De schijnzon.

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 3)

«« 87 / 246 »»
[1] Maar IK zei: "Jullie zijn toch nog zeer onervaren kinderen, en vragen om iets dat beslist niet mag gebeuren op de manier zoals jullie je dat voorstellen. Want kijk, de zon beweegt niet, maar staat altijd stil ten opzichte van de aarde! Wel maakt de zon ook een grote beweging, maar daar heeft de aarde net zo weinig mee te maken als een stofje op jullie kleding te maken heeft met jullie gaan van de ene plaats naar de andere.
[2] Dat het bij jullie dag en nacht wordt, komt door de snelle omwenteling van de aarde om haar eigen as. Bij gelegenheid heb Ik jullie toch uitgelegd dat de aarde een grote bol is, die van het westen naar het oosten draait en daarom steeds deel na deel naar de zon toekeert. Op de hele aarde is het daarom altijd op een bepaalde plaats morgen, op een eerdere plaats tezelfder tijd middag, op een nog verder naar het oosten liggende plaats tezelfder tijd avond en nog verder naar het oosten middernacht, en die genoemde vier punten schuiven steeds onophoudelijk voorwaarts, zodanig, dat het binnen ongeveer 24 uur op ieder punt van de aarde een keer morgen, een keer middag, een keer avond en een keer middernacht wordt. Dit is een wetmatigheid die, op gevaar van volledige vernietiging van alles wat er op aarde is, voor wat betreft de beweging nooit een haarbreed veranderd mag worden!
[3] Want zou Ik de zon nu in werkelijkheid nog een uur lang over deze streek laten schijnen, dan moest Ik de hele aarde in haar draaiing - die door de grote cirkel van haar omtrek zo snel is dat een paar ogenblikken al een afstand van hier naar Jeruzalem betekenen -natuurlijk op slag stoppen. Daardoor zouden alle vrije lichamen die niet te vast met de aarde verbonden zijn, een zodanig heftige schok krijgen, dat daardoor niet alleen alle levende wezens, zoals mensen en dieren, met hun huizen en hutten en paleizen urenver met ontzettende kracht naar het oosten geslingerd zouden worden, maar zo'n schok zou ook de zee├źn uit hun diepten over de bergen heen jagen en de bergen zouden als mussen door elkaar vliegen!
[4] Om deze heel natuurlijke reden, die Ik jullie nu heb meegedeeld, kan Ik overeenkomstig de waarheid op jullie verzoek niet ingaan, maar ik kan, zoals in de tijd van Jozua, voor jullie een paar uur lang een schijnzon plaatsen, die net zo schijnen zal als de echte natuurlijke. Deze zon zal dan natuurlijk na een paar uur weer geheel in het niets verdwijnen, omdat zij slechts een zuivere luchtspiegeling zal zijn.
[5] Let nu dus allen goed op! Als de echte zon ondergaat, zal tevens de onechte in het westen opgaan en daarna twee volle uren boven de horizon blijven schijnen.
[6] Maar ook voor het verschijnen van deze schijnzon zullen geen bovenaardse, maar heel natuurlijke middelen worden aangewend, hoewel deze door Mijn innerlijke wil daartoe worden opgewekt en bevestigd worden door buitengewone krachten uit de sferen van de hemelen. Begrijpen jullie nu zo'n beetje deze uitleg?"
[7] CYRENIUS zegt: "Ik voor mij begrijp het volkomen, want ik heb nog steeds de wonderbare pomerans uit Ostracine! Heer, U begrijpt mij wel!? Maar of alle hier aanwezigen het zullen begrijpen, lijkt mij twijfelachtig!?"
[8] IK zeg: "Dat geeft ook niets! Wie het nu nog niet helemaal begrijpt, zal het later wel een keer begrijpen, want daar hangt het heil der mensenzielen zeker niet van af. Mensen, die de aarde te goed kennen, krijgen dan teveel zin de gehele aarde -wat mettertijd toch niet zal uitblijven -op ieder plekje te doorzoeken en daardoor trekken zij hun zielen teveel naar buiten, die dan zeer materialistisch en hebzuchtig worden.
[9] Daarom is iets minder kennis over de aard van de materie -aarde, maar in plaats daarvan meer zelfkennis, beter.
[10] Want wie eenmaal zijn innerlijk geheel en al kent, zal ook vroeg genoeg niet alleen kennis vergaren over de gehele aarde, maar ook over alle andere hemellichamen in de eindeloze scheppingsruimte, zowel stoffelijk als geestelijk, en dat laatste is alleen van belang en van het grootste gewicht. De uitwendige kennis over de natuur van deze aarde zal voor geen ziel de weg banen naar onsterflijkheid.
[11] Maar, let nu op, de natuurlijke zon verdwijnt bijna onder de horizon en de schijnzon zal op dat ogenblik haar plaats innemen!"
«« 87 / 246 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.