Jakob Lorber – De jeugd van Jezus
«« 296 / 302 »»
[1] Na verloop van enkele weken kwam nu de tweede nieuw gevestigde leraar bij Jozef een vriendschappelijke visite afleggen.[2] Jozef had voor zijn klaslokaal namelijk reeds verscheidene nieuwe banken en stoelen gemaakt en ook een tafel; bij welke gelegenheid Jozef zich in deze leraar een zeer rechtschapen man te vriend had gemaakt.
[3] Deze leraar maakte nu ook kennis met Jezus, in Wiens ernstige, maar opgewekte en bescheiden voorkomen hij veel plezier had.
[4] Hij vroeg dan ook aan Jozef of deze jongen al op de een of andere school had leren lezen.
[5] Jozef gaf hem ten antwoord: ‘Broeder, ik heb het al met een paar leraren geprobeerd, maar die konden beiden niets met Hem beginnen;
[6] er leeft in deze jongen namelijk een heel bijzondere kracht!
[7] Als een leraar zich tegenover Hem een of andere grofheid veroorlooft, dan heeft die het bij Hem dadelijk al verknoeid,
[8] want één woord uit de mond van deze jongen tegen zo ’n leraar is voldoende om hem op de meest ontzettende wijze te straffen!
[9] Dat was namelijk ook het geval met Zijn vorige leraar; die is tot op de dag van vandaag nog met krankzinnigheid geslagen!’
[10] De leraar antwoordde: ‘ Ja, dat is me bekend, maar die was dan ook voor al zijn leerlingen een ware tiran!
[11] Als ik deze jongen zou onderwijzen, dan zou ik echt niet bang zijn om door hem te worden bestraft!’
[12] Nu sprak Jezus, Die erbij aanwezig was: ‘wat zoudt u Mij dan wel willen leren?’
[13] Op werkelijk innemende wijze trok de leraar de jongen naar zich toe, liefkoosde Hem, en zei dan tegen Hem:
[14] ‘Ik zou Jou heel vriendelijk en prettig onderwijs willen geven in lezen en schrijven en Je vervolgens leren de Schrift te begrijpen.
[15] Nu zei de jongen: ‘Goed dan, als u iets van de Schrift bij u hebt, geeft u Mij dat dan maar, dan zal Ik u een bewijsje leveren van wat Ik al kan!’
[16] Aanstonds trok de leraar nu een boekrol Daniël was het uit zijn mantelzak, die hij aan de jongen ter hand stelde.
[17] Nu begon de Jongen direct met voorlezen van die boekrol en die bovendien te verklaren op een manier, die alle aanwezigen – de onthutste leraar incluis – in hoge mate verbaasde!. ..,
[18] Toen de leraar dit van de jongen had gehoord, sprak hij:
[19] ‘O Heer, wees mij, arme zondaar, genadig en barmhartig; want deze jongen kan geen mens zijn van deze aarde!
[20] Nu, broeder Jozef, begrijp ik maar al te goed dat geen leraar het met deze jongen kan uithouden!
[21] Deze knaap weet trouwens meer dan alle leraren van de hele wereld tezamen! Houd Hem dus maar rustig thuis!’
[22] ‘Dit oordeel nu beviel de Jongen, en Hij zei: ‘Omdat u zo eerlijk bent, en om uwentwille dus, moet nu ook die andere leraar maar weer genezen; het zij zo! …
[23] Maar u moet dan wel zo eerlijk blijven als u nu bent; dan zult u ook steeds en blijvend een goede leraar zijn! Amen!’
[24] Nu verwijderde Jezus zich. Ook de leraar nam spoedig afscheid van Jozef en ging in diep nadenken naar huis… En op hetzelfde uur was de eerste leraar weer beter.
«« 296 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.
