De goudvondst en de welvaart van de nederzetting. Het listige plan van de tien legeraanvoerders tegen Hanoch.

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 3)

«« 219 / 366 »»
[1] De oversten vertrokken en brachten de bevelen van de tien overal nadrukkelijk over aan het hele leger, en iedereen kwam in beweging.
[2] Ongeveer tweehonderdduizend man gingen op onderzoek uit naar de toegangen tot dit bergdal en waar er maar een kloof of een andere mogelijke toegang over de hoge bergen bleek te zijn werd onmiddellijk al het mogelijke gedaan om die plaatsen zo ontoegankelijk mogelijk maken.
[3] De kloven werden tot op grote hoogte versperd, en die plaatsen in de hoge bergen die iets minder steil en dus in het ergste geval te passeren waren, werden aan de ene of aan de andere kant zo steil naar beneden afgestoken dat men er absoluut niet overheen kon komen.
[4] In een half jaar was de legereenheid waaraan dit werk was opgedragen met deze vestingwerken helemaal klaar.
[5] Aan een meer dan dubbel zo groot deel was het bouwen van stevige huizen opgedragen en tegelijkertijd waren zij met de bouw van tweehonderdduizend huizen en hutten klaar.
[6] En een derde, en wel het grootste deel werd voor de landbouw gebruikt; in korte tijd werden er honderdduizenden tuinen en akkers aangelegd, en reeds na een jaar zag dit dal er als een Hof van Eden uit.
[7] Het merkwaardigste hierbij was echter dat bij het vele graven buitengewoon rijke goudaders werden ontdekt, die men meteen liet bewerken, en men won in korte tijd vele duizenden en nog eens duizenden centenaars van het zuiverste goud. Ja, zo rijkelijk was dit metaal daar aan te treffen, dat het tiental zelfs al het huisgerei - zoals de ploeg, de spaden, de hakken en de schoffels - van puur goud liet maken! Na verloop van drie jaar had reeds iedere bewoner van dit dal gouden gereedschap.
[8] Kort en goed, er was daar in korte tijd zoveel goud uit menige berg gewonnen, en wel van een zeer gedegen soort, dat het tiental grote vrijstaande rotsen van het hoge gebergte aan de kant van Hanoch lieten vergulden, waardoor het leek alsof ze van zuiver goud waren.
[9] De grote rekbaarheid van goud was hun bekend. Het gebruik van verschillende boomharsen kenden zij ook, en zo was het voor hen niet moeilijk om heel wat rotsen van het hooggebergte die daar geschikt voor waren te vergulden.
[10] Ook lieten ze beide zijden van de hoofdingang van dit nu uitermate heerlijke land in het gebergte voorzien van grote mooi gehouwen vierkante stenen tot een hoogte van ongeveer veertig el en over een lengte van driehonderd vadem, en ze lieten de hele muur vergulden, zodat die er toen uitzag alsof hij van puur goud was.
[11] Na verloop van vijf jaar was dit grote dal zo in cultuur gebracht dat de oversten met de eerste hoofdmannen naar de tien gingen en zeiden:
[12] 'Luister naar ons, goede, wijze mannen! Wij zijn van mening dat wij nu Hanoch moeten laten voor wat het is, want wij staan er hier nu duidelijk beter voor dan het hele Hanoch!
[13] Wij hebben vruchten, graan, schapen, koeien, kamelen, ezels, herten, ree├źn, gazellen, geiten, kippen, duiven, hazen, konijnen en goud in overvloed.
[14] Wij leven hier in vrede en in de beste eendracht. Wij zijn goed gekleed en hebben goede stevige huizen. Wij zijn hier afgesloten van de hele wereld en leven veilig in een vesting die alleen door God overwonnen kan worden! Niemand kan ons hier ooit ontdekken en verraden!
[15] Laten we daarom Hanoch nu laten voor wat het is en hier heel rustig leven, want als de Hanochieten eenmaal iets te weten komen van onze grote welvaart, dan zullen wij niet meer door hen met rust worden gelaten!'
[16] Maar de tien zeiden: 'Dat begrijpen jullie niet! Wij zullen geen narren zijn en naar Hanoch trekken, maar we zullen hen op de meest sluwe wijze naar onze hoofdingang lokken en hen daar een nederlaag bezorgen waar zij nog honderden jaren lang aan zullen denken!
[17] Daarom zullen we binnenkort een afvaardiging uitrusten en de opperpriesters hier uitnodigen om het goud in ontvangst te nemen! Als zij dan zullen komen zullen zij een lading ontvangen dat hen horen en zien voor eeuwig zal vergaan! En zo moet het gebeuren! - Waarom? Dat weten wij!'
«« 219 / 366 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.