“Ik wil geen kerstmis meer vieren” – verhaal van Ine en Theo Midden

Ik wil geen kerstmis meer vieren!
– Ine en Theo Midden –

“Neen, er is geen Kerstmis meer! Ik ga niet en ik doe niets. Het is over!”
Hard, veel te hard bonken haar vuisten op de tafel en woest kijken haar ogen de kamer rond.
“Wat is er aan de hand?”, vraagt de zuster die het gebonk wel moest horen.
“Niets! Ga maar weer weg. Ik wil geen Kerstmis vieren. Het is allemaal
onzin.”
“Maar mevrouw, het is toch heel gezellig  met al die versieringen. De lichtjes en de kaarsen…”



“Op mijn kamer niks met lichtjes en kaarsen. Het is helemaal niet gezellig. Het is een rot feest…. Het is geen feest.””Mevrouw toch, hoe gezellig is het wanneer je alle mensen weer eens vriendelijk ziet lachen en ze allemaal samen die prachtige kerstliederen zingen en hun oude verhalen aan  elkaar vertellen over vroeger in die koude winters. Of over die heerlijke kersttafel.””Zuster…..viert u maar gezellig kerstfeest, ik doe er niet aan mee. Basta! Aan mij heeft u geen gezelligheid.””Mevrouw, u maakt mij echt verdrietig en ook een beetje boos! Dat is nu wat we met Kerstmis zo graag willen, dat u er weer helemaal bij bent.””Zuster, ga nu maar weg. Ik ben liever alleen!”Bonk ! De deur is dicht. Nijdige stappen verwijderen zich van de kamer. Twee verdrietige mensen gaan uit elkaar.

Mevrouw kijkt afwezig naar buiten en …Hé ! Vandaag is haar vriend nog niet geweest. Er zal toch niets gebeurd zijn. Als hij maar wel komt. Want dan ben ik alles kwijt. Waar blijft hij nu, het is al drie uur!! Ik zal maar eens buiten gaan staan, misschien denkt hij dat ik weg ben.Vier uur al. Verdrietig gaat zij naar binnen en mompelt geërgerd, jij ook al….Vermoeid dommelt zij weg in haar stoel. Plotseling wordt zij opgeschrikt door getik op het raam….Mijn duifje, eindelijk ben je daar dan. Wat heb je nu tussen je snavel.Een kersttakje? Dat kun je toch niet eten. Waarom blijf je daar maar staan. Laat dat takje toch vallen en eet wat lekkers.Maar zijn kopje schudt hevig “nee”. Hij blijft met zijn takje  heen en weer paraderen. Plots vliegt hij weg, naar de buurvrouw. Wat moet hij daar doen. Oh, daar heeft hij het takje vandaan. Hij vliegt maar heen en weer met het kersttakje en eet niets van haar lekkere maïs.Wat heb je toch met dat takje. Bovendien het is allemaal o­nzin.Hij heeft al twee dagen niet uit haar hand gegeten en blijft met het takje heen en weer vliegen. Ja maar mijn beste duif, ik wil geen Kerstmis vieren. Ik doe het niet meer. Maak jij me nu ook nog eenzaam.Nee. Nee. Nee, ik wil het niet. Hevig snikkend, met het voer nog in haar hand, loopt ze voor het raam heen en weer. Daar is hij weer met het kersttakje in zijn bekje. Misschien wil hij zijn eigen duivennestje wel versieren.Wil hij dat ik takjes haal. Voor hem wil ik het wel doen. Maar o jee !!! Waar haal ik die takjes vandaan. De winkels zijn nu gesloten. Ja, in de eetzaal staan nu vast wel kerststukjes en een kerstboom. Maar dat durf ik niet. In de kapel dan, daar kom ik niet! Toch wil ik mijn vriend niet kwijt.Waarom wil dat beest nu Kerstmis vieren. Gek beest. Jij moet toch weten, dat ik het niet meer wil..Heel aandachtig kijken zij elkaar aan. Heel lang ….Een klop op de deur doet haar even schrikken.

“Dag mevrouw, ik ben uw buurvrouw en ik wil u iets vragen.  Mijn kinderen zijn op bezoek geweest en ik heb zoveel kerststukjes gekregen, maar voor mij hebben ze geen tijd. Wat moet ik er nu mee. Ik gooi ze net zo lief weg! Ik ben al blij dat die duif steeds takjes komt halen.””Dat is mijn grote vriend  mevrouw. Hij komt elke dag eten bij mij. Nu heeft hij al twee dagen niet gegeten en blijft maar met een kersttakje heen en weer lopen.. En kijk eens voor het venster…allemaal mooi naast elkaar. Hij blijft maar vriendelijk schudden met z’n kopje. Het lijkt wel een kerstversiering.””Mevrouw, u mag al mijn kerststukjes hebben hoor.”

Al gauw staat de kamer vol met kerststukjes..Tik, tik, tik hoort zij op het raam. Nu wil de duif wel naar binnen. Hij nestelt zich tevreden en koerend temidden van de kersttakken..Nu barst zij in huilen uit. Jij duifje…..Jij bent mijn beste vriend. Jij geeft echt om mij. Met jou kan ik weer Kerstmis vieren. Mijn duifje, mijn vriend. Dat is het, elkaar blij maken, elkaar plezier geven.Ik ga de buurvrouw halen en net als jij, duif, met haar versieren en Kerstmis vieren.Samen snikken zij in elkanders armen en wensen elkaar een zalig kerstfeest.De duif die gezelligheid belangrijker vindt dan lekker eten, krijgt nu toch veel trek en tevreden eet hij het lekkers van al die dagen in een keer op. Hij laat een feestelijk koerend geluid horen en vliegt naar zijn eigen plaats.De zuster glimlacht tegen de dames en doet de deur heel zachtjes dicht.

Wanneer zal er hechte vrede zijn, o­nverstoorbare en o­nbedreigde vrede, binnen en buiten. Vrede die aan alle kanten verzekerd is? Als wij elkaar de vrede van Christus toewensen, op wiens geboortefeest wij  allen genodigd zijn. Wij wensen u een Zalig Kerstmis en prettige dagen.

Ine en Theo  Midden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Controlesom *