Welkom!  
08-sep-2010 

    Stichting Nieuwe Openbaring

    Zoeken in website


    Hoofdmenu

    Artikelen

    Poll

Hoe ziet volgens jou een ideale N.O.-ontmoetingsdag er uit?

  • 's Morgens één lezing en 's middags gesprekken!
  • Muziek, gesprekken, gebed en gezamenlijke maaltijd
  • Helemaal geen lezing, alleen gespreksgroepen
  • Gespreksgroepen, zelfbeschouwing, avondmaal
  • Ik vind het wel prima zo in Zeist, gewoon doorgaan
  • Nee dank u wel, voor mij hoeft het niet.

[ Resultaten | Opiniepeilingen ]

Aantal stemmen: 107
Reacties: 486


    Nieuwste artikelen

    Login




 


Bent u nog niet geregistreerd? U kunt zich inschrijven!
Problemen met inloggen?

Het Grote Johannes Evangelie (deel 4)

1: De ware wijsheid en het levende eerbetoon aan God.
2: Het lot van de plaatsen van Palestina.
3: De Heer en de negen verdronken mensen.
4: Voorbereidingen voor de opwekking.
5: De twijfel van Cornelius.
6: De hebzucht van Judas.
7: De ontrouwe dienaar van Helena.
8: Uiterlijke rust en innerlijke activiteit.
9: De spionnen van Herodes.
10: Zinka's verdediging en zijn verslag van Johannes de doper.
11: Het vriendelijke antwoord van Cyrenius.
12: De gevangenneming van Johannes de doper.
13: De moordaanslag op Johannes de doper.
14: De opdracht van Herodes.
15: De raadselachtige Romeinse volmacht.
16: De vervalste volmacht van Herodes.
17: De politiek van de tempelpriesters.
18: De leer van de Galilese profeet.
19: Zinka's opvatting over de leer van Jezus.
20: Zinka en het voedselwonder.
21: Het wezen van de dorst naar kennis.
22: Het gezang van Raphaël.
23: Omgang met God door het innerlijke woord.
24: De verzorging van het hart.
25: Zinka vraagt verder.
26: De opwekking van de twee verdronken meisjes.
27: De levensgeschiedenis van de beide meisjes.
28: Cyrenius herkent zijn dochters.
29: De bescheiden Zinka.
30: Praten en doen.
31: Zelfbeschouwingen van Hebram en Risa.
32: Een gebeurtenis uit Jezus' jongelingsjaren.
33: De belofte van Cyrenius.
34: De wet van gij moet en gij zult.
35: Verschillen tussen de zielen op aarde.
36: Zielsziekten en hun behandeling.
37: Herstellingsoorden van zielszieken, en de zieleartsen.
38: Ware gerechtigheid.
39: De eeuwige grondwet van de naastenliefde.
40: Het toepassen van de magnetische slaap.
41: Lichamelijke en geestelijke reinheid. Genezing op afstand.
42: Aankondiging van een voorbeeld van de magnetische slaap.
43: Zorel vraagt om schadevergoeding.
44: Het eigendomsbegrip van Zorel.
45: De waarheid over Zorel.
46: Zorel vraagt om vrije aftocht.
47: De voorbereiding tot de magnetische slaap.
48: Zorel komt tot zelfkennis.
49: De reiniging van de slapende ziel.
50: De bekleding van de gereinigde ziel.
51: Het etherische lichaam van de ziel en haar zintuig.
52: Zorels ziel op de weg van de zelfverloochening.
53: Zorel in het paradijs.
54: De verhouding tussen lichaam, ziel en geest.
55: Zorels blik in de schepping.
56: Het wezen van de mens en zijn creatieve roeping.
57: De ontwikkelingsgang van de natuur.
58: Oordeel niet!
59: Zorels materialistische geloof.
60: Zorels kritiek op moraal en opvoeding.
61: Materialistische dwalingen.
62: Over de terechte bescherming van eigendom.
63: Zorels afkomst en verwantschap.
64: Zorels verleden als slavenhandelaar.
65: Zorels verontschuldigingen.
66: Zorels ontuchtige misdaden.
67: Cyrenius' verontwaardiging over Zorels misdaden.
68: Zorels verontschuldigingen.
69: Zorel als moordenaar van zijn moeder.
70: Zorel rechtvaardigt zijn karakter.
71: Cyrenius' verwondering over Zorels scherpzinnigheid.
72: Johannes geeft Zorel advies zijn leven te beteren.
73: De zucht naar kennis en de zucht naar genot.
74: Het wezen van God en Zijn menswording.
75: Cyrenius ontfermt zich over Zorel.
76: Het geheim van het innerlijke geestesleven.
77: Zorels besluit om zich te verbeteren.
78: De weg naar het eeuwige leven.
79: Over armoede en naastenliefde.
80: De lichamelijke lust.
81: Over het echte geven, dat God welgevallig is.
82: Deemoed en hoogmoed.
83: Opvoeding tot deemoed.
84: Zorels goede voornemens.
85: Zorel wordt onder de hoede gesteld van Cornelius.
86: Overdreven en ware deemoed.
87: Cornelius en Zorel spreken samen.
88: Verschillende meningen over het wezen van de Heer.
89: De lichtgevende steen van de Nijlbron.
90: Ziel en lichaam.
91: Verdere ontwikkeling van zielen in het hiernamaals.
92: De leiding in het hiernamaals.
93: De ontwikkeling van de ziel op aarde en aan gene zijde.
94: De ontwikkeling van het ziele-leven.
95: Het doel van het dienen.
96: Inzage in de scheppingsgeheimen.
97: Het juiste beoefenen van de naastenliefde.
98: Het geven van geldelijke hulp.
99: Over het ware en het verkeerde dienen.
100: De leer van Mozes en de leer van de Heer.
101: Het onkruid tussen de tarwe.
102: Gedachten en hun verwezenlijking.
103: De ontwikkeling van de materie.
104: De zelfzucht als oorsprong van de materie.
105: Het ontstaan van de zonnestelsels.
106: Betekenis en ontstaan van de aarde.
107: Het ontstaan van de maan.
108: Het erfelijk kwaad van de eigenliefde
109: Verlossing, wedergeboorte en openbaring.
110: De doop. De drie-eenheid in God en mens.
111: Over de voedingsvoorschriften van Mozes.
112: Voorspelling van de huidige openbaringen.
113: De roeping tot het innerlijke woord.
114: Een blik in de wereld van de natuurgeesten.
115: Jarah en de natuurgeesten.
116: Het wezen, en doen en laten van de natuurgeesten.
117: Een kluwen zielestof.
118: Het wezen van de zuurstof.
119: Raphaël toont het scheppen van organische wezens.
120: De verwekking bij het dier en bij de mens.
121: Waarom de Heer deze onthullingen doet.
122: De Heer legt het innerlijk van Judas bloot.
123: De terechtwijzing van Judas.
124: Over het opvoeden van kinderen.
125: Over het leven van Judas Iskariot.
126: De gevolgen van een verkeerde opvoeding.
127: De vrees voor de dood.
128: Het door de dood scheiden van ziel en lichaam.
129: Het scheidingsproces van de ziel van het lichaam.
130: Wat de helderziende Mathaël zag bij de executie van de roofmoordenaars.
131: Kritiek op de Romeinse straffen.
132: Het einde van de gekruisigde roofmoordenaars.
133: De vorming van de zielen van de roofmoordenaars.
134: Mathaël's belevenis onderweg naar de stervende vader van Lazarus.
135: De rabbi probeert de oude Lazarus weer tot leven te brengen.
136: De geest van Lazarus getuigt over de Messias.
137: De rabbi houdt zich niet aan zijn woord.
138: Het levensverhaal van de oude Lazarus.
139: Verklaring van de verschijnselen bij Lazarus' dood.
140: Over het stellen van dwaze vragen.
141: Gods 'toorn'.
142: Gods 'toorn' bij Adam en Eva.
143: De zondvloed.
144: Het ontstaan van rampen.
145: De invloed van het kwade op het goede.
146: Het wonderbare heelkruid.
147: De oorzaak van warmte en koude.
148: De dodelijke val van de nieuwsgierige jongen.
149: De zelfmoord van de door de tempel vervloekte Esseen.
150: De zieletoestand van de twee verongelukten in het hiernamaals.
151: Uitleg over de ziel in het hiernamaals.
152: Verschillende soorten van zelfmoord.
153: Over de steen der wijzen.
154: De weduwe en haar giftige sfeer.
155: Slangengif als geneesmiddel.
156: De dood van de weduwe en haar dochter.
157: Ontwikkeling van de zielsvormen van de twee gestorven vrouwen.
158: Het gif in mineralen, planten, dieren en mensen.
159: De giftige aard van de weduwe en haar dochter.
160: Cyrenius' twijfels over de aardse orde van zielsontwikkeling.
161: Cyrenius bekritiseert Mozes' scheppingsgeschiedenis.
162: De schepping van Adam en Eva.
163: De viervoudige betekenis van de mozaïsche scheppingsgeschiedenis.
164: De sleutel tot geestelijke geschriften.
165: De echte leraren van het evangelie.
166: Een heerlijke dageraad.
167: Over het vasten.
168: Simon over het moraliseren uit eigenliefde.
169: Over het Hooglied van Salomo.
170: De sleutel tot het begrijpen van het Hooglied.
171: Simon legt enige verzen van het Hooglied uit.
172: Gabi bekent zijn domheid en ijdelheid.
173: Gabi's beginselen als Farizeeër.
174: Simons mening over de Heer.
175: Simons gedachte over de Heer als mens van het mannelijk geslacht.
176: De eenwording van de mens met God.
177: Over doel en wezen van de zinnelijkheid.
178: Over het wezen van de engelen. Hart en geheugen.
179: Het volk van Abessinië en Subiet.
180: De Heer zendt een bode naar de Nubische karavaan.
181: De Heer spreekt met de aanvoerder van de Nubiërs.
182: Het verhaal van Oubratouvishar over zijn reis naar Memphis.
183: De vloek van de overbeschaving van de Egyptenaren.
184: De zegen van de oerkultuur bij de eenvoudige mens.
185: Het verblijf van de Nubiërs in Egypte.
186: Oubratouvishar verlangt zekerheid over de plaats waar de Heer verblijft.
187: De Nubiërs herkennen de Heer.
188: Overdreven deemoed.
189: Oubratouvishar beschrijft zijn vaderland Nubië.
190: De schat van Oubratouvishar.
191: De nagereisde zwarten.
192: Over het wezenlijke van Isis en Osiris.
193: De grote rotstempel Jabu Simbil.
194: Oubratouvishar en Jezus.
195: De twijfel van de zwarten aan de goddelijkheid van de Heer.
196: Oubratouvishar probeert zijn mensen van Jezus' goddelijkheid te overtuigen.
197: Geestelijke voor en nadelen van de zwarten.
198: De verschillen in klimaten en rassen op aarde.
199: Over langzaam en snel begrip van de waarheidsleer.
200: Raphaël overtuigt de zwarten van de goddelijkheid van de Heer.
201: Schenking van de schatten aan Cyrenius.
202: De oorsprong van de Jabusimbil-tempel, de sfinx en de zuilen van Memnon.
203: De zeven reuzen en de sarcofagen.
204: De sterrenbeelden op de vierde parel.
205: De indeling van de tijd op de vijfde parel.
206: De piramiden, de obelisken en de sfinx.
207: De sterrenbeelden van de zevende parel. Het verval van de Egyptische cultuur.
208: Verschillende zeden.
209: De ontwikkeling van het verstand en het gemoed.
210: Over de onbedorven oertoestand van de mens.
211: De macht van de Moren over het water.
212: De macht van de Moren over de dieren.
213: De macht van de Moren over planten en elementen.
214: De zelfkennis van de mens.
215: De uitstralende sferen van mens en zon.
216: Over de invloed van de mens op huisdieren.
217: De voordelen van de juiste opvoeding van de ziel.
218: De macht van de volmaakte ziel.
219: De werking van het zonlicht. Het menselijk oog.
220: Over de wedergeboorte en de juiste opvoeding.
221: Goed begrip en gedachten lezen.
222: De betekenis van de uitstralende levenssfeer.
223: De kracht van een mens, die volmaakt is in de liefde.
224: Honger naar geestelijk voedsel.
225: De wonderkracht van de wedergeborenen.
226: De verhouding tussen ziel en geest.
227: Hersenen en ziel.
228: De juiste vorming van de hersenen.
229: Cyrenius vraagt om uitleg van de werking van de hersenen.
230: De gevolgen van de onkuisheid.
231: De zegen van een verwekking volgens de gestelde orde.
232: De bouw van de menselijke hersenen.
233: De samenhang van de hersenen in voor en achterhoofd.
234: De verbinding van de zintuigen met de hersenen.
235: Het onbedorven en het bedorven brein.
236: Het ongeluk van de wereldse geleerde in het hiernamaals.
237: Welke gevolgen het heeft wanneer hersenen geen geestelijk licht hebben.
238: Ontwikkelingsmoeilijkheden van een wereldse ziel aan gene zijde.
239: De invloed op de hersenen van een verkeerde opvoeding.
240: De hersenen van een wereldse geleerde.
241: De vraag naar de oorsprong van de zonde.
242: Schijnbare onrechtvaardigheden bij het leiden van zielen hier en aan gene zijde.
243: De noodzakelijkheid van aardse beproevingen.
244: De mens bepaalt zelf zijn lot.
245: De zelfstandige ontwikkeling van een mensenziel.
246: Waarom de vrije mensenziel zelfstandig haar volmaaktheid moet bereiken.
247: Over de bezetenheid. De langzame uitbreiding van het evangelie.
248: Op het juiste moment wonderen doen.
249: Tekenen voor de uitbreiding van de leer van de Heer.
250: Moeilijkheden bij het verbreiden van de zuivere leer.
251: Het zwaard als tuchtigingsmiddel bij ongelovige volken.
252: De 'Vader' en de 'Zoon' in Jezus.
253: De verschijnselen bij de doop van de Heer.
254: De grootte van de schepping.
255: De menswording van de Heer in onze scheppingsperiode en op onze aarde.
256: De uitstralende levenssfeer van de ziel en die van de geest.
257: De alwetendheid van God.
258: De taal van de dieren.
259: Voorbeelden van de intelligentie van de dieren.
260: Het gesprek met de ezel van Marcus.
261: De groei van de menselijke uitstralende levenssfeer.
262: De uitstralende levenslichtsfeer van Mozes en de patriarchen.
263: De reden van de onthullingen van de Heer.