Jellineks hart ontbrandt in liefde voor Roberts vriend. Een hemelse wijn. Jellineks heildronk en het antwoord van de Heer

Jakob Lorber - Van de hel tot de hemel (deel 1)

«« 56 / 150 »»
[1] Jellinek kijkt Mij vriendelijk en met vaste blik aan en vraagt Me: 'Beste en beminnelijke vriend van onze broeder Blum, zou ik je mogen vragen of je je ook nader aan ons bekend wilt maken? Je moet zeker een bijzonder goed mens zijn, anders zou je je niet in het gezelschap van onze edele vriend Blum bevinden!'
[2] Ik zeg: 'De toekomst zal je alles onthullen wat je nog duister is. Maar ga nu ook met Mij mee naar de tafel van de Heer en sterk je eerst. Dan zul je veel beter in staat zijn om menige zaak te begrijpen die nu nog een raadsel voor je moet zijn. Kom dus, mijn beste vriend en broeder Jellinek!'
[3] Jellinek zegt: 'O vriend, je stem klinkt wonderbaarlijk vriendelijk! Ieder woord van jou verwarmt mijn hart op een manier zoals ik die nog nooit heb ervaren. Als jij geen engel uit de hemel bent, zie ik voor eeuwig van mijn menszijn af. Ja, ja, jij moet een engel zijn! Weet je, ik zal bij je blijven en me heel nadrukkelijk op jou richten. Want hoe graag ik die goede vriend Blum ook mag, toch heb ik jou nu sinds jij met me hebt gesproken, volkomen onbegrijpelijk, veel liever! Maar nu aan tafel en een glaasje op de eeuwige vriendschap met elkaar gedronken! Want ik geloof dat er hier toch zeker geen Windischgrätz of een dergelijk iemand zal zijn, die over dit huis een standrecht zou kunnen afkondigen?'
[4] Ik zeg: 'O nee, zet die vrees maar voorgoed op zij! Nu echter naar de tafel, want de anderen drinken al op onze goede gezondheid.'
[5] Messenhauser gaat Jellinek meteen met een kristallen beker vol beste wijn tegemoet en zegt: 'O broeder Jellinek, dit is werkelijk nog heerlijker dan alle beste wijnen die we ooit op aarde hebben geproefd! Hier, drink deze beker uit op het welzijn van al onze vrienden en vijanden! Ook op het leven van Windischgrätz! Dit blinde werktuig van aardse heersers over de volkeren zal misschien ook nog eens tot beter inzicht komen.'
[6] Jellinek neemt verheugd de beker aan en zegt: 'Beste vrienden, zo bevallen jullie me beter dan voorheen bij onze nietszeggende discussies in die gevangeniscel waar jij, broeder Messenhauser, nog steeds in wanhoop op je doodvonnis zat te wachten!
[7] Maar luister, ik heb deze vriend van onze Blum als boezemvriend gekozen. En daarom moeten jullie me maar vergeven dat ik van deze goddelijk geurende drank geen druppel wil nemen, zolang hij niet eerst uit deze beker heeft gedronken!'
[8] Allen stemmen welgemoed in met de wens van Jellinek. Deze reikt Mij met innige vriendschappelijke liefde de beker aan en zegt: 'Goede goddelijk verheven vriend, versmaad het niet deze beker uit de hand van een arme zondaar, een aardse landverrader aan te nemen! Waarlijk, zou ik hier iets beters hebben, hoe graag zou ik het je aanreiken als teken van mijn verering en hoogachting! Maar kijk, goud en zilver heb ik niet. Maar wat ik heb, namelijk deze beker en bovendien een warm hart dat jou als een hooggeachte vriend begroet, dat geef ik je! 0, neem het aan, zoals ik het je aanreik! Het is zeker wel wat vrijpostig van me dat ik het waag om jou, die zeker een engel bent, deze beker en mijn hart als onderpand van mijn vriendschap aan te bieden. Maar ik heb je nu eenmaal ook met mijn slechte hart lief, omdat ik voorheen in jouw weinige woorden zoveel vriendelijkheid, liefde en wijsheid vond. Ik ben wel een heel onreine geest, maar knijp dan je hemels milde ogen wat toe en denk: Die kerel weet niet beter! Weet je, ik weet nog lang niet hoe men met geesten zoals jij moet omgaan. Maar je kunt ervan verzekerd zijn, dat bij mij het hart op de tong ligt. Niet waar, vriend, je neemt me deze vrijpostigheid toch niet kwalijk?'
[9] Ik neem de beker heel vriendelijk uit Jellineks hand aan, drink eruit en zeg dan tegen Robert: 'Broeder, in de provisiekast staat nog een fles, vol met Mijn eigenlijke lievelingswijn. Breng die hier, om Mijn nieuwe boezemvriend te laten zien, hoe dierbaar Mij zijn vriendschap is.
[10] Robert gaat er vlug op af en haalt een echte diamanten fles vol met de kostelijkste wijn en reikt haar Mij zichtbaar ontroerd aan.
[11] Ik neem de fles en schenk dezelfde beker vol. Dan zeg Ik: 'Hier, lieve vriend en broeder, neem deze beker en drink; en kom daardoor tot de volledige overtuiging dat jouw vriendschap Mij buitengewoon lief en dierbaar is! Wat praat je over je zonden? Welk mens zou een hart, dat zo vol is van onzelfzuchtige liefde, als een met zonden beladen hart kunnen zien? Ik zeg je, voor Mij ben je rein. Want jouw liefde voor Mij bedekt al je aardse zonden! Wat je echter nog hier of daar aan de wereld verschuldigd was... Ik zou een slechte vriend zijn, als Ik die schuld niet van je af zou nemen en ze niet voor jou zou vereffenen! Drink dan nu, broeder Jellinek, op onze eeuwige vriendschap!'
[12] Jellinek zegt, tot tranen bewogen: 'O goddelijke vriend, wat ben jij toch lief en goed! O, kon ik maar mijn hart uit mijn lijf scheuren en in jouw borst stoppen! Wel, geef me nu de beker maar!'
[13] Jellinek neemt de kristallen beker, drinkt eruit en zegt: 'Nee maar, hemelse engelbroeder! Als jouw vriendschap lijkt op deze drank, dan ben je geen engel maar... de pure Godheid zelf! Want iets goddelijkers van smaak en geest kan de hele oneindigheid onmogelijk nog te bieden hebben! Broeders, proeven jullie er ook eens van en zeg dan, of ik niet volkomen juist heb geoordeeld!'
«« 56 / 150 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.