Mahal informeert naar de waterkist. Noachs relaas van de geschiedenis van de ark. Het verval van de mensen en de grote lankmoedigheid van de Heer.

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 3)

«« 333 / 366 »»
[1] Toen Mahal nadien de kist van binnen en van buiten nauwkeuriger had bekeken zei hij tegen Noach: 'Broer, zeg me toch eens precies hoe de Heer je dit zeldzame bouwsel heeft opgedragen! Ik weet wel iets, - maar heel uitvoerig en dus ook volledig helder is het me niet bekend; deel me daarom alles mee, opdat ik dan ook weet wat me te zijner tijd te doen staat!'
[2] En Noach zei tegen Mahal: 'Broeder, je weet dat de mensen zich sinds de tijden van Lamech op aarde sterk begonnen te vermeerderen en later zeer mooie dochters verwekten; en je weet hoe de kinderen van God op de hoogte dat merkten en toen al spoedig begonnen de heilige hoogte te verlaten en naar de laagte op de aarde afdaalden, en hoe zij daar de dochters van de mensen namen die zij wilden en kinderen bij hen verwekten!
[3] Op Gods hoogte, die Hij voor Zijn kinderen zo verheven en dierbaar had gezegend, waren daardoor bijna geen mensen meer. Want de echtgenoten lieten zelfs hun vrouwen zitten en gingen weg om een vrouw te zoeken onder de dochters van de mensen in de laagte - al gauw volgden vele hier achtergebleven vrouwen hen naar de laagte en huwden daar ook zonen van de aarde -, zie, spoedig daama sprak de Heer tot mij:
[4] `Noach, zie, de mensen willen zich door Mijn geest niet meer laten berispen; want zij zijn louter vlees geworden! Toch zal Ik hun een uitstel geven van honderdtwintig jaar!'
[5] Toen de Heer dat tegen mij heeft gezegd, was je erbij; dus weet je ook wat wij toen volgens Gods wil gedurende honderd jaar standvastig hebben gedaan om de kinderen Gods, die tot gewone aardse mensen geworden waren, te bekeren. Maar het heeft allemaal niet het geringste blijvende gevolg gehad!
[6] Want de kinderen Gods verwekten bij de dochters van de mensen machtige en beroemde mensen; die werden allerlei meesters in slechte dingen ten aanzien van God en werden harde tirannen voor de kinderen van de wereld en voerden om louter heerszuchtige redenen steeds oorlogen tegen elkaar. En op die manier vergingen er honderd jaar en meer!
[7] De Heer zag echter dat de mensen zich niet alleen niet bekeerden door Zijn dagelijkse vermaningen in allerlei vorm en gedaante, maar in hun slechtheid steeds groter en machtiger werden, en hoe al hun denken en streven steeds maar slechter en slechter werd, - toen berouwde het Hem dat Hij mensen had gemaakt op aarde, en Hij was daar zeer bedroefd over in Zijn hart!
[8] En zie, in die tijd - ongeveer tweemaal zeven jaar geleden - sprak de Heer weer tegen mij: `Noach, luister! Ik wil de mensen die Ik gemaakt heb verdelgen van de aarde, van de mens tot en met het vee en het kruipende gedierte en de vogels onder de hemel; want Ik betreur het dat Ik ze geschapen heb op deze aarde!'
[9] Ik, Noach, vond echter genade in Gods ogen en Hij rekende mij niet tot de mensen van de aarde die slecht zijn geworden! En zie, God keek op die tijd weer naar de aarde; maar die was voor Zijn ogen verdorven en vol misdaad!
[10] Desondanks stuurde God boden naar de verdorven mensen en wilde Zich over hen ontfermen. Maar de boden spraken tot dovemansoren en werden als heel gewone mensen beschouwd; men liet hen gaan en lette niet op hen.
[11] Daarop keek de Heer na zeer korte tijd weer naar de aarde en zei tegen mij: `Noach, luister! Al Mijn moeite en liefde is vergeefs! Voor Mij is het einde van al het vlees gekomen, want de aarde is vervuld van misdaden door de mensen! En zie nu, Ik zal hen allen met de aarde vernietigen!'
[12] En zie, om die tijd moest ik ook, zoals je weet, het hout vellen om daarmee de kist te bouwen die nu tot op een kleinigheid na voltooid voor ons staat! Wil je echter ook meer van het bouwplan weten, dan zal ik je dat ook volgens de eigen woorden van de Heer meedelen!'
[13] En Mahal verzocht Noach daarom, en Noach zei tegen Mahal: 'Kom eerst in mijn huis, en laat ons in de naam van de Heer een versterking nemen; dan zal ik je het bouwplan van deze kist onthullen!'
[14] En Mahal voldeed aan de wens van Noach.
«« 333 / 366 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.