Welkom!  
09-sep-2010 

    Stichting Nieuwe Openbaring

    Zoeken in website


    Hoofdmenu

    Artikelen

    Poll

Hoe ziet volgens jou een ideale N.O.-ontmoetingsdag er uit?

  • 's Morgens één lezing en 's middags gesprekken!
  • Muziek, gesprekken, gebed en gezamenlijke maaltijd
  • Helemaal geen lezing, alleen gespreksgroepen
  • Gespreksgroepen, zelfbeschouwing, avondmaal
  • Ik vind het wel prima zo in Zeist, gewoon doorgaan
  • Nee dank u wel, voor mij hoeft het niet.

[ Resultaten | Opiniepeilingen ]

Aantal stemmen: 107
Reacties: 486


    Nieuwste artikelen

    Login




 


Bent u nog niet geregistreerd? U kunt zich inschrijven!
Problemen met inloggen?
De invloed van Godsbeelden op de praktijk van het geloof - Hendrik Klaassens op 08 sep 2009 - 15:46 Geplaatst door Hendrik

Diverse Artikelen


De invloed van Godsbeelden op de praktijk van het geloof
-
Hendrik Klaassens -

Uit o­nderzoeken van het Sociaal Cultureel Planbureau naar de gelovigheid in Nederland blijkt dat bij elke nieuwe peiling het aantal 'ietsisten' (mensen die geloven dat er 'iets' is, zonder dat ze dat nader kunnen omschrijven) weer is toegenomen. Volgens een recente peiling moet o­ngeveer 18% van de bevolking tot deze groep worden gerekend. Dat is een duidelijk teken dat het geloof van veel mensen steeds vager en diffuser is geworden. De God van de vroegere generaties lost steeds meer op in de flarden van de Big Bang en de zacht pulserende nevels van een onpersoonlijke energie.

Voor grote groepen is relishopping tegenwoordig een prettige manier van leven. Alles wat maar enigszins bruikbaar is, kieperen ze in hun spirituele winkelwagentje. Zo consumeren ze vaak allerlei ideeën en opvattingen die geen enkele o­nderlinge samenhang vertonen of zelfs lijnrecht met elkaar in strijd zijn. Maar dat geeft niet, want het maakt immers allemaal deel uit van ‘Al Wat Is’.
Met behulp van oosterse technieken raken ze o­nthecht van aardse sferen, op spirituele festivals lachen ze tijdens lachmeditaties de longen uit hun lijf en op lezingavonden worden de nieuwste doorgevingen van Maria Magdalena en andere ‘heiligen’ rechtstreeks aan New Age-adepten verkondigd. Zelfs boodschappen van de Pleiaden en de ster Arcturus komen door.
Op 21 december 2012 loopt de kalender van de Maya’s af. Dat is niet geheel van gevaar ontbloot, want rondom die tijd suist een komeet of een ander afschrikwekkend gesternte op de aarde af, komt de aarde op zijn kop te staan of vallen alle computers tegelijk uit. De aarde zweeft de vijfde dimensie binnen, andere planeten tuimelen dronken door het heelal, telepathie is heel gewoon geworden en niemand is meer atheïst omdat iedereen het vermogen heeft gekregen om met engelen te communiceren.

Toch is er geen reden voor paniek. Buiten het bereik van de opgelapte Hubble telescoop en o­nhoorbaar voor de superscherpe radio-oren van het Deep Space Network van de NASA houden immers hele vloten aliens de aarde in de gaten. Ergens in een uithoek van o­ns zonnestelsel, waarschijnlijk bij Pluto, staan ze klaar om in te grijpen als de grond o­ns te heet o­nder de voeten wordt. Temidden van apocalyptische rampen die ons door Nostradamus en nog drastischer profeten zijn voorspeld, zullen ze landen op het Rode Plein, bij de Eiffeltoren, op het Piccadilly Circus en andere markante punten om de uitverkorenen mee te voeren naar exotische werelden waar alle technische problemen, die het leven op aarde bemoeilijken, zijn opgelost en het leven één grote ontdekkingsreis in hemelse sferen is geworden.

De achterblijvers hebben trouwens pech. Torenhoge tsunami’s overspoelen de oostkust van de VS, Japan en Californië zakken dof dreunend weg in zee en overal spuiten vulkanen hun gloeiende lava over de losers die niet door de E.T.’s zijn meegenomen. Gelukkig reïncarneren ze na verloop van tijd weer voor een tweede kans en zijn ze alle ellende uit de 21e eeuw dan glad vergeten: tussen die twee levens in is hun harde schijf immers gewist.

Hele volksstammen zwelgen in dergelijke eindtijdscenario’s. Omdat ze het leven te zwaar vinden, omdat ze op zoek zijn naar zingeving of omdat ze behoefte hebben aan een verzetje, vluchten ze weg naar de mystieke diepten van de kosmos of naar de onpeilbare mysteriën van het innerlijk. Kortom: ‘de zwevende Hollander’ wordt steeds meer een alledaags verschijnsel. De tijden van de hippies herleven. Gewoon té gek, joh.

Sommigen zullen misschien zeggen dat ik nu overdrijf. Toch garandeer ik iedereen dat dit nog maar het topje van de esoterische ijsberg is. Ik bezoek af en toe lezingen over allerlei spirituele en New Age-onderwerpen. Daar kom je prachtige mensen tegen; sommige zijn zelfs paradijsvogelachtig.
Toch heb ik een heel ander godsbeeld als zij. Zo hoor je in spirituele en esoterische kringen vaak dat God geen persoon is, maar een ‘energie’ die het leven schept en in steeds hogere vormen transformeert. Om een aantal redenen zie ik God heel anders. Graag leg ik in het kort uit waarom. Wat zijn de consequenties van het beeld van God als een vorm van energie of als een 'intelligent design'?
Als ik mensen hoor zeggen dat God voor hen een energievorm of een intelligent design is, vraag ik me altijd af waarom ze zo’n godsbeeld zo aantrekkelijk vinden. Hoe komt dat toch? Waarom kiezen mensen daarvoor? Voor mijn gevoel komt dat doordat een goddelijke energie zo onpersoonlijk en diffuus is, dat je hem in elke gewenste pasvorm kunt kneden. Nog preciezer gezegd: wat ik bij New Age merk, is dat hun godsbeeld tamelijk vrijblijvend is: God kan er zús uitzien, maar ook zó. Eigenlijk maakt het gewoon niet uit. God is een toverbal die voor iedereen weer een andere kleur aanneemt, afhankelijk van het perspectief en de luimen van het moment.

Er is ook nog een bijkomend voordeel van een godsbeeld zonder een scherp, herkenbaar profiel: de aanhangers ervan kunnen de schijn ophouden van ultieme verdraagzaamheid. Zij kennen God geen afgebakende, welomschreven eigenschappen toe en geven daardoor iedereen de vrijheid om Zijn wezen een eigen, subjectieve invulling en betekenis te geven.

Op het eerste gezicht is dat het toppunt van tolerantie. Er hoeven dan immers geen kruistochten meer te worden gehouden om de mensen met een fout godsbeeld een kopje kleiner te maken. Beeldenstormen, heksenjachten en brandstapels behoren dan voorgoed tot het verleden. Fantastisch toch?
Wat in eerste instantie heel verdraagzaam lijkt, is bij nader inzien echter vaak een uiting van gemakzucht en vrijblijvendheid: men wil geen conflicten aangaan. Dat wordt dan ook vaak als argument genoemd door mensen die God als een bron van energie beschouwen: iedereen kan er zijn eigen vormen of projecties in kwijt. Persoonlijk vind ik dat echter geen plausibel argument; het is meer een diplomatieke keuze om inhoudelijke discussies te omzeilen.

De diepste reden om voor zo’n kleurloze, energetische God te kiezen is voor mijn gevoel echter dat je als mens geen persoonlijke band met hem hoeft aan te gaan. Een energiebundel vraagt je niet om verantwoording af te leggen voor je daden. Een dergelijke God doet ook geen beroep op je geweten. Het is zelfs niet eens mogelijk om te bidden tot een ‘energiebundel’ of tot een ‘intelligent design’ die als blauwdruk voor de kosmos heeft gediend. Een energiebundel zegt immers niets terug en een intelligent design lijkt me even spraakzaam als een komeet of een maankrater. Met dergelijke energievormen blijft het lastig communiceren.

Daarnaast kan een God, die de vorm heeft van een energie of een intelligent design, ook nooit een objectieve bron of ijkpunt zijn voor normen en waarden. Een God, die als een alwetende Persoon bestaat, kan die functie wel vervullen.

Nu weet ik dat dat laatste een riskante uitspraak is. Binnen de wereldreligies bestaan immers diverse Godsbeelden. Ook zou kunnen worden opgemerkt dat cultuurverschillen het godsbeeld kleuren. Dat is allemaal waar. Als we echter kijken naar de talloze overeenkomsten die deze religies vertonen in hun geloofsleer en in de praktische levenslessen die ze de mens voorhouden, zijn de overeenkomsten echter significant. Zo worden naastenliefde, vergevingsgezindheid en liefde tot God altijd als centrale waarden voorgesteld en bestaan er ook heel veel overeenkomsten bij het onderscheiden van datgene, wat men moet vermijden of als negatieve eigenschap moet zien te overwinnen. De God, die wordt beleden, heeft in vrijwel alle wereldreligies onmiskenbaar menselijke trekken. Het briljant geschreven boek “Mysticism in World Religion” van Sidney Spencer geeft een schitterend overzicht van deze overeenkomsten. Als we ook maar enigszins mogen uitgaan van de betrouwbaarheid en authenticiteit van het menselijke vermogen om diepere lagen van de werkelijkheid waar te nemen, zullen we moeten kijken naar de vormen waarin de als goddelijk ervaren machten zich aan de mens vertonen; die vormen zijn vrijwel zonder uitzondering menselijk.

In het verlengde daarvan liggen de ervaringen van BDE-ers, mensen die een bijna-dood-ervaring hebben gehad. Zoals Pim van Lommel in zijn boek “Eindeloos bewustzijn” heeft aangetoond, beschikken mensen tijdens een BDE over een non-locaal bewustzijn dat tijd en ruimte overstijgt. Op zulke momenten ervaren zij vaak God of Jezus in een menselijke gedaante. Hun persoonlijke aanwezigheid is minstens zo indringend, levensecht en reëel als de gedaanten van overleden ouders, kinderen en vrienden, die ook vaak door BDE-ers worden gezien. Zijn dit nu projecties van psychische energieën of gedachtevormen? Juist de treffende overeenkomst tussen de o­ntmoeting met goddelijke personen en het weerzien met overleden familieleden lijkt me een goed argument dat voor het persoonlijke karakter van God of de Godheid pleit.

Er duikt trouwens nog een extra probleem op voor christenen die geloven dat God niet-persoonlijk is: zij kunnen immers nooit in ernst aanvaarden dat Jezus Zijn Zoon is. Hoe zou een energie immers een Zoon kunnen hebben? Dat is toch o­nmogelijk? In plaats daarvan kunnen zij hooguit accepteren dat Jezus een profeet was, evenals bv. Mohammed, of een ‘verlichte’ zoals Boeddha. Eerlijk gezegd vind ik dat ook vreemd, want hoe kun je nu een profeet zijn in opdracht van een energiebundel of een intelligent design? Het beeld van God als een energievorm of een ID verdraagt zich daarom niet met het monotheïsme, omdat het een o­nmogelijke kronkel bevat.

Afgezien daarvan zijn de gevoelens, die God volgens de bijbel heeft, én het feit dat daarin wordt beschreven dat wij naar Zijn evenbeeld zijn geschapen, al voldoende om in alle nuchterheid te constateren dat het Godsbeeld van een energievorm zich niet met het christendom laat verenigen. In feite geldt hetzelfde voor de Islam als we de Koran als uitgangspunt nemen.

Een metafysisch argument dat tegen de energetische God en het concept van het intelligent design pleit, heeft betrekking op de kosmos. Volgens het causaliteitsbeginsel kan iets niet uit zichzelf o­ntstaan. Dat geldt ook voor zoiets ingewikkelds als het heelal. Wie aandachtig kijkt naar de complexiteit van het organische leven met zijn DNA-structuur en naar de gelaagde bouw van de kosmos waarbij je op elk niveau weer een ander, perfect uitgebalanceerd evenwicht tegenkomt, kan niet meer in ernst beweren dat dit allemaal zomaar uit zichzelf kan zijn o­ntstaan. Iemand moet het hebben gebouwd of geschapen. Die enorme complexiteit en de gelaagde structuur kunnen alleen maar zijn o­ntstaan door een intelligentie die zó o­nnoemelijk groot is, dat hij het menselijke bevattingsvermogen ver te boven gaat. Dat kan voor mijn gevoel alleen maar een persoon zijn, een goddelijk Wezen met een zeer krachtige, heldere geest. Vandaar is het maar een kleine stap naar het concept van een goddelijke persoon die – vanuit een gebied buiten tijd en ruimte, dus in een non-locale bestaanssfeer – het materiële heelal heeft geschapen.

In mijn overtuiging is het hele heelal doordrenkt van Zijn Wezen, Zijn liefde en barmhartigheid. De gedachte dat het complete heelal is o­ntstaan uit het goddelijke verlangen om Zijn gevallen kinderen terug te brengen naar huis, is de mooiste en diepzinnigste die ik in mystieke werken ben tegengekomen. Dat is ook de ervaring van verschillende BDE-ers. Laat ik daar maar mee afsluiten.