Categorie archief: Jakob Lorber

Jakob Lorber

Vermaning tot verzoenlijkheid

Artikel lezen – printen versie

GJE boek 5 hoofdstuk 250

(De Heer tot Petrus)

Het spreekt vanzelf, dat in deze wereld voor grote en grove misdadigers ten aanzien van de rechten van de mensen ook geweldige en grote wereldgerichten moeten zijn en bestaan, daar anders tenslotte niemand meer zeker van zijn leven zou zijn.

Maar wat betreft de meer kleine afdwalingen, die niet zelden gebeuren o­nder de mensen, deze zullen voor de rechterstoel van het barmhartige en verzoenlijke hart worden vereffend, opdat uit de kleine vergissingen van de mensen o­nder elkaar geen grote en zware misdaden zullen voortkomen; want waarlijk Ik zeg: roof, moord en doodslag zijn uiteindelijk toch niets anders dan gevolgen van aanvankelijk kleine afdwalingen der mensen o­nder elkaar, uit louter, kleine, wereldlijke overwegingen van eigenbaat en eigendunk en op zichzelf gericht zijn.
Verder lezen

Dit is de kortste weg tot (geestelijke) wedergeboorte

Artikel lezen – printen versie

(Gegeven door de Heer op 18 Augustus 1840)

Weliswaar staat het met de mens in dit opzicht als met een boom, wiens vrucht ook niet in een keer rijp wordt, maar geleidelijk aan. Maar als de lente mooi en helder was en de zomer voortdurend warm, afgewisseld met kleine regen­buien, dan zeggen jullie: “Dit jaar zullen we een vroege oogst hebben!” Welnu, zo is het ook met jullie, als men zijn jeugd opgewekt, in zachtmoedigheid en liefde tot Mij heeft doorgebracht, dan zal ook de zomer alles levend makend warm worden, afwisselend met genaderegen van de hemel, en jullie kunnen er van verzekerd zijn, dat de eeuwige, gouden herfst tot blijvende rijping van de o­nsterfelijke vrucht niet meer ver zal zijn. Want voor zoveel iemand van Mij wedergeboren wil zijn, dienovereenkomstig moet hij zijn zonden inzien en deze tot zijn verootmoediging open­lijk bekennen, dat is: uiterlijk ernstig door de biecht, en innerlijk aan Mij, en moet Mij om vergeving vragen, zoals het in Mijn gebed is aangegeven; hij moet gelijk Petrus echt berouwen droefheid en angst o­ndergaan en wenen om het zo o­nschatbare verlies van Mijn genade en hij moet zich zeer ernstig voornemen, beslist nooit meer te willen zon­digen.
Verder lezen