De hoofdman werft de reus en zijn broeders aan voor Rome. Werken der liefde zijn de ware verdienste voor God

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 6)

«« 142 / 248 »»
[1] Toen de hoofdman Mij zag, kreeg hij tranen in zijn ogen, zodat hij van vreugde nauwelijks iets kon zeggen. Hij vroeg Mij om vergeving, dat hij zoiets tegen Mij had kunnen ondernemen.
[2] IK stelde hem echter gerust en zei: 'Wie iets doet en niet weet dat hij zondigt, zondigt niet, en jij dus ook niet! De overste is echt een ellendige booswicht; maar van nu af aan zal hij zich wel rustig houden. Neem daarom geen verdere vijandige maatregelen tegen hem!'
[3] Dat beloofde de hoofdman en hij at en dronk met ons, en Ik legde hem Zelf uit waar de tien vandaan kwamen, waarover hij zich erg verheugde. Toen onderhield de hoofdman zich met de tien en gaf hen aanwijzingen hoe zij door middel van hem, overste Cornelius en opperstadhouder Cyrenius naar Rome konden komen en daar meteen een hoog ambt zouden kunnen krijgen, waardoor zij dan veel goeds zouden kunnen doen.
[4] Maar DE TIEN zeiden: 'Edele vriend en ambtsgenoot van onze broeder in Samosata! Dit voorstel is weliswaar heel prijzenswaardig en mooi, -maar wij zijn nu eenmaal leerlingen van de allerhoogste Heer en Meester, en dat voldoet duizendmaal als geldige reden om uw aardige, vriendelijke voorstel op dit moment echt niet aan te nemen. Ja, wanneer wij eenmaal onze levensschool doorlopen zullen hebben, kan uw vriendelijke voorstel misschien ook nog uitgevoerd worden!'
[5] DE HOOFDMAN was erg blij over de openhartigheid van de tien en zei: 'Dat jullie daarin volkomen gelijk hebben, spreekt vanzelf; maar wanneer jullie al, zoals ik vast heb kunnen stellen, alle hoofdbeginselen van de leer volledig onder de knie hebben en precies weten watje te doen en te laten hebt, zou het volgens mij voor jullie ook tijd zijn om je onder de heidenen begeven en hun mogelijkerwijs ook over het grote genadelicht van God te vertellen dat jullie ten deel is gevallen. -Wat denken jullie daarvan?'
[6] DE REUS zei: 'Vriend, daarover hebben wij zelf helemaal geen mening; wij doen slechts wat de Heer en Meester wil! Als wij in zouden gaan op uw voorstel en zouden doen wat u ons voorgesteld heeft, zouden wij het in de eerste plaats doen ter wille van onze achtergelaten geboorteplaats en om de nog zeer ruwe en wilde bewoners deze leer van licht, liefde, geest en leven bij te brengen!'
[7] Nu pas zei IK: 'Ja, ja, jullie hebben volkomen gelijk, en daarom kunnen jullie het voorstel van de hoofdman wel aannemen! Want door nu nog langer of korter aan Mijn zijde bezig te zijn, winnen jullie niet meer licht, liefde, geest, kracht en leven; dat krijgen jullie allemaal door het getrouwe opvolgen van Mijn leer. En als jullie bij gelegenheid een hogere kracht nodig hebben als getuige voor de waarheid van de wijsheid die jullie door Mij verkregen hebben, vraag Mij er dan in je hart om, dan zal jullie gegeven worden waarvoor je je vragend tot Mij hebt gewend!
[8] Wanneer Ik Zelf echter binnenkort deze aarde weer persoonlijk verlaten zal hebben, zal Ik de Heilige Geest van alle waarheid over al Mijn getrouwe leerlingen en broeders uitstorten. Die zal hen dan naar alle waarheid, wijsheid, macht en kracht richten, geleiden, de weg wijzen en opheffen, en jullie zielen verenigen met de geest van gene zijde van de liefde uit God en zo de wedergeboorte van de geest in jullie tot stand brengen, zonder welke geen waarachtig, vrij, eeuwig leven mogelijk is maar slechts een gebonden en gericht leven, dat vergeleken bij het ware vrije leven van de geest een echte dood is.
[9] Want als een mens niet vrij en uit zichzelf, maar slechts als een machine door de almacht van de goddelijke wil leeft, dan is hij in en op zichzelf dood en er geen haar beter aan toe dan een steen, een plant of een dier zonder verstand. Wie echter streng volgens Mijn leer leeft en handelt, zal ook zeker kunnen verwachten wat Ik niet alleen maar nu hier, maar overal reeds heel vaak gezegd en beloofd heb. Of iemand nu hier persoonlijk met Mij meegaat of niet, maakt niets uit; integendeel, degene die slechts in de geest -zonder Mijn persoonlijke aanwezigheid -getrouw met Mij zijn weg gaat, zal door God met nog meer welgevallen aangezien worden!
[10] Cornelius en Cyrenius kennen Mij echter al vanaf Mijn geboorte. Zij zullen jullie goed opnemen en in alles terzijde staan.'
[11] Daarmee waren de tien mannen tevreden, en zij namen het voorstel van de hoofdman aan; alleen vroegen zij of zij zolang nog bij Mij mochten blijven als Ik hier in KapƩrnaum zou zijn.
[12] Toen zei IK: 'Dat kunnen jullie altijd doen, hoewel het jullie niet als een bijzondere verdienste aangerekend wordt; want een ware verdienste voor Mij heeft alleen hij die in Mijn naam liefde werkt volgens Mijn leer. Want voor Mij kunnen jullie onmogelijk iets goeds doen omdat Ik van niemand een dienst nodig heb; en ook al doet iemand iets goeds voor Mij, dan kan Ik het hem altijd duizendvoudig vergelden, en bovendien kan niemand Mij iets geven wat hij niet eerst van Mij heeft gekregen.
[13] Maar iemand die uit liefde voor Mij in Mijn naam iets goeds doet voor zijn naaste, zie Ik als een waar, verdienstelijk werker op Mijn akker, en hij zal daarvoor zijn loon oogsten. Want wat jullie in Mijn naam voor de armen zullen doen, zal Ik altijd beschouwen alsof jullie het voor Mij gedaan hebben. Of jullie nu vandaag of morgen hier vertrekken, jullie zullen daarom niet verder van Mij weg of dichter bij Mij zijn dan nu; maar als jullie in Mijn naam goeds zullen doen voor de mensen van deze aarde, dan zullen jullie in de geest veel dichter bij Mij zijn dan nu.
[14] Mijn lichaam is niet Mijn Ik, maar alleen Mijn geest is Mijn waarachtige Ik; met Mijn geest ben Ik alom tegenwoordig en voortdurend werkzaam in de hele oneindigheid.
[15] Wat alleen Mijn lichaam wil, gebeurt niet, maar eeuwig alleen dat, wat Mijn geest wil. Waar jullie ook mogen zijn, daar ben ook Ik temidden van jullie, en als je in Mijn naam dingen doet, werk Ik met en in je; en als je in Mijn naam spreekt, ben Ik het die je de gedachten in je hart geeft en de woorden in je mond legt.
[16] Dus, jullie kunnen je, als je werkzaam blijft in Mijn leer, onmogelijk ooit van.Mij verwijderen; je zou je alleen dan van Mij kunnen verwijderen als je Mijn woord zou loslaten en, net zoals velen, een pure dienaar zou worden van de wereld. Maar dat zul je nooit, en dus kun je op ieder ogenblik Mijn zichtbare persoon zonder de minste schade voor je ziel verlaten!'
[17] Met deze uitleg waren de tien meer dan tevreden en zij waren toen ook bereid meteen met de hoofdman te vertrekken.
[18] Het deed de hoofdman erg veel genoegen zulke mannen voor Rome gewonnen te hebben, die als krijgers de keizer zouden bevallen en als trouwe volgelingen van Mijn leer heel goed in staat zouden zijn deze ook op velerlei wijze aan de heidenen bij te brengen. De hoofdman bedankte Mij daar ook nog heel in het bijzonder voor en beloofde Mij vooral voor de reus gedaan te krijgen dat hij reeds als hoofdman met zijn broeders naar Rome naar de keizer gezonden zou worden.
«« 142 / 248 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.