Categorie archief: Column

Columns

De weg tot het ware leven – G.K. Holderer

De weg tot het ware leven
– G.K. Holderer –

Jezus heeft ons de volgende waardevolle zin gegeven: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij!” Vervolgens willen wij deze weg nader bekijken.
Wat is dat voor een weg? Hoe kunnen wij deze weg vinden? Waar naartoe leidt deze weg? Wij willen op deze vragen het juiste antwoord opzoeken.

In een tijdelijk beperkt materieel leven op aarde is ons mensen de mogelijkheid gegeven inzichten te verzamelen, waarom wij überhaupt hier leven en hoe onze toekomst eruit zal zien. Wanneer wij begrepen hebben, dat op dit tijdelijk leven, dat haast niet langer dan 90 jaar duurt, een duurzaam leven opvolgt, dan zullen wij zeker nieuwsgierig worden hoe het volgende bestaan eruit zal zien en ook wat je daarvoor moet doen en hoe je in het duurzame, eeuwige leven kan komen. Het is onze opgave deze weg te zoeken en te vinden!

Jezus zegt: “Ik ben de weg!” Daarom willen wij ons allereerst met de van Jezus gegeven zin bevatten. Wie is Jezus? Hij is een tweevoudig persoon. Hij is op onze aarde geboren en is daarom ook een normaal mens volgens zijn uiterlijk. Maar hij heeft in zich de goddelijke geest, die de almachtige en heilige God is. Nadat Jezus de verzoekingen van het kwaad, dat wil zeggen van de negatieve eigenschappen overwonnen had, van die hij evenzo als ieder ander mens meester moest worden, kon zijn Godsgeest ook van de mens Jezus helemaal bezit nemen. Dit reinigingproces duurde tot zijn dertigste levensjaar. Bij ons mensen zou je zeggen, dat hij was wedergeboren in de geest. Door de hoogste deemoed, die Jezus had, nam hij zelfs de dood aan het kruis op zich om te bewijzen, dat er een opstanding na de dood volgt en het echte eeuwige leven in het hiernamaals vanaf dan kan beginnen. Zijn overwinning van de dood en van het kwaad wil hij ook aan ons overdragen, om ook ons in het hoogste geestelijke rijk, de hemel, te laten komen.

Deze overdracht van de verlossing aan de mensen begon op Pinksteren! In de Bijbel lezen wij, dat de heilige geest op de discipelen neerdaalde en zij door hem enorm groeiden in inzicht en liefde tot Jezus. Dat maakte het hen mogelijk het woord van God met volmacht door te geven aan de medemensen. Maar niet alleen zij maar ook wij allemaal, die sinds deze Pinksteren geboren werden, ontvingen en ontvangen natuurlijk ook nog nu in ons hart een gedeelte van deze verlossende geest. In het begin is deze goed opgesloten om niet door onwetendheid of boosaardigheid misbruikt te worden. Eerst wanneer de mens zich serieus bemoeit zijn liefde tot de hemelse Vader, tot Jezus, te ontdekken en te verbeteren, dan komt hij uit zijn beschermende omhulsel en dringt in de ziel voor sterking van het leven.

De liefde speelt daarom een bijzonder belangrijke rol in de ontwikkeling van het leven. Het is wel zo, dat niemand zonder liefde is. Maar deze wordt meestal verkeerd ingezet. Materiele dingen zoals geld, roem, leidende positie, hartstochten voor drugs, drinken, seks en bovenmatig eten zijn zulke verkeerde   wegen en zij staan bij vele mensen voorop. De verkeerd gebruikte liefde bezet de hele ziel, die wel voorzien is om het juiste van het valse te onderscheiden, om daarna de opgave van ons aardeleven te volgen, namelijk om het goede te kiezen. Zo kan zich de ziel bevrijden van de sinds de geboorte aanwezige oerzonde.

Zolang de ziel zich in haar verkeerde liefde bevindt, zolang bezet deze haar ziel en hindert haar ware opgave. Die kan niet waargenomen worden. De op aarde levende mens moet zich eerst zelf herkennen hoe hij leeft en wat hij verkeerd doet, dan moet hij zich met een sterke wil ervan bevrijden, opdat in zijn ziel plaats vrijkomt om de juiste, de ware weg te kunnen beginnen. De ware weg baseert op het inzicht dat dit leven op aarde niet alles is, maar dat het echte leven erna begint. Je herinnert zich dat God geest is en Hij ons volgens zijn voorbeeld geschapen heeft – daarom zijn ook wij geestelijke wezens. Ons leven op aarde in ons materieel lichaam is maar tijdelijk en zal door ons benut worden door die op ons afkomende situatie en indrukken te herkennen, namelijk hoe ver wij nog van het ware leven, dat is het geestelijke leven, verwijderd zijn. Wij moeten onze complete wil inzetten om stuk voor stuk de valse liefde in een ware liefde voor God, de hemelse Vader, te veranderen. Hij noemt ons niet voor niets zijn kinderen!

Een klein kind heeft een absoluut vertrouwen in zijn ouders, omdat het weet, dat het zich op hen kan verlaten en dat het alles ontvangt, wat het in het dagelijkse leven nodig heeft. Evenzo moeten wij onze verhouding met de hemelse Vader zien, die toch ook de heilige God en schepper is. Een vol vertrouwen tot hem is van groot belang! Met deze kennis wordt het duidelijk voor ons dat de andere medemensen ook kinderen van God zijn. Zij vechten met dezelfde moeilijkheden als wij zelf. Zij zijn onze broers en zussen. Er bestaan vanzelfsprekend erg grote verschillen in het gedrag, de inzichten en de nog niet ontwikkelde liefde tot de hemelse vader en tot elkaar. Maar door het innerlijke gevecht voor het geestelijke leven wordt iedereen geleid tot geduld, deemoed en zachtmoedigheid. Deze eigenschappen zijn ondergroepen van de liefde. Zonder hen bestaat er geen naastenliefde!

Wij hebben zojuist over de ziel gesproken. Zij heeft haar centrale zit in het hart en van daar verspreidt zij zich door het gehele lichaam. Daarom bevind zich de ware weg in het hart! Uit de ziel, de in het aardse leven het levenscentrum is, moet het vuil eruit gehaald worden om de goddelijke geest als ons doel te kunnen herkennen.

Ieder mens heeft een innerlijk gevoel, wat hij zou moeten doen of beter niet zou moeten doen. Dit gevoel komt vanuit het hart of de ziel. Wij spreken hier van het geweten. Het is de invloed van de Godsvonk. Hij is in begin wel gesloten en kan maar een zwak teken aan de mens afgeven, maar hoe meer de ziel bevrijd is van de valse eigenschappen, des te duidelijker meldt zich de goddelijke geest in ons. Dat neemt zo sterk toe, dat bij een haast compleet gezuiverde ziel de mens in gesprek met de goddelijke geest kan zijn. Het spreekt voor zich zelf, dat deze vragen en antwoorden zich op het eeuwige, geestelijke bereik betrekken en niet op een materieel welzijn. Als een voorbeeld zei de gezondheid genoemd. Gedurende zijn aardse leven heeft Jezus eerst altijd de ziel van een zieke genezen, omdat hij wist, dat een gezonde, van vuil bevrijde ziel de basis is en de sterkte heeft een lichaam gezond te houden. Wanneer wij deze zin omdraaien, dan zegt dit, dat er vele ziekten bestaan, omdat de ziel van de mens onrein is en zo een ziekte ontstaan kan of ten minst erg moeilijk te genezen is.

Komen wij nu terug op de in het begin gestelde vraag: “Hoe vinden wij deze weg?’ De basis van al het leven is liefde. De schepper heeft alle wezens door zijn liefde geschapen. Het woord ‘leven’ kan daarom door het woord ‘liefde’ vervangen worden. Onze opgave is het in ons te zoeken, wat geen ware liefde is en dat dan verwijderen. Op die manier maken wij in onze ziel, ons hart, plaats, opdat wij dan de stem van de Godsvonk duidelijk kunnen waarnemen. Liefde vraagt om vertrouwen en bijzonder tot de hemelse Vader, tot God. Vertrouwen vraagt er ook om God te laten handelen, zonder ons steeds als een betweter te benemen om die van ons zelf gewenste weg aan te geven.

Waar leidt de weg naartoe? In het kort: naar de hemel! Die is het geestelijke rijk, waar wij voor altijd zullen leven. Als een kind van de almachtige en heilige God, die voor ons een echte Vader is, zullen wij vele opgaven krijgen die ons verder ontwikkelen en die ons met veel vreugde vervullen. Een eeuwige rust kan alleen zo worden verstaan, dat wij innerlijk nooit meer zenuwachtig worden, maar met veel rust onze beslissingen uitvoeren. Rust als ‘luiheid’ bestaat er in de hemel niet.
Liefde en vertrouwen tot Jezus is de ware weg, die ons in de levende hemel leidt.

G.K. Holderer – 07.2017

===============

De levensbasis van de mens – G.K. Holderer

De levensbasis van de mens
– G.K. Holderer –

Sinds wanneer leven er mensen op de aarde en hoe zijn ze ontstaan? Allereerst moeten wij weten dat achter al het leven een schepper staat en dat hij zijn schepselen in een volkomen orde en ook volgorde liet ontstaan en groeien. Wij willen ons in deze tekst tot de materiele wereld en in het bijzonder tot onze aarde beperken.

Wij weten van de veelvoudige tijdperken zoals de ijstijd en de steentijd. In ieder van hen moest de aardoppervlakte zo veranderd worden dat een steeds hoger leven door het bijbehorende groeiproces – in begin van planten – mogelijk werd. Vervolgens gold hetzelfde bij het schapen van bepaalde grote dieren die de grond bemestten en daardoor verbeterden. Het hoogste levend wezen is de mens. Voor hem werd de materiele wereld voorbereid en opgebouwd.

Voordat wij de mens nader bekijken, is het nodig eerst een blik te werpen op planten en dieren. Allebei bestaan ze uit een zichtbaar lichaam en een innerlijke ziel. Het leven van hen bevindt zich in de ziel. Die houdt het materiele lichaam in leven. Scheidt zich de ziel van het lichaam, dan is het leven in de plant en het dier verdwenen. De zielen zijn met een instinkt voorzien, afgestemd op de aard van plant of dier. Bij een zoogdier zoals een rund of een tijger, is het instinkt het hoogst gevormd. Maar dieren hebben geen geest. Die is alleen in de mens!

In de bijbel lezen wij dat God met Adam de eerste mens heeft geschapen en dat was voor minder dan 7000 jaar. Maar de archeologen hebben skeletten gevonden, die meer dan 50 000 jaar oud moeten zijn. Het verschil kan makkelijk uitgelegd worden: in verloop van de ontwikkeling van een plant tot een dier en uiteindelijk tot de mens was het noodzakelijk een voorloper van de geestelijke mens te hebben. Hiertoe horen de gevonden skeletten. Deze vroege mensen hadden alleen een lichaam en een ziel met een instinkt en dat zonder geest. Je zou deze voormensen ook als diermensen kunnen benoemen.

De eerste mensen met geest, ziel en lichaam zijn in der daad degenen, die in de bijbel als Adam en Eva beschreven worden. Geest mag natuurlijk niet met verstand verwisseld worden. De apostel Johannes zegt het duidelijk met de woorden dat God geest is en Mozes zegt nog, dat wij naar het voorbeeld van God geschapen zijn, dat betekend dat wij van begin aan geestmensen waren en nog zijn.

God de schepper en Vader van de mensen heeft de mens echt niet voor een kort leven op aarde geschapen, maar voor een eeuwig geestelijk leven, dat na het aardse begint. Om ons mensen en kinderen van God een leven op aarde mogelijk te maken, waar de geestelijke voorwaarden geleerd kunnen worden, was deze eindeloze voorbereiding van de materiele aarde nodig.

Er komen nu vragen naar voren, zo als: waarom is het aardse leven zo moeizaam om ons bekwaam te maken voor het geestelijke rijk en de hemel? Wij kennen de val van Lucifer, die het aardse leven door zijn ongehoorzaamheid tegenover de schepper nodig maakte. Zonder zijn val zou dat alles niet nodig gewest zijn.

Komen wij nu tot Adam en Eva, de eerste mensen met een van God gegeven geest. De geest gaf hen een directe verbinding met God, de schepper. Hun zielen hadden niet meer een instinkt zoals hun voorlopers maar een verstand. Daardoor konden zij de op hun afkomende situaties beoordelen en op de juiste manier handelen. Omdat zij de eerste mensen op die basis waren, hadden hun zielen geen geërfde slechte eigenschappen. Het was alleen nodig in hun leven naar de innerlijke geest te luisteren en al gauw zou alles volgens de goddelijke orde gedaan werden.

Hun geest was zo sterk met hun ziel verbonden dat zij een onmiddelbare kennis over planten en dieren hadden, b.v. waarom er deze bestaan: planten en fruit om te eten, dieren als steun voor de mens. Ook tijger en leeuwen waren aan de sterke wil van de mens onderdaan. Zij waren tam tegenover de mens. Dat is het, wat het paradijs genoemd werd. Het paradijs is immers een innerlijke instelling en kracht van de mens, die zich naar buiten toe op zijn omgeving bekend maakt.

Op orde achten betekend gehoorzaam zijn! Maar precies daarin werden Adam en Eva zwak. Het wonderbare paradijs was niet genoeg voor hen. Zij vergaten dat zij nog in een proeftijd stonden die hun zielen moest vestigen, om nooit meer tegen Gods orde te zondigen en altijd zijn orde als het beste te erkennen en daarna te handelen. Dat lukte hen niet! Zij werden ongehoorzaam met het gevolg dat hun zoon Kaïn geboren werd.

Hun ongehoorzaamheid moest hun zoon Kaïn erven en dat met verschrikkelijke gevolgen. Als zij binnen de goddelijke orde gebleven zouden zijn, dan zouden zij door God gezegend zijn, dat een voortdurende stabiliteit van de gehoorzaamheid en het begrijpen van de goddelijke orde gebracht zou hebben. Alle later door Adam en Eva geboren kinderen zouden zonder negatieve eigen-schappen gebleven zijn en dat zou ook voor alle verdere nakomelingen gegolden hebben. De soevereiniteit van de mens op al het leven op aarde zou gebleven zijn, het paradijs zou ook voor ons nog aanwezig zijn.

Maar door de geboorte van Kaïn werd alles anders – het paradijs was er niet meer. Alle mensen waren de steeds stijgende slechte eigenschappen onderworpen. Iedereen erfde deze van zijn ouders. Ongehoorzaam zijn leidt tot hoogmoed en egoïsme. In deze beide negatieve eigenschappen zijn alle verdere zonden ingesloten.

Het ergste is, dat de mens na zijn afleven op aarde niet direct in de geestelijke hemel kon komen, omdat hij niet rein was. In het hiernamaals moest het proces van reiniging doorgaan en ook de zege over Lucifer was er nog niet. Daarom kon nog niemand in de hoogste hemel opgenomen worden. Eerst moest iemand op aarde een totaal zuiver leven leiden, dat helemaal op gehoorzaamheid in God gericht was!

De verkeerde houding van onze stamouders is gebaseerd op de vrijheid van de wil die ieder mens moet hebben. Een dwang, die God de mensen zou opgelegd hebben, zou ons tot robots gemaakt hebben, die niet anders konden reageren als een voorgeprogrammeerde automaat. Dat zouden geen kinderen van God zijn. Maar met de gegeven vrijheid is een diepe val maar ook het bereiken van een grote hoogte mogelijk.

Door de verkeerde houding van Adam en Eva besloot de liefde van God zelf als een mens te leven om de nog ontbrekende overwinning over Lucifer te volbrengen. Jezus van Nazareth was deze mensenzoon. Zijn ziel en zijn lichaam waren zoals bij ieder mens, terwijl zijn geest de goddelijke geest zelf was. Ziel en lichaam moest hij aan de geest onderschikken om het gebod van de absolute gehoorzaamheid te bereiken. Wanneer wij hierbij aan ons zelf denken, dan weten wij, hoe moeilijk dit ondernemen is. Zijn grote deemoed verklaart ons, waarom hij ook nog zijn dood aan het kruis op zich nam. De mensen – met de druk van Lucifer op de achtergrond – wilden hem doden. Daarom nam hij de van hen gevorderde gewelddadige dood aan.

Gehoorzaamheid en deemoed liggen dicht bij elkaar. Door het deemoedige aannemen van deze goddelijke opgave nam ook de liefde in Jezus toe, namelijk voor de hemelse Vader en ook voor zijn medemensen. Alleen daardoor kon hij zijn geweldige opgave volbrengen.

Jezus verloste na zijn dood in het hiernamaals vele zielen en na zijn opstanding verscheen hij aan zijn gelovigen (voor Pinksteren), voordat hij direct in de hemel opsteeg om zich voor altijd met de Godsgeest te verenigen. Als wij hem zullen zien, dan kijken wij direct in het aangezicht van God, die vervolgens een zichtbare Vader werd.

De verlossende kracht die door zijn daad vrij werd, heeft hij onmiddelbaar aan zijn discipelen op Pinksteren doorgegeven. Maar ook wij mensen, die sinds die tijd geboren werden, hebben in zich vanaf de geboorte die kern van de verlossende kracht. Maar het zal niet juist zijn er van uit te gaan, dat wij door zijn verlossingsdaad vrij van schulden zijn. Jezus heeft wel de weg naar de hemel vrij gemaakt, hij heeft een brug daar naartoe gebouwd. Wij mogen hem op zijn pad volgen en zullen dan ook de hemel bereiken. Jezus heeft niet voor niets gezegd: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven! Niemand komt tot de Vader dan alleen door mij.”

Wij moeten in zijn waarheid leven en dat is de liefde tot de hemelse Vader en tot onze medemensen. De verantwoording ligt bij ons zelf. Zonder dat wij zelf in de liefde werkzaam worden, kunnen wij de ware weg tot het leven niet vinden. De barmhartigheid van de hemelse Vader geeft ons hulp bij het zoeken van de weg.

=====================

G.K. Holderer, maart 2017.

Het machtscentrum van God – G.K. Holderer

Het machtscentrum van God
– G.K. Holderer –

Van Johannes, de discipel van Jezus, weten wij dat Jezus vaak gezegd heeft dat God geest is. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Geest is een zeer hoge vorm van energie, die zich als leven manifesteert. Deze goddelijke geest is overal aanwezig in de grote oneindigheid van de ruimte. Daarom bestaat er geen enkele plaats waar zijn aanwezigheid niet voorkomt. Deze alomvattende geest heeft ook een machtscentrum van waaruit alles wordt bestuurd. Dit machtscentrum is niets anders dan zijn liefde! En het is haast onvoorstelbaar, maar – deze liefde is onze Vader! Want zij heeft alle levende wezen uit zichzelf geplaatst en de mogelijkheid gegeven zich te ontwikkelen. Daarom is de liefde de Vader van ons mensen.

Zoals in God de Geest het leven bezit, zo is dat ook bij ons mensen het geval. Onze innerlijke geest is ons leven. Maar het lichaam is ons voor een beperkte tijd gegeven en wordt door zijn geest in leven gehouden. De ziel, die de verbindende schakel is tussen geest en lichaam, behoort eigenlijk tot de geest. Zij is nog onrein en bezit zowel goede maar ook vele slechte eigenschappen. Daarom is onze ziel bij de geboorte nog gescheiden van onze geest. Het is haar taak die oorspronkelijke vaste verbinding met haar geest weer te herstellen. Hiervoor dienen de uiterlijke gebeurtenissen en situaties, die op de mens af komen en op hem inwerken.

In het besef dat wij zelf onze geest zijn en dat ons lichaam maar een tijdelijke gave is, zal en moet men zijn bestaan op aarde op een serieuzere manier vorm geven dan door alleen maar uiterlijke lusten en verlokkingen te volgen. Deze zijn namelijk alleen toegelaten door God, onze Vader, om ons mensen erop opmerkzaam te maken dat deze negatieve eigenschappen moeten worden overwonnen, omdat zij ons prikkelen om eraan toe te geven.

Laten wij onze aandacht nu richten op de liefde van de hemelse Vader, die het machtscentrum van de Godheid is. Zij heeft ons als Jezus in zijn leven op aarde meegedeeld dat wij haar kinderen zijn, omdat zij immers de Vader is. Eens zullen wij in dit machtscentrum, dat de liefde is, worden opgenomen. Iedereen kan zich er een voorstelling van maken wat dit allemaal voor groots betekent. Maar we mogen niet vergeten dat wij geschapen wezens zijn, die God, die ongeschapen is, nooit kunnen benaderen. Dat was de fout van Lucifer, die van mening was dat hij gelijkwaardig was geworden aan God.

Voorlopig zijn wij kleine mensen, die dagelijks, soms zelfs elk uur, voor taken worden gesteld die een nauwe verbinding met Jezus noodzakelijk maakt om ze liefdevol uit te voeren. Als Gods kinderen in wording hebben wij een opvoeding in een vrije meningsvorming nodig en de vaste wil om de juiste, op de geest gerichte, beslissing te nemen. Desondanks zouden wij ons doel niet bereiken als de Vader ons niet de helpende hand zou reiken. In de praktijk is zijn hulp aanwezig in het hart, aanvankelijk via het geweten en later in de vorm van duidelijke aanwijzingen in ons gedachtenleven, die de juiste weg laten zien.

Jezus zegt ons vaak: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij!” In de mens Jezus woonde – en woont natuurlijk nog steeds – de goddelijke Geest. Daarom is hij de ware weg naar het leven! Hij heeft ons voorgeleefd dat je een zuiver, deemoedig en liefdevol leven in het lichaam kunt leiden. Hij liet zich bovendien nog kruisigen en dat gebeurde om voor ons een eeuwig leven in de geest mogelijk te maken, maar ook als een teken voor Lucifer dat hij als geschapen wezen niet over goddelijke kracht beschikte. Alleen de eeuwige liefde heeft tot nu toe verhinderd dat Lucifer de dood vond.

De afscheiding van God veroorzaakt dat men van goddelijke levensenergie verstoken blijft. Waar deze voeding ontbreekt, vindt een dergelijk geschapen wezen onherroepelijk de dood. God als de liefde en vandaar ook als Vader houdt van al zijn schepselen en zal allen weer op de juiste weg leiden opdat zij eens in zijn geestelijk rijk aankomen. Tijd speelt daarbij geen rol; belangrijk is alleen het doel. Voor het terugbrengen van de gevallen wezens heeft God het tijdelijke leven in de materie geschapen, zodat elk men de kennis kan verzamelen die hem duidelijk maakt wat de zin van het aardse leven is. Jezus heeft dat in deze bewoordingen samengevat: “Heb God boven alles lief en je naaste als jezelf!” Wij allen zijn op weg naar het hemelrijk. Maar doordat de gaven en eigenschappen verschillend over de mensen zijn verdeeld, moeten wij respect hebben voor alle medemensen, want iedereen moet een iets  andere ontwikkeling volgen. Het doel is echter hetzelfde!

 G.K. Holderer, februari 2017.

====================

De heilige God in Jezus Christus – G.K. Holderer

De heilige God in Jezus Christus
G.K. Holderer – februari 2016 

Laten we beginnen met het lezen van het evangelie van Johannes, en wel vanaf hoofdstuk 1 vers 1: “In het begin was het woord en het woord was bij God en het woord was God.” (We gaan verder met vers 14). “En het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. En wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeboren Zoon van de Vader.”

Hier wordt ons meegedeeld dat het woord God zelf is en Hij vlees aannam in de mens Jezus. Dat laat ons de heerlijkheid van God in de zoon Jezus zien, die in het vlees geboren werd. Wat betekent dat voor ons mensen? De zichtbare mens Jezus is de zoon van God. Zijn ziel moeten wij hierbij ook noemen, want Jezus moest haar samen met zijn vlees onderdanig maken aan de in hem wonende geest. Dit wordt de wedergeboorte in de geest genoemd. En de geest in Jezus? Dat is God zelf, zoals het door de apostel Johannes duidelijk wordt gezegd. De mens Jezus bereikte de vereniging van ziel en geest – d.w.z. de wedergeboorte – voordat hij met zijn leer begon.

Jezus was in zijn aardse gestalte de Gods- en mensenzoon, maar zijn geest was veel meer dan dat, hij was namelijk de heilige God zelf. God kon onmogelijk in zijn almacht als Schepper naar de aarde komen, omdat geen mens dat zou hebben overleefd, maar hij kwam in zijn liefde als Vader, in de gedaante van de mens Jezus.

Door zijn dood aan het kruis werd niet alleen zijn ziel, maar ook zijn lichaam vergeestelijkt. Dat kunnen wij ook afleiden uit de ontmoeting met Maria Magdalena op de dag van de opstanding. Voor haar stond de vergeestelijkte hemelse Vader, die zij niet mocht aanraken. In het geestelijke rijk is alles geest; daar bestaat geen materie. God heeft zich door zijn leven als mens op aarde een zichtbaar geestelijk lichaam geschapen, dat de hemelse Vader voor altijd voor ons zichtbaar maakt. Hij heeft zich na zijn opstanding tot aan zijn Hemelvaart toe vele malen in zijn geestelijk lichaam laten zien. Wij kunnen het ook als volgt formuleren: de vroegere mensenzoon Jezus werd door de binnen in hem wonende Geest van God een zichtbare, heilige, hemelse Vader voor ons.

Laten we nu kijken naar de belijdenis: “Ik geloof in Jezus Christus, de eniggeboren zoon van God… die opgevaren is ten hemel, en zit aan de rechterhand van de Vader…”. Die zin komt uit de brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 12:2. Martin Luther heeft het in het Duits vertaald als “…hat sich gesetzt zu(r) Recht(en) auf den Stuhl Gottes.” Dat kan gelezen worden als “is terecht op de stoel van God gaan zitten”.

Wij weten uit de Bijbel dat de opgestane Jezus en God identiek zijn. Hoe kan hij dan naast zichzelf zitten? Hebben de oude kerkvaders die tekst niet goed begrepen? Waarom hebben zij God als een drievoudige God beschreven? God heeft de mensen naar zijn eigen beeld geschapen! De mens is een eenheid. Dan kan toch God geen drievoudige eenheid zijn!

In de belijdenis wordt over de heilige geest verder niets gezegd. Hier mogen wij herhalen dat God geest, de heilige geest is. En ook hier beseffen wij: Hij is een enige God, maar geen drievoudige (drie-enige) God. In één God als mijn hemelse Vader kan ik vertrouwen hebben, ik kan mij tot Hem richten zonder te moeten nadenken tot welke van de drie ik moet bidden.

Christelijke eenheid – G.K. Holderer

Christelijke eenheid
– G.K. Holderer –

Verschillende landen in Europa hebben tegenwoordig veel moeite met een ongelooflijk grote stroom vluchtelingen die in hun landen willen wonen. Zij komen vooral uit Azië en Afrika, maar ook uit verschillende landen van de Balkan. Het zijn Christenen en Moslims, die in de christelijke cultuur van Europa geïntegreerd moeten worden, als wij onze geloofsovertuiging tenminste niet willen verliezen.

Hier te lande spreken veel politici over de mogelijkheid om onder de noemer van “multiculti” samen te leven. Maar wat is dat? Iedereen zal volgens deze politieke leiders aan zijn geloof vasthouden en in het dagelijks leven op vreedzame wijze met elkaar samenleven. Volgens mij is dat heel erg oppervlakkig gedacht en zal het alleen leiden tot een verwaterd geloofsleven voor iedereen. Het zijn niet alleen de verschillen in opvoedingsmethoden die een positief samenleven van zo veel culturen in de weg staan en het moeilijk maken elkaar te begrijpen, maar het is vooral het verschil in geloof dat daartoe bijdraagt. Het is wel zo dat Moslims en Christenen in één God geloven, maar door de uiteenlopende regels die de religieuze leiders gegeven hebben, wordt de enige God in het dagelijkse leven uit onzekerheid nauwelijks gerespecteerd. Voor een Christen is het vreemd dat een moslim zo veel waarde aan uiterlijke dingen hecht, zoals bijvoorbeeld aan kleding. Het omgekeerde zal vermoedelijk ook het geval zijn.

Alle mensen, die op de aarde leven, hebben dezelfde God als Vader. Hij beschermt iedereen en leidt hen naar het geestelijke rijk. Dat is zeker een heel moeilijke opgave, omdat ieder mens een vrije wil heeft en zo beslissen kan wat in zijn voordeel is. En dat voordeel is meestal materieel en niet geestelijk.

Sinds de Middeleeuwen maakte de mensheid een grote ontwikkeling door in techniek, economie en gezondheidszorg. De mensen werden daardoor trots op zichzelf en dachten dat zij God niet echt nodig hadden. In die situatie leven wij vandaag nog steeds. Geloof wordt nauwelijks door de ouders aan hun kinderen doorgegeven. Zo kwam het dat een multiculti-cultuur is ontstaan met weinig geloof in God, of zelfs helemaal geen geloof meer. Er bestaan vele geloofsrichtingen, ook in het Christendom, en maar weinigen weten welke de goede leer van God is.

Dat is ook de reden waarom hier in Nederland zo veel richtingen in het christelijke geloof bestaan. Vanwege een persoonlijke mening beweert iemand dat je zó en niet anders moet geloven, en hij vormt daarom een eigen kerk. Diegene vergeet dan helemaal dat een mens de geloofsrichting niet kan bepalen, omdat hij maar een klein verstand heeft en geloof vanuit de geest komt, die verbonden is met de goddelijke heilige geest. Je kunt gerust bij een gemeenschap blijven en kleine verschillen met anderen in de benadering van God accepteren in plaats van je nog verder op te splitsen. Sterker nog: door een niet-eigenzinnige, maar deemoedige houding leer je van je medemensen en begin je God iets beter te begrijpen, namelijk dat Hij alles in alles is. Hij heeft het niet nodig om door een fanatiek mens in een klein hokje gestopt te worden.

In het Nieuwe Testament staat dat het uiteindelijk tot één kudde onder één Herder zal komen. Dat betekent dat niet alleen de christenen zich moeten en zullen verenigen, maar ook dat alle mensen tot het inzicht zullen komen dat we één en dezelfde God hebben in wie wij allen geloven en van wie wij allemaal houden. Dan heb je toch geen mensen meer nodig die alles beter willen weten?

Laten wij ook denken aan de woorden van Jezus: Hij vergelijkt ons mensen met wijn. Voordat de wijn rein en zuiver is, moet die bruisen en gisten. Dat gebeurt nu. Laat ons Christenen daarom begrip voor elkaar opbrengen en de woorden van Christus serieus nemen toen Hij zei “Heb je naaste lief als jezelf.” Dan worden wij samen sterk en de wijn – wij mensen – wordt zuiver.

G.K. Holderer

 

De grondslag van het bestaande – Wim van der Wenden

De grondslag van het bestaande
– Wim van der Wenden –

Het inwendige van de materie bevat nog heel veel wat een scheikundige nooit zal ontdekken, maar de eigenlijke elementen waaruit een stof bestaat kan hij wel herkennen. De aard der elementen zal hij echter nooit ontdekken, omdat zij met het geestelijke zijn verbonden, en alleen door een zuivere geest geheel en al waargenomen kunnen worden. Alleen met de ogen van de geest kunnen wij Gods werken op de juiste wijze leren kennen. Want in de elementen ligt oneindig veel verborgen. De zuivere gedachten van God zijn de stof waaruit alles wat de oneindigheid bevat, is ontstaan. Oorspronkelijk ontstonden wij zelf enkel en alleen door de wil van de allerhoogste en almachtige geest van God. Daarna ontstonden echter al deze dingen en wezens door ons. Want wij waren en zijn namelijk de allerbeste vaten om deuit God komende gedachten en ideeën op te nemen. En van nu af aan zullen wij dat voor eeuwig in verhoogde en steeds meer vervolmaakte wijze ook blijven. Evolutie vereist zowel materie als bewustzijn. De materie is blind zonder het spiegelend vermogen van het bewustzijn. Maar bewustzijn is ook blind in zijn evolutionaire ontwikkeling zonder het aardend vermogen waarin de materie voorziet.

Het verdient daarom opmerkzaamheid om te zien wat leven is en wat leven inhoudt om een stap voorwaarts te doen in deze kennis. Het gaat om het ontdekken hoe dit leven zichtbaar of onzichtbaar alleen Gods eigen geestelijke “ik” voorstelt.  En hoe dit leven zowel met heel verschillende middelen als langs verscheidene wegen alles weer naar God terug moet voeren. Want het geestelijk leven is nu eenmaal de grondslag van alles wat bestaat, en het materiële leven is het zichtbare element daarvan. Wie die twee dingen verwisselt of het eerste zelfs ontkent, zal uiteindelijk toch ontdekken dat de zaak met die ontkenning niet is afgedaan. Want het geestelijk oog wordt daardoor geheel verblind en de ziel wordt doof voor alle stemmen van de haar omgevende natuur. Te veel mensen denken nog steeds: “Komt tijd, komt raad”. Dat geduld of deze luiheid mag voor wereldse zaken en de onderlinge menselijke verhoudingen wellicht van toepassing zijn. Maar deze berekenende overweging is hier niet op zijn plaats. Want verloren tijd geeft niets meer terug van deze gemiste kennis van geestelijke zaken en de nieuwe tijd brengt voortdurend iets nieuws wat niet overeenkomt met wat voorbij is. Benut de tijd daarom zo, dat je geen spijt of berouw zult hebben over de verspilde tijd als dat het resultaat zal zijn van jouw toekomstige inzicht. En laat God vooral niet voor dovemansoren spreken. Want met een geestelijk oog zouden we kunnen zien met wat voor ongekende gedachtesnelheid het ontwikkelingsproces van de mensheid plaatsvindt. Zonder geestelijk oog hebben we er echter geen idee van wat één seconde tijd tot stand brengt met betrekking tot dit snelle ontwikkelingsproces van loutering en verfijning. En we kijken voorts nog steeds niet op deze wijze naar de wereldpolitieke activiteiten op deze kleine aardbol. De gedachte is niet alleen het sturende idee, maar deze staat ook hoger dan al het materiële. Het geestelijke is immers de grondslag van al het bestaande. De mens draagt de hele schepping in zich. Als keerpunt tussen twee werelden, verbindt hij de materiële wereld met de geestelijke. Nergens ontbreekt het geestelijke principe, dat alles classificeert, ordent en zo in de richting van een hoopvolle ontwikkeling leidt.

Onze verwarring ontstaat door de tegenstrijdigheid tussen enerzijds in wezen altijd aanwezige essentiële verbinding met onze goddelijke bron en anderzijds onze overtuiging dat je niet in staat zou zijn om de goddelijkheid in onszelf en in de wereld te herkennen. Deze verwarring stimuleert ons om hiervoor een oplossing met onszelf en met de buitenwereld te vinden, hoewel we weten dat de resultaten van tegenstrijdige overtuigingen zich onmogelijk laten verenigen.

De negentiende eeuw was een tijdperk van explosieve groei van alle wetenschappelijke disciplines. Daardoor waande de wetenschap zich onoverwinnelijk. De ene uitvinding volgde op de andere, waardoor het verstand en daarmee het materialisme triomfen vierden. Het daaruit ontstane gebrek aan geestelijke belangstelling wordt in onze dagen steeds beter begrepen. Daarom mogen we er blij mee zijn dat de Heer ons via Gottfried Mayerhofer (1807-1877) op zeer indringende wijze de geestelijke dimensies van al het levende in steeds weer nieuwe aspecten heeft onthuld. In zijn boek “Levensgeheimen” wordt duidelijk hoe betrekkelijk het materiële is, waarin de mens zich, met minachting voor de goddelijke bedoeling, heeft ingegraven, of zelfs in geestelijke zin, heeft begraven. Onze lichamen zijn net als de aarde geoordeeld en zullen eens moeten sterven en vergaan. Als je daarentegen vlijtig je hart onderzoekt zul je daar zonder meer vinden wat je zoekt. Want in ieder mensenhart is het levende zaad gezaaid waaruit het eeuwige ochtendrood van het eeuwige leven zal opbloeien.

Het oneindige kan niet beperkt worden – Wim van der Wenden

Het oneindige kan niet beperkt worden
– Wim van der Wenden –

Onze gedachten en gevoelens bepalen ons geestelijk leven. Maar we kunnen niet denken aan datgene wat we niet weten. En we kunnen evenmin daarvoor genegenheid tonen. En dat is de reden waarom we niet kunnen denken over het Oneindige of ervan houden. Zo kunnen we met God als de Oneindige ook geen relatie hebben als die liefdevolle genegenheid ontbreekt. Hij is immers oneindig en omvat alles. Het hier geschetste probleem is kernachtig samengevat door niemand minder dan Emanuel Swedenborg, die hierover schreef: ’Zonder enige kennis en erkenning van [geestelijke] dingen is het een mens onmogelijk om spiritueel te denken. En als mensen daar geen gedachte over hebben, dan willen zij dat ook niet. Een mens kan niet denken over wat hij niet weet, en waarover hij niet denkt kan hij ook niets willen’. Maar omdat ons geestelijk leven afhankelijk is van de verbondenheid met God is het essentieel dat we überhaupt over hem denken. Er was immers door God aan de mens opdracht gegeven hem lief te hebben. Waar God het bovenstaande probleem van de mens heeft onderkend creëerde hij een zeer verbazingwekkende oplossing. Hij bekleedde zich met een lichaam van vlees en bloed en zo verscheen hij als een mens in de persoon van Jezus Christus in deze wereld om zich aan de mensheid bekend te maken. Jezus wordt daarom nog al eens het gelaat van God genoemd. Daarmee was de klacht van de mens dat hij God niet kon zien ondervangen. Maar er was nog veel meer wat verbazing wekte. Want hoewel God zich bekleedde met een fysiek lichaam beperkte hij daarmee niet zijn goddelijke natuur, die in hem was. Het oneindige kan immers niet beperkt worden. Jezus kon zo het kwaad en de valsheden van deze wereld in zichtbare en hoorbare menselijke termen aantonen, zonder dat hij iedereen met al hun gebreken daarbij in moest zetten. God heeft binnen de structuur van dat natuurlijke lichaam zichzelf toegestaan om alle twijfels en verleidingen te ervaren die elk ander mens moet verduren. Hij werd echter gedreven door een geweldige gepassioneerde ijver van zijn oneindige liefde. Daardoor overwon hij snel elke verzoeking. En geleidelijk aan kreeg hij grip op de besturing van het natuurlijke schip van het leven. Zo perfectioneerde hij dit, totdat het was gezuiverd en daardoor één werd met het goddelijke. Toen de ziel van Jezus zo tot rijpheid was gekomen verdween hij uit het natuurlijke gezicht van de mensen. Lijkt dit alles te fantastisch om waar te zijn? Jezus zei: ‘Je gelooft in God, gelooft ook in mij’. (Joh. 14: 1). Waarom? Omdat hij zelfs in zijn beperkte en eindige uiterlijk als mens op aarde het meest God nabij was om die perfectie van God te kunnen zien en te laten zien. Gezien de wonderbaarlijke aard van zelfs het gewone leven op onze aarde, is er geen goede reden om niet te geloven dat de Heer dit kon doen. Het is een kwestie van kiezen vanuit welke uitgangspunten we beginnen te redeneren om een basis aan ons geestelijk leven te geven. Daarbij staat de redelijkheid hoog genoteerd maar nochtans zal ieders persoonlijke verantwoordelijkheid de doorslag geven. Zowel het goede als het ware komen voort en gaan uit van het goddelijke, van waaruit alle dingen zijn. Er is niets noodzakelijker voor iemand dan te weten wat goed en wat waar is, en hoe die zich ten opzichte van elkaar verhouden en hoe het een is verbonden met het ander. We zouden van het goede en het ware een startpunt kunnen maken op onze zoektocht in deze wereld. De mensen zijn daartoe uitgerust met wil en verstand. Zij hebben de vermogens als liefde en wijsheid ontvangen, die het goede en het ware bevatten. Daarom worden we in de bijbel zo krachtig uitgenodigd en aangespoord om God te zien in zijn eigen zichtbare menselijke vorm. Jezus heeft deze goddelijke mens uitgedrukt in het werk en in de leer van een levend, ademend rolmodel van wat het in de meest perfecte zin betekent. En dat is om te willen wat goed is en te begrijpen wat waar is. Met andere woorden betekent dit: om echt lief te hebben en innerlijk wijs te zijn.

 

 

Het onbegrip van de mens over zijn aanwezigheid op deze aarde

Het o­nbegrip van de mens over zijn aanwezigheid op deze aarde 

– Wim van der Wenden –

De mens meent in redelijkheid uit zichzelf te kunnen leven, terwijl hij toch pas echt leeft als hij gewaarwordt dat hij door de Heer leeft. De mens meent in redelijkheid zelf het heil te kunnen verdienen, terwijl de mens uit zichzelf niets kan verdienen, want alle verdiensten behoren de Heer toe.
Verder lezen

Utopia


UTOPIA
– Hans de Heij –

Vroeger mijmerde ik wel eens over utopia. Een wereld waarin iedereen een huis en voldoende eten en drinken heeft. Iedereen leeft daar in vrede met elkaar en alle mensen hebben een taak. De een is akkerbouwer, de ander verzorgt een kudde koeien. Weer anderen bouwen huizen en we doen zo veel mogelijk zelf. Heel ouderwets en herkenbaar. Er is geen strijd om wat dan ook. Geld is overbodig want niemand streeft bezit na. Niemand is er op uit meer land of geld te willen hebben dan een ander, of meer status, of meer macht. Het klinkt te mooi om waar te zijn, daarom werd het ook utopia genoemd. Het is een illusie, een utopie, om te denken dat zoiets mogelijk zou zijn.
Verder lezen

Geluk en hebzucht – Hans de Heij


GELUK EN HEBZUCHT
– Hans de Heij –

Erich Fromm legt in zijn boek: “Een kwestie van hebben of zijn” de vinger op de zere plek van o­ns bestaan. Toen al  (dit boek verscheen in 1976) vertelde hij dat het hebben centraal staat in o­nze hedendaagse maatschappij. De mens is de gevangene van zijn eigen hebzucht. Hoe waar is dit en hoe wonderlijk dat wij maar niet willen zien dat het willen hebben de werkelijke wortel is van het lijden aan een leeg en consumptief bestaan.

Verder lezen