Welkom!  
26-mei-2013 

    Stichting Nieuwe Openbaring

    Zoeken in website


    Hoofdmenu

    Artikelen

    Poll

Hoe ziet volgens jou een ideale N.O.-ontmoetingsdag er uit?

  • 's Morgens één lezing en 's middags gesprekken!
  • Muziek, gesprekken, gebed en gezamenlijke maaltijd
  • Helemaal geen lezing, alleen gespreksgroepen
  • Gespreksgroepen, zelfbeschouwing, avondmaal
  • Ik vind het wel prima zo in Zeist, gewoon doorgaan
  • Nee dank u wel, voor mij hoeft het niet.

[ Resultaten | Opiniepeilingen ]

Aantal stemmen: 108
Reacties: 495


    Nieuwste artikelen

    Login




 


Bent u nog niet geregistreerd? U kunt zich inschrijven!
Problemen met inloggen?

Het Grote Johannes Evangelie (deel 5)

1: De wonderbaarlijke maaltijd
2: Hoe wonderen plaats vinden
3: De voorzienigheid van God en de vrije wil van de mens
4: Het nieuwe huis van Marcus, een wonder van Raphaël
5: Kinderen van de wereld en kinderen van God
6: Gedragsregels van de Heer voor de waard Marcus
7: Over de Romeinse opperpriester. Kritiek op het heidense priesterdom in Rome
8: De godsdienstige verhoudingen in Rome in Jezus' tijd
9: De voorspelling van de Heer over het lot van Rome en Jeruzalem
10: Een evangelie voor het vrouwelijk geslacht
11: De meningen van de Nubiërs over wonderen doen
12: Over gelijkhebberij
13: De mogelijkheid grotere dingen te doen dan de Heer
14: Het doen van wonderen door de mens, die geheel in Gods wil is opgegaan
15: De Heer troost de Nubiërs, die niet zijn geroepen tot het kindschap van God
16: De deputatie uit Caesarea
17: De wijze wetgeving in Mathaël's koninkrijk aan de Pontus
18: De rechtsstrijd tussen Cyrenius en Roclus
19: De eigenlijke bedoeling van Roclus en zijn metgezellen
20: Roclus bezichtigt het wonderbouwsel
21: De atheïstische geloofsbelijdenis van Roclus
22: Roclus bewijst zijn atheïsme
23: Roclus' mening over goden en priesters
24: Roclus' probeert zijn atheïsme als juiste wereldbeschouwing te bewijzen
25: Het karakter van Roclus, zoals de Heer hem ziet
26: Cyrenius bejegent Roclus als vriend. De oorzaak van het verval van het priesterschap
27: Het kunstmatige Allerheiligste in de tempel te Jeruzalem. Indische gruwel van boetedoening
28: Roclus over de Indische priesterkaste
29: Roclus vertelt over de residentie van de opperpriester van
30: Roclus bekritiseert de Indische en joodse religie
31: Roclus prijst de goddeloosheid en het niet-bestaan
32: De natuurfilosofie van Roclus
33: De god van de natuurfilosofen
34: Roclus vergelijkt menselijke met goddelijke daden
35: Roclus laat zien dat het hart de zetel is van de ware godheid
36: Roclus wordt naar Raphaël verwezen
37: Raphaël beschrijft Gods wezen
38: Doel van de boetedoening in Indië
39: De gevaren van hoge wetenschappelijke ontwikkeling
40: Het ontstaan van slavernij
41: De egoïstische huishouding van de oude Egyptenaren en de toestand aldaar
42: De staatsorde van de oude Indiërs
43: De religieuze band tussen Indië en China
44: Roclus vertelt over de toverkunst van een Indische magiër
45: Raphaël verklaart de toverwerken van de Indisch~ magiër
46: Het priesterdom als vijand van het licht
47: De vruchten van de nacht en de vruchten van het geestelijke
48: Roclus verdedigt het Essenendom en de schijnwonderen
49: Het verschil tussen levenswijsheid en bedrog
50: De gevaren van de bedrieglijke wonderen van de orde der Essenen
51: Ware en valse wonderdoeners
52: Roclus' twijfel aan Raphaël's macht
53: Roclus rechtvaardigt het stichten van de orde der Essenen
54: Wat Roclus over de Nazarener heeft gehoord en zijn opvattingen daarover
55: Het wonder dat Roclus van Raphaël verlangt
56: De Essenen gissen naar de persoon van Raphaël
57: Roclus spreekt over het belang van een ontwikkeld verstand
58: De invloed van de liefde op het verstand
59: Raphaël onthult wat Roclus diep in zijn hart over de Heer denkt
60: Het wezen van de liefde
61: Het inzichtelijk vermogen van de liefde. De ontoereikendheid van rede en verstand
62: De liefde en haar licht dat tot inzicht leidt
63: Roclus en zijn metgezellen overleggen met elkaar
64: Ruban pleit bij zijn metgezellen voor de Heer
65: Ruban richt zich tot de Heer
66: Raad en toespraak van de Heer, gericht aan de Essenen
67: Roclus probeert zijn onwaarachtigheid tegenover de Heer te rechtvaardigen
68: Het priesterdom als grootste hindernis om de leer van de Heer te verbreiden
69: De ware levensweg
70: Het wezen van satan en van de materie
71: Wat aan gene zijde het lot is van de materieel geworden ziel
72: Verklaring van het woord 'SHEOULA' (hel). Over helder zien
73: Hoe men God boven alles liefheeft en hoe God graag ziet, dat de mens werkt
74: Vragen over ziektes en het genezen ervan
75: Pijn, ziekte en dood
76: De vrijheid van de menselijke wil
77: Over juiste en onjuiste ijver
78: De ontwikkeling van de vrije wil. De nadelen van overdreven ijver
79: De Heer maakt gewag van Zijn laatste avondmaal en Zijn kruisdood
80: Raphaël eet veel
81: Het verschil tussen Raphaël's persoon en wezen en dat van de aardse mens
82: Over de wonderen van Raphaël
83: Levensvervolmaking en wonderkracht door de liefde tot God en de naaste. Ware en valse profeten
84: De betekenis van het kindschap Gods op deze aarde
85: De overgangsperioden in het rijk van de natuurgeesten
86: Over het wezen van de diamant en de robijn (Thummim en Urim)
87: Over sieraden van goud en edelstenen bij heersers
88: Geloof en verstand
89: De gevaren van goud
90: De belangrijkste taak van de mens: een volkomen evenbeeld van God te worden
91: Alles heeft zijn tijd
92: De Farizeeën nemen aanstoot aan de vrolijke maaltijd van de Heer
93: Roclus richt scherpe woorden tot de Farizeeën
94: Raphaël verklaart voor Roclus de begrippen 'satan' en 'duivel'
95: Roclus' tegenwerpingen
96: Demonen en hun invloed
97: De vrije wil van de mens. De hulp van de goddelijke genade
98: De zelfbeschikking van de ziel
99: Floran verwijt de Farizeeën hun liefdeloze kritiek op de Heer
100: De zegen van het Romeinse bewind voor het joodse volk
101: Roclus en Floran in gesprek over Stahar
102: Roclus belicht het Farizeeërdom
103: Roclus windt zich op over Stahars geestelijke blindheid
104: Stahar vertelt over zichzelf en zijn levenservaringen
105: De onbegrijpelijke wegen van de Voorzienigheid. Waarom Stahar ten aanzien van de heer twijfelde
106: Het beperkte inzicht van de engelen in het denken van de Heer
107: Een voorspelling van de Heer over de toekomst: de volksverhuizing
108: Het tijdperk van de techniek
109: Over het gericht dat de mensen zelf veroorzaken
110: De toekomstige teistering van de aarde. De kinderen van God zullen geborgen zijn
111: Het einde van de aardse materie
112: De materiële werelden zullen ooit in geestelijke veranderd worden. Kinderen en schepselen van God.
113: De mensen van de sterrenwerelden en het kindschap van God
114: De grote scheppingsmens en de aarde
115: Wezen en inhoud van een hulsglobe
116: Ontoereikendheid van het menselijk inzicht. Troost in de goddelijke liefde
117: Het kennen van Jezus als God als voorwaarde voor de ware liefde tot God
118: Gouden richtlijnen voor het verbreiden van het evangelie
119: Het verschil tussen een ware en valse leider
120: De toekomst en het zuiver houden van de leer van de Heer
121: Zet men het Woord niet om in de daad, -dan kent men het niet
122: Het belang van het daadwerkelijke christendom
123: Wijsheid als gevolg van liefdevolle werkzaamheid
124: Het wel goed weten, maar niet doen
125: De noodzaak om zichzelf te onderzoeken
126: Naastenliefde als regelaar van spaarzaamheid
127: De liefde als meest ware lofprijzing van God. De Heer geeft gelijkenissen over de aarde en het planten.
128: De geestelijke betekenis van de twee gelijkenissen
129: De geestelijke rijpheid van de maaiers van de Heer
130: Aanwijzingen van de Heer voor de verbreiding van het evangelie
131: Handelen volgens de leer en Gods beloften. Over ceremoniële diensten
132: De verlossing van het ceremoniële juk en de wet
133: De houding van Gods kinderen tegenover politieke staatswetten
134: Grondregels voor de opvoeding van kinderen
135: Te verwachten moeilijkheden in het instituut der Essenen
136: De bedrieglijke opwekkingen uit de dood door de Essenen worden verboden
137: De grondregels van het vernieuwde instituut der Essenen
138: Roclus probeert leugens om bestwil te rechtvaardigen
139: De rechtvaardiging van verstand en slimheid
140: Verhulde waarheden en leugens. Valse profeten en hun wonderen
141: Deemoed en broederliefde; Roclus en zijn metgezellen in verlegenheid
142: Roclus' voorstellen voor de hervorming van het instituut der Essenen
143: De Heer geeft Roclus raad
144: Hoe de verhouding van de Essenen tegenover het priesterdom vervolg zal zijn
145: Farizeeën klagen de Heer als opruier tegen de staat bij Cyrenius
146: Ontmaskering van de valse aanklagers
147: Onderhandeling met de Farizeeën
148: De Farizeeën bekennen
149: Cyrenius' getuigenis voor de Heer
150: De domheid en blindheid van de Farizeeën
151: De tempelmoraal van de Farizeeër. Mozes' wonderen door de Farizeeër belicht
152: Nog meer verklaringen van wonderen in het oude testament
153: De natuurfilosofie van de Farizeeër
154: Cyrenius wijst op de wonderen van de Heer
155: De Farizeeën krijgen een les door middel van een wijnwonder
156: De twijfel van de Farizeeër aan het bestaan van God
157: De aarde, een oefenschool voor de kinderen Gods
158: Nood als middel tot opvoeding
159: Ware en verkeerde wereldse werkzaamheid
160: Iemand die op egoïstische wijze naar zijn wedergeboorte streeft
161: De indruk van de wonderbaarlijke werken van de Heer op de Farizeeën
162: Cyrenius onthult de mening van de Farizeeër over de wonderwerken van de Heer
163: Het materialistische geloof van de aanvoerder der Farizeeën
164: De godsdienstfilosofie van de Farizeeër
165: Marcus spreekt over geloof en ongeloof
166: De bekering van de Farizeeën
167: Het afscheidsuur van de Heer bij Marcus
168: Over gierigheid en spaarzaamheid
169: Een belofte voor hulpzoekenden. De Heer neemt afscheid van het huis van Marcus
170: Petrus' blinde ijver en zorg om de Heer (Ev. Matth. 16,20-23)
171: Het wezen van satan en van de materie (Ev. Matth. 16, 24-28)
172: De Heer met zijn leerlingen in het vissersdorp bij Caesarea
173: De stoïcijnse levenshouding van de bewoners van het vissersdorp
174: Geloof doet wonderen
175: De stoïcijnse wereldvisie van visser Aziona
176: Johannes onthult het leven van Aziona
177: Het ware, levende geloof
178: De weg tot het ware geloof
179: De droom van Hiram
180: Wat de ziel tijdens een droom ziet
181: Hirams stoïcijnse-naturalistische wereldbeschouwing
182: De vormende kracht van de menselijke ziel in de droom
183: Hirams magische belevenissen
184: Het bestaan van de menselijke ziel vóór het lichamelijke leven en erná
185: Hirams bezwaren tegen het eeuwige voortbestaan van de mens
186: Oneindigheid, eeuwigheid en zaligheid
187: Drie bedenkingen tegen het voortleven na de dood
188: De noodzakelijke verscheidenheid van wezens en omstandigheden op aarde
189: De vraag over de Messias
190: Johannes is bang voor Hirams scherpe verstand
191: Het vuurwonder van Johannes
192: Het wonderbaarlijke nachtmaal
193: Het naderende schip met de achtervolgers
194: De achtervolgers staan terecht
195: Het levensverhaal van de achtervolgers
196: De geldzucht van judas. De voordelen van nachtelijke rust op ligstoelen
197: De oergeschiedenis van de mensen
198: De oergeschiedenis van de levende wezens op aarde
199: De verscheidenheid der werelden
200: Het verschil tussen de mensen van deze aarde en die van de andere werelden
201: Een blik op Saturnus
202: De vraag over de Messias
203: Hirams voorstelling van de Messias
204: Messias en verlossing
205: De verklaring van het begrip Messias
206: Hirams getuigenis over de Heer
207: Het strandgoed wordt verzameld en opgeborgen. De nieuwsgierigheid van de dorpsbewoners.
208: De voorbereidingen voor het morgenmaal
209: Aziona en Hiram in gesprek met hun buren
210: Epiphanes, de filosoof
211: De mens als onvergankelijk wezen
212: Twijfel en vragen van Epiphanes
213: De noodzaak van het ware, heldere geloof
214: Licht en bijgelovigheid
215: De missie van de Heer. Epiphanes betwijfelt of de mensen de leer van de Heer zullen begrijpen.
216: De wonderbaarlijke kracht van het woord. Onderwijzen is beter dan wonderen doen
217: De wonderbaarlijke verandering van het gebied. Wilsvrijheid opgaan in Gods wil
218: Het belang van de gemoedsrust
219: Epiphanes' moed
220: Het doel van de kruisiging van de Heer
221: Epiphanes' voorstellen ter vermijding van de dood van de Heer
222: De leerlingen verwonderen zich over de veranderde omgeving. Over het vasten
223: Vijandelijke verkenningsschepen in zicht. De storm als afweermiddel
224: Aziona vraagt naar het leven van de ziel na de dood
225: Kinderen van God (van boven) en kinderen van de wereld (van beneden)
226: Het leven van de wereldmensen aan gene zijde
227: De nietigheid van een kracht zonder tegenkracht
228: De tegenpool van God
229: De beide polen van het bestaan
230: De weg naar de verlossing
231: De vraag naar de verlossing van de onwetenden
232: Leiding aan gene zijde en wederbelichaming
233: Het vergaan en ontstaan van materiële scheppingen Jezus in de buurt van Kapérnaum (Ev. Matth. hfdst 17)
234: De verheerlijking van de Heer op de berg Tabor (Ev. Matth. 17, 1-2)
235: De Heer in gesprek met Mozes en Elia (Ev. Matth. 17,3)
236: De drie leerlingen verkeren met de geesten van Mozes en Elia. Gods geest in de mens als gids tot alle waarheid. (Ev.Matth. 17, 4-9)
237: Incarnaties van Johannes de Doper (Ev. Matth. 17,10-13)
238: De opstanding van het vlees
239: De zegen van de matigheid. De toebereiding van het vlees van onreine dieren
240: Genezing van een bezeten jongen (Ev. Matth. 17, 14-21)
241: Het verblijf van de Heer in Jesaïra en het bezoek in Petrus' vissershut bij Kapérnaum.
242: De Heer spreekt over het lijden dat Hem te wachten staat. (Ev Matth. 17, 22-23)
243: Petrus en de tollenaar (Ev.Matth. 17, 24-27) De Heer in het huis van Simon Petrus (Ev. Matth. hfdst. 18)
244: De grootste in het hemelrijk. Over de ergernissen (Ev. Matth. 18. 1-9)
245: Verklaring van de beelden over ergernissen
246: Kinderen als voorbeelden voor de leerlingen. God en mens in de Heer (Ev. Matth. 18,10)
247: Het mysterie van Golgotha (Ev. Matth.18, 11-14)
248: Over het vergeven (Ev. Matth. 18, 15-22)
249: De gelijkenis van de slechte knecht (Ev. Matth. 18,23-35)
250: De noodzakelijkheid van wereldse rechtbanken. De oorzaken van misdaden en het verhoeden er van.
251: Een zwerm sprinkhanen Aan de overkant van de Jordaan aan de Zee van Galilea (Ev. Matth. hfdst. 19)
252: De Heer vaart met Zijn leerlingen naar de overkant van de zee (Ev. Matth. 19,1)
253: De genezing van de blindgeborene en van andere zieken (Ev. Matth. 19,2)
254: De Heer met de Zijnen in het huis van de Griekse herbergier. Waarheid maakt vrij
255: Het verbod van echtscheiding (Ev. Matth. 19, 3-9)
256: Uitzonderingsgevallen met betrekking tot huwelijkszaken (Ev. Matth. 19, 10-12)
257: De Heer zegent de kinderen (Ev. Matth. 19, 13-15)
258: De rijke jongeling (Ev. Matth. 19, 16-26)
259: De leerlingen vragen naar het hemelse loon (Ev. Matth. 19, 27 -30)
260: De Heer bezoekt met Zijn leerlingen een plaats in het gebergte
261: In het huis van het plaatselijk hoofd. De wonderbaarlijke wijn
262: De genezing van de kreupele dochter van de waard
263: Barnabe herinnert zich de twaalfjarige Jezus in de tempel
264: De heiliging van de sabbat
265: Eliza getuigt voor de Heer. De toegangspaden naar het dorp in de bergen ondergaan een verandering.
266: Het geestelijk zien.
267: De overeenkomsten of analogieën tussen materie en geest
268: Genezing van de door een giftige slang gebeten man. De wonderwijn
269: Over de juiste weg en het juiste zout
270: De zoutrots. Het wonderlijke en gezegende avondmaal
271: Over bescheidenheid, zachtmoedigheid en deemoed. De gulden middenweg
272: De beeldspraak van de profeten
273: De geldzucht van Judas Iskariot
274: Over de Essenen en hun wonderen
275: Een blik in de sterrenhemel
276: De Heer neemt afscheid van het dorp in de bergen