Cyrenius' zachtmoediger verklaring en Jozefs antwoord. De eer als schat der armen. Het verzoeningsmaal. Jozefs goede raad. Cyrenius' nieuwsgierigheid bestraft. De geschiedenis van de ont­vangenis van het Kindje. Cyrenius aanbidt het Kindje. De waar­heid bevestigd (2 oktober 1843)

Jakob Lorber - De jeugd van Jezus

«« 37 / 302 »»
[1] Nadat hij zich dit had voorge­nomen, wendde Cyrenius zich weer tot Jozef en zei: 'Beste man, je hoeft niet zo boos op mij te worden, want je zult toch min­stens moeten toegeven dat ik als landvoogd het recht heb om ie­mand aan de tand te voelen om te achterhalen met wie ik te maken heb!
[2] Je hoeft maar naar die fatale tafel daar te kijken om te begrij­pen dat ik, hoe graag ik dat ook zou willen, hier geen uitzondering kan maken: al wat er aan kunst­sierwerk op stond is verdwenen! Het zal je toch zeer duidelijk zijn, dat ik met mensen als jij anders te werk moet gaan dan met lieden, die hier als eendagsvliegen zon­der enige betekenis neerstrijken!
[3] Ik ben me niet bewust je daardoor beledigd te hebben, in­tegendeel: ik heb je met onder­scheiding behandeld, doordat ik je voor zo belangrijk hield en met je sprak op een wijze als voor mij als landvoogd passend is.
[4] Het gaat mi j alleen maar om de volle waarheid over je afkomst, omdat ik je voor een zeer belang­rijk man houd!
[5] Met opzet gaf ik uitdrukking aan mijn twijfel om je daardoor namelijk te dwingen tot openheid!
[6] Je taal Iaat mij echter geen twijfel. Daarom heb ik nu noch behoefte meer aan een tweede be­richt van mijn broeder, noch ook aan enig ander document of ge­loofsbrief! Ik zie nu wel dat je een absoluut eerlijke jood bent! Moet ik nog meer zeggen?'
[7] Jozef zei nu: 'Vriend, U ziet dat ik arm ben. U bent echter een machtig heer. Mijn rijkdom be­staat in mijn trouwen mijn liefde voor mijn God, en in de grootste eerlijkheid tegenover ieder ander!
[8] U bezit echter, naast Uw trouw aan de keizer, nog zeer gro­te schatten dezer aarde, die ik niet bezit. Komt iemand Uw eer te na, dan resten U nog altijd de goede­ren dezer aarde !
[9] Maar wat houd ik over als ik mijn eer verlies? U kunt U door middel van Uw aardse schatten nieuwe eer kopen; waarmee moet ik die kopen?
[10] Als een arm mens eenmaal zijn eer verloren heeft, verliest hij tegenover een rijke bovendien zijn vrijheid en wordt hi j een slaaf. ..tenzij hij geheime schat­ten tot zijn beschikking heeft, waarmee hij zijn eer en zijn vrij­heid kan terugkopen.
[11] U hebt mij gedreigd mij tot Uw gevangene te maken. Zou ik in dat geval soms niet mijn eer en mijn vrijheid verloren hebben?!
[12] Had ik dan soms niet het recht mij daartegen te verzetten, terwijl U nota bene als landvoogd van Syrië en als beschermer van de kust van Tyrus en Sidon zelf mij tot spreken dwingt?'
[13] Maar Cyrenius sprak: 'Bes­te man, laat ons, dat vraag ik je, het gebeurde totaal vergeten!
[14] Kijk de zon neigt ter kim­me. ..In de eetzaal heeft mijn personeel de maaltijd nu klaar staan. Ga mee, dan kom je weer op krachten. Ik heb vandaag geen Romeinse maar joodse spijzen la­ten klaarmaken, die je mag eten! Kom dus, zonder wrevel, en volg mij , ...die nu je nieuwe vriend wil zijn!'
[15] Jozef, Maria en de vijf zo­nen van Jozef gingen nu met Cy­renius mee naar de eetzaal. Daar stonden ze stomverbaasd, zowel over de pracht en praal van de eetzaal zelf, als ook over het schit­terende servies en bestek, dat voornamelijk uit goud en zilver vervaardigd was en bezet was met edelstenen.
[16] Toen Jozef zag dat al dat servies versierd was met niets dan heidense godenfiguren, zei hij te­gen Cyrenius:
[17] 'Vriend, ik zie dat al Uw servies hier is versierd met Uw go­den. U hebt alreeds kennis ge­maakt met de kracht die van Hém uitgaat.
[18] Als ik nu met mijn vrouw aan tafel plaats neem, en als mijn vrouw daarbij haar Kind op schoot houdt, dan blijft er mis­schien van al Uw servies en vaat­werk op hetzelfde moment ook niets meer over!
[19] Laat mij U daarom mogen raden om ofwel servies zonder de­coraties op tafel te zetten, ofwel gewoon ordinair aardewerk; an­ders kan ik niet instaan voor Uw goud en zilver!'
[20] Toen Cyrenius dit van Jo­zef hoorde schrok hij hevig en volgde vlug de raad van Jozef op. De bedienden brachten de spijzen in eenvoudige aardewerk schalen en de gouden en zilveren zetten ze weg.
[21] Cyrenius' nieuwsgierigheid bracht hem er niettemin toe om een verrukkelijke gouden bokaal in de nabijheid van het Kindje te zetten om te zien of de nabijheid van het Kind je net zo 'n vernieti­gende uitwerking zou hebben op goud als eerder op de bronzen go­denbeelden.
[22] Deze nieuwsgierigheid kwam Cyrenius echter in ernst op het verlies van die kostbare bo­kaal te staan.
[23] Toen hij aldus zijn bokaal verspeelde, schrok hij er tóch van, en hij stond daar als door een elektrische schok getroffen.
[24] Pas na een poosje kon hij uitbrengen: ' Jozef, jij, je hebt me een goede raad gegeven; bedankt hoor!
[25] Maar, ik mag vervloekt zijn, als ik van deze plaats van­daan ga, voordat ik van jou ver­nomen heb wie dit Kind is, waarin dergelijke krachten huizen!'
[26] Nu richtte Jozef zich tot Cyrenius om hem te vertellen -zij het in het kort -hoe de geschiede­nis van de ontvangenis en van de geboorte van het Kindje feitelijk was.
[27] Cyrenius viel daarna voor het Kind je op de knieën en aan­bad Het! Want Jozef had heel ge­decideerd gesproken.
[28] Op datzelfde stond de vernietigde bokaal, wel van hetzelfde gewicht, maar nu zonder reliëffiguren voor Cyreni­us op de vloer! Cyrenius kwam weer overeind, maar hij was vol­ledig buiten zichzelf van zalige blijdschap.
«« 37 / 302 »»
Graag willen wij u wijzen op het grote belang van aanschaf van de originele boekwerken die hier digitaal kunnen worden ingezien. Hiermee bevordert u de voortgang van de werkzaamheden m.b.t. herdrukken en uitgifte van nieuwe vertalingen, en niet te vergeten het beschikbaar houden van boeken voor een grote groep mensen die niet vertrouwd zijn met digitale communicatiemiddelen. Informatie over het bestellen van deze boeken vindt u op www.lorber.nl.