Jakob Lorber – De jeugd van Jezus
«« 245 / 302 »»
[1] Na de avondmaaltijd gaf Cyrenius zijn scheepsvolk opdracht het schip reisklaar te gaan maken.[2] Deze vertrokken dus en brachten op het schip alles zo vlug mogelijk in orde.
[3] Toen stapte Jacob naar Cyrenius toe en vroeg hem of hij niet inderhaast de prachtige globe vergeten had, die het Kindje hem een paar dagen tevoren ten geschenke had gegeven.
[4] Bij deze vraag greep Cyrenius zich letterlijk bij de haren en maakte aanstalten om dat geschenk onmiddellijk zelf te gaan halen.
[5] Maar nu zei Jacob: ‘Laat maar Cyrenius,
[6] aan wat u vergeten hebt, heb ik wel gedacht.
[7] Kijk, hier in dit hoekje heb ik de aardbol, in een doek gewikkeld, neergelegd; u behoeft dus niet meer naar onze woning te lopen!’
[8] Cyrenius was hier heel blij om; hij pakte het kleinood behoedzaam op, bracht het naar het schip, en overhandigde het aan zijn scheepscommandant, die het zorgvuldig moest opbergen.
[9] Toen dit ook gebeurd was, ging Cyrenius naar Jozef toe en sprak tot hem:
[10] ‘ Allerbeste vriend en broeder, wees zo goed even naar mij te luisteren; ik heb namelijk een goed idee, dat nog moet worden verwezenlijkt!
[11] Jij hebt nu een massa mensen in huis, waarvan er ettelijke ook nog lang zullen blijven!
[12] Daarbij heb je een boel zorgen en ongemak van mijn kinderen, heb ik gemerkt, met name van mijn drie jongens.
[13] Ik heb daarom besloten die drie knapen mee te nemen, en alleen de vijf meisjes aan je zorgen over te laten. ,
[14] Hierop antwoordde Jozef: ‘Broederlief, je moet doen wat je denkt dat het beste is, voor mij is het allemaal even goed!
[15] Ga maar bij de Heer te rade, dan zal alles wel goed komen.
[16] Je kunt het de Heer hier vragen, maar dan moet je ook doen wat Hij zegt!’
[17] Met hartelijke liefde en diepe eerbied wendde Cyrenius zich nu tot het Kindje en vroeg Het, overeenkomstig Jozefs raad om advies.
[18] Het Kindje antwoordde: ‘ Ja, ja, neem die drie lastposten maar mee, dat is Mij best!
[19] Sixtus zou Ik eventueel nog wel hier willen houden, maar neen, hij is zo wispelturig dat hij met Mij geen rekening pleegt te houden.
[20] Neem hem dus ook maar mee, en wees vooral streng voor ze, het worden anders nog echt wereldse lieden!
[21] Maar de meisjes kun je best hier laten, want die vind Ik veel aardiger, omdat zij ook meer van Mij houden dan de jongens!
[22] Niet dat Ik meer van hen houd omdat het meisjes zijn, maar omdat ze meer van Mij houden!’
[23] Na deze uitspraak van het Kindje nam Cyrenius de drie jongens aan boord, na eerst het Kindje voor deze goede raad bedankt te hebben.
«« 245 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.
