Over het daadwerkelijk geloof

Jakob Lorber - Aarde en Maan

«« 73 / 80 »»
[1] Dit geldt echter niet alleen voor het pausdom, maar voor alle zogenaamde sekten en kerkgenootschappen. Want waar niet wordt verkondigd in Zijn ware geest en in Zijn waarheid, daar heerst een vals profetendom in plaats van een ware kerk.
[2] Ook al zegt de een of andere sekte: 'Kijk, ik heb geen beelden, dus moet mijn belijdenis de zuiverste zijn!', dan zeg Ik: Beeld of geen beeld maakt niets uit, maar alleen het leven volgens het Woord! Want als men een leer op zichzelf nog zo van alle ceremoni├źn zuivert om haar beter geschikt te maken om opgenomen te worden door het verstand, betekent dat met andere woorden niets anders dan dat men over een gegeven leer voortdurend redeneert maar er nooit naar leeft. Het is te vergelijken met iemand die een huis koopt en het voortdurend van binnen en van buiten schoonmaakt en poetst om het steeds beter geschikt te maken voor bewoning, maar met al dat werken komt er nooit iemand in wonen. Is dan niet de eerste de beste hut die voortdurend bewoond wordt, beter dan zo'n huis?
[3] Zo is het ook met de kerk gesteld. Dan is nog altijd degene die een of andere norm heeft waarin haar gelovigen houvast vinden, beter dan zo' n kerk waarin steeds maar geveegd en gepoetst wordt. Haar aanhangers staan er bij en zien toe, zoals mensen die niets te doen hebben naar het bouwen van een huis staan te kijken en kleingeestige kritiek uitoefenen en opmerkingen maken; maar niemand denkt er aan, ten bate van de huisheer, ook maar een steen of een schep specie aan de bezig zijnde metselaar aan te reiken; en de leeglopers houden zich dan wel voor veel beter dan de arbeiders.
[4] Kijk, dat is nu een juist beeld van veel kerkgenootschappen. Ze doen uit louter voorbereiding en kritiek niets, belasteren voortduren degenen, die niet tot hun kerkgenootschap horen, maken zich vrolijk over de blindheid van de anderen en roepen voortdurend: 'Kom hier, zodat we de splinter uit jullie oog kunnen halen!' Maar de balk in hun eigen oog zien ze helemaal niet.
[5] Het is wel waar dat er in de rooms-katholieke kerk duizenderlei grove misbruiken bestaan. Maar er is toch ook veel goeds, want men preekt daar liefde en deemoed. En als iemand dat alleen navolgt, zal hij niet verloren gaan.
[6] Maar wat moet Ik dan zeggen van een sekte die alleen maar het geloof leert en de werken verwerpt? Daar zijn doop en oliesel bedorven. Want er staat toch duidelijk geschreven, dat een geloof zonder werken dood is, en Ikzelf heb verschillende keren openlijk gezegd: Wees niet alleen toehoorders, maar ook daders van Mijn woord. Daardoor is duidelijk getoond dat het geloof alleen niet helpt, maar het handelen daarnaar.
[7] Wat heeft de aarde aan zonlicht, als het niet met daadkrachtige warmte verbonden is?
[8] Wat voor nut heeft alle kennis en wetenschap, als de mens ze niet gebruikt?
[9] Of wat voor nut heeft het in een koude winter alleen maar te geloven dat brandend hout de kamer kan verwarmen? Wordt de kamer warm door dat geloof? Ik geloof het niet.
[10] Kort en goed: het meest vaste geloof zonder werken is als een dwaas mens, die zich in een koude kamer alleen maar met een warme gedachte wil toedekken om het warm te krijgen. Het is wel de goedkoopste deken, maar of die iemand kan verwarmen, daarover kunnen de arme mensen oordelen, die in strenge winters niet zelden stijf bevroren in hun kamers worden gevonden - en meestal om de reden dat ze geen andere deken hadden, dan alleen maar een gedachte deken.
[11] Zoals deze gedachtedeken zonder een werkelijke deken niet helpt, zo heeft ook het geloof zonder werken geen nut. Het geloof is alleen maar het opname orgaan van een leer die tot daden aanspoort. Wie deze richtlijn alleen maar in zijn geloof opneemt, maar niet daarnaar handelt, die vraag Ik: 'Waarvoor dient deze richtlijn?' Ik zeg: tot niets anders dan eigenwijze kritiek, net zoals alle regels van de toonkunst alleen iemand niet van nut zijn als men niet in staat is ook maar het minste en eenvoudigste te presteren. Maar Ik zeg: Dan is een straatmuzikant altijd nog meer waard dan zo'n criticus die zelf niets kan, maar over alles wil oordelen.
[12] Dan is zo'n kerk, waar toch iets gebeurt, Mij ook liever dan een waar niets gebeurt. Want het is beter iemand een stuk brood te geven, dan duizenden plannen te maken voor de armenzorg en de arme dan toch niets te geven als deze bij hem aanklopt. Plannen zijn goed, maar het geven moet er bij komen, anders is het geloof weer zonder werken, waardoor de arme mensen bij honderden verhongeren.
[13] Wie echter juist wil leven, kan dit in elke kerk; want de voornaamste regel is: onderzoek alles en behoud het goede!
[14] Als je een kind hebt gebaad, gooi dan het badwater weg, maar houd het kind - en het kind is de liefde!
[15] Ik zeg tegen niemand: Word katholiek of word protestant of word een Griek, maar wat iemand is, dat moet hij blijven - als hij dat wil. Laat hij zijn wat hij wil, maar laat hij een werkzame christen zijn en dat in geest en waarheid; want iedereen kan, als hij dat wil, het zuivere woord van God bezitten.
[16] Ik ben niet zoals een patriarch en ook niet als een paus en niet als een superintendent en niet als een bisschop - maar Ik ben als een zeer goede en rechtvaardige Vader voor al Mijn kinderen en ben verheugd als ze werken en wedijveren in de liefde. Maar Ik houd er niet van, dat ze elkaar voor dwazen uitmaken en dat ieder van hen de wijste en onfeilbaarste wil zijn met zuiver redeneren en daarbij niets doet.
[17] Mijn rijk is een rijk van de hoogste werkzaamheid, maar geen rijk van niets doende eigenwijze luiaards. Want Ik zei niet tegen de apostelen: 'Blijf thuis, denk en pieker en peins over Mijn leer!' Maar: 'Ga de wereld in!'
[18] Dat zeg Ik ook tegen alle zaligen. Er moet gewerkt worden; want de oogst is altijd groter dan het aantal arbeiders. Daarom is het ook beter in een of andere ordening bezig te zijn dan enkel en alleen het zuiverste geloof te hebben. En handelen volgens Mijn leer is dan zeker oneindig veel beter dan de hele Bijbel uit het hoofd te kennen en te geloven.
[19] De pure geloofsmens is gelijk aan degene die zijn talent begroef; als iemand echter maar weinig van de schrift weet, maar er naar handelt, die is gelijk aan degene die over het weinige een getrouwe beheerder was en toen over veel werd gesteld.
[20] Uit het tot nu toe gezegde zal zeker een ieder, die van goeden wille is, gemakkelijk kunnen opmaken wat hij moet doen om een goed mens te worden. Wat hij met zijn werkkracht moet kiezen. en vermijden, dat is hier zonneklaar uiteengezet. Hiermee is alles van alle kanten belicht. En daarom - Amen!
«« 73 / 80 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.