Over het Hooglied van Salomo

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 6)

«« 217 / 248 »»
[1] Na lang vragen en beraden kwamen zij op de gedachte om de Romein te vragen hoeveel zandkorrels er in de zee zitten en hoeveel grassprieten er op aarde zijn.
[2] DE ROMEIN zei: 'Alleen dwazen en mensen die nooit nadenken of hun verstand gebruiken, kunnen zo 'n vraag stellen waarvan het numeriek precieze antwoord hun zelf eeuwig vreemd en volkomen onbekend zal blijven en ook moet blijven, ten eerste, omdat het tellen daarvan om heel begrijpelijke redenen voor iedere sterveling volmaakt onmogelijk is; en ten tweede -gesteld dat bijvoorbeeld het tellen van het gras op aarde mogelijk zou zijn - omdat er thans toch geen enkel aan ons bekend getal is dat het totaal van het gras op de hele aarde zou kunnen weergeven; en tenslotte ten derde -gesteld dat ik jullie door een vrijwel eindeloze reeks van ons bekende grootste getallen en cijfers het totaal van het zand in de zee en het gras op aarde zou meedelen - blijft er nog de vraag: Wie zal kunnen zeggen of ik dat oneindig grote getal te hoog of te laag heb aangegeven? En als iemand dat zegt, dan ben ik als hoge en door de keizer met veel staatsmacht voorziene Romein volkomen gemachtigd van mijn tegenstander op leven en dood het volledig rekenkundig bewezen tegenbewijs te eisen, dat mij geen mens, maar slechts God alleen zou kunnen geven; want die man zou onder toezicht van veel getuigen eerst het zand en het gras moeten tellen, wat toch helemaal onmogelijk zou zijn zowel volgens de elementaire verhoudingen als vanwege de menselijke leeftijd, en dus kunnen jullie mij in duizend en nogmaals duizend jaar absoluut geen geldig tegenbewijs leveren.
[3] Waarom zo'n belachelijke vraag, waar de mussen op het dak de onzin van moeten inzien? Jullie kunnen mij alleen maar zulke dingen vragen waarvan jullie kunnen bewijzen datje die zelfprecies weet en hoogstens kunt vermoeden dat ik daar niet van op de hoogte ben. Maar met vragen waarop ik kan antwoorden wat ik wil, en waarvan jullie mij nooit bewijzen kunnen dat ik je een onjuist antwoord gegeven heb, versla ik jullie het gemakkelijkst! Jullie zijn dus nu met je tweede vraag nog meer afgegaan dan met de eerste; geef me dus nu een derde, maar verstandige vraag!'
[4] Nu begon het volk te juichen vanwege de domheid van de schriftgeleerde en het prees de Romein vanwege zijn nuchtere, heldere verstand. Maar de Romein vroeg om stilte, omdat hij nog niet klaar was. Wanneer hij klaar zou zijn, kon het naar hartelust jubelen. Toen werd het volk weer rustig, en de Romein vroeg om de derde vraag.
[5] Na een korte pauze vroeg DE SCHRIFTGELEERDE aan de Romein: 'Omdat je zo bijzonder veel afweet van onze Schrift, vraag ik je, of je het Hooglied van Salomo kent en wat de betekenis daarvan is.'
[6] DE ROMEIN zei: 'O ja! Dit lied is vanwege zijn sterk poƫtische karakter en mystiek reeds lang erg geliefd bij mij. Ik begreep tot op heden de diepe zin ervan niet volledig, maar omdat ik nu Hem gevonden heb op Wie het uitsluitend van toepassing is, verzeker ik jullie dat er geen vers in voorkomt dat mij niet zo duidelijk is als de zon midden op een onbewolkte dag. Als jullie het prettig vinden, wil ik jullie waar al het volk bij is, er hier meteen een voorbeeld van geven dat ik het lied nu goed begrijp.'
[7] Toen bedacht de schriftgeleerde dat hij de Romein er beter niet verder over kon vragen, want hij merkte wel dat de Romein alles heel zinvol op Mij en Mijn leer zou betrekken, die toch de nieuwe kerk is die in Mij haar gezochte vriend gevonden heeft, en Mij uitgenodigd heeft als gast van de liefde en het leven.
[8] Daarom zei DE SCHRIFTGELEERDE: 'We zien al dat ook deze vraag een misser is en verklaren deze vrijwillig als verloren. Maar omdat wij u toch iets moeten vragen, willen we u een andere vraag stellen en dat wordt dus de vierde vraag.
[9] Wat is de ziel van de mens, en waar bevindt zij zich in het lichaam? Dat is toch zeker een heel behoorlijke vraag waartegen toch echt niets in te brengen is!'
[10] DE ROMEIN zei: 'O, beslist niets, en ik zal haar ook volgens de zielkunde en volgens mijn eigen ondervinding heel precies en volledig naar waarheid beantwoorden, hoewel ik maar al te goed weet dat geen van jullie weet wat de ziel is en waar zij in het lichaam woont!'
«« 217 / 248 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.