Verbetering en ommekeer van één der Jezuïeten - De wraak van de 29 andere Jezuïetengeesten

Jakob Lorber - Bisschop Martinus

«« 71 / 204 »»
[1] BISSCHOP MARTINUS kijkt nu weer in het achterhoofd van de Jezuïet die voor hem staat en ziet, hoe de dertig elkaar heel bedenkelijk beginnen aan te kijken en één van hen de volgende opmerking maakt:
[2] (EEN JEZUÏET:) 'Broeders, het is ons wel gelukt om de overwinning te behalen. Maar als ik de zaak grondig bekijk, dan komt het mij voor alsof wij heel onrechtvaardig en totaal onbevoegd met de nu in de hel brandende karavaan zijn omgegaan. Alhoewel ze ons heel erg heeft belasterd, hebben wij volgens het evangelie toch geen recht om haar te veroordelen en te verdoemen.
[3] Bovendien komt mij nu de leer opnieuw in het geheugen, die de afgezant van de hemel ons allen heeft gegeven, voordat wij in deze hele vrije toestand van ons bestaan zijn gekomen. Volgens zijn wijze leer moeten wij alle verlokkingen alleen maar met liefde, zachtmoedigheid en deemoed tegemoet treden. Hier echter is geen van deze drie deugden aan te pas gekomen, doch hebben, zoals figura miserabillissima* (*...het meest erbarmelijke voorbeeld.) heeft laten zien, ons de drie allerergste duivels in zachtmoedigheid en rechtvaardigheid letterlijk overtroffen en ons daardoor bewezen, dat wij nog veel erger zijn dan zij!
[4] Broeders, hoe zien jullie deze kwestie? Ik moet bekennen dat die mij wel verdraaid merkwaardig begint voor te komen! Trouwens alles in deze geestenwereld lijkt mij zo bedenkelijk! Ons eigenmachtige handelen, waartoe we van de gezant Gods geen opdracht hebben, lijkt mij al helemaal tegen elke orde in te druisen in deze hoogst mysterieuze wereld. Het komt mij ook voor, alsof iemand mij heel in het geheim toefluistert: 'Deze meer dan gruwelijke daad van jullie, zul je eeuwig te berouwen hebben!' - Ach, ach, was ik bij deze gebeurtenis toch maar niet aanwezig geweest!'
[5] Bij deze goede opmerking kijken DE ANDERE NEGENENTWINTIG wel raar op. Na een poosje zeggen ze echter als uit één mond: 'Ja, eigenlijk heb je wel gelijk. Maar denk er nu zelf eens over na, of wij anders kunnen zijn, dan we zijn! Wij zijn nu eenmaal zo en kunnen niet anders handelen, dan we genoodzaakt worden om te handelen - en daarmee punt uit! Wie de toorn in ons heeft gelegd, die moet hem ook maar accepteren en ook de andere slechte eigenschappen, waarmee onze ziel zo rijkelijk is uitgerust.
[6] Wie aan de ratelslang het dodelijke gif gaf, die moet daar toch welgevallen aan hebben gehad, omdat hij anders deze worm niet zo kwaad zou hebben toegerust. Zo moesten ook wij Jezuïeten worden en in onze orde leren, hoe men toorn en wraak vrij baan kan geven en de grootste boosaardigheid ter ere van God met het meest vrije geweten kan volbrengen. Wij zijn nu echter helemaal, waartoe we voorbestemd zijn! Wat wil jij, ja wat wil God dan nog meer van ons?'
[7] DE ENE JEZUÏET zegt: 'Ja, jullie hebben gelijk! Wij zijn dus tot ware duivels voorbestemd en zijn dat dan ook meer dan volkomen! Wat willen jullie meer? Ons wacht dan ook zeker niet de hemel, maar de zuiverste hel. Wat willen wij meer? Laten wij daarom met onze slechtheid en arglist maar verder gaan, opdat we des te eerder de zegenrijke eeuwige verdoemenis mogen bereiken! Ik wens jullie daarbij de beste eetlust! Ik zal me echter van nu af aan niet meer met jullie ophouden. Ik wil niet samen met jullie de hoge eer genieten, om me misschien het volgende ogenblik al met jullie op de zeer warme, van zwavel dampende vloed te bevinden. Werkelijk, vanwege deze hoge eer zal ik jullie in eeuwigheid niet in het minst benijden!'
[8] DE ANDERE NEGENENTWINTIG zeggen nu als uit één mond: 'Wat, jij wilt je orde ontrouw worden! Je wilt de verheven stichter Ignatius verlaten en aan zijn heilige leer ontrouw worden? Wat mankeert je? Bedenk, dat ons allemaal nog het Laatste Gericht wacht; hoe zul je dat doorstaan? Als je dat doet, zal het je nog duizend keer slechter vergaan dan zojuist de karavaan!'
[9] DE ENE JEZUÏET zegt weer: 'Ga je gang maar! Ik blijf bij mijn voornemen God sterke mij daarbij! Jullie kunt nu doen wat je wilt! Over het Laatste Oordeel maak ik mij geen zorgen, maar wel over het zeker verkrijgen van de eeuwige verdoemenis in jullie gezelschap! Ignatius dit, Ignatius dat, ik volg van nu af aan de woorden van de afgezant van God op. Ignatius en jullie allemaal kunnen mij - bijna zou ik wat gezegd hebben! - evenals ook de hele orde, welbegrepen!
[10] Zoals ik het nu zie heeft de Heer meer op met wat voor een ellendeling ook dan met onze hele lamlendige orde inclusief haar verheven stichter! Begrepen? Alle luthersen, calvinisten en alle oud-katholieken zijn engelen, terwijl wij volgens onze regels en instellingen duivels in optima forma zijn.
[11] Doe maar met mij wat jullie willen, ik zal nooit wraak nemen! Het spijt mij heel erg, dat ik me zo verschrikkelijk aan die arme Chinese heb vergrepen; daarvoor ben ik samen met jullie, God zij dank, toch behoorlijk gestraft! Maar de tweede keer, het deelnemen aan de verdoeming van de arme karavaan, brandt nu in me als de hel. Wat zou er dan wel van mij worden als ik nog langer jullie medeplichtige bleef? Daarom vaarwel, ik verlaat jullie!'
[12] Als deze ene Jezuïet dit zegt, beginnen allen hem te verwensen en te vervloeken, gaan om hem heen staan, verscheuren hem en verdelen zijn huid onder elkaar. De man zonder huid gooien ze dan uit hun rij en ze werpen stenen naar hem en roepen alle duivels aan, opdat deze hem mogen halen.
[13] De duivels komen inderdaad, maar de man zonder huid halen ze niet, doch alleen diegenen die hen geroepen hebben. Deze verzetten zich echter verschrikkelijk en roepen om hulp. Dan staat de man zonder huid op en gebiedt de duivels, dat ze de verblinden moeten sparen. En zie, de duivels gehoorzamen hem en verlaten de razenden!
[14] Deze scène maakte op Martinus een goede indruk en hij kijkt nu nieuwsgierig toe, wat er verder zal gebeuren.
«« 71 / 204 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.