Welkom!  
08-sep-2010 

    Stichting Nieuwe Openbaring

    Zoeken in website


    Hoofdmenu

    Artikelen

    Poll

Hoe ziet volgens jou een ideale N.O.-ontmoetingsdag er uit?

  • 's Morgens één lezing en 's middags gesprekken!
  • Muziek, gesprekken, gebed en gezamenlijke maaltijd
  • Helemaal geen lezing, alleen gespreksgroepen
  • Gespreksgroepen, zelfbeschouwing, avondmaal
  • Ik vind het wel prima zo in Zeist, gewoon doorgaan
  • Nee dank u wel, voor mij hoeft het niet.

[ Resultaten | Opiniepeilingen ]

Aantal stemmen: 107
Reacties: 486


    Nieuwste artikelen

    Login




 


Bent u nog niet geregistreerd? U kunt zich inschrijven!
Problemen met inloggen?

Het Grote Johannes Evangelie (deel 1)

1: Uitleg van de eerste verzen. (2.8.1851)
2: De oude en nieuwe getuige, Johannes de doper.
3: De menswording van het eeuwige woord.
4: Over wet en genade. Bij Bethabara.
5: Jordaan. Johannes de doper getuigt van zichzelf.
6: Johannes doopt de Heer met water.
7: Drie verzen als voorbeeld.
8: Bethabara. De Heer roept Andréas en Petrus.
9: Jordaan. Ook Philippus en Nathanaël volgen. De bruiloft te Kana in Galiléa. De tempelreiniging.
10: Kana. De drie stappen tot wedergeboorte.
11: De bruiloft te Kana in Galiléa. Kapérnaum en reis naar Jeruzalem.
12: Naar Kapérnaum. Begin van het prediken. In Jeruzalem.
13: Jeruzalem. De tempelreiniging.
14: Het afbreken en opbouwen van de tempel.
15: De tekenen die doden. Herberg buiten Jeruzalem.
16: De geestelijke betekenis der tempelreiniging. Jezus spreekt met Nicodemus. Johannes spreekt over Jezus.
17: De slaapwandelaars.
18: Het onbegrip van Nicodemus.
19: Aardse beelden van geestelijke dingen.
20: Nicodemus en het rijk van God op aarde.
21: Wie niet in de Heer gelooft, is al veroordeeld.
22: Alleen de liefde is het echte in de mens. In het Joodse land rondom Jeruzalem.
23: Judéa. Dopen met water, en met de heilige geest.
24: Enon. Het grote getuigenis van Johannes de doper. Bekering van de Samaritanen. Genezing van de koningszoon. Onderweg in Samaria.
25: De Heer trekt door Samaria naar Galiléa. Bij Sichar aan de Jacobsbron.
26: Bij Sichar. Aan de Jacobsbron.
27: Het echte aanbidden van God.
28: De Heer maakt Zich bekend als de Messias.
29: Genezing van de vrouw aan de Jacobsbron.
30: De heiliging van de sabbat.
31: Het echte ereteken.
32: De Heer ziet het hart aan. In Sichar en omgeving.
33: De dokter en de Samaritaanse wetgeleerden.
34: In Sichar. De hemelse inrichting van het huis.
35: De leerlingen zien de hemel geopend.
36: De Heer trouwt Joram en Irhaël. De eerste van twee volle dagen in Sichar.
37: Bij Irhaël. Over de betekenis van de droom.
38: Niet het horen, maar het doen brengt heil.
39: Het oudste en echtste huis van God.
40: Op Garizim. Kritiek op de bergrede.
41: Onbegrip voor de beeldspraak der bergrede.
42: De bergrede door Nathánaël duidelijk uitgelegd.
43: Verdere uitleg van Nathánaël.
44: Symbolische ogen, armen en voeten.
45: Niet iedereen kan de Heer lichamelijk volgen.
46: Terug naar Sichar. De genezing van de melaatse.
47: Bij Irhaël. ledere heer heeft dienaren.
48: Heerlijke belofte voor daadwerkelijke volgers.
49: ledere dag is van de Heer.
50: Voor de naastenliefde kent geen rustdag.
51: Het 'Evangelie van Sichar'. De volgende dag in Sichar.
52: De belastering van de dochters van Jonaël.
53: De bestraffing van de leugenaar en lasteraar.
54: Bij Jonaël. Kritiek van de leerlingen op de Heer.
55: Bij Ezau's slot. De koopman en het hoogste ambt.
56: Het gevolg van leugen en waarheid.
57: Hoe de koopman de Messias verwachtte.
58: Het vlees heeft een aards einde.
59: Ezau's slot. Vrees voor Wie hij lief moest hebben.
60: Bij de Heer is de echte wil gelijk aan de daad.
61: Een wonder maakt de geest niet vrij.
62: De Heer opent voor allen de weg naar de hemel.
63: De uitwerking van hemelse en aardse wijn.
64: De wil van de Heer is de kracht van de engelen.
65: Aangeklaagd en onschuldig verklaard.
66: Dorpje bij Sichar. Genezing van de verlamde.
67: Vesting bij Sichar. De nieuwe wet der liefde.
68: De overste en het toepassen van de leer.
69: Het verstand kan talloze goden creëren.
70: De waarheid die alles doordringt.
71: De Heer getuigt van de Vader.
72: Het einde der wereld en het oordeel.
73: Sichar. Johannes, de genezen verlamde man.
74: Bij Irhaël. Nooit kwaad met kwaad vergelden.
75: Behandeling van dieven, rovers en moordenaars.
76: De mens kent het goede, maar doet het kwade.
77: De Heer weet de juiste maat.
78: Straffen als geneesmiddel.
79: De behandeling van zielsziekten.
80: Vermijdt de eigendunk.
81: De Heer is de brug naar de geestelijke wereld.
82: Afscheid van Irhaël en Joram.
83: De macht van het woord. De reis naar Galilea. Reis naar Kana in Galilea.
84: Naar Galilea. De zonsverduistering.
85: Het nieuwe en eeuwigdurende rijk. In Kana in Galilea.
86: Kana in Galilea. De verlokking van satan.
87: De Joden verlangen terug naar hun zuurdeeg.
88: Overste Cornelius en de tempelreiniging. (4.10.1851)
89: Twee rustdagen in Kana.
90: De genezing van de vorstenzoon. (5/6.10.1851)
91: De Heer en tweeduizend jaar evangelie. (7.10.1851 )
92: Gods alwetendheid en Zijn leiding. (8/9.10.1851) Onderweg naar Kapérnaum.
93: Naar Kapérnaum. De Heer dwingt niemand.
94: Over de vloek en de gevaren van het geld. (10/11/13.10.1851)
95: Het karakter van Judas. (15.10.1851)
96: De wil van Judas. (16.10.1851) In Kapérnaum.
97: Kapérnaum. De zieke knecht van de hoofdman. (17.10.1851)
98: Het volk daagt de priesters uit.
99: Bethabara. De schoondochter van Petrus. ( 18.10, 1851) Aan en op het meer van Galilea.
100: De wonderbare visvangst.
101: Het bijzondere wijnwonder voor Judas. (19.10.1851)
102: De genezing van alle zieken uit Kapérnaum. (20.10.1851)
103: Op zee. Jezus en de storm. (21.10.1851) In Gadara.
104: In Gadara. De genezing van de bezetenen. (22/23.10.1851) In Nazareth.
105: Naar Nazareth. Ongeloof verhindert de wonderen. (3/4.11.1851)
106: Leven, daden en leer van Jezus van Nazareth.
107: Over het wereldse blijspel en de kinderen Gods. (5.11.1851)
108: Maria de moeder van de Heer. (8.11.1851)
109: Korenschoppen in de hand van God. ( 11/ 12.11.1851)
110: De Heer en de drie Farizeeën. (13.11.1851)
111: De genezing van de Griekse vrouw. (14/15.11.1851)
112: Het dochtertje van Jaïrus.
113: Het wezen van het Joh. en het Mat.
114: Een les voor Judas. (18/ 20.11.1851)
115: Nazareth. Het volk wil Jezus als koning. (21.11.1851) Bij Bethabara.
116: Bethabara. Genezing van de jichtlijder. (22.11.1851 )
117: Toespraak van de jonge Romein. (24.11.1851 )
118: Onthullingen over de tempel. (25/26.11.1851)
119: Het voorbeeld van de reis naar Rome. Aan de zee van Galilea.
120: Aan de zee. Matthéus de tollenaar. (27.11.1851 )
121: Gesprek over Jozef, Maria en Jezus.
122: De twijfel van Johannes de doper. (28.11.1851)
123: Het getuigenis van Johannes de doper. (29.11.1851)
124: Gelijkenis van de nieuwe kleren en de nieuwe wijn. (3.12.1851 )
125: Het vertrouwen van Matthéus de tollenaar.
126: Gods onveranderlijkheid en Zijn zegen. (4.12.1851)
127: De dood van de dochter van overste Cornelius. (5/6.12.1851) In Kapérnaum.
128: Kapérnaum. Opwekking van Cornelia.
129: Belevenissen in het hiernamaals. (9/10.12.1851) Onderweg naar Nazareth en in Nazareth.
130: Nazareth. De twee blinde bedelaars. (11.12.1851)
131: De genezing van de bezeten doofstomme man. (12/13.12.1851) In het Galilese hongerdorpje.
132: De hebzucht en hardheid van pachtkoning Herodes. (20.12.1851)
133: Een voedsel en kledingwonder.
134: Roeping van de twaalfapostelen. (21/26.12.1851)
135: Opdracht aan de apostelen. (27/30.12.1851)
136: De tegenwerpingen van Judas. (1.1.1852)
137: Troost voor de apostelen. (2.1.1852)
138: De vraag van Simon van Kana. (3/10/12.1.1852)
139: Een belofte aan de getrouwen.
140: Het goddelijk geheim in de mens.
141: Eerste uitzending van de apostelen.
142: De eerste daad van de uitgezonden apostelen. Aan de Galilese zee.
143: Aan de zee. Het antwoord van de Heer.
144: Het getuigenis over Johannes de doper. (26.1.1852)
145: De geest en de ziel van Johannes de doper. In Kis en op de berg van Kis.
146: Kis. Bekering van Kisjonah de tollenaar.
147: De gelijkenis van de fluitende kinderen.
148: De vervloeking van Chorazin, Bethsaïda en Kapérnaum.
149: De opwekking tot het eeuwige leven.
150: De bestraffing van de Farizeeën.
151: De berg beeft.
152: De geestenwereld.
153: Drie maangeesten spreken over de maanwereld.
154: De terugkomst van de twaalf apostelen.
155: Het verschil tussen wetenschap en geloof. (28.2.1852)
156: Het scheppingsverhaal van Mozes. (2.3.1852)
157: De eerste scheppingsdag.
158: De tweede scheppingsdag.
159: De derde scheppingsdag.
160: De vierde scheppingsdag.
161: Vervolg van de vierde scheppingsdag.
162: De vijfde en zesde scheppingsdag.
163: Het einde van Jeruzalem.
164: De luchtreis van Judas Iskariot.
165: Waarom moeten de mensen geboren worden. (16.3.1852) 166 Adam en Eva.
167: Kies uw vrouw met zorg.
168: Het heilige woord, de wereld en de mensen.
169: Over het lachen.
170: De genezing van de blinde Tobias.
171: De verzinsels van Rhiba.
172: De vervloeking van de Farizeeër.
173: Vastgeroest in hun wereldse voorschriften. (4.5.1852)
174: Gedragsregels voor rechters en wetgevers.
175: Sabbatsheiliging.
176: Aren lezen op de sabbat.
177: De vervulling van de profetie. Op de Galilese zee.
178: Aan de zee. Genezing van de bezeten man. In Jesaïra.
179: Jesaïra. De rekening van de oude man. (10.5.1852)
180: Het plan van de jonge Farizeeër.
181: De oude Farizeeën om de tuin geleid.
182: Het morgengebed van Jezus.
183: Ahab's list.
184: Farizeeën kunnen niet liegen. (17.5.1852)
185: Het smaden van de Heilige geest wordt nooit vergeven.
186: Eén met de duivel.
187: Jood of Griek.
188: Wie is Mijn moeder en wie zijn Mijn broeders. (24.5.1852)
189: Duivelse aanval.
190: De leer van het Rijk der hemelen.
191: De gelijkenis van de zaaier.
192: Onkruid tussen de tarwe, mosterdzaad en zuurdeeg. Op de Galilese zee.
193: Op zee. De verwondering.
194: Het geestelijk huis van de mens. In Kis.
195: Kis. Weerzien met Jaïruth en Jonaël. (1.6.1852)
196: Engelenwerk.
197: Verklaring van de gelijkenis van het onkruid.
198: De schat in de akker.
199: De gelijkenis van de grote parel en het net.
200: Bescherm ons daarvoor, o Heer.
201: Twee redenen voor Gods afzijdigheid.
202: De ware vrije kerk.
203: Lofrede van Jonaël.
204: Gelijkenis van de moeder met haar twee zonen.
205: De liefde neemt.
206: Het dode lichaam.
207: Het echte vasten.
208: Aardbeven, storm en onweer.
209: Het doel van de storm. (18.6.1852) In Kana in het dal.
210: Uitstapje naar Kana in het dal. (21.6.1852)
211: Genezing in Kana in het dal.
212: De stoïcijn.
213: De reïncarnatie van Philopold. (28.6.1852)
214: Over de samenhang van lichaam, ziel en geest.
215: Aarzel niet als de Heer roept.
216: De laatsten en laagsten van de gehele oneindigheid.
217: Gedachte en wil. In Kis.
218: Genezingen in Kis en bij Kisjonah.
219: Gelijkenis van de gemeste os.
220: De rust en het nietsdoen.
221: De nachtprediking.
222: De vijf Farizeeën. (5.7.1852)
223: Een les in het geven van onderricht.
224: Innerlijke zelfbeschouwing.
225: De leviathan.
226: De weg tot wedergeboorte.
227: Een tochtje op zee.
228: De dokter uit Nazareth.
229: Het verweer van Jaïrus.
230: Jozefs dood en zijn getuigenis over Jezus.
231: Booswichten in de val.
232: Voorbereiding voor de rechtszaak. (12.7.1852)
233: Romeinse rechtspraak.
234: Een goede vangst.
235: Weerzien met de opperrechter.
236: Het huwelijk van Faustus en Lydia.
237: Vervolg van de rechtszitting. (20.7.1852)
238: Het verhaal van de diefstal.
239: De tempelschatten.
240: De afrekening.
241: Een woord voor onze tijd. (26.7.1852)
242: Ons dagelijkse voedsel.