Jakob Lorber – De jeugd van Jezus
«« 110 / 302 »»
[1] De koninklijke gewaden voor Tullia werden al gauw binnengebracht, waarna zij ermee werd getooid, zoals eerder opgemerkt[2] Nu nam Maria haar eigen japon weer terug, waste die, en behield hem verder voor zichzelf.
[3] Cyrenius had ook aan Maria graag koninklijke gewaden willen schenken,
[4] maar zowel Maria als Jozef sloegen dat aanbod plechtig af.
[5] Toen Eudokia Tullia zag in haar werkelijk koninklijke tooi, kreeg ze het hevig te kwaad en begon ze stilletjes zuchtend te snikken.
[6] Zachtjes zei het Kindje toen tegen haar: ‘Eudokia, Ik bezweer je: Iaat geen tranen over je wereldse waardigheid, ween liever over je zonden, dan zal het je beter vergaan.
[7] Weet je, Ik beteken meer dan Cyrenius en Rome samen; als je Mij hebt, dan bezit je meer dan wanneer je de hele wereld zou bezitten!
[8] Als je Mij echter volledig wilt bezitten, dan zul je je zonden moeten betreuren, want die maakten je onvruchtbaar!
[9] Als je uit liefde tot Mij je zonden betreurt, dan pas zul je en dat naarmate je Mij liefhebt ontdekken Wie Ik nu eigenlijk precies ben!
[10] En, heb je Mij eenmaal leren kennen, dan zul je gelukkiger zijn, dan je zou zijn als je de gemalin van de keizer zelf was!
[11] Want een keizer moet er goed voor waken, dat hij niet van de troon gestoten wordt!
[12] Ik echter, Ik ben Mezelf genoeg! Geesten, zonnen, manen, planeten en alle elementen, ze gehoorzamen Mij allemaal; daartoe heb Ik geen wachters nodig; ja Ik laat Me zelfs door jou die een zondares bent -op de arm dragen!
[13] Wees dus maar kalm en huil maar niet. Want wat Tullia feitelijk ontnomen werd, op het moment dat zij de koninklijke gewaden omgehangen kreeg, dat heb jij nu ontvangen!
[14] En dat is van oneindig grotere waarde, dan welke koninklijke goudbrokaten kledij ook. .. want die zijn dood en zij brengen de dood!
[15] En dat terwijl jij het Leven Zelf op je arm moogt hebben, en je de dood in der eeuwigheid niet zult behoeven te proeven, mits je Mij maar liefhebt!’
[16] Zo’n heilzame uitwerking hadden deze woorden van het Kindje op Eudokia’s gemoed, dat ze nu tranen liet van diepe vreugde uit zalige verwondering!
[17] Toen Maria nu bemerkte, dat Eudokia in tranen van vreugde baadde, ging zi j naar haar toe om te vragen:
[18] ‘Lieve Eudokia, wat is er toch met je gebeurd, dat ik tranen van vreugde in je ogen ontdekken mag?’
[19] En Eudokia antwoordde na een zware zucht van zaligheid:
[20] ‘Dat komt, gelukkigste moeder op aarde, doordat Uw Kindje wondere woorden tot mij heeft gesproken!
[21] Werkelijk, zulke woorden kunnen sterfelijke mensen niet spreken. ..hoe wereldwijs ze ook mogen zijn! Goden alleen kunnen dat!
[22] Mijn hart is nu vervuld van grootse gedachten en vermoedens. Ze komen als uit een verborgen diepte in mij op, zoals heldere sterren uit zee kunnen opkomen!’
[23] Maria sprak: ‘Geduld Eudokia: Na die sterren zul je ook de zon nog zien opkomen. In het licht daarvan pas zul je ge waar worden waar je bent! Maar stil nu: daar komt Cyrenius aan!’
«« 110 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.
