de dingen van deze wereld, en een mug is Hem liever dan een mammoet; want de mug gaf Hij zelfs een paar vleugels om te vliegen, maar de mammoet moet zich log en moeizaam over de aardbodem voortslepen om voor zijn grote buik het nodig voedsel te zoeken.
[15] Dus zie hier de vervulling van mijn profetie, o broeders! Hoe heerlijk is het nu voor onze ogen onthuld!
[16] De Heer, ons aller almachtige Schepper, onze heilige Vader, Jehova de Eeuwige, de Oneindige in Zijn liefde en wijsheid, Hij, het Licht van al het licht, de Kracht aller krachten, de eeuwige Macht aller machten, Hij Hijzelf heeft ons allen nu getoond dat voor Hem alleen de nederigheid van de ware deemoed telt, verbonden met de reine liefde tot Hem; en dat al het andere geen enkele waarde heeft.
[17] O broeders, wie kan de oneindige grootte van Zijn erbarmen begrijpen, wie Zijn liefde en genade?!
[18] Hij zou ons immers om Zijn vaderliefde te winnen en daarmee het eeuwige leven te verkrijgen, net zo gemakkelijk het omhoogstreven, de luister en de praalzucht als voorwaarde hebben kunnen geven! Maar slechts uiterlijk beschouwd, afgezien van Zijn eeuwige ordening, - wat verschrikkelijk duur zou Zijn genade ons dan te staan zijn gekomen?!
[19] Maar hoe gemakkelijk is nu het eeuwige leven te verwerven! Want in mijn grote nietigheid kan ik en ieder ander het ontvangen als een vrij geschenk van Hem, de zo boven alles goede heilige Vader!
[20] O Gij lieve Vader! Wat verheug ik mij toch, dat alleen de deemoedige nietigheid U behaagt en niet de luister, die ik en wij allen ons nooit eigen hadden kunnen maken!
[21] Wees zo genadig om daarvoor de eeuwige dank van onze harten aan te nemen; alleen U zij daarom alle eer, alle roem en alle lof van ons allen, omdat U ons in onze nietigheid hebt aangezien en ons hebt uitverkoren om in Uw naam de hoogmoed van de wereld te temperen en uit te roeien!
[22] Behoud ons allen echter ook eeuwig in de voortdurende deemoed en liefde tot U en alle broeders! Amen.'
«« 9 / 280 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.