Jakob Lorber – De jeugd van Jezus
«« 279 / 302 »»
[1] Er gingen nu twee jaren voorbij waarin zich niets opvallends in het huis van Jozef voordeed.[2] Cyrenius had wel bericht ontvangen van Jozefs verhuizing, maar hi j kon hem desondanks niet bezoeken doordat hij in die tijd juist met staatszaken vanuit Rome overladen was.
[3] En Cornelius verging het ook niet veel beter;
[4] telkens als hij vakantie wilde nemen om Salome en zijn vriend Jozef te bezoeken, kreeg hij steeds de meest dringende zaken af te handelen.
[5] Dit had de Heer allemaal zo geregeld opdat het Kindje te Nazareth onopgemerkter kon opgroeien.
[6] Zo was men dus zelfs te Nazareth volkomen onkundig van het wezen van het Kindje.
[7] Alleen de reeds bekende arts trok, vanwege zijn wonderkuren de algemene belangstelling.
[8] Dat was zelfs al zo spreekwoordelijk geworden, dat men placht te zeggen :
[9] ‘Als je te Nazareth niet gezond wordt, dan genees je nergens ter wereld!’
[10] Salome bleef inmiddels wel vol zorg om het gezin van Jozef waar mogelijk van dienst te kunnen zijn; het Kindje hield Zich dan ook veel ten huize van Salome op.
[11] Toen er nu twee jaren voorbijgegaan waren, kwam Jonatha eindelijk vanuit Egypte Jozef na, en bezocht hem.
[12] Jozef was bijzonder blij zijn vriend terug te zien, terwijl ook het Kindje vol vreugde om Zijn grote visserman ronddanste.
[13] Toen nu Jonatha bijna drie weken helemaal alleen -want de zijnen waren in Egypte allemaal aan een epidemie van gele koorts gestorven -in Jozefs huis had doorgebracht,
[14] vroeg hij Jozef of die hem niet zou willen helpen om hier in de buurt van Nazareth een visserijbedrijf op te richten.
[15] Bij deze gelegenheid stond het Kindje weer op, en zei tegen Jonatha:
[16] ‘Weet je, beste Jonatha, de mensen hier zijn over het algemeen kwaadaardig en heel egoïstisch,
[17] zodat hier voor jou niet veel te bereiken zal zijn! Ga liever naar het meer van Galilea, dat niet ver van hier ligt. Daar is het nog vrij vissen!
[18] Daar zul je gauw genoeg een goed plaatsje vinden, waar je de beste vis altijd gemakkelijk zult vangen.
[19] Als je die vis dan regelmatig te Nazareth op de markt aanvoert, zul je een goede afzet vinden!’
[20] Jonatha volgde deze raad dadelijk op en na korte tijd maakte hi j aldaar kennis met een weduwe, die aan het meer van Galilea een huisje bezat.
[21] Deze weduwe vond Jonatha direct al heel aardig. Zij nam hem in haar huis op, en schonk hem ook al spoedig haar hand.
[22] Zo werd Jonatha dus aan het meer van Galilea opnieuw een prima visser, die overal vanwege zijn redelijke prijzen prima zaken deed.
[23] Daarbij bleef hij steeds zijn uiterste best doen om zowel Jozef als Salome wekelijks een flink zootje fijne vis te bezorgen.
[24] Deze gebeurtenis was in die twee jaren de enige, die bijzonder gedenkwaardig was; verder is er tot dan toe niets gebeurd, dat de moeite van het opschrijven waard was.
«« 279 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.
