De droom van het meisje

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 9)

«« 106 / 214 »»
[1] Toen ze de vissen gegeten hadden, zei de woordvoerder tegen de waard: 'O beste vriend,je hebt ons nu een goede versterking voor ons lichaam gegeven; maar betalen zal niet zo gemakkelijk gaan!'
[2] De waard zei: 'Mijn beste stamverwanten, daar hoeven jullie je geen zorgen over te maken, en als jullie weer naar huis gaan, zal er ook wel voor gezorgd worden dat jullie je terugreis niet met lege zakken zullen maken; wees daarom opgewekt en heb geen vrees en onnodige zorgen!'
[3] Het twaalfjarige meisje dat nu goed gesterkt was met spijs en drank, vatte ook moed om te spreken en zei tegen haar vader: 'Luister, vader, drie dagen geleden, toen wij ook het geluk hadden om in de waard van een herberg een mensenvriend te treffen, heb ik een voorspellende droom gehad! Zoals altijd hebt u natuurlijk tegen mij gezegd dat dromen van kinderen niets te betekenen hebben; maar in die droom heb ik deze kamer gezien en ook dat wij meer dan vriendelijk in deze herberg werden opgenomen. In mijn droom heb Ik echter nog veel meer gezien, wat u, toen ik het u wilde vertellen, niet wilde horen en waarna u mij beval te zwijgen; maar ik heb nu het gevoel dat mijn droom helemaal in vervulling zal gaan!'
[4] Daarop zei de vader tegen zijn dochter: 'Welnu, wat heb je dan nog meer gedroomd, dat hier in vervulling zal gaan? Nu geef ik je toestemming om ons je droom helemaal te vertellen!'
[5] Toen zei het meisje: 'De heldere droom die ik heb gehad zal ik niet in zijn geheel vertellen, maar alleen de hoofdzaak aanhalen, en dat is het volgende: In mijn droom zag ik ook die grote tafel en dezelfde mannen er omheen zitten. En kijk, een van hen was nu juist de nieuwe Hemelkoning, voor wie wij onze reis hierheen hebben ondernomen! Ik zou Hem u ook kunnen aanwijzen; maar ik heb nu een stem in mijzelf gehoord die mij verbood dat te doen, en aan die stem moet ik gehoorzamen! Maar omdat alles uit mijn droom hier in vervulling gaat, zal het misschien ook nog in vervulling gaan dat wij hier Degene vinden die wij het liefst van alles willen vinden!'
[6] Daarop zei de vader heel verrast: 'Mijn lief kind, er kan wel iets waars aan je droom zijn, - maar om aan je droomverhaal direct onvoorwaardelijk geloof te hechten, zou bij zoiets belangrijks en heiligs toch wel erg gewaagd zijn; het is dus zaak kritisch en voorzichtig te werk te gaan! Ik zal mij dus weer tot die zeer wijze man wenden, met wie ik al gesproken heb en die kennelijk een profeet is; van hem zal ik het snelst meer over de Hemelkoning van alle Joden horen. Ik heb hem al eerder gevraagd om de persoon van die heilige Koning te beschrijven; als hij dat doet, zal het niet al te moeilijk zijn om Hem op te sporen en ook te herkennen!'
[7] Nu zei ook de vrouw tegen haar man: 'Luister eens, mijn echtgenoot, het onschuldige en zuivere gemoed van een kind staat vaak dichter bij God dan dat van ons, dat reeds door menige hartstocht onzuiver is geworden, en het ziet en herkent de nabijheid van God dan ook vaak eerder dan het onze! In het zoeken en vinden zijn kinderen met hun scherpe ogen vaak veel handiger dan wij ouden. Maar jij bent in veel dingen te streng en te kritisch, en ik heb al verscheidene keren meegemaakt dat jij mettertijd als echt en goed hebt erkend, waarvan wij je direct in het begin al gezegd hadden dat het echt en goed was; wie weet of het je deze keer niet net zo zal vergaan!'
[8] De man zei: 'Deze keer zou ik wel willen dat jullie gelijk hadden! Maar nu gaan wij mannen met ons twee├źn naar die wijze en vragen hem nog een keer om een persoonsbeschrijving van die grote Koning, aan wie alle macht in de hemel en op deze wijde aarde gegeven is!'
[9] Na dat gesprek, dat steeds met halfluide woorden plaatsvond om te zorgen dat wij het niet hoorden, stonden de twee mannen op, gingen weer vol eerbied naar Mij toe en vroegen Mij om de persoon van de grote Koning te beschrijven.
[10] Met een vriendelijk gezicht zei Ik tegen de getrouwde man: 'Weliswaar hebben jullie op zachte toon over de Koning gesproken en over de droom van je dochtertje geoordeeld, en toch heb Ik ieder woord goed gehoord. Jullie zouden van Mij een persoonsbeschrijving van de Koning willen hebben, omdat jullie van mening zijn dat je daardoor de Koning, als jullie Hem ergens ontmoeten, direct zult herkennen en Hem de eer kunt geven.
[11] Maar Ik zeg jullie: de nieuwe Koning der Joden moet door degenen die Hem werkelijk willen kennen, vooral in de geest en in alle waarheid herkend worden, en dan zal ook Zijn persoon weldra gemakkelijk te herkennen zijn. Maar jouw dochter wilde jou toch uit haar droom, drie dagen geleden niet ver van Damascus, de persoonlijke gestalte van de Koning beschrijven; waarom wilde je daar eigenlijk niet naar luisteren?'
[12] De man zei: 'Beste, zeer wijze vriend, omdat bij mij, evenals bij mijn ouders en voorouders, steeds het wijze opvoedingsprincipe gehanteerd werd dat kinderen het goede en ware wel goed moeten horen, maar dat ze alleen moeten spreken als hun iets gevraagd wordt, opdat ze geen lichtzinnige kletsers worden; want veel denken en ernaar handelen is verstandiger dan veel kletsen en daarbij weinig doen. Ik wilde mij die droom dan ook niet onmiddellijk door mijn kind laten vertellen, om haar te oefenen en te sterken in geduld en zelfverloochening, wat met name bij het vrouwelijk geslacht het meeste nodig is, dat toch al nauwelijks in staat is zijn tong in toom te houden.'
[13] Ik zei: 'Daar heb je weliswaar helemaal gelijk in, - maar omdat jouw dochtertje toch al een buitengewoon zwijgzaam karakter heeft, had je wel een kleine uitzondering op je vaste regel kunnen maken; want kinderen die zo deugdzaam en goed zijn opgevoed staan gewoonlijk veel dichter bij de innerlijke levenswaarheid dan de volwassenen, die hun hersenen door hun onvermoeibare onderzoeken zo volgestopt hebben met wereldse wijsheid, dat ze tenslotte door de bomen het bos niet meer zien. Bij jou is dat ook heel sterk het geval; want jij wilde de oude naam van je stam geen oneer aandoen, - watje ook niet kwalijk is te nemen. Maar je zult zelf ook wel gemerkt hebben dat een te scherp geslepen mes altijd eerder bot wordt dan een mes dat weliswaar een beetje stomper, maar toch altijd nog scherp genoeg geslepen is! -Maar hoe het ook zij - laat nu je dochtertje hierheen komen en van ons Degene uitzoeken die zij in haar droom als de nieuwe Koning der Joden heeft gezien!'
[14] De man, die evenals zijn zwager door Mijn woorden helemaal verlegen was geworden, zei: 'O beste, onbegrijpelijk wijze vriend, zou die heilig grote Koning soms echt een van jullie zijn?'
[15] Ik zei: 'Dat zal straks wel blijken; maar doe nu wat Ik je heb aanbevolen!'
[16] Na die woorden ging de man weg en bracht zijn dochtertje bij Mij.
«« 106 / 214 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.