Jellinek bewijst uit het boek der natuur het bestaan van God. Een beter inzicht over de Godheid zou de mens echter nooit kunnen verkrijgen

Jakob Lorber - Van de hel tot de hemel (deel 1)

«« 54 / 150 »»
[1] Jellinek zegt: 'Ik ben het volkomen met je eens, behalve met jouw 'fatum'. Want wat dat betreft, klopt er iets niet in jouw redenering!'
[2] Messenhauser vraagt: 'Hoe zo? Verklaar je eens wat nader.'
[3] Jellinek zegt: 'Geduld, beste Messenhauser. Zoiets laat zich niet zomaar uit de mouw schudden! Maar ik wil toch proberen je dat merkwaardige fatum enigszins uit je hoofd te praten.
[4] Kijk, je was je hele leven lang een mens die zich nooit veel heeft beziggehouden met de hogere sferen van de wetenschappen. Je was bij wijze van spreken al tevreden met de tafels van vermenigvuldiging en je bekommerde je nooit om de 'hogere wiskunde'! Je was steeds een oppervlakkig geleerde en je hebt je weinig om de kern van de wetenschappen bekommerd. Daardoor kwam het dan ook, dat het innerlijk wezen der dingen voor jou verborgen moest blijven. Zo kon je ook nooit tot dat goed gefundeerde inzicht komen, van waaruit je de wonderbaarlijk goed berekende orde in alle dingen en hun uitwerking duidelijk zou zijn geworden. Je bleef maar met de buitenkant bezig, die op het eerste gezicht weliswaar de schijn heeft alleen maar het werk van het toeval te zijn. Maar het is evenwel heel anders.
[5] Heb je al eens meegemaakt, dat een huis met alles er op en er aan, door puur toeval is ontstaan? Je zegt: 'Nee, zoiets is nog nooit gebeurd'. Goed, zeg ik. Als het toeval niet eens een huis kan laten ontstaan, hoe kan het dan een hele aarde scheppen? Een aarde waarop we toch ontelbare wonderbaarlijke dingen aantreffen, waarvan het eenvoudigste al van een dermate wijze constructie getuigt, dat men nooit op het idee zou kunnen komen om te beweren, dat dat het werk is van het stomme en blinde fatum! Broeder, je geeft me gelijk en daar ben ik blij om. Maar luister nog wat verder naar me.
[6] Bekijk eens de wonderbaarlijke vorming van de planten. Hoe streng en nauwkeurig zij in hun eenmaal vastgestelde vorm gedurende duizenden jaren steeds gelijk voorkomen, zonder dat aan hun soort ook maar een atoom verandert. Hoe onnavolgbaar kunstig moet al de bouw van een zaadkorrel zijn, dat hij uit de aarde alleen die bestanddelen tot zich neemt die voor hem noodzakelijk zijn, en zich alsmaar weer veelvoudig voortplant. Over het bovennatuurlijke wezen van een zaadkorrel wil ik het niet eens hebben. Want wie begrijpt een dergelijke, goddelijke berekening, tengevolge waarvan één enkel zaadkorreltje talloze myriaden van zijn soort bevat?
[7] Of neem eens een eikel. Stop hem in de aarde en al gauw zal er een eikenboom te voorschijn komen, en die zal je dan vele jaren lang een ontelbaar aantal eikels opleveren. Leg je al deze noten weer in de aarde, dan zul je al een bos met miljoenen eikenbomen krijgen, die allemaal dezelfde vruchten in een ontelbaar aantal opbrengen. En dat ligt allemaal wonderbaarlijk in iedere eikel voor onze blikken verborgen, maar toch is het onloochenbaar aanwezig. Zeg me eens, of een fatum zo'n eikel zo zou kunnen vormen?'
[8] Messenhauser zegt: 'Broeder Jellinek, werkelijk, ik moet zeggen dat je een echte theosoof bent! Jouw simpele bewijs met de eikel heeft me meer overtuigd dan alle geleerde frasen. Ik ben nu helemaal zeker van de onbelangrijkheid van het fatum, en heb verder geen bewijzen meer nodig. Maar nu komt er iets anders:
[9] Een God vol van de hoogste oermacht en wijsheid moet er weliswaar bestaan, dat kunnen mijn hart en mijn verstand nooit betwisten. Maar waar en wie is dit Godwezen? Kan het ooit door een schepsel worden gezien en begrepen? Ik kan me nog goed herinneren, hoe ik als student de bijbelse geschiedenis moest leren en daarbij in een van de vijf boeken van Mozes een tekst heb gevonden, die luidde: 'God kan niemand zien en daarbij in leven blijven! Deze betekenisvolle tekst zou Mozes vanuit een vuurwolk zijn toegeroepen, toen hij aan de Godheid die met hem sprak, zijn vurig verlangen voorlegde haar niet alleen te horen, maar ook te zien. Ik moet toegeven dat ik nog wel steeds zo half en half aan die Godheid bleef geloven. Maar wat het geloof betreft dat een zekere Jezus de volheid Gods zou bezitten, moet ik jullie, beste vrienden, eerlijk bekennen dat ik op dat punt een volstrekt ongelovige was en nog ben.
[10] Weliswaar bevat de zuivere leer van Jezus inderdaad de edelste en waarste grondbeginselen, die met de natuur van de mensen volkomen overeenstemmen en grondbeginselen, waartegen niets is in te brengen. Maar dat de uitvinder van die beginselen ook een god zou zijn, omdat hij morele principes opgesteld en geleerd heeft die bij de algemene natuur van de mensheid passen, reikt verder dan mijn kennis en mijn geloof]
[11] De leer op zich kan dus heel goed alleen maar van menselijke oorsprong zijn en heeft geen godwezen nodig. Want als iedere grondlegger van juiste leerstellingen een god zou moeten zijn, dan zou het op aarde al bijna moeten wemelen van goden. Euclides, de uitvinder van de geometrische figuren, zou een god zijn! De uitvinder van de landbouw gereedschappen, die van onschatbaar belang zijn, zou al een soort god-vader zijn! De uitvinder van de getallen, de uitvinder van de schepen, eveneens goden, en zo nog meer dan tienduizend andere uitvinders van de meest verschillende nuttige zaken. Zoals het hele leger van uitvinders van belangrijke dingen nog nooit aanspraak heeft gemaakt op vergoddelijking, zo geloof ik ook dat de uitvinder van de beste en eenvoudigste moraal daar ook wel van af had kunnen zien. Naar mijn weten heeft hij nooit aanspraak gemaakt op die belachelijke vergoddelijking. Zeker maakten in die tijd kortzichtige en bijgelovige mensen een god van hem, omdat hij duizend keer wijzer was dan zij! Dat moet ons nu echter niet meer in de war brengen, zodat we Jezus niet meer op een belachelijke manier voor een god houden, maar alleen voor dat, wat hij werkelijk was. Ik geloof dat de huidige mensheid eindelijk eens zou moeten inzien, dat het oneindige nooit eindig kan worden, dat God eeuwig God blijft en de beperkte mens slechts een mens.
[12] Maar het is echt niet de moeite waard veel woorden vuil te maken over datgene, wat tegenwoordig door alle zeer geleerde heren als een uitgemaakte zaak wordt beschouwd. Maar wat ik al eerder opmerkte, namelijk, waar en wie de eigenlijke Godheid dan wel is, wiens bestaan ik beslist nooit betwijfelen kan, zeggen jullie me daarover eens jullie mening, mijn beide vrienden.'
[13] Jellinek zegt: 'Ja, beste broeder Messenhauser, dat is een heel hachelijke zaak. Het waar en wie zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen! Want wanneer wij, eindige wezens, het oneindige wezen der Godheid zouden willen begrijpen, zouden we het eerst eindig moeten kunnen maken, wat natuurlijk volkomen onmogelijk is. Eveneens lijkt het mij ook onmogelijk van het oneindige Godwezen meer te weten dan wat ik je eerder, door het voorbeeld van de eikel, heb aangetoond. Ik ben van mening dat we ons nu met wat anders moeten bezig houden, want wat het punt van de Godheid betreft, zullen we alle drie bitter weinig van oplossen.'
[14] Becher zegt: 'Je hebt volkomen gelijk! Want de Godheid willen doorgronden, betekent waarlijk de zee in een notendop willen gieten. Laten we daarom dit gesprek dat geen enkel nut heeft, beëindigen en over wat anders gaan praten. Bijvoorbeeld over wat onze vriend Blum in deze wereld doet, of waarmee onze aartsvijand Windischgrätz op aarde bezig is, en of hij misschien ook binnenkort hiernaartoe zal komen, waar wij hem op gepaste wijze zouden ontvangen!'
[15] Jellinek zegt: 'Broeders, wat onze arme vriend Blum betreft, ben ik meteen van de partij. Maar bespaar me Windischgrätz, want die tijger wens ik eeuwig nooit meer te zien! Maar luister, het is net of ik nog meer mensenstemmen buiten de deur hoor. Laten we van tafel opstaan om te zien wat er buiten gaande is.'
«« 54 / 150 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.