De oorzaak van warmte en koude.

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 4)

«« 147 / 263 »»
[1] MATHAËL zegt: "Heer, dat ben ik kennelijk zelf! Want ik heb werkelijk nog een kleinigheid achtergehouden, die ik ondanks mijn ingespannen nadenken niet goed kan rijmen!"
[2] IK zeg: "Ja, ja, precies, jij bent het; laat eens horen wat je dwars zit!".
[3] MATHAËL vervolgt: "Toen ik en mijn vader vanaf ons huis met de Jonge Lazarus naar Bethanië gingen en onderweg het grote lichtverschijnsel zagen, voelden wij daarbij behoorlijk veel warmte. Maar toen het lichtverschijnsel tenslotte helemaal doofde, trad naast de plotselinge algehele duisternis ook zo 'n gevoelige koude op, dat mij de rillingen over het lijf liepen. Nu kan ik maar niet bedenken wat de oorzaak van deze koude mag zijn; als het U schikt, o Heer, zou ik de reden daarvan ook graag willen weten!"
[4] IK zeg: "Wel, de reden is zo duidelijk, dat je er haast over zou struikelen! Als je twee stukken hout stevig tegen elkaar wrijft, worden zij warm, heet, en gaan tenslotte zelfs ontbranden en beginnen fel te branden. Waarom gebeurt dat? Omdat de in het hout en in de cellen en organen hiervan aanwezige, natuurgeesten met te veel geweld gewekt worden uit hun zwijgende en doffe rust, al gauw ieder voor zich in een sterk vibrerende beweging raken, en dan als licht en vuur zichtbaar worden. Daardoor activeren zij ook de wat tragere, aangrenzende geesten en tenslotte raken zo alle natuurgeesten in een zeer heftige beweging, of liever, in brand. Als deze beweging of het branden ten einde is, koelen weldra al deze natuurgeesten snel af; hoe heftiger een activering plaats vindt, des te sneller treedt daarna vermoeidheid bij de natuurgeesten op, daarmee de rust en daarmee de koude.
[5] Een stuk hout dat door en door gloeit of gloeiende kool, is zelfs bij het felste aanblazen nooit zo heet als een net zo gloeiend stuk ijzer. Dat komt doordat de natuurgeesten in ijzer tot een heftiger beweging in staat zijn dan die in hout; maar als houtskool en ijzer bij een gelijke, lage temperatuur afkoelen, zal ijzer sneller afkoelen dan houtskool en in afgekoelde toestand veel kouder aanvoelen dan afgekoelde houtskool.
[6] Als het 's zomers op een dag erg heet en zwoel wordt, beginnen de natuurgeesten in beweging te komen en deze toenemende beweging veroorzaakt ook de steeds grotere warmte en zwoelte. Dit groter of intensiever worden van de warmte ontstaat doordat bepaalde geesten zich dichter tegen elkaar aandrukken, hetgeen weldra in de vorm van nevel en wolken ook voor het lichamelijke oog zichtbaar wordt.
[7] Hoe er bij zo'n gelegenheid steeds meer wolken ontstaan, is jul!ie beken~, en ook dat het tenslotte in de wolken begint te bliksemen en daaruit geweldig begint te regenen en soms ook begint te hagelen, wat het gevolg is van het werk van de jullie reeds bekende vredesgeesten.
[8] Maar hoe heftiger tijdens een onweer de bliksems na elkaar volgen en lichten, des te kouder wordt de lucht meteen daarop, -wat allemaal het gevolg is van het weer in de ruststand terugkeren van de opgewonden natuurgeesten die daartoe natuurlijk door de machtige vredesgeesten gedwongen worden. Daarom werd het ook bij het verdwijnen van jouw grote, machtige lichtverschijnsel om dezelfde reden koel en behoorlijk koud. -Is je dat nu ook duidelijk?"
[9] MATHAËL zegt: "Heer, ik dank U voor deze uitleg; ook dat is me nu duidelijk!"
«« 147 / 263 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.