De bekering van de Farizeeën

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 5)

«« 166 / 276 »»
[1] (CYRENIUS:) 'Wel, mijn vriend, kun je nu ook ontkennen, dat je daarstraks met de oude Marcus woordelijk zo gesproken hebt en bij jezelf ook zo hebt gedacht, maar dan toch noodgedwongen anders hebt gesproken?! Wat heb je hier nu op te zeggen en wat is je mening?"
[2] Nu staat de Farizeeër als versteend tegenover Cyrenius en weet niets te zeggen.
[3] Maar achter hem staat MARCUS en die zegt tegen hem: 'Wel, hoogst wijze natuurfilosoof, zou je dit wonder voor mij ook op geheel natuurlijke wijze willen verklaren? Ik ben werkelijk erg benieuwd om van je te horen wat de handige Romeinen hier voor een geheime list hebben toegepast, om zich zelfs van je geheimste gedachten meester te maken!"
[4] Na een poosje zei de FARIZEEËR eindelijk: 'Nee, hier zijn waarlijk geen natuurlijke dingen in het spel! Ik wil van hetgeen ik openlijk met Marcus in de haven besproken heb, niets zeggen -want het zou immers kunnen zijn dat er iemand is die zo'n scherp gehoor heeft, dat hij op afstand ons gesprek kon verstaan -; maar om nu ook te horen wat ik heimelijk bij mezelf heb gedacht, dat gaat de diepste menselijke kennis te boven! Dat is een wonder; waar echter een wonder van de hoogste soort mogelijk is, daar is ook de mogelijkheid voor al het andere aanwezig, en ik begin nu ook al serieus te geloven dat dit prachtige huis op wonderbaarlijke wijze is ontstaan! Meer kan ik nu niet zeggen. Als dit echter allemaal door de macht van de beroemde Nazarener is gebeurd en nog steeds gebeurt, dan moet hij zonder meer een hoger wezen zijn, een God in volle ernst, aan wie alle geesten van de lucht, de aarde, het water en het vuur onderdanig gehoorzamen en waar geen enkele menselijke macht zich tegen kan verzetten.
[5] Het is met ons Farizeeën gedaan en we zullen voortaan niets anders meer te doen hebben dan in het graf te gaan liggen en daar als een dier te creperen! Wat moeten wij met ons oude bedrog, terwijl hier van alle kanten zulke waarheden zich boven ons als bergen beginnen op te stapelen? Als het wild in de bossen zullen we worden opgejaagd en vervolgd, en we zullen te gronde gaan in het slijk van onze nacht en duisternis! Maar ja, het is nu eenmaal zo en wij kunnen er niets aan doen dat op deze lieve aarde dagen en nachten elkaar steeds aflossen. Zoals de dag de nacht verteert, zo verteert de nacht ook weer de dag, en nu eens volgt op een lange nacht een heel korte en koude dag, -en dan weer omgekeerd. Op de winter volgt de zomer, en daarop weer de winter; op deze lieve aarde is alles aan een voortdurende wisseling onderworpen. Wie vandaag lacht, kan morgen treuren, wenen en weeklagen!
[6] Het is nu eenmaal zo en zal op deze aarde nooit anders worden. Als iemand lange tijd iets nog zo heerlijks, goeds en verhevens bezit, laat hem dat uiteindelijk even onverschillig als iets wat men lange tijd in volle overvloed heeft bezeten. Maar als men uiteindelijk het lang genoten bezit verliest, dan weet men pas wat men bezat en leert men de waarde ervan beoordelen.
[7] Wij mensen zijn dom en begrijpen nog steeds niet hoe en waarom dat allemaal zo gebeurt en zo is, en daarom zijn we ook met niets ooit volkomen tevreden, niet met het goede -en nog minder met het slechte! Het graf lijkt me een ware gelukshaven te zijn; hierin verandert bijna niets meer en de bewoner ervan voelt geen behoefte meer aan wat dan ook, en zo blijft ons aardse wormen bij al die duizenden verliezen toch nog de troost, dat ook wij over een tijdje heel tevreden bewoners van de graven worden, en degenen die aan onze graven voorbijlopen zullen zeggen: 'Hier rusten zij in vrede!'
[8] Ja, hier is een groot licht dat er nog nooit is geweest, dat zie, voel en geloof ik; maar de even grote nacht die op dit licht zal volgen, zal niet uitblijven! Geluk voor degenen die zich vandaag in dit licht kunnen koesteren; maar des te meer ongeluk voor degenen, die ingehaald worden door de nacht die op deze dag volgt! Ze zullen zeer luid om licht gaan roepen en daardoor de geesten van de nacht wekken en flink toegetakeld worden. Ik heb nu gesproken en jullie als machthebbers staat het vanzelfsprekend vrij om mij volgens jullie wil te berechten!"
[9] CYRENIUS zegt: 'ik heb in je woorden niets kunnen ontdekken wat voor de rechter gebracht zou moeten worden. Dat jij voor je eigen zaak hebt gesproken is heel begrijpelijk; maar jij kwam hier, zij het wat moeizaam, toch tot een betere overtuiging en hield op een vijand en achtervolger te zijn van Hem, die je tevoren heel graag vernietigd zou hebben. En meer wilde ik niet van jou en je metgezellen, en zodoende kunnen jullie weer in vrede van hier vertrekken! Willen jullie echter meer, dan moet je dit uiten, dan zal jullie alles wat billijk is gegeven worden!"
[10] DE FARIZEEËR zegt: 'Wat moeten wij nu? Wij hebben thuis in de tempel een eed tegenover de hogepriester af moeten leggen dat we niet eerder zullen rusten en terugkeren voor we de Nazarener volledig onschadelijk hebben gemaakt. Wel, dat is nu totaal onmogelijk geworden! Ten eerste zijn jullie, machtige Romeinen, zijn vrienden, dat hebben we allemaal maar al te duidelijk vernomen; tegen jullie kunnen wij niets ondernemen en dat zullen we ook niet doen; ten tweede is hijzelf, zoals blijkt uit alles wat hier van zijn macht is te zien, zo onoverwinnelijk in alle dingen en op al zijn wegen, dat geen aardse macht iets tegen hem kan uitrichten; en ten derde zijn wij zelf diep vanuit onze innerlijke levensgrond allemaal vrienden van hem geworden vanwege zijn zo onvergelijkbaar hoge eigenschappen, die nog nooit eerder zijn voorgekomen, en daarom kan er bij ons in de verste verte geen sprake van zijn dat wij zijn persoon verder vervolgen.
[11] Maar wat moeten we beginnen? Het liefst zouden we zijn leerlingen zijn, opdat we de dag waarvan we hier het morgenrood zagen volledig te zien zouden krijgen en wij in zijn voetstappen zouden kunnen treden! Wel, dat zal ons nauwelijks toegestaan worden! Onverrichter zake naar huis terugkeren mogen we ook niet! Wat moeten we dan doen? Als wij voor onze maag en onze veiligheid willen zorgen, moeten wij toch nog steeds - in ieder geval schijnbaar - vervolgers blijven van degene die wij liever op handen zouden dragen! Hier is dus dringend goede raad nodig, ook al is die duur!'
[12] CYRENIUS zegt: 'Als jullie het serieus menen, waar ik nu nauwelijks meer aan twijfel, dan zal er wel gauw raad komen. Of jullie nu meteen leerlingen van Hem kunnen worden, beslist Hij natuurlijk en niet ik. En omdat jullie, zoals ik uit jullie woorden heb opgemaakt, verder zeer verstandige en ervaren mensen zijn, kan ik jullie zelf gebruiken en in dienst nemen, temeer daar jullie ook de Griekse en Romeinse taal beheersen. Ik heb Zijn levensleer in een boek geschreven, waaruit jullie allen Zijn wil kunnen leren kennen! Dan zal er wel weer een passend moment komen, waarop jullie nader met Hem kennis kunnen maken, en wel in waardiger kledij dan nu. Van de gewaden van de Farizeeën houdt Hij niet, omdat ze gezalfd zijn met de slechte en bedorven olie voor het plegen van bedrog. -Tot zover mijn daadwerkelijke raad. Als jullie hierop in willen gaan, zeg het dan, dan zullen jullie geholpen worden!"
[13] DE AANVOERDER zegt tegen zijn metgezellen: 'Jullie hebben het ook gehoord! Zijn jullie met dit buitengewoon vriendelijke aanbod tevreden, zeg het dan, want ieder van jullie heeft een volkomen vrije wil! Ik voor mij heb geen bezwaren. "
[14] ALLEN zeggen: 'Wij ook niet; alleen zouden we graag, als dat gepast is, van te voren nog de verheven Nazarener persoonlijk willen leren kennen!:'
[15] CYRENIUS zegt: 'Niet nu; maar zodra jullie beter bekend zullen zijn met Zijn leer, dan wel. Voor nu neemt mijn lijfbediende jullie over; volg hem, dan zal hij jullie met een goede gelegenheid naar Sidon brengen, waar jullie andere kleren zullen krijgen en een dienstbetrekking die bij jullie kennis past! Ga en volg hem!'
[16] Bij deze woorden kwam hen al één van de vele lijfbedienden van Cyrenius tegemoet; deze verschafte hen een goede gelegenheid en reisde meteen zelf met hen mee naar Sidon.
«« 166 / 276 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.