De zuivere liefde en het handelen uit liefde als voornaamste gebod. Het gevaar van de steden en de vrouwen van de laagte.

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 3)

«« 28 / 366 »»
[1] Ze snelden elkaar tegemoet en het duurde niet lang of ze ontmoetten elkaar met de machtigste liefde en had er wederzijds een ontvangst plaats en al het volk dat hier aanwezig was, bracht de Heer der heerlijkheid een groot liefdesoffer in hun hart.
[2] Spoedig wendde de Heer Zich tot hen allen en zei: 'Luister, Mijn kinderen! Hetgeen Ik jullie nu zal meedelen, moeten jullie goed ter harte nemen!
[3] Tot nu toe heb Ik jullie geen gebod gegeven, behalve het hoogst zachtmoedige van de liefde; zou Ik jullie nu soms een nieuw moeten geven bij dit oude gebod aller geboden?!
[4] Luister, zolang je dit gebod in je harten vasthoudt, zal geen ander gebod jullie aan Mij en aan jullie handelingen binden!
[5] Want de zuivere liefde en iedere daad die daaruit voortkomt, is immers de meest waarachtige grondslag van alle gerechtigheid. Wie de zuivere liefde van Mij in zijn hart heeft, zal iedere vorm van ongerechtigheid eeuwig onbekend blijven.
[6] Daarom hebben jullie ook geen nieuw gebod nodig, omdat, zoals gezegd, de liefde het voornaamste gebod is, dat alle leven en alle waarheid in zich heeft.
[7] Maar juist vanwege deze liefde die nu tussen jullie en in jullie is, wil Ik, jullie heilige, meest liefdevolle Vader, hier een goede raad aan toevoegen. Om die heilige liefde van Mij nu ook in jezelf en onder elkaar te behouden, moet je die raad heel goed ter harte nemen en dus ook in acht nemen.
[8] Dat zal echter niet moeilijk zijn, omdat jullie die heel makkelijk in acht kunnen nemen. Luister daarom naar Mij:
[9] De laagte is nu geopend; in geval het nodig mocht zijn, kunnen jullie afdalen naar de kinderen van Kaïn en die kunnen ook naar jullie toe komen, en je kunt je nu weer over de hele aarde verspreiden van het ene einde naar het andere.
[10] Maar Ik zal het niet graag zien dat iemand van jullie zich in een stad in de laagte zou vestigen, want in deze steden ligt nog veel slangenvuil dat af en toe vreselijk stinkt voor de neus van de geest en zijn leven besmet met een giftige pestilentie.
[11] Als iemand echter de goede vruchten van Mijn erbarmen nu in de laagte wil zien, dan kan hij daar naartoe gaan en Mijn leiding bezien; maar niemand zal zich langer dan hoogstens driemaal zeven dagen in de laagte ophouden, behalve als het om een uitdrukkelijke opdracht van Mij gaat. Omgekeerd geldt deze raad ook!
[12] Henoch en jullie, kinderen van de hoofdstam, moeten bepalen hoelang degenen die uit de laagte naar jullie toegekomen zijn, mogen blijven en daar hebben ze zich streng aan te houden.
[13] En als iemand de wens mocht uiten, zich hier op de hoogte te vestigen, dan dient dat altijd aan Mij gevraagd te worden!
[14] Jullie mogen dat ook zelf aan de vreemdeling toestaan, maar dan dienen jullie toe te zien of je daardoor geen adder aan je borst hebt gekoesterd en geen slang op je hoofd hebt geplaatst.
[15] Wees dus in dat alles verstandig; dan zal aan jullie geestelijke en lichamelijke huishouding eeuwig nooit vernietigende schade worden toegebracht!
[16] Evenzo moeten jullie je ook nooit met een vrouw uit de laagte verontreinigen, al komt zij je nog zo aanlokkelijk en bekoorlijk voor, want dat zou ieder van jullie meteen weer opnieuw tot de grootste slaaf van de slang maken omdat jullie dan vruchten zouden verwekken die zich van het bloed van de mensen en het vlees van de kinderen zouden voeden.
[17] De vijand van het leven heeft zich voorgenomen zijn vrouwen in de laagte met het bekoorlijkste vlees te tooien om jullie daardoor te verleiden; daarom zeg Ik het jullie van tevoren, opdat je je in alles weet te gedragen als je iets van dien aard zou overkomen.
[18] En als iemand van jullie in nood is, laat hij zich dan tot Mij wenden, dan zal Ik hem helpen.
[19] Dat is de raad die Ik jullie voor je eigen tijdelijke en eeuwige bestwil moet geven. Neem hem in acht, dan zal het je altijd goed vergaan!
[20] Ik blijf nu nog tot aan de avond zichtbaar bij jullie; als iemand van jullie het gevoel heeft dat het hem aan het een of andere licht ontbreekt, laat hem komen en spreken, opdat Ik het gebrek aan licht in korte tijd ophef! Amen.'
«« 28 / 366 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.