Waar onophoudelijk bidden toe leidt De gelijkenis van de verdrukte weduwe en de hardvochtige rechter (Luc.18:1-8)

Jakob Lorber - Het Grote Johannes Evangelie (deel 9)

«« 88 / 214 »»
[1] Ik zei: 'Je hebt het beeld heel juist en naar waarheid opgevat, en het was op zijn plaats om het hier met een paar woorden weer naar voren te halen. Maar opdat iedereen het door jou aangehaalde beeld volgens het oordeel van zijn eigen verstand nog duidelijker begrijpt en het nu een gunstig moment voor ons is, zal Ik jullie een ander beeld geven, waarmee jullie nog duidelijker zullen zien hoe een waar mens niet moet aflaten te bidden en te vragen, als hij de ware kracht van Mijn rijk in zichzelf wil bereiken. Luister dus!
[2] Er was eens een rechter in een stad, die God niet vreesde en ook voor geen enkel mens bang was. Maar er was ook een weduwe in diezelfde stad; ze kwam bij hem en zei: 'O, rechtvaardige rechter, red mij van mijn tegenstander; want kijk, zo en zo staan de zaken, en daarin sta ik helemaal in mijn recht!'
[3] De rechtvaardige rechter zag dat op het eerste gezicht ook wel in; maar hij was niet in de juiste stemming en wilde het proces van de weduwe niet op zich nemen. De weduwe hield echter niet op, kwam herhaalde malen bij de rechter en smeekte hem op haar knieën om haar zaak op zich te nemen.
[4] Toen dacht de rechter bij zichzelf 'Wat zal ik doen? Al vrees ik God niet en ook geen enkel mens -omdat die weduwe mij nu al zoveel last bezorgt, zal ik haar redden, opdat ze niet nog vaker terugkomt en mij met haar smeken helemaal suf maakt!'
[5] Hebben jullie uit dit beeld opgemaakt wat de rechter heeft gezegd en ook gedaan? En als een rechter, die strikt rechtvaardig volgens de wet oordeelt, het aanhoudende smeken van een verdrukte weduwe al verhoort en haar helpt, zou God Zijn uitverkorenen die dag en nacht naar Hem roepen, dan niet nog eerder redden, en zou Hij soms minder geduld en liefde voor hen hebben dan de rechter voor de weduwe had?
[6] Waarlijk Ik zeg jullie: Hij zal hen verhoren en binnen korte tijd redden, zowel in deze tijd als in de verre toekomst, wanneer Hij als Mensenzoon net als nu op deze aarde zal wederkomen!
[7] Maar als de Zoon des mensen in die tijd in deze wereld zal wederkomen, denken jullie dat Hij dan geloof zal aantreffen?'
[8] Andreas zei: 'Heer en Meester, aangezien ik al eerder heb gesproken, wil ik ook deze keer weer spreken, als U mij dat wilt toestaan!'
[9] Ik zei: 'Spreek jij maar gerust; want jij hebt daar het inzicht, de moed en de juiste mond voor!'
[10] Daarop zei Andreas: 'Wat het beeld zelf betreft, wil het hetzelfde zeggen als het beeld van de huisheer en de bedelaar in de nacht, dat ik zojuist weer verteld heb; alleen is de positie van God ten opzichte van de wereldse mensen, die in de verdrukking van hun levensnacht hulp bij Hem zoeken, nog duidelijker aangegeven dan in het andere,door mij weer vertelde beeld. Want in dat beeld komt God in zekere zin zonder enige binding enkel als een rechtvaardige rechter naar voren, die de verdrukte mensen wel altijd kan helpen, wanneer Hij dat wil; en Hij helpt hen ook wel, maar pas wanneer ze het Hem door hun onophoudelijk smeken echt lastig hebben gemaakt.
[11] Ook hier gaat het louter om het oefenen in geloof en vertrouwen; als dat eenmaal een bepaalde onbuigzame kracht krijgt, zijn de verhoring en de hulp er ook.
[12] U voegde er nog iets aan toe, U zei dat God Zijn uitverkorenen, die zich reeds in de kracht van het geloof en het vertrouwen bevinden, als een liefdevolle Vader zeker nog eerder zal verhoren, wanneer ze op hun reeds bereikte innerlijke levensdag maar ook in hun nacht, die af en toe nog gemakkelijk kan terugkeren, tot Hem om hulp roepen. Daarin komt U niet meer naar voren als nagenoeg onverbiddelijke wereldse rechter, die, omdat hijzelf God is, God niet hoeft te vrezen en ook geen enkel mens, maar als een Vader van degenen die hun innerlijke levensdag reeds hebben bereikt. Zo heb ik het opgevat en ik geloof dat ik mij niet vergist heb.
[13] Wij staan nu nog geen van allen volledig in onze innerlijke levensdag, maar voor een deel soms ook nog erg in onze oude levensnacht en hebben U nog veel te vragen, om ons daardoor te oefenen in geloof en vertrouwen en zodoende sterker te worden. Maar U hebt ons een zekere en spoedige redding beloofd, en wij geloven ook zonder enige twijfel dat elk van Uw beloften in vervulling zal gaan.
[14] Maar U sprak weer over een tweede komst op deze aarde en stelde aan het eind de vraag of U dan ook wel geloof zult aantreffen onder de mensen.
[15] Welnu, het geven van een antwoord op Uw vraag valt nog geheel en al buiten het bereik van datgene waar wij over kunnen spreken, en daar kan ik U dus geen antwoord op geven. U zult Zelf echter wel het beste weten hoe het in de verre toekomst met het geloof van de mensen gesteld zal zijn, en als U wilt kunt U het ons nog nader aanduiden dan U bij verscheidene andere gelegenheden al gedaan hebt.'
[16] Ik zei: 'Dat laatste beeld heb je ook helemaal naar waarheid en goed opgevat en daarmee heb je Mijn hart echt blij gemaakt. Als jullie dat allemaal zo doen, zal de volledige redding van jullie zielen van het juk van de materie van deze wereld en haar bekoringen niet lang meer op zich laten wachten.'
«« 88 / 214 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.