Welkom!  
19-jun-2013 

    Stichting Nieuwe Openbaring

    Zoeken in website


    Hoofdmenu

    Artikelen

    Poll

Hoe ziet volgens jou een ideale N.O.-ontmoetingsdag er uit?

  • 's Morgens één lezing en 's middags gesprekken!
  • Muziek, gesprekken, gebed en gezamenlijke maaltijd
  • Helemaal geen lezing, alleen gespreksgroepen
  • Gespreksgroepen, zelfbeschouwing, avondmaal
  • Ik vind het wel prima zo in Zeist, gewoon doorgaan
  • Nee dank u wel, voor mij hoeft het niet.

[ Resultaten | Opiniepeilingen ]

Aantal stemmen: 108
Reacties: 495


    Nieuwste artikelen

    Login




 


Bent u nog niet geregistreerd? U kunt zich inschrijven!
Problemen met inloggen?

Het Grote Johannes Evangelie (deel 6)

1: De genezing van een zieke bij het bad van Bethesda (Ev.Joh. 5, 1-13)
2: De Heer getuigt van Zichzelf en van Zijn zending als Messias 5,14-27)
3: De Heer spreekt over de betekenis van Zijn daden (Ev.Joh. 5,28-39)
4: De verstoktheid van de tempeljoden (Ev.Joh. 5,40-47)
5: De Farizeeën in Bethanië
6: De bekentenis van de Farizeeën
7: De Heer met de Zijnen op een heuvel bij Bethanië
8: Mozes en Elia verschijnen op bevel van de Heer. Mozes' aanklacht tegen de tempeljoden
9: De aanklacht van Elia
10: De zelfbeschuldiging van de priesters
11: De goede voornemens van de pasbekeerde joodse priesters
12: De nachtelijke storm tijdens het onweer
13: De nieuwe ster en het nieuwe Jeruzalem. De voorwaarde voor het eeuwige leven
14: Bekentenis van een joodse priester
15: De joodse priesters worden leerlingen van de Heer
16: De bekeerde priesters breken met de tempel
17: De zelfzuchtige handelwijze van de priesters in de tempel
18: Een evangelie van blijmoedigheid
19: De reiniging van de zonde
20: De vergankelijkheid van de materie
21: Een wijnwonder. Het werk in de wijngaard van de Heer
22: De valse leraren van het evangelie
23: De Heer en de Zijnen in Bethlehem. Genezing en verzorging van veel zieken
24: De genezingen van de Heer in een plaatsje bij Bethlehem
25: De reis van de Heer naar Kisjonah
26: De filosofische vragen van Philopold
27: Het rijpingsproces bij de mens
28: Tijd en ruimte
29: De mate van kracht
30: De kracht van het licht
31: Het goddelijke en menselijke wezen van de Heer
32: Het geestelijke in het natuurlijke
33: Hemel en hel
34: Een grote visvangst
35: Judas Iskariot in het huis van Kisjonah
36: Vertrek uit Kis en aankomst bij de waard van Lazarus
37: De wijzen uit Perzië
38: De bekwaamheid en de daden van de drie wijzen
39: Het goede doel heiligt niet de slechte middelen
40: De invloed van de lichtgeesten Aan de zee van Galilea (Ev. Joh. hfdst.6)
41: De spijziging van de vijfduizend (Ev.Joh. 6,1-15)
42: De leerlingen varen over de zee naar Kapérnaum (Ev.Joh. 6,
43: Het brood des levens (Ev.Joh. 6,22-35)
44: De zending van de Heer op aarde. Het vlees en het bloed van de Heer (Ev.Joh. 6,36-58)
45: Het oordeel van het volk over de woorden van de Heer (Ev.Joh. 6,59-64)
46: Een beproeving voor de leerlingen van de Heer (Ev.Joh. 6,65-70)
47: Judas Iskariot (Ev.Joh. 6,71)
48: In de herberg van de waard van Kapérnaum
49: Het geduld van de Heer met Judas Iskariot
50: De rijke visvangst. De heerlijk smakende edelvissen
51: Over vasten en boete doen. De gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar (Ev.Luc. 18,9-14)
52: Over verzoeking en zwakheden. Oefen het denken!
53: De bestemming van de schepselen
54: De opstanding van het lichaam
55: Over ziekten en vroegtijdige dood
56: De voornaamste oorzaken van de ziekten
57: De springvloed
58: Petrus en de rijke inwoner van Kapérnaum
59: Het wezen van de wereldse mens
60: De onverschilligheid van de kooplieden op geestelijk gebied
61: Over reïncarnatie. De aarde als school voor de kinderen Gods
62: De grote zeeslang
63: De reden van de menswording van God
64: Het ongeloof als bewijs van rijpheid voor een nieuwe openbaring, Vergelijking van de mensen ten tijde van Noach en van Jezus. De geestelijke toestand van de mensen
65: De leiding aan gene zijde van de mensen die vóór Jezus leefden. Het hemelrijk
66: De hebzuchtige overste van Kapérnaum
67: De onsterfelijkheid van de menselijke ziel
68: De oorzaak van de vrees voor de dood
69: De goddelijke liefde, haar zorg en wijsheid
70: Het verzonken land
71: Het wezen van de boze geesten
72: Invloed van geesten bij natuurlijke gebeurtenissen als toelatingen van de voorzienigheid.
73: De verdronken dochter van de waard en haar opwekking
74: Het schip van de Farizeeën op de woeste zee
75: Over het juiste bekijken van de natuur
76: De oorzaken van het verval van de mensen. Theocratie en monarchie Eindtijd en gericht.
77: Op een berg bij Kapérnaum
78: Een gesprek tussen de waard en de overste over de Heer De Heer in het noorden van Galilea (Ev.Joh. hfdst.7)
79: Het afscheid van de herbergier te Kapérnaum. Het innerlijk woord als godsgeheim in het hart van een mens. (Ev. Joh. 7,1)
80: Het bezoek bij de waard in Kana. De genezing van het zieke kind. Een evangelie voor zogende moeders.
81: De Heer in het noorden van Galilea
82: De leerlingen en de strenge tollenaar
83: De Heer wekt de gestorven zoon van de tollenaar op
84: Het wegzenden van de drie dokters
85: De kunst om te leven
86: De Heer als leraar van de levenskunst
87: De innerlijke ontwikkeling van de geestelijke mens
88: De grondslagen voor de geestelijke vervolmaking. Het wezen van God
89: Tweespraak tussen de dokter en de waard over de Heer
90: Het menselijke en het goddelijke in de Heer
91: De dokter krijgt van de Heer de kracht om door handoplegging zieken te genezen
92: De christen als zakenman. Over het betalen van bescherming en het houden van slaven. Welke houding men ten opzichte van afgodenpriesters moet hebben.
93: Het bezoek aan het heilige bos. De vernietiging van de afgodenbeelden.
94: De vraag van de priester om herstel van de afgodenbeelden. Het heilige meer
95: Bij de maaltijd in het huis van Jored de tollenaar. De levensleer van de Heer.
96: Over de astrologie
97: De Heer geneest zieken in een vissersdorpje
98: De handige verdedigingstoespraak van de heidense priester
99: Joreds arme vissersdorpje wordt door de Heer wonderbaarlijk gezegend
100: De terugkeer naar Chotinodora
101: De Heer verklaart de geschiedenis van Daniël
102: De listige vrouwen van de heidense priesters
103: Het goede getuigenis van de priestervrouwen over de Heer
104: De twijfel van de geleerde vrouwen aan het hiernamaals
105: Het misnoegen van de Heer over de hoogmoedige, kritische vrouwen
106: Een schriftgeleerde ondersteunt de opvattingen van de priestervrouwen
107: Het verkeer met gene zijde. Bewijzen voor het voortleven na de dood
108: De atheïstische toespraak van de welbespraakte vrouw van de priester
109: Gedachtenwisseling tussen de schriftgeleerde en de vrouw van de priester
110: De uiteenzetting van de schriftgeleerde over het wezen van God
111: De weg om God te Ieren kennen en lief te hebben
112: De bijgelovige vissersbaas aan de Eufraat
113: De juiste manier om godsdienstig onderricht te geven
114: De slang als voorbeeld
115: De houtdieven
116: De vloteigenaars en de Heer
117: Het verhaal van de rijke man en zijn werklieden
118: De schuld van de vlotbazen
119: De eerbied van de priestervrouwen voor de Heer
120: De Heer geeft uitleg over de maanwereld en over maanzucht
121: Kenmerken van de op aarde geïncarneerde maanzielen
122: De Heer waarschuwt voor de terugval in het materiële. Het wezen van de materie. De oneindigheid van de Heer.
123: Over het gebed en de godsdienst
124: Over de ontwikkeling van de mensen
125: De geest van de mentor van de priestervrouwen verschijnt
126: De betekenis van het joodse volk ten opzichte van de heidenen
127: De Heer overwint de rivierrovers
128: De Heer in Samosata
129: De genezing van de aan koorts lijdende zoon van de hoofdman
130: De bekering van de afgodenpriesters
131: De Romeinse hoofdman vindt zijn broers
132: De klacht van de hoofdman over de oorlog in het dierenrijk
133: Over de zieleleer. Wezen en doel van de materie. De vrije ontwikkeling van de mens tot het kindschap van God.
134: Het verhaal van de hoofdman over de wijze Illyriër
135: De persoonlijkheid van God. Gods wil en de wil van de mens. De kracht van de wil
136: Het gevoel voor schoonheid, een bloem van de waarheid
137: Het bezoek aan de tempel der wijsheid
138: De wondermaaltijd in het huis van de overste. Wezen en werking van de liefde
139: De sjacherjoden
140: De terugreis naar Kapérnaum. De reus en zijn preek tegen de joden
141: De mislukte overval van de overste van de synagoge
142: De hoofdman werft de reus en zijn broeders aan voor Rome. Werken der liefde zijn de ware verdienste voor God
143: Ambt en eer. Alles is genade: alleen de goede wil is verdienste
144: De afhankelijkheid van de mens van Gods genade
145: De verwijten en twijfel van de leerlingen
146: De ontevreden leerlingen gaan alleen naar het loofhuttenfeest in Jeruzalem. De Heer gaat hen heimelijk achterna (Ev. Joh. 7,2-13)
147: De Heer in de tempel. De mislukte aanslag van de tempeldienaren. (Ev.Joh. 7:14-36)
148: Het bezoek van de Heer aan Lazarus in Bethanië
149: Een voorspelling van de Heer over onze hedendaagse tijd. De noodzaak van goddelijke openbaringen
150: Echte en valse profeten en openbaringen
151: De kenmerken van de antichrist
152: De grote afwisseling onder de schepselen en hun doel
153: Voorspelling van de Heer over het gericht over de joden. De vergankelijkheid van de materie
154: Over de noodzaak van de vergankelijkheid van de materie
155: Ongelukken en ziekten die al of niet door eigen schuld ontstaan
156: De op handen zijnde maansverduistering
157: Het zien van de maan door het geestesoog
158: De gevolgen van de maansverduistering. Wedergeboorte en geestelijke gaven,
159: De belevenissen van de leerlingen op het feest in Jeruzalem
160: De zeven waakhonden van Lazarus. De sterrenwerelden als scholen voor geesten
161: Het geven van een voorbeeld als beste les en vermaning. Waar ernst en dreiging op hun plaats zijn
162: Oorzaak en doel van ziekten en lijden
163: Het lot van zelfmoordenaars. De leer verkondigen zonder het goede voorbeeld te geven is nutteloos. Geloof zonder werken is dood.
164: Lazarus' houding ten opzichte van de tempel. Ergernis en de kwalijke gevolgen ervan
165: Invloeden van geesten en de vrije wil van de mens van de zielen van dieren
166: Wat meteoren en kometen eigenlijk zijn
167: Lazarus wordt eigenaar van een oliebron
168: Lazarus en de tempelspionnen
169: De verwijzing van de Heer naar Zijn kruisdood
170: De Heer onderricht in de tempel (Ev.Joh. 7,37-49)
171: De Farizeeën en Nicodémus (Ev.Joh. 7, 50-53) De Heer op de Olijfberg (Ev. Joh. hfdst.8)
172: De Heer en de Zijnen in de herberg van Lazarus op de Olijfberg (Ev.Joh. 8,1)
173: De beschouwingen van de Heer bij de aanblik van Jeruzalem. Het gericht over Jeruzalem.
174: De voorspelling van het grote gericht van de huidige tijd
175: Lazarus' twijfel aan de goddelijke leiding van de mensheid
176: Over de werkers in de wijngaard. Doel, wezen en werking van de openbaringen
177: De profeten als dragers van de openbaring. Lichtgelovigheid en onvoorwaardelijk geloof
178: Twee soorten mensen op aarde: zielen van boven en zielen van beneden
179: De antichrist
180: Over de juiste zegen en het juiste gebed
181: De aankomst van de Romeinse vreemdelingen in de herberg
182: Het gesprek van de gids met de Romeinen over de Heer
183: De Romein vraagt de waard en Lazarus naar de wonderman Jezus
184: Lazarus vertelt de Romeinen over de Heer
185: De genezing van de bezeten jonge vrouw Maria Magdalena
186: De Romeinen en de jonge vrouw eren de heer
187: Over de werking van de wijn
188: De waarde van het denken en de lichtgelovigheid
189: De Romeinen zien de engelenwereld
190: Het verschil in levensopgave van engelen en mensen
191: Over het tweede en derde gezicht
192: Een bezoek aan het universum
193: De geestelijke overeenkomst van de dagtijden
194: De Heer karakteriseert de dertig Romeinen
195: De dertig Romeinen zoeken de Heer.
196: De Heer onderricht in de tempel. Het oordeel van het luisterende volk
197: De echtbreekster
198: De Heer maakt Zich bekend
199: De Heer en Zijn tegenstanders
200: Het wezen van de Heer
201: De ontmaskering van de verleider van de echtbreekster
202: Arbeiders bezoeken de Heer op de Olijfberg
203: De reden van het ongeloof van de tempeldienaren
204: Het opvoeden van de mensheid in de kennis van God
205: De wilsvrijheid en de geestelijke opdracht van de mens op aarde
206: Over zonde en offer
207: De beschouwingen van de Heer over Jeruzalem en de eindtijd van de aarde. Het duizendjarige rijk en het gericht door het vuur.
208: Het verhaal van Lazarus over de ongelovige Farizeeën
209: Het wonder in de herberg
210: De twijfel van de Farizeeën over de Heer als Messias
211: Een weddenschap tussen Agricola en een Farizeeër
212: Agricola verklaart voorspellingen uit Jesaja
213: De onwetendheid van de Farizeeër over de zon en de zondvloed
214: Over het boek job en over de tempel te Jabusimbil
215: Het orakel van Delphi. Over het verder leven na de dood
216: De zeven boeken van Mozes
217: Over het Hooglied van Salomo
218: Agricola spreekt over het wezen van de ziel
219: Ziel en lichaam
220: Het zich van de wereld afkeren en het Rijk van God
221: De goddelijke leiding van de mensen
222: Reine en onreine spijzen
223: Goed en verkeerd sabbatvieren
224: Het weerwoord van de Farizeeër
225: Invloeden van geesten en contact met het hiernamaals
226: Gods wezen en eeuwige scheppingsvreugde
227: Niet het weten, maar het handelen uit liefde maakt zalig
228: Naastenliefde. Kennis en liefde van God
229: God-Vader, God-Zoon en God-Heilige Geest
230: De drie-eenheid in God en mens
231: De oneindigheid en alomtegenwoordigheid van God in Jezus
232: Het wezen van de kometen
233: Het belang van kennis
234: Uitvindingen en hun doel
235: Over de valse profeten
236: De geestelijke alomtegenwoordigheid van de Heer
237: Hemel en hel
238: De gevechten in de hel
239: De tweede schepping van God
240: De verhouding tussen hel en wereld
241: Lazarus wil de zondaars helpen
242: Drie gelijkenissen over de baanhartigheid van God
243: De gevolgen van de verkeerde voorstelling van het hiernamaals
244: Over rechtspreken en straffen
245: De grote scheppingsmens in het universum
246: De verlossing van de wereldmens
247: De Heer als Heiland van de grote wereldmens
248: De beweging van de wereldmens en zijn hulsgloben. De dubbelzonnen