Waltars woorden over Gods laatste poging om door Zijn engelen de mensen voor de zondvloed te waarschuwen en te redden. Mahals zending en de aftocht van de engelen naar de laagte.

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 3)

«« 342 / 366 »»
[1] Na die hoogst verheven aanbidding van de Allerhoogste zei de engel Waltar weer tegen Mahal: 'Nu, Mahal, aardse verwekker van mijn vroegere aardse lichaam, is de tijd weer aangebroken waar het heet: `Ga en voltrek Mijn wil!' Maar ik hoef je die niet mee te delen, want de Heer Zelf heeft je geopenbaard waarom Hij ons vanuit de hemelen heeft ontboden.
[2] Zie, het gaat nu om de laatste buitengewone poging de mensen van de aarde te redden! Lukt die niet, dan zal de Heer toelaten dat de boze mensen in hun dwaze bemoeienissen hun eigen gericht en ondergang zullen vinden; en dat moet dan voor hun weer in de materie gebonden geesten op zijn minst een leerzame les zijn, dat de schepselen aan wie God de hoge vrijheid van het leven heeft gegeven, niet meer zo dwaas en lichtzinnig vernietigend in Gods grote orde moeten ingrijpen!
[3] God Zelf heeft de bergen op de aarde geplaatst en geordend voor een duizendvoudig nut en heeft onder de bergen grote en diepe waterbekkens gegraven waarin zich honderd maal meer water bevindt dan in de zee├źn van het aardoppervlak. En deze ondergrondse wateren zijn als het ware het bloed van de aarde dat door de brede kanalen van de aarde stroomt, en grotendeels de steeds gelijke beweging van de aarde bewerkstelligt en zodoende haar innerlijke organische leven volgens de ordening van de Heer; want ook het lichaam van een planeet moet een leven hebben, wil het een drager en voeder voor het leven kunnen zijn.
[4] Maar nu de mensen als knaagwormen overal begonnen zijn duizenden vadems diep onder de bergen te boren en ze te vernietigen en daardoor de aderen van de aarde openen, zeg me, wiens schuld en gericht is het dan wanneer daardoor de blinde dwazen hun ondergang zullen vinden?!
[5] Als je ergens een waterslang vol water neer zou leggen en de wormen kwamen die doorknagen, zou dan niet, wanneer de slang doorgeknaagd zou zijn, het water al gauw met geweld uit de openingen naar buiten stromen en al die slechte knaagwormen doen verdrinken?!
[6] En zie, net zo zal het hier ook het geval met de mensen zijn en door hen met alle dieren en dingen! En zie, dat is ook het reeds van oudsher voorspelde vat dat over zal lopen om alle schepselen te richten van die plaats als daarvan de maat vol zal zijn van de gruwelen van de mensen!
[7] Blijf jij echter hier en onderricht degenen die misschien hiemaartoe zullen komen om redding te zoeken; maar verdrijf de boosdoeners met bliksem en hagel!
[8] En nu je weet hoe alles er voorstaat, twist dan voortaan niet meer met de Heer, maar blijf in je oude orde, dan zul je net zoals je broer worden gered volgens het wijze plan van de Heer!'
[9] Na deze woorden zeiden alle engelen 'Amen!', en verlieten toen de hoogte en begaven zich naar de laagte.
[10] Wat zij daar in de loop van vijf jaar verrichtten en hoe zij de dieren met hun voedsel bij Noach in de ark brachten, zal hierna worden getoond!
«« 342 / 366 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.