Jozef en de H. Familie in het nieuwe huis. Cyrenius te gast. Dank van Jozef en Maria (13 oktober 1843)

Jakob LorberDe jeugd van Jezus

«« 44 / 302 »»
[1] Toen Cyrenius en Jozef en diens gezin bij de reeds gekochte villa aankwamen zei Jozef tegen Cyrenius:
[2] ‘Edele vriend, zoiets zou mij wel lijken. Een bescheiden villa, een aardige boomgaard met dadels, vijgen, granaatappelen, si­naasappelen, appels, peren en kersen zo te zien. ..
[3] Voorts nog druiven, aman­delen, meloenen en een massa groenten. En dan daarnaast nog weidegrond en drie korenvelden ­dat zal er zeker wel allemaal bij­horen?
[4] Mij gaat het niet zozeer om iets voornaams of iets luxueus, maar deze nuttig en verstandig aangelegde villa heeft grote gelij­kenis met mijn huurperceel te Na­zareth in Judea; die zou ik best willen huren of kopen!’
[5] Nu haalde Cyrenius de koopakte voor den dag en gaf die aan Jozef,zeggend;
[6] ‘Moge Uw Heer, die nu ook de mijne is, het voor U zegenen!
[7] Alles wat U hier ziet, omge­ven door heggen en palissaden, hoort erbij. En hierbij draag ik deze villa geheelonbelast en te­vens belastingvrij, als bezit aan U over. Achter het woongedeelte bevindt zich nog een stal voor ezels en koeien. Er staan twee koeien op stal en pakezels hebt U zelf zeker al genoeg tot Uw be­schikking.
[8] Als U mettertijd eventueel weer wilt terugkeren naar Uw va­derland, dan kunt U dit bezit ver­kopen en met het geld ervan er­gens anders iets kopen.
[9] Om kort te gaan, grote vriend, van nu af aan bent U in volledig bezit van deze villa, en U kunt ermee doen wat U wilt.
[10] Vandaag, morgen en over­morgen wil ik hier nog blijven, dan moeten die afschuwelijke boden van Herodes maar des te langer op mij wachten.
[11] Die korte tijd slechts wil ik uit grote liefde tot U, mede ge­bruik maken van deze villa.
[12] Weliswaar zou ik slechts behoeven te bevelen om in een oogwenk het keizerlijk paleis voor mezelf te laten vrijmaken, omdat ik voorzien ben van een keizerlij­ke volmacht. ..
[13] en op de tweede plaats, om­dat ik een bloedverwant van de keizer ben.
[14] Maar ik laat dit alles na, uit hoogachting en liefde voor U , maar vooral voor het Kindje, het­welk ik onherroepelijk houd voor op zijn minst de Zoon van de Al­lerhoogste God!’
[15] Jozef was door deze verras­sing zo ontroerd, dat hij van vreugde en dankbaarheid alleen maar huilen, en helemaal niet la­chen kon!
[16] En het verging Maria al niet beter; alleen was zij zichzelf weer eerder meester. Ze ging naar Cy­renius toe en gaf aan haar dank­baarheid uitdrukking door het Kind je in Cyrenius’ armen te leg­gen. Cyrenius, diep ontroerd, zei: ‘O mijn grote God en Heer, mag dan zelfs een zondaar U op han­den dragen? O, wees mij dan ge­nadig en barmhartig!’
«« 44 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.