Wat de Heer van de Zijnen verlangt

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 8)

«« 206 / 220 »»
[1] De spreker zei: 'O Heer en Meester! U bent werkelijk eindeloos goed en wijs, en bent bij al Uw goddelijke heerlijkheid onuitsprekelijk zachtmoedig, vol deemoed en minzaam, en vervuld van het hoogste en grootste geduld! En dat sterkt ons des te meer in ons geloof, dat U werkelijk Degene bent die ons door de mond van de profeten door Jehova beloofd werd, en dat Hij een echt Godsrijk op deze aarde zal vestigen, en hoe Hij dat zal doen. En omdat wij dat nu zonder enige twijfel geloven, geloven en verwachten wij ook dat U zo genadig bent om onze dode kinderen weer levend terug te geven, die wij voortaan zeker wijzer zullen opvoeden dan tot nu toe het geval was!'
[2] Ik zei: 'Ja, dat zal Ik voor jullie doen -maar luister eerst goed naar wat Ik jullie nu zal zeggen! Als jullie dode kinderen levend aan jullie teruggegeven worden, baar dan geen opzien, noch hier noch op de terugreis noch thuis, en maak Mij en ook de Essenen niet verder bekend! Want van nu af aan zullen er geen doden meer opgewekt worden tot het aardse leven wat het vlees betreft, maar wel veel geestelijk dode zielen tot het eeuwige leven, waarvoor de mensen geschapen zijn. Van deze laatste daad in deze plaats moet, behalve Mijn leerlingen, jullie en enkele andere getuigen, niemand iets te horen krijgen! Want Ik wil niet dat dergelijke dingen hier ooit weer plaats vinden.
[3] Wie in het vervolg toch nog dode kinderen of andere gestorvenen hierheen zal brengen, zal niet alleen vergeefse moeite doen, maar zal bovendien allerlei ander ongemak te verduren krijgen. Maar als er allerlei zieken in het ware geloof in Mijn naam ter genezing hierheen gebracht worden, zullen die hun genezing ook vinden. -Daarmee weten jullie nu wat jullie moeten doen en in acht moeten nemen!
[4] Ga vanavond onder begeleiding van de een of andere Esseen naar de crypte en open de gesloten doodskisten, dan zullen jullie kinderen jullie direct levend en volkomen gezond volgen! Maar vertrek morgenvroeg snel, zodat jullie gedurende de dag geen opzien baren bij de vele mensen die zich nu hier in Essea bevinden!
[5] Als jullie op weg naar huis mensen met dode kinderen tegen zullen komen, die jullie vragen hoe het hier toegaat, zeg hun dan openlijk wat Ik jullie gezegd heb met betrekking tot de wederopwekking van dode kinderen, die in de toekomst niet meer plaats zal vinden, dan zullen zij geen verdere en vergeefse reis hierheen maken!
[6] Bezoek thuis ook geen afgodentempel meer, en als men jullie ter verantwoording zal roepen, zeg dan dat jullie nu de ene, enig ware en levende God gezocht en ook gevonden hebben, die jullie getrouw, openlijk, duidelijk en levend getoond heeft wat jullie moeten doen! Als men jullie daarna met rust zal laten, blijf dan, maar als men jullie zal dwingen, trek dan verder! Want Degene die jullie hier helpt, kan jullie ook altijd en overal helpen, als jullie in Zijn naam geloven en Hem volkomen vertrouwen! Als jullie dat begrepen hebben, kunnen jullie deze herberg nu weer verlaten!'
[7] Daarop zei de spreker, die Mij in zijn hart voor alles bedankte: 'O Heer en Meester, omdat wij nu al zoveel genade bij U gevonden hebben, willen wij onze dankbaarheid daarvoor zo goed we kunnen met daden metterdaad tot uitdrukking brengen! Wees zo genadig ons te zeggen, wat voor offers wij hier uit grote liefde voor U moeten brengen en verrichten!'
[8] Ik zei: 'Mij en ook de Essenen hoeven jullie geen ander offer te brengen dan dat jullie voortaan alleen in de ene ware God geloven en Hem uit alle macht liefhebben en jullie arme naasten als jezelf, en dat jullie je hart beschermen tegen zelfzucht, tegen gierigheid en afgunst, tegen liefde voor de wereld en tegen hoogmoed; want alles wat in de ogen, oren en harten van de wereld groots en glanzend is, is -luister goed! -in Mijn ogen een gruwel!
[9] Neem aan Mij een voorbeeld! Ik alleen ben de Heer en Meester, en hemel en aarde liggen in Mijn macht en heerschappij , en toch ben Ik van ganser harte zachtmoedig, vol deemoed, geduld, liefde en erbarming, en laat Mij door niemand eren zoals de Farizee├źn, de priesters van de heidenen en andere ingebeelde groten der wereld dat verlangen. ...
[10] Breng Mij dus deze offers, dan zullen jullie je voortdurend in Mijn liefde en genade kunnen verheugen! En wat jullie in liefde voor de armen in mijn naam zullen doen, zal door Mij steeds beschouwd worden alsof jullie dat voor Mijzelf gedaan hebben, en daardoor zullen jullie voor jezelf voor eeuwig grote schatten in Mijn hemelen verzamelen. Dat zijn de offers die Ik van jullie verlang.'
[11] De spreker zei: 'O Heer en Meester, deze offers zullen wij U altijd brengen, en alles heel gewetensvol opvolgen! Moeten wij de ijzeren doodskisten hier laten of moeten wij die ook weer meenemen?'
[12] Ik zei: 'Dat was een dwaze vraag! Als jullie je levend geworden kinderen weer hebben, waar hebben jullie die doodskisten dan verder nog voor nodig? Als jullie mensen zouden ontmoeten en die zouden de lege kisten zien, zouden die als eersten verraden wat jullie hier ten deel is gevallen en dat is nu juist wat Ik jullie nadrukkelijk ontraden heb. Daarom is het vanzelfsprekend wat er met die overbodige doodskisten moet gebeuren. De broeders Essenen zullen die in hun smederijen tot ploegscharen en spaden laten omsmeden en ze voor betere doeleinden gebruiken. -Nu weten jullie alles wat jullie te doen staat; verlaat dus met opgelucht hart deze herberg!'
[13] Daarop bedankten ze Mij allemaal nog eens luid en gingen weg.
[14] Maar 's avonds, toen de meeste mensen zich al in de herbergen bevonden, stuurde Ik een Esseen naar de crypte, waar de dertig al wachtten, samen met nog anderen, die ook hun dode kinderen naar Essea gebracht hadden. De dertig dachten evenwel dat Ik dat niet op prijs zou stellen. Maar de Esseen had in het geheim al de opdracht van Mij gekregen om alle doodskisten te laten openen, maar tevens tegen iedereen te zeggen wat Ik Zelf tegen de dertig gezegd had. - En zo werden alle dode kinderen weer tot leven gewekt.
[15] Dat deze daad meer dan groot opzien baarde bij de betrokkenen is vanzelfsprekend en dat hoeft niet verder beschreven te worden. Al deze vaders en ook enkele moeders dankten Mij in hun hart en namen een versterking in een herberg, die ongeveer een half uur gaans buiten Essea langs de weg naar Egypte lag, om in de plaats zelf geen opzien te baren, en reisden vroeg in de ochtend weer naar huis.
[16] De weer tot leven gewekte kinderen werden door hun ouders allerlei dingen gevraagd, hoe het hun in de wereld der geesten vergaan was en of zij zich daar iets van konden herinneren. Maar de kinderen zeiden dat iedere herinnering van hen weggenomen was en zij hun daarom geen uitsluitsel konden geven; en dus werden de kinderen dan ook met rust gelaten en werd hun verder niets meer gevraagd. Zo is deze wonderdaad heel rustig verricht en bijna zonder dat de mensen die nog in die plaats waren er iets van gemerkt hebben.
«« 206 / 220 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.