Van de berg weer huiswaarts. Het gezegende maal in Adams hut. Adam bespreekt met Henoch het feest van de sabbat.

Jakob Lorber - De Huishouding van God (deel 3)

«« 93 / 366 »»
[1] Op het middernachtelijk uur stond Adam op, zegende de hele aarde en zei toen tegen het hele gezelschap: 'Luister naar mij, jullie mijn geliefde kinderen! Ik denk dat wij nu genoeg naar Gods heerlijke wonderwerken hebben gekeken - en onze ziel verzadigd hebben met de lieflijkste, reinste kost uit de grote wonderkeuken van de Heer!
[2] Alleen Hem, de enige, boven alles goede, heilige, liefdevolste Vader zij daarvoor alle lof, alle prijs, alle dank, al onze liefde en allerhoogste achting en ware aanbidding!
[3] Daar bij deze gelegenheid ook ons lichaam naar allerlei voedsel en versterking verlangt, zullen wij ons dan ook bij dit heerlijke volle licht van de maan op de terugweg begeven en ons in naam van de Heer in mijn woning laven met spijs en drank, om dan na de Heer onze lof betuigd te hebben, ons te versterken door een verkwikkende slaap op de van welriekende bladeren gemaakte rustplaatsen!
[4] De dag van morgen zal ons nieuwe genietingen in naam van de Heer bereiden; en leid jij, Seth, ons nu langs de beste weg naar beneden!'
[5] Seth deed wat Adam had gevraagd, en in een half uur volgens de huidige tijdrekening waren allen weer behouden in Adams hut teruggekeerd, waar de bedienden van Seth allang in gereedheid hielden waar Adam reeds op de hoogte gewag van had gemaakt.
[6] En de gasten, die door de zuivere berglucht flinke honger hadden gekregen, loofden God de Heer en tastten stevig toe uit de korven.
[7] Toen de maaltijd was geƫindigd, dankten zij de Heer innig en allen legden zich vervolgens zoals zij bij elkaar waren op de geurige legersteden ter ruste.
[8] 's Morgens was Adam zoals gewoonlijk als eerste op en wekte alle anderen.
[9] Toen allen weer goed gesterkt op de been waren, zei Adam tegen Henoch: 'Henoch, het is vandaag alweer de voorsabbat! Vind je niet dat wij de kinderen weer moeten uitnodigen voor het feest van morgen op de dag van de Heer?'
[10] Maar Henoch antwoordde: 'Vader, omdat dat eerder een ijdele aangelegenheid is dan een eigenlijk godsdienstige, zullen wij ze deze keer niet uitnodigen!
[11] Wie wil en zal komen, is ons welkom en zal de zegen van de sabbat ontvangen; maar wie niet uit eigener beweging van plan is te komen, die zullen wij er ook geenszins - door een uitnodiging noch door een ander middel - toe dwingen, en juist nu wel het allerminst, omdat het in de ogen van de Heer dan werkelijk zou lijken alsof wij met onze menigte voor deze kinderen uit de laagte indruk willen maken!
[12] Laat het daarom blijven zoals het is volgens de wil van de Heer! Wie wil en zal komen zal ook de zegen krijgen; en voor degenen die niet zullen komen zullen we bidden en hen in onze harten aan de Heer opdragen!'
[13] Adam was met dit antwoord volkomen tevreden en besloot toen voor deze dag om met dit hem zo buitengewoon dierbaar geworden gezelschap andere bijzondere plaatsen op de hoogte te bezoeken, waarmee ook Henoch het eens was.
[14] Daarom liet hij dan ook weldra het ochtendmaal bereiden, en toen dat genuttigd was, werd de weg ingeslagen naar de hoogte en van daaruit naar de bekende grot.
«« 93 / 366 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.