– Hendrik Klaassens –

In 1975 maakte Margarethe von Trotta als regisseur een daverend debuut met de film “Die verlorene Ehre der Katharina Blum” – een felle aanklacht tegen de Duitse schandaalpers – en in 1981 won ze met het psychologische drama “Die bleierne Zeit” de Gouden Leeuw op het Venetiaanse filmfestival. Ik was dan ook zeer benieuwd naar “Vision”, de door haar geregisseerde biografie over de twaalfde eeuwse mystica Hildegard von Bingen. Na het zien van deze film was ik beslist onder de indruk van de manier waarop zij het middeleeuwse kloosterleven en de persoonlijkheid van Von Bingen in beeld heeft gebracht. De rolprent is sinds eind vorig jaar in zijn geheel in HD-kwaliteit te bekijken op YouTube via deze link https://www.youtube.com/watch?v=KStCoR096gI. Daarom is er alle reden om ook op deze site aandacht te besteden aan “Vision”, want ook onder veel lezers van de werken van de Nieuwe Openbaringen bestaat interesse voor deze veelzijdige mystica, o.a. omdat zij de werking van veel geneeskrachtige kruiden beschreef.
Trotta is erin geslaagd om een goed beeld te geven van de sfeer van de vroege Middeleeuwen. Ook de karaktertekening van Hildegard en haar tijdgenoten komt vrij goed overeen met wat er in literaire bronnen over haar bekend is.
De titel van deze rolprent geeft aan wat de drijvende kracht was in Hildegards leven: de visioenen die zij al vanaf haar derde jaar zag. Daarbij verscheen haar een reusachtige zonneschijf waarop beelden werden geprojecteerd. Aan het eind van haar leven beschreef zij deze beelden als volgt: “Het licht dat ik aanschouw is niet aan de ruimte gebonden. Het is veel lichter dan een wolk, die de zon in zich draagt. Het wordt mij als ‘de afschaduwing van het levende licht’ aangeduid. En zoals de zon, de maan en de sterren zich in het water spiegelen, zo lichten daarin geschriften, woorden, krachten en bepaalde werken van de mensen voor mij op.”
Nu was het voor een monnik in de Middeleeuwen al heel moeilijk om van de kerkelijke autoriteiten erkenning te krijgen voor goddelijke openbaringen. Voor een non was dat al helemaal een heidens karwei. Wie daarop aanspraak maakte, maar de clerus niet meekreeg, liep het risico om in het vervolg als ketter door het leven te gaan. Hildegard liet zich echter niet uit het veld slaan. Haar innerlijke drang om ermee naar buiten te komen was zó groot, dat ze haar geestelijke leidsman Volmar in vertrouwen nam en hem vertelde over haar openbaringen en visioenen. Deze tekende haar visioenen op en bracht op zijn beurt de abt van het benedictijner klooster op de hoogte “dat we een non in ons midden hebben die boodschappen van God ontvangt”.
Trotta brengt die scène prachtig in beeld. Je ziet een abt, die zich van zijn waardigheid bewust is en de monnik Volmar op strenge toon ondervraagt: “Ben je er zeker van dat het geen boodschappen van de duivel zijn? En waarom heb je haar boodschappen zonder mijn toestemming opgeschreven? Daar heb je straf voor verdiend!”
Nederig buigt de monnik daarop voor zijn meerdere, maar hij verzekert hem dat hij ervan overtuigd is dat deze boodschappen zuiver zijn. De abt krabt zich dan peinzend over zijn kin totdat zijn ogen langzaam oplichten en er dollartekens in verschijnen: “Als men te weten komt dat we een non in ons klooster hebben die visioenen van God ontvangt, zullen we daar veel eer mee inleggen. De rijken zullen dit horen en ons veel geld en landerijen schenken!”
Hij geeft zich dus gewonnen. Daarmee zijn de problemen nog lang niet over, want een bisschoppelijk college, dat haar opdraagt om tekst en uitleg te geven over haar visioenen, trekt haar openbaringen later in twijfel: de paus zal over haar openbaringen moeten oordelen! Trotta portretteert deze mannen als Farizeeërs, die in lange, met edelstenen belegde jurken rondlopen en om zich heen kijken alsof niet God, maar zij zelf heer en meester zijn over deze wereld. Wanhopig richt Hildegard zich dan in een brief tot Bernardus van Clairveaux, een Franse cisterciënzer abt die in die tijd heel veel invloed had. Deze geeft zich al snel gewonnen en doet een goed woordje voor haar bij de paus. Daarmee is het pleit beslecht: Hildegards visioenen mogen met toestemming van de kerk worden opgetekend en verspreid.
Niet veel later verschijnt haar eerste boek “Scivias” – “Ken de wegen van de Heer”. In diezelfde periode krijgt ze het gedaan dat ze een eigen vrouwenklooster mag stichten op de Rupertsberg bij Bingen, waarbij ze door de leiding van haar vroegere klooster behoorlijk wordt tegengewerkt. Dit klooster wordt een groot succes. Daarom wordt in 1165 onder haar leiding een tweede klooster gesticht, ditmaal in Eibingen.
Het is onmogelijk om het leven van zo’n belangrijke mystica in een film samen te vatten. Trotta beperkt zich daarom tot de essentie. Ze laat een uiterst gedreven en wilskrachtige non zien, die een taaie strijd heeft moeten voeren tegen de weerbarstige, uit mannen bestaande kerkelijke hiërarchie, die vooral uit was op bestendiging van de eigen machtspositie. En passant brengt ze daarbij ook in beeld waarin Hildegard uitblonk. Zo was zij een van de grondleggers van de moderne geneeskunde en de eerste componiste die we met naam en toenaam kennen. Er bestaat tot op de dag van vandaag zelfs nog een tak van de alternatieve geneeskunde die op haar kennis van geneeskrachtige kruiden is gebaseerd. Zo vind je in de binnentuin van het Kruisherenklooster van Ter Apel veel kruiden, waarvan de werking door Hildegard van Bingen is beschreven, inclusief de ziekten die ermee konden worden genezen. Via deze link kom je terecht op een pagina waarop veel van deze kruiden worden beschreven: https://kloosterterapel.nl/verhaal-categorieen/kruidentuin/.
Voor mijn gevoel staat zij op dezelfde hoogte als de Amerikaanse kunstenaar en dichteres Akiane Kramarik en Jeanne d’Arc. Het zijn alle drie vrouwen die leven vanuit de kracht van hun religieuze idealen: bezield, standvastig en onvermoeibaar. Toch hebben ook zij heel menselijke kanten. Trotta heeft dat laatste mooi in beeld gebracht. Zo heeft Von Bingen zelfs nog op 81-jarige leeftijd – kort voor haar dood – op eigen houtje een edelman, die geëxcommuniceerd was, in gewijde grond laten begraven. Daardoor mocht in haar eigen klooster de mis niet meer opgedragen worden. Dat was in die tijd een zware straf, omdat de eredienst het kloppende hart van de kloostergemeenschap vormde. Maar ze nam dit op de koop toe, omdat ze rotsvast overtuigd was van de waarde van naastenliefde, ook voor mensen die kerkelijke voorschriften hadden overtreden.
Een ander voorbeeld van haar onverzettelijkheid is het feit dat ze de moed had om zelfs een potentaat als Frederik Barbarossa, de Duitse keizer van het Heilige Roomse Rijk (1122-1190), op strenge toon tot de orde te roepen toen hij, in zijn conflict met de toenmalige paus, een aantal tegenpausen benoemde. Uiteindelijk gaf hij toe, waarbij Hildegards afkomst – ze was lid van de hoge adel en verkeerde in dezelfde kringen als de Duitse keizer – haar vast voldoende autoriteit heeft gegeven om hem tot andere gedachten te bewegen. Verder heeft hij haar ooit toevertrouwd dat alle voorspellingen, die zij hem ooit had gedaan, waren uitgekomen. Niet voor niets luidde haar toenmalige bijnaam “de sybille van de Rijn”: ze stond wijd en zijd bekend als iemand die onbetwistbaar over voorspellende en genezende gaven beschikte. Koppig was ze ook.
Dat maakt Hildegard alleen maar herkenbaarder en aantrekkelijker. Ondanks al haar religieuze ijver was en bleef zij een mens van vlees en bloed die conflicten niet uit de weg ging. Naar mijn smaak is dat Trotta’s grootste verdienste met “Vision”.
Literatuur:
“Hildegard von Bingen – haar mystiek, geneeskunde en haar leven” – Louis Rebcke, Ankh-Hermes, 1981
“Brandend Licht – zeven visioenen van Hildegard von Bingen”, Ankh-Hermes, 2024.
Voor muziekliefhebbers is hier een link naar één van Hildegards mooiste liederen: Viridissima
https://www.youtube.com/watch?v=icNd55pMCwE&list=RDicNd55pMCwE