Verdere beproeving van bisschop Martinus' geduld en zijn galgehumor

Jakob Lorber - Bisschop Martinus

«« 9 / 204 »»
[1] Hij kijkt naar alle kanten om zich heen en wacht en wacht; maar nog steeds geen spoor van schapen en lammeren. Hij staat op, klimt op de steen en kijkt van dit verhoogde punt uit naar de schapen; maar ook van daaruit is niets te zien.
[2] Nu begint hij te roepen, maar er komt geen antwoord en er komt ook niets te voorschijn. Opnieuw gaat hij zitten en wacht. Maar tevergeefs, want van geen kant is er iets te zien. Hij wacht nog een poos en daar er helemaal niets gebeurt, staat hij nu ongeduldig op, neemt het boek en loopt weg met de volgende woorden:
[3] (BISSCHOP MARTINUS:) 'Nu heb ik genoeg van deze geschiedenis! Een miljoen jaren is er al weer verstreken, tenminste naar mijn gevoel, en nog steeds geen verandering in mijn toestand. Nu ga ik me voor jou, mooie gids die je bent, niet langer meer belachelijk maken; als een eerlijke kerel zal ik jouw domme boek in je lutherse huis leggen en mij dan op weg begeven. Het kan me niet schelen, waarheen. Deze wereld zal toch ook wel met planken zijn dichtgespijkerd, waar men dan zal kunnen zeggen: Huc usque et non plus ultra! (* Tot hier toe en niet verder)
[4] En wanneer ik dan in Gods Naam op zo'n plek zo'n triljoen of deciljoen jaren moet blijven zitten tot misschien de planken vermolmd zullen zijn, dan zal ik tenminste weten waarom. Maar om me hier totaal belachelijk te maken, dat zal ik voortaan achterwege laten. Wat men zichzelf aandoet, verdraagt men gemakkelijker dan wat zo'n bekrompen hals van een gids iemand aandoet. Ik ben zo nijdig op deze lutherse lummel, dat ik mij wel aan hem zou kunnen vergrijpen, als ik hem nu tegen zou komen!
[5] Kan er dan wel iets vervelender en pijnlijker zijn, dan op iets wat beloofd is te wachten, en wat niet te voorschijn komt? Neen, dat is te erg! Wat een verschrikkelijk lange tijd wacht ik hier nu al! Of het werkelijk zo is of alleen naar mijn gevoel, dat is om het even - God sta ons bij! - en helemaal zonder reden of begrijpelijk doel. Want wachten op die schapen en lammeren, dat is nu allang niet meer waar, zoals het ook nooit waar is geweest!
[6] Trof ik hier maar een mij gelijkgezind mens aan, hoe heerlijk zou dat zijn. Wat zouden wij op deze waardeloze geestenwereld afgeven, dat het een lust zou zijn; nu moet ik deze vreugde alleen met mijzelf delen! Maar vooruit, er is geen tijd meer te verliezen, wil ik op deze steen niet zelf steen worden!
[7] Waar is nu dat verdraaide boek? Heeft het zichzelf soms naar huis gebracht, om mij die weg te besparen? Nou ja, dat is ook goed! Maar het zit mij heimelijk toch een beetje dwars; zojuist lag het er nog, ik wilde het in de hand nemen - en kijk, het is verdwenen!
[8] Neen, zo dom als deze geestenwereld in elkaar zit, dat gaat elke menselijke voorstelling te boven! Een boek verdwijnt vanzelf wanneer men het - en terecht - een beetje bekritiseerd heeft. Dat is niet slecht!
[9] Straks zal ik nog deze steen om vergeving moeten vragen, omdat ik zolang mijn onwaardig persoon op hem heb laten rusten, anders verdwijnt hij ook nog. En als ik nu op weg ga door deze heerlijke nevelvlakten en mosvelden bij dubbele schemerbelichting, dan zal ik zeker ook dat mos eerst om toestemming moeten vragen, mijn voeten daarop te mogen zetten om verder te gaan.
[10] O, dat is toch ver -, stop, nu niet vloeken! Dat is erg dom. Kijk daar: God zij dank! - ook het lutherse huis met de tempel is God weet waarheen aan de wandel gegaan. Vooruit maar, straks gaat alles er nog aan, - alleen de steen is er nog, als het waar is? Het ziet er naar uit, alsof de steen er nog is, maar ik ga eerst eens goed poolshoogte nemen. Juist, juist, mijnheer de steen is er ook vandoor!
[11] Wel, nu wordt het misschien ook voor mij tijd om te gaan. Maar waarheen? Want hier is werkelijk niet veel keus. Maar regelrecht mijn neus achterna, vooropgesteld dat ik nog een neus heb; want iemand zoals ik, die nu reeds voor de tweede maal enige miljoenen jaren bij de neus genomen is, moet zich immers serieus afvragen hoe het met het bezit van dit lichaamsdeel staat? Maar God zij dank, ik heb hem nog; daarom nu in deze werkelijk fraaie geestenwereld deze enige wegwijzer achterna.'
[12] Kijk, nu begint hij te lopen en de engel Petrus volgt hem onzichtbaar. 'Gaan' in de geestenwereld betekent - 'van gedachten veranderen' en zoals deze veranderen, verandert ook schijnbaar de omgeving. Wij zullen nu spoedig zien welke kant onze man op zal gaan.
«« 9 / 204 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.