De bekering van de afgodenpriesters

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 6)

«« 130 / 248 »»
[1] IK zei: 'Deze priesters moeten naar Chotinodora gaan naar hun opperpriester; daar zullen zij wel te horen krijgen wat ze verder moeten doen. De tijd van het oude, inhoudsloze afgodendom en het domme bijgeloof enerzijds en het totale niet-geloven anderzijds, is voorbij; van nu af aan zullen de mensen volgens de volledige, overtuigende waarheid aan de enige, enig ware, levende en voor iedereen vindbare en begrijpelijke God beginnen te geloven, en zij zullen zichzelf in dat geloof vinden en de onsterflijkheid van hun ziel erkennen en haar eeuwige, zalige bestemming. Zodra deze tijd van het innerlijke licht en leven echter is aangebroken, is het uit met jullie domme bij elkaar gefantaseerde veelgodendom.
[2] Nu treedt de God op voor wie de Atheners ook een tempel gebouwd hebben, namelijk die voor de hun onbekende god, echter zonder afgodsbeeld, maar met op een altaar de boeken van de oude wijzen van Egypte. En als de mensen eenmaal per jaar in deze tempel bijeenkwamen, werden wijze woorden uit deze boeken voor hen voorgelezen, en daar werden de mensen dan het meest gesticht, terwijl zij voor de andere afgoden weinig respect toonden. Maar nu deze enig ware God optreedt, moeten voor Zijn geest alle nietswaardige, valse bedrog en leugengoden het veld ruimen. Ga naar jullie tempel en je zult daar geen afgodsbeeld meer vinden!'
[3] Toen sloegen DE PRIESTERS de handen boven hun hoofd ineen en zeiden: 'Heer, in dat geval zijn wij verloren! Wat zal het volk daarvan zeggen ?'
[4] DE HOOFDMAN zei: 'Het volk heb ik in mijn macht, en ik weet wat ik bij een mogelijke opstand te doen heb. Het volk zal eerst in alle rust en kalmte uitgelegd worden wat dat allemaal te betekenen heeft. Als de mensen dat naar alle waarschijnlijkheid erg goed op zullen nemen, omdat ze nu met jullie doen en laten echt niet meer tevreden waren, dan is dat al iets goeds. Mochten enkelen zich daarbij, misschien door jullie opgestookt, ontevreden reageren, dan heb ik ook wel weer middelen genoeg bij de hand om hen tot rust en tevredenheid te brengen. Laatje er echter niet toe verleiden om iemand op te stoken, want mijn ernst kennen jullie!
[5] En als de tempel, die hier toch al niets betekent, geen valse goden meer heeft, wel, wijd hem dan, omdat ik dat voor jullie verbetering zo beschik, aan de onbekende god en onderwijs het volk dienovereenkomstig, dan zal het duizendmaal tevredener zijn dan wanneer jullie het vrijwel iedere week driemaal met jullie cimbalen bijeenroepen om het de wil van de een of andere god, die jullie bedacht hebben, tijdens allerlei domme, nietszeggende ceremoni├źn te verkondigen, waarvoor jullie van iedereen een offer eisen.
[6] Als iemand met meer inzicht niets wil geven, wordt hij voor hier en in het hiernamaals bedreigd met straffen van alle goden, en voor een tijd buitengesloten van het gezelschap van de gelovige dwazen. Daarbij moeten wij jullie helaas behulpzaam zijn, om jullie je gezicht niet te laten verliezen; doen wij dat niet, dan zal het volk jullie meteen wat anders gaan vertellen! Maar als jullie je alleen maar door onze steun kunnen handhaven met al jullie bedriegerij, zullen jullie als verkondigers van de waarheid nog meer op onze steun kunnen rekenen. Zien jullie dat in?! Als het volk jullie voor je leugens graag en gewillig offers gebracht heeft, dan zal het jullie voor de waarheid nog veel eerder een passend offer brengen. Als leek zie ik dat duidelijk in, -waarom jullie als wijze priesters der goden dan niet?'
[7] Een meer gematigde PRIESTER zei: 'Dat is allemaal wel goed en waar! Het zou heel goed zijn het volk de waarheid te prediken, als je die maar op een bepaalde manier zelf had; maar waar halen we die vandaan? Dat is een heel andere vraag!'
[8] DE HOOFDMAN zei: 'Daarvoor heeft deze Heiland jullie al het juiste advies gegeven. Ga naar Chotinodora! Daar zullen de opperpriesters jullie wel goed instrueren; handel daarnaar en dan zal alles zeker goed gaan! Ga daar vandaag nog heen, laat je daar onderwijzen, -kom daarna terug en leer het volk de waarheid!'
[9] IK zei tegen de hoofdman: 'Voor vandaag moeten ze hier blijven; morgen moeten ze echter jouw raad opvolgen. Maar vandaag kunnen ze hier nog veel meemaken wat hun de ogen waarschijnlijk zal openen.'
[10] DE HOOFDMAN zei: 'Blijf vandaag dan hier in dit gezelschap, dat jullie als mensen, maar niet als priesters waardig zijn! ' .
[11] IK zei nu zachtjes tegen de hoofdman: 'Omdat jij volgens dit alles een man naar Mijn hart bent, moet jij voor kleding zorgen voor deze tien mensen die zo armelijk gekleed zijn! Ik heb ze aangenomen en zij gaan nu als leerlingen met Mij mee.'
[12] DE HOOFDMAN zei: 'Heer, uw wil geschiede; want uw wil is voor mij belangrijker dan die van mijn keizer, omdat ik nu maar al te goed besef dat ook de wil van de keizer aan de uwe ondergeschikt is en moet zijn! Het is gemakkelijk met grote legioenen te werken die blindelings aan de veldheer gehoorzamen, en volkeren en landen veroveren; maar geen enkel oorlogsleger kan slechts door het te willen metalen beelden vernietigen en een ongeneeslijke koorts in een enkelogenblik genezen. Zelf heb ik grote macht, en gebied over veel soldaten en krijgsknechten; maar mijn zoon moest ik ondanks al mijn macht vier jaar lang ellendig zien lijden. Daarom staat, o goede, wonderbaarlijke heiland, de macht van uw wil eindeloos hoger dan de macht van alle keizers en koningen op de hele aarde, hoe groot en uitgebreid die ook mag zijn!'
[13] Daarop riep hij zijn dienaren en beval hun de tien mannen in de beste kleren te kleden. Dat gebeurde binnen enkele ogenblikken, en de hoofdman bedacht hen nog rijkelijk met Romeins geld. Daarna kwamen zij weer bij ons, helemaal als Romeinen gekleed.
[14] De reus zag er bijzonder respect afdwingend uit, zodat DE HOOFDMAN onwillekeurig uitriep: 'O, wat een prachtig manspersoon! Als je ziel net zo groot en goed gevormd is, zul je nog grote dingen presteren op aarde!'
[15] IK zei: Jawel, dat kan heel goed mogelijk zijn, dat is alleen maar afhankelijk van de juiste levensernst! Maar mensen die nog nooit een dag hebben kunnen begroeten die hun gunstig gezind was, hebben hun ernst in de nachtelijke strijd gestaald en zullen daarom zeker op een vriendelijke levensdag ook de ernst van het leven niet verwaarlozen.'
«« 130 / 248 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.