De geestelijke overeenkomst van de dagtijden

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 6)

«« 193 / 248 »»
[1] 's Morgens waren wij bij zonsopgang al weer buiten. Het was een heldere dag en de zon ging wonderlijk zuiver op.
[2] Ik keek met de leerlingen naar het mooie natuurtafereel, en JOHANNES zei tegen Mij: 'Heer, ik weet echt niet waarom zo'n mooie ochtend op mij altijd zo'n prettige en op mijn hart zo'n verheven, versterkende indruk maakt, terwijl de middagzon mij helemaal onverschillig laat en de avondzon mij meer ernstig en droefgeestig stemt!'
[3] IK zei: 'Dat komt door de betere en juistere levensgevoelens van de mens. De morgen lijkt op de vrolijke, onschuldige jeugd van de mens, en daarom stemt hij ook ieder zuiver en werkelijk voelend mens jeugdig en vrolijk.
[4] De middag lijkt op een sterke man die in het zweet van zijn aanschijn zijn brood verdienen moet; daarom zal de middag ook niet meer zulke tedere gevoelens opwekken als de ochtend. Want tijdens de ernstige mannenleeftijd heeft de jeugdige levenspoƫzie opgehouden, en een bepaalde, zorgelijke levensernst is in zijn plaats gekomen, en dat wekt in een juist aanvoelend hart ook echt niets bekoorlijks, maar alleen een zekere ernst waaraan het hart nu eenmaal nooit veel vreugde beleeft, hoewel die ernst er voor het verkrijgen van het ware leven moet zijn.
[5] En de avond tenslotte, als zinnebeeld van de aardse dood en het vergaan van alle dingen, kan op een juist aanvoelend hart geen andere dan slechts een duistere indruk maken, hoewel de avond ook net zo noodzakelijk is als de ochtend en de middag. Want als er voor de mens geen levensavond zou zijn, dan zou voor hem ook de eeuwige levensmorgen nooit te voorschijn komen en tot eeuwige waarheid worden.
[6] Kijk, dat is de eenvoudige reden van je juiste gevoel, dat echter ook niet bij alle mensen hetzelfde is! Want er zijn mensen die de avond veel prettiger vinden dan de ochtend; ja er zijn mensen op wie juist de ochtend een heel onaangename indruk maakt, de middag een betere, en de avond en vooral de nacht de allerbeste. Maar mensen die zo voelen, behoren merendeels tot de verkeerde soort, en het is moeilijk zulke mensen een beter inzicht te geven en hen op de juiste geloofs en gevoelsweg te brengen; want zij hebben zich in deze wereld met alle energie alleen maar die schatten verzameld die gaan roesten en die de motten verteren. En degenen die eenmaal op dat standpunt staan, zijn daar moeilijk vanaf te brengen.
[7] Daarom zeg Ik ook tegen jullie allen: Verzamel je in deze wereld nooit zulke schatten die door roest aangetast en gemakkelijk door motten verteerd kunnen worden! Maak je geen zorgen voor de komende dag over wat je eten en waarmee je je kleden zult! Het is voldoende dat iedere dag zelf zijn eigen zorgen met zich meebrengt. De Vader in de hemel weet precies watje nodig hebt. Kijk naar de mussen op het dak en de bloemen op de velden! Zij zaaien en zij oogsten niets en worden toch door de Vader in de hemel in alles rijkelijk verzorgd. Hebben de mussen niet een verenpak en voedsel, en zijn de bloemen op het veld niet prachtiger gekleed dan Salomo in al zijn pracht ooit was? Maar zijn jullie niet veel beter dan de mussen, waarvan men er een dozijn voor een penning koopt, en beter dan gras op het veld dat vandaag nog bloeit, morgen echter afgemaaid, vervolgens gedroogd en, omdat het te slecht is om aan de dieren te voeren, in de oven wordt gegooid en verbrand?! Nu Ik jullie dit echter verteld heb, gedraag je daar dan ook naar en handel daarnaar, dan zullen jullie als Mijn uitverkoren leerlingen in jullie ambt een goed bestaan hebben!
[8] Mozes heeft toch gezegd, toen hij voor de priesterstam Levi het geven van de tiende instelde: 'Wie het altaar dient, moet ook van het altaar leven!' En Ik zeg jullie nu hetzelfde, ook al is het met andere woorden. Daarom heb Ik dat nu ook alleen tegen jullie en voor jullie gezegd, en daar wil Ik geen gebod mee gegeven hebben waardoor niemand meer een akker gaat bebouwen en nooit een wijnstok in de wijngaard zal verzorgen en planten, maar het geldt alleen voor jullie als uitverkoren werkers in Mijn geestelijke wijngaard; want tegen de anderen zeg Ik: Wie niet werkt zal ook niet eten! Wie echter Mijn rijk zoekt en zijn gerechtigheid, die zal, zoals jullie, al het andere als een vrije gift erbij gegeven worden.'
[9] Toen dankte vooral Johannes Mij voor deze les en vroeg Mij of hij dit ook op moest schrijven.
[10] IK zei: 'Zeker, maar voornamelijk slechts voor jullie en jullie opvolgers; want als dit voor alle mensen zou gelden, zag het er op aarde al gauw heel woest uit.'
«« 193 / 248 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.